FLIR Report Studio‎

Gebruikershandleiding

FLIR Report Studio‎

1.3

1  Wettelijke disclaimer

1.1  Wettelijke disclaimer

Alle producten van FLIR Systems zijn voor een periode tot één (1) jaar na de oorspronkelijke verkoopdatum gegarandeerd tegen materiaal- en productiefouten, mits de producten op normale wijze en in overeenstemming met de instructies van FLIR Systems zijn bewaard, gebruikt en onderhouden.
Producten van andere producenten dan FLIR Systems die zijn opgenomen in systemen die door FLIR Systems zijn geleverd aan de oorspronkelijke koper, vallen alleen onder de garantie, indien van toepassing, van de betreffende leverancier en FLIR Systems draagt geen enkele verantwoordelijkheid voor dergelijke producten.
De garantie geldt alleen voor de oorspronkelijke koper en is niet overdraagbaar. Zij geldt niet voor producten die blootgesteld zijn geweest aan verkeerd gebruik, verwaarlozing, ongelukken of abnormale gebruiksomstandigheden. Verbruiksartikelen vallen buiten de garantie.
Bij een defect in een product dat onder deze garantie valt, moet het product niet verder worden gebruikt om verdere schade te voorkomen. De koper zal elk defect onmiddellijk melden aan FLIR Systems, anders is deze garantie niet van toepassing.
Als na onderzoek blijkt dat het product materiaal- of productiefouten bevat, zal FLIR Systems naar eigen inzicht het product gratis repareren of vervangen, mits het product binnen de genoemde periode van één jaar is geretourneerd aan FLIR Systems.
FLIR Systems heeft geen andere verplichtingen of aansprakelijkheid bij defecten dan hierboven uiteengezet.
Er wordt geen andere garantie gegeven of geïmpliceerd. FLIR Systems wijst specifiek de impliciete garanties van verkoopbaarheid en geschiktheid voor een bepaald doel af.
FLIR Systems is niet aansprakelijk voor enige directe, indirecte, speciale of bijkomende schade of verliezen of gevolgschade of -verliezen, op basis van hetzij een contract, hetzij een onrechtmatige daad hetzij enige andere wettelijke theorie.
Op deze garantie is het Zweedse recht van toepassing.
Alle geschillen, onenigheden of vorderingen voortvloeiend uit dan wel verband houdend met deze garantie worden in laatste instantie beslecht overeenkomstig de regels van het 'Arbitration Institute of the Stockholm Chamber of Commerce'. De plaats van arbitrage is Stockholm. Bij de arbitrageprocedures dient het Engels als voertaal te worden gebruikt.

1.2  Gebruiksstatistieken

FLIR Systems behoudt zich het recht voor anonieme gebruikersstatistieken te verzamelen ter verbetering van de kwaliteit van onze software en services.

1.3  Registerwijzigingen

De registersleutel HKEY_LOCAL_MACHINE\SYSTEM\CurrentControlSet\Control\Lsa\LmCompatibilityLevel wordt automatisch gewijzigd in niveau 2 als de FLIR Camera Monitor-service detecteert dat er een FLIR-camera via een USB-kabel met de computer is verbonden. De wijziging wordt alleen toegepast als de camera een externe netwerkservice implementeert die aanmelden via het netwerk ondersteunt.

1.4  Copyright

© 2016, FLIR Systems, Inc. Wereldwijd alle rechten voorbehouden. Geen enkel deel van de software, inclusief de broncode, mag worden gereproduceerd, verzonden, overgezet of vertaald in enige taal of computertaal, in welke vorm of op welke manier dan ook (elektronisch, magnetisch, optisch, handmatig of anderszins), zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van FLIR Systems.
De documentatie mag geheel noch gedeeltelijk worden gekopieerd, gefotokopieerd, gereproduceerd, vertaald of verzonden naar een elektronisch medium of een door een machine leesbare vorm zonder schriftelijke toestemming vooraf van FLIR Systems.
Namen en merken die voorkomen op de producten in deze publicatie zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van FLIR Systems en/of zijn dochterondernemingen. Alle andere handelsmerken, handelsnamen of bedrijfsnamen waarnaar in deze publicatie wordt verwezen, worden uitsluitend gebruikt ter identificatie en zijn het eigendom van de respectieve eigenaars.

1.5  Kwaliteitsbewaking

Het systeem voor kwaliteitsbeheer waarbinnen deze producten zijn ontwikkeld en geproduceerd is gecertificeerd volgens de ISO 9001-norm.
FLIR Systems is voortdurend bezig met nieuwe ontwikkelingen; daarom behouden wij ons het recht voor om zonder voorafgaande kennisgeving wijzigingen en verbeteringen aan te brengen in alle producten.

2  Ter informatie voor de gebruiker

2.1  Gebruikersforums

Wissel ideeën, problemen en infraroodoplossingen uit met medethermografen van de hele wereld in onze gebruiker-tot-gebruiker forums. Bezoek onderstaande website om bij deze forums te komen:
http://forum.infraredtraining.com/

2.2  Training

Ga voor meer informatie over infraroodtrainingen naar:

2.3  Updates documentatie

Onze handleidingen worden meerdere keren per jaar bijgewerkt en we geven ook regelmatig berichten over essentiële wijzigingen ten aanzien van het product uit.
Voor de nieuwste handleidingen, vertalingen van handleidingen, en berichten gaat u naar het tabblad Download op:
Online registreren duurt slechts enkele minuten. In het downloadgebied vindt u ook de nieuwste uitgaven van handleidingen voor onze overige producten en handleidingen voor onze historische en verouderde producten.

2.4  Software-updates

FLIR Systems geeft regelmatig software-updates uit en u kunt de software bijwerken met deze updateservice. Afhankelijk van uw software, bevindt deze updateservice zich op een of beide van de volgende locaties:
  • Start > FLIR Systems > [Software] > Controleren op updates.
  • Help > Controleren op updates.

2.5  Belangrijke opmerking m.b.t. deze handleiding

FLIR Systems geeft algemene handleidingen uit voor diverse softwarevarianten binnen een suite van software.
Dit houdt in dat deze handleiding wellicht beschrijvingen en uitleg bevat die niet van toepassing zijn op uw softwarevariant.

2.6  Aanvullende informatie over licenties

Voor elke gekochte softwarelicentie mag u de software installeren, activeren en gebruiken op twee apparaten, bijvoorbeeld een laptop voor het verzamelen van gegevens ter plekke en een pc voor analyse op kantoor.

3  Klantenservice

Graphic

3.1  Algemeen

Ga voor klantenservice naar:

3.2  Een vraag stellen

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen vragen stellen aan het klantenserviceteam. De online-registratie kost u slechts een paar minuten. Als u alleen in de kennisdatabank wilt zoeken naar bestaande vragen en antwoorden, hoeft u zich niet te registreren.
Wanneer u een vraag wilt stellen, zorg er dan voor dat u de volgende informatie bij de hand hebt:
  • Het cameramodel
  • Het serienummer van de camera
  • Het communicatieprotocol of de communicatiemethode tussen de camera en uw apparaat (bijvoorbeeld SD-kaartlezenr, HDMI, Ethernet, USB of FireWire)
  • Het type apparaat (pc/Mac/iPhone/iPad/Android, enz.)
  • De versie van programma's van FLIR Systems
  • Volledige naam, publicatienummer en nummer van de herziene versie van deze handleiding

3.3  Downloads

Op de klantenservicewebsite kunt u bovendien het onderstaande downloaden, indien van toepassing op het product:
  • Firmware-updates voor uw infraroodcamera.
  • Programma-updates voor uw pc/Mac-software.
  • Freeware en evaluatieversies van pc/Mac-software.
  • Gebruikersdocumentatie voor huidige, verouderde en historische producten.
  • Werktuigbouwkundige tekeningen (in *.dxf- en *.pdf-indeling).
  • Cad-gegevensmodellen (in *.stp-indeling).
  • Beschrijvingen van toepassingen.
  • Technische gegevensbladen.
  • Productcatalogi.

4  Inleiding

Graphic
FLIR Report Studio is een softwarepakket dat specifiek is ontworpen om op een eenvoudige manier inspectierapporten te maken.
In FLIR Report Studio kunt u bijvoorbeeld het volgende doen:
  • Beelden importen vanaf uw camera naar uw computer.
  • Meethulpmiddelen toevoegen aan een infraroodbeeld en deze vergroten, verkleinen of verplaatsen.
  • Microsoft Word- en PDF-rapporten maken voor door u gekozen beelden.
  • Kopteksten, voetteksten en logo's toevoegen aan rapporten.
  • Uw eigen rapportsjablonen maken.

5  Installatie

5.1  Systeemeisen

5.1.1  Besturingssysteem

FLIR Report Studio ondersteunt USB 2.0 en 3.0-communicatie voor de volgende pc-besturingssystemen:
  • Microsoft Windows 7, 32-bits.
  • Microsoft Windows 7, 64-bits.
  • Microsoft Windows 8, 32-bits.
  • Microsoft Windows 8, 64-bits.
  • Microsoft Windows 10, 32-bits.
  • Microsoft Windows 10, 64-bits.

5.1.2  Hardware

  • Personal computer met een processor met twee kernen en een snelheid van 2 GHz.
  • 4 GB RAM (minimaal, maar 8 GB wordt aanbevolen).
  • Harde schijf van 128 GB met ten minste 15 GB vrije ruimte.
  • DVD-ROM-station.
  • Ondersteuning voor DirectX 9-afbeeldingen met:
    • WDDM-stuurprogramma
    • 128 MB grafisch geheugen (minimaal)
    • Pixel Shader 2.0 in hardware
    • 32 bits per pixel.
  • SVGA-beeldscherm met een resolutie van 1024 × 768 of meer.
  • Toegang tot internet (wellicht niet kosteloos).
  • Audio-uitgang.
  • Toetsenbord en muis of een compatibel aanwijsapparaat.

5.2  FLIR Report Studio‎ installeren

5.2.1  Procedure

Volg deze procedure:

6  Licenties beheren

6.1  Uw licentie activeren

6.1.1  Algemeen

Wanneer u FLIR Report Studio de eerste keer start, kunt u een van de volgende opties kiezen:
  • FLIR Report Studio online activeren.
  • FLIR Report Studio activeren via e-mail.
  • FLIR Report Studio kopen en een serienummer ontvangen voor activering.
  • FLIR Report Studio gratis gebruiken tijdens een evaluatieperiode.

6.1.2  Figuur

Graphic

Figuur 6.1  Dialoogvenster Activering.

6.1.3  FLIR Report Studio‎ online activeren

6.1.4  FLIR Report Studio‎ activeren via e-mail

6.1.5  Activeren van FLIR Report Studio‎ op een computer zonder internetverbinding

Als uw computer geen internetverbinding heeft, kunt u de activeringssleutel per e-mail aanvragen vanaf een andere computer.

6.2  Uw licentie overzetten

6.2.1  Algemeen

U kunt een licentie overzetten van een computer naar een andere computer, zolang u het aantal gekochte licenties niet overschrijdt.
Zo kunt u de software bijvoorbeeld gebruiken op een pc en een laptop.

6.2.2  Figuur

Graphic

Figuur 6.5  Licentieweergave (voorbeeldafbeelding).

6.2.3  Procedure

6.3  Aanvullende softwaremodules activeren

6.3.1  Algemeen

Voor sommige software kunt u aanvullende modules kopen bij FLIR Systems. Voordat u de module kunt gebruiken, moet u deze activeren.

6.3.2  Figuur

Graphic

Figuur 6.6  Licentieweergave waarin beschikbare softwaremodules worden weergegeven (voorbeeld-beeld).

6.3.3  Procedure

7  Aanmelden

7.1  Algemeen

De eerste keer dat u FLIR Report Studio opstart, moet u zich aanmelden met een FLIR-klantenondersteuningsaccount. Als u al een bestaande FLIR-klantenondersteuningsaccount hebt, kunt u dezelfde aanmeldingsgegevens gebruiken.
  • Wanneer u zich aanmeldt, moet uw computer verbonden zijn met internet.
  • Als u zich niet afmeldt, hoeft u zich niet opnieuw in te loggen om FLIR Report Studio te gebruiken.

7.2  Aanmeldingsprocedure

Volg deze procedure:

7.3  Afmelden

U hoeft zich gewoonlijk niet af te melden. Als u zich afmeldt, moet u zich opnieuw aanmelden om FLIR Report Studio te starten.

Volg deze procedure:

8  Werkstroom

8.1  Algemeen

Bij de uitvoering van een infraroodinspectie volgt u een normale werkstroom. In dit gedeelte vindt u een voorbeeld van een werkstroom bij infraroodinspectie.

9  Infrarood-rapporten maken

9.1  Algemeen

Met de FLIR Report Studio-wizard kunt u op een eenvoudige en efficiënte manier rapporten maken. De wizard biedt u de mogelijkheid om uw rapport aan te passen en nauwkeurig af te stemmen op zijn doel voordat het wordt gegenereerd. U kunt kiezen uit verschillende rapportsjablonen en u kunt beelden toevoegen, beelden bewerken, beelden omhoog of omlaag verplaatsen en rapporteigenschappen toevoegen, zoals klantgegevens en informatie over de inspectie.
De eenvoudigste manier om een rapport te maken, is met behulp van de FLIR Report Studio-wizard. U kunt echter ook een rapport maken op basis van een leeg Microsoft Word-document door objecten toe te voegen en te verwijderen en door de eigenschappen van die objecten te wijzigen, zoals is beschreven in paragraaf 12.2 Objecten in het rapport beheren.

9.2  Typen rapporten

U kunt de volgende typen rapporten maken met behulp van de FLIR Report Studio-wizard:
FLIR Report Studio wordt geleverd met een aantal rapportsjablonen. U kunt ook uw eigen sjablonen maken. Zie paragraaf 13 Rapportsjablonen maken.

9.3  Schermelementen van de FLIR Report Studio‎-wizard

9.3.1  Sjabloonvenster

9.3.1.1  Figuur

Graphic

9.3.1.2  Uitleg

9.3.2  Beeldvenster

9.3.2.1  Figuur

Graphic

9.3.2.2  Uitleg

9.3.3.1  Menu Bestand

Het menu Bestand bevat de volgende opdrachten:
  • Sessie opslaan. Klik hierop om een sessie op te slaan. Zie paragraaf 9.5 Een sessie opslaan voor meer informatie.
  • Sessie laden. Klik hierop om een sessie te laden. Zie paragraaf 9.5 Een sessie opslaan voor meer informatie.
  • Afsluiten. Klik hierop op om de FLIR Report Studio-wizard af te sluiten. De toepassing wordt afgesloten en alle niet-opgeslagen gegevens gaan verloren.

9.3.3.2  Menu Opties

Het menu Opties bevat de volgende opdrachten:

9.3.3.3  Menu Help

Het menu Help bevat de volgende opdrachten:
  • Documentatie. Klik hierop en selecteer Online om de meest recente Help-bestanden op het internet weer te geven of selecteer Offline om de Help-bestanden weer te geven die op uw computer zijn geïnstalleerd.
  • FLIR Store. Klik hierop om naar de website van de FLIR Store te gaan.
  • Ondersteuningscentrum van FLIR. Klik hierop om naar het ondersteuningscentrum van FLIR te gaan.
  • Licentie-informatie. Klik hierop om de License Viewer weer te geven.
  • FLIR-licentie valideren. (Ingeschakeld als u uw FLIR Report Studio licentie nog niet hebt geactiveerd.) Klik hierop om het activeringsvenster te openen. Zie paragraaf 6 Licenties beheren voor meer informatie.
  • Zoeken naar updates. Klik hierop om te controleren of er software-updates zijn. Zie paragraaf 15 Software-update voor meer informatie.
  • Over. Klik hierop om de huidige versie van FLIR Report Studio weer te geven.

9.4  Procedure

Volg deze procedure:

9.5  Een sessie opslaan

Een sessie biedt u de mogelijk om een rapport dat nog niet is voltooid, in de FLIR Report Studio-wizard op te slaan. U kunt een opgeslagen sessie in de FLIR Report Studio-wizard laden en op een later tijdstip verdergaan met het rapport.
Voer in de FLIR Report Studio-wizard de volgende handelingen uit:
  • Als u een sessie wilt opslaan, selecteert u Bestand > Sessie opslaan.
  • Als u een sessie wilt laden, selecteert u Bestand > Sessie laden.

9.6  De instellingen wijzigen

U kunt de instellingen voor de FLIR Report Studio-wizard wijzigen.

Volg deze procedure:

10  Afbeeldingen importeren vanaf de camera

10.1  Algemeen

U kunt beelden importeren vanuit een camera die is aangesloten op de computer.

10.2  Procedure voor het importeren

Volg deze procedure:

11  Beelden analyseren en bewerken

11.1  Algemeen

De Image Editor van FLIR Report Studio is een krachtig hulpmiddel voor het analyseren en bewerken van infraroodbeelden.
Dit zijn enkele van de functies en instellingen waarmee u kunt experimenteren:
  • Meethulpmiddelen toevoegen.
  • Het infraroodbeeld aanpassen.
  • De kleurverdeling wijzigen.
  • Het kleurenpalet wijzigen.
  • De beeldmodus wijzigen.
  • Werken met kleuralarmen en isothermen.
  • De metingsparameters wijzigen.

11.2  De Image Editor‎ starten

U kunt de Image Editor starten vanuit de FLIR Report Studio-wizard en vanuit de FLIR Word Add-in.

11.2.1  De Image Editor‎ starten vanuit de FLIR Report Studio‎-wizard

Volg deze procedure:

11.2.2  De Image Editor‎ starten vanuit de FLIR Word Add-in‎

U kunt de Image Editor starten vanuit een bewerkbaar infraroodrapport.

Volg deze procedure:

11.3  Schermelementen van de Image Editor‎

11.3.1  Figuur

Graphic

11.3.2  Uitleg

11.4  Basisfuncties voor beeldbewerking

11.4.1  Het beeld draaien

Volg deze procedure:

11.4.2  Het beelden bijsnijden

U kunt een beeld bijsnijden en het bijgesneden beeld opslaan als een kopie van het oorspronkelijke beeld.

Volg deze procedure:

11.5  Werken met meethulpmiddelen

11.5.1  Algemeen

Als u een temperatuur wilt meten, kunt u een of meer meethulpmiddelen gebruiken, zoals een punt, vak, cirkel of lijn.
Wanneer u een meethulpmiddel aan het beeld toevoegt, wordt de gemeten temperatuur weergegeven in het rechterdeelvenster van de Image Editor. Ook de instellingen van het meethulpmiddel worden samen met het beeldbestand opgeslagen en de gemeten temperatuur is beschikbaar om te worden weergegeven in uw infraroodrapport.

11.5.2  Een meethulpmiddel toevoegen

Volg deze procedure:

11.5.3  Een meethulpmiddel verplaatsen en de afmetingen ervan wijzigen

Volg deze procedure:

11.5.4  Lokale markeringen voor een meethulpmiddel aanmaken

11.5.4.1  Algemeen

De Image Editor houdt rekening met alle bestaande markeringen voor een meethulpmiddel die in de camera zijn ingesteld. Maar soms wilt u wellicht een markering toevoegen bij het analyseren van het beeld. Dit kunt u doen met lokale markeringen.

11.5.4.2  Procedure

Volg deze procedure:

11.5.5  Oppervlaktes berekenen

11.5.5.1  Algemeen

De afstand die in de parametergegevens van het beeld is opgenomen, kan worden gebruikt als basis voor oppervlakteberekeningen. Een gangbare toepassing is het schatten van de grootte van een vochtige plek op de muur.
Als u de oppervlakte van een gebied wilt berekenen, moet u het meethulpmiddel Rechthoek of Ellips toevoegen aan het beeld. De Image Editor berekent de oppervlakte in de rechthoek of ellips. De berekening is een schatting van de oppervlakte op basis van de waarde voor afstand.
11.5.5.1.1  Procedure

Volg deze procedure:

11.5.5.1.2  Lengtes berekenen
11.5.5.1.2.1  Algemeen
De afstand die in de parametergegevens van het beeld is opgenomen, kan worden gebruikt als basis voor lengteberekeningen.
Als u de lengte wilt berekenen, moet u een lijnmeethulpmiddel aan het beeld toevoegen. De Image Editor berekent een schatting van de lengte van de lijn op basis van de waarde voor afstand.
11.5.5.1.2.1.1  Procedure

Volg deze procedure:

11.5.6  Een verschilberekening instellen

11.5.6.1  Algemeen

Een verschilberekening geeft het verschil (delta) aan tussen twee temperaturen, bijvoorbeeld het verschil tussen twee puntmetingen of het verschil tussen een puntmeting en de maximumtemperatuur van het beeld.

11.5.6.2  Procedure

11.5.6.2.1  Procedure

Volg deze procedure:

11.5.7  Een meethulpmiddel verwijderen

Volg deze procedure:

11.6  Het infraroodbeeld aanpassen

11.6.1  Algemeen

Een infraroodbeeld kan automatisch of handmatig worden aangepast.
In de Image Editor kunt u handmatig de hoogste en laagste niveaus van de temperatuurschaal wijzigen. Dit maakt het gemakkelijker om het beeld te analyseren. U kunt bijvoorbeeld waarden van de temperatuurschaal veranderen in waarden die dichter bij de temperatuur van een bepaald object in het beeld liggen. Dit maakt het mogelijk om afwijkingen en kleinere temperatuurverschillen op te sporen in dat deel van het beeld waarin u geïnteresseerd bent.
Wanneer u een beeld automatisch aanpast, worden door de Image Editor de helderheid en het contrast van het beeld geoptimaliseerd. Dit betekent dat de kleurinformatie wordt verdeeld over de bestaande temperaturen van het beeld.
In bepaalde gevallen kan het beeld echter zeer hete of koude zones bevatten die buiten het voor u relevante gebied liggen. In dergelijke gevallen wilt u die zones mogelijk uitsluiten van de automatische aanpassing en de kleurinformatie alleen gebruiken voor de temperaturen in het voor u relevante gebied. U kunt dit doen door een bereik voor automatische aanpassing te definiëren.

11.6.2  Voorbeeld 1

Hier ziet u twee infraroodbeelden van een gebouw. In het linker beeld, dat automatisch is aangepast, is een correcte analyse lastig door het grote temperatuurbereik tussen de heldere hemel en het verwarmde gebouw. U kunt het gebouw in groter detail analyseren als u de temperatuurschaal kunt instellen op waarden nabij de temperatuur van het gebouw.
Graphic
Automatisch
Graphic
Handmatig

11.6.3  Voorbeeld 2

Hier worden twee infraroodbeelden getoond van een isolator in een hoogspanningsleiding. Om de analyse van de temperatuurverschillen in de isolator te vergemakkelijken, is het temperatuurbereik in het rechter beeld ingesteld op waarden nabij de temperatuur van de isolator.
Graphic
Automatisch
Graphic
Handmatig

11.6.4  De temperatuurniveaus wijzigen

Volg deze procedure:

Graphic

11.6.5  Het beeld automatisch aanpassen

Volg deze procedure:

Graphic

11.6.6  Bereik van automatische aanpassing definiëren

In een gebied voor automatisch aanpassen worden de hoogste en laagste niveaus van de temperatuurschaal ingesteld op de maximum- en minimumtemperatuur in dat gebied. Door de kleurinformatie alleen te gebruiken voor de relevante temperaturen, worden in het voor u relevante gebied de details beter zichtbaar.

Volg deze procedure:

11.7  Kleurverdeling wijzigen

11.7.1  Algemeen

U kunt de kleurverdeling in een beeld wijzigen. Een andere kleurverdeling maakt het wellicht eenvoudiger het beeld beter te analyseren.

11.7.2  Definities

U kunt uit de volgende kleurverdelingen kiezen:
  • Temperatuur, linear: Dit is een methode voor het weergeven van beelden waarbij de kleurinformatie in het beeld lineair wordt verdeeld over de temperatuurwaarden van de pixels.
  • Histogram-egalisatie: Dit is een methode voor het weergeven van beelden waarbij de kleurinformatie wordt verdeeld over de bestaande temperaturen van het beeld. Deze manier om kleurinformatie te verdelen kan met name succesvol zijn wanneer het beeld slechts een beperkt aantal zeer hoge temperatuurpieken bevat.
  • Signaal, linear: Dit is een methode voor het weergeven van beelden waarbij de kleurinformatie in het beeld lineair wordt verdeeld over de signaalwaarden van de pixels.
  • Digitale detailverbetering: Dit is een methode voor het weergeven van beelden waarbij de hoogfrequente inhoud in het beeld, zoals randen en hoeken, wordt versterkt, zodat de details beter zichtbaar zijn.

11.7.3  Procedure

Volg deze procedure:

11.8  Het kleurpalet wijzigen

11.8.1  Algemeen

U kunt het palet wijzigen dat wordt gebruikt om de verschillende temperaturen binnen een beeld weer te geven. Een ander palet kan het eenvoudiger maken om het beeld te analyseren.

Kleurenpalet

Voorbeeld van beeld

Arctisch
Graphic
Koel
Graphic
Grijs
Graphic
IJzer
Graphic
Lava
Graphic
Regenboog
Graphic
Regenboog HC
Graphic
Warm
Graphic

11.8.2  Procedure

Volg deze procedure:

11.9  De beeldmodus wijzigen

11.9.1  Algemeen

Voor sommige beelden kunt u de beeldmodus wijzigen.

11.9.2  Typen beeldmodi

Beeldmodus

Voorbeeld van beeld

Thermische MSX (multispectrale dynamische beeldverwerking): In deze modus wordt een infraroodbeeld weergegeven waarin de randen van objecten duidelijker worden weergegeven. De balans tussen het thermische beeld en de foto kan worden aangepast.
Graphic
Thermisch: In deze modus wordt alleen het infraroodbeeld weergegeven.
Graphic
Thermische fusie: In deze modus wordt een digitale foto weergegeven waarvan sommige delen in infrarood worden weergegeven, afhankelijk van de temperatuurlimieten.
Graphic
Thermische blending: Er wordt een samengevoegd beeld weergegeven waarin een mix van infraroodpixels en digitale fotopixels wordt gebruikt. De balans tussen het thermische beeld en de foto kan worden aangepast.
Graphic
Beeld-in-beeld: In deze modus wordt een infraroodbeeld boven op een digitale foto weergegeven.
Graphic
Digitale camera: In deze modus wordt alleen een digitale foto weergegeven.
Graphic

11.9.3  Procedure

Volg deze procedure:

11.10  Werken met kleuralarmen en isothermen

11.10.1  Algemeen

Door gebruik te maken van kleuralarmen (isothermen), kunnen afwijkingen eenvoudig worden opgespoord in een infraroodbeeld. Met de isothermopdracht wordt een contrasterende kleur toegewezen aan alle pixels met een temperatuur boven, onder of tussen de ingestelde temperatuurniveaus. Er zijn ook alarmen beschikbaar die specifiek zijn voor de bouwsector: luchtvochtigheids- en isolatie-alarmen.
U kunt de volgende typen kleuralarm selecteren:
  • Alarm boven. Hiermee wijst u een contrasterende kleur toe aan alle pixels met een temperatuur boven het vooraf ingestelde temperatuurniveau.
  • Alarm onder. Hiermee wijst u een contrasterende kleur toe aan alle pixels met een temperatuur onder het vooraf ingestelde temperatuurniveau.
  • Alarm interval. Hiermee wijst u een contrasterende kleur toe aan alle pixels met een temperatuur tussen twee vooraf ingestelde temperatuurniveaus.
  • Luchtvochtigheidsalarm: Dit alarm wordt geactiveerd wanneer de relatieve luchtvochtigheid van een oppervlak boven een vooraf ingestelde waarde komt.
  • Alarm isolatie: activeert een alarm als er sprake is van een isolatiefout in een muur
  • Aangepast alarm: Dit type alarm stelt u in staat handmatig de instellingen voor een standaardalarm te wijzigen.
Instellingsparameters voor het geactiveerde kleuralarm worden weergegeven onder ALARM in het rechterdeelvenster.
Graphic

11.10.2  Voorbeelden van beelden

In deze tabel wordt het verschil tussen de verschillende kleuralarmen (isothermen) uitgelegd.

Kleuralarm

Beeld

Alarm boven
Graphic
Alarm onder
Graphic
Alarm interval
Graphic
Luchtvochtigheidsalarm
Graphic
Alarm isolatie
Graphic

11.10.3  Boven- en onder-alarmen instellen

Volg deze procedure:

11.10.4  Een interval-alarm instellen

Volg deze procedure:

11.10.5  Een luchtvochtigheidsalarm instellen

11.10.5.1  Algemeen

Met het luchtvochtigheidsalarm (isotherm) kunt u gebieden detecteren waar risico bestaat op schimmelgroei of waar het risico bestaat dat vocht als vloeibaar water neerslaat (d.w.z. waar het dauwpunt wordt bereikt).

11.10.5.2  Procedure

Volg deze procedure:

11.10.6  Een isolatie-alarm instellen

11.10.6.1  Algemeen

Met behulp van het isolatie-alarm (isotherm) kunt u in een gebouw gebieden opsporen waar mogelijk sprake is van onvoldoende isolatie. Dit alarm wordt geactiveerd als het isolatieniveau onder een vooraf ingestelde waarde ligt voor het lekken van energie door de structuur van een gebouw, de zogenaamde thermische index.
Verschillende bouwverordeningen bevelen verschillende waarden voor de thermische index aan, maar gebruikelijke waarden zijn 0,6–0,8 voor nieuwe gebouwen. Raadpleeg voor de aanbevelingen uw nationale bouwverordeningen.

11.10.6.2  Procedure

Volg deze procedure:

11.10.7  Een aangepast alarm instellen

11.10.7.1  Algemeen

Een aangepast alarm kan een van de volgende typen alarm zijn:
  • Boven-alarm.
  • Onder-alarm.
  • Interval-alarm.
  • Luchtvochtigheidsalarm.
  • Isolatie-alarm.
Voor deze aangepaste alarmen kunt u handmatig nog een aantal andere parameters instellen dan in de standaardalarmen:
  • Achtergrond.
  • Kleuren (semi-transparant of effen kleuren).
  • Omgekeerd interval (alleen voor de isotherm Interval).

11.10.7.2  Procedure

Volg deze procedure:

11.11  De lokale parameters voor een meethulpmiddel wijzigen

11.11.1  Algemeen

Voor nauwkeurige metingen is het belangrijk om de meetparameters in te stellen. De meetparameters die samen met het beeld zijn opgeslagen, worden weergegeven in het rechterdeelvenster onder PARAMETERS.
In bepaalde situaties kan het handig zijn om voor één meethulpmiddel een meetparameter te wijzigen. De reden hiervoor kan zijn dat dit meethulpmiddel zich voor een oppervlak bevindt dat aanzienlijk meer reflecteert dan andere oppervlakken in het beeld of dat het meethulpmiddel zich boven een object bevindt dat verder is verwijderd dan de andere objecten in het beeld enzovoort.
Zie het gedeelte 18 Thermografische meettechnieken voor meer informatie over objectparameters.
De volgende indicatoren worden gebruikt wanneer lokale parameters worden geactiveerd voor een meethulpmiddel:
  • In het beeld wordt een asterisk (*) weergegeven naast het meethulpmiddel.
    Graphic
  • In de resultaattabel van de Image Editor wordt een pictogram weergegeven naast de gemeten waarde.
    Graphic
  • In resultaatvelden en -tabellen in infraroodrapporten wordt een asterisk (*) weergegeven en de lokale-parameterwaarden worden tussen haakjes vermeld.
    Graphic

11.11.2  Procedure

Volg deze procedure:

11.12  Werken met tekstcommentaar

11.12.1  Algemeen

U kunt aanvullende informatie bij een infraroodbeeld opslaan door gebruik te maken van commentaar. Er wordt commentaar gebruikt omdat rapportage en nabewerking dan efficiënter kunnen worden uitgevoerd door essentiële informatie over het beeld te geven, zoals omstandigheden, foto's en informatie over de plaats waar een beeld is gemaakt.
Sommige camera's stellen u in staat om rechtstreeks vanaf de camera annotaties toe te voegen, zoals notities (beeldbeschrijvingen) en geschreven, gesproken en geschetste annotaties. Deze annotaties (indien beschikbaar) worden weergegeven in het rechterdeelvenster van de Image Editor. U kunt ook notities (beeldbeschrijvingen) en tekstannotaties aan beelden toevoegen met de Image Editor.

11.12.2  Over afbeeldingsbeschrijvingen

11.12.2.1  Wat is een afbeeldingsbeschrijving?

Een afbeeldingsbeschrijving is een korte tekstbeschrijving die in een infraroodafbeelding wordt opgeslagen. De beschrijving maakt gebruik van de standaardtag in de*.jpg-bestandsindeling en kan worden gelezen door andere software.
In de Image Editor en in FLIR-camera's wordt een beeldbeschrijving een notitie genoemd.
11.12.2.1.1  Procedure

11.12.3  Over tekstcommentaar

11.12.3.1  Wat is een tekstcommentaar?

Een tekstannotatie is tekstuele informatie over iets in een beeld en bestaat uit een of meer labels en bijbehorende waarden. Tekstannotaties zorgen dat u efficiënter rapporten kunt maken en beelden kun nabewerken, omdat tekstannotaties belangrijke informatie over een beeld bevatten, zoals informatie over de omstandigheden waaronder het beeld is gemaakt, foto's en informatie over de plaats waar het beeld is gemaakt.
Een tekstcommentaar is een eigen commentaarformaat van FLIR Systems en de informatie kan niet worden afgelezen via software van andere makelij. Het concept leunt zwaar op interactie door de gebruiker. In de camera kan de gebruiker een van verschillende waarden voor ieder label selecteren. De gebruiker kan ook numerieke waarden invoeren en het tekstcommentaar meetwaarden van het scherm laten vastleggen.

11.12.3.2  Een tekstcommentaar voor een beeld maken

Volg deze procedure:

12  Werken in de Microsoft Word‎-omgeving

12.1  Schermelementen van de FLIR Word Add-in‎

12.1.1  Tabblad FLIR

Na installatie van FLIR Report Studio wordt rechts naast de standaardtabbladen op het lint van uw Microsoft Word-documenten het tabblad FLIR weergegeven.
Graphic

12.1.2  Menu Instellingen

Het menu Instellingen bevat de volgende opdrachten:
  • Paginanummers bijwerken. Klik hierop om de paginanummers bij te werken voor velden die gekoppeld zijn aan beelden.
  • Eenheden instellen. Klik hierop om de gewenste eenheden voor temperatuur en afstand in te stellen. Zie paragraaf 12.9 De instellingen wijzigen voor meer informatie.
  • Sjablooncategorieën. (Beschikbaar bij het maken van een rapportsjabloon.) Klik hierop om een categorie te selecteren voor de rapportsjabloon. Zie paragraaf 13.2.5 Een sjablooncategorie selecteren voor meer informatie.
  • Help. Klik hierop om het menu Help weer te geven. Zie paragraaf 12.1.2.1 Menu Help.

12.1.2.1  Menu Help

Het menu Help bevat de volgende opdrachten:
  • Documentatie. Klik hierop en selecteer Online om de meest recente Help-bestanden op het internet weer te geven of selecteer Offline om de Help-bestanden weer te geven die op uw computer zijn geïnstalleerd.
  • FLIR Store. Klik hierop om naar de website van de FLIR Store te gaan.
  • Ondersteuningscentrum van FLIR. Klik hierop om naar het ondersteuningscentrum van FLIR te gaan.
  • Licentie-informatie. Klik hierop om de License Viewer weer te geven.
  • Zoeken naar updates. Klik hierop om te controleren of er software-updates zijn. Zie paragraaf 15 Software-update voor meer informatie.
  • Over. Klik hierop om de huidige versie van FLIR Word Add-in weer te geven.

12.2  Objecten in het rapport beheren

12.2.1  General

Een rapportsjabloon bevat tijdelijke aanduidingen voor objecten, zoals thermische beelden, digitale foto's, tabellen, rapporteigenschappen enzovoort.
Wanneer u een rapport maakt op basis van een rapportsjabloon, worden deze tijdelijke aanduidingen automatisch gevuld op basis van de beelden die u in het rapport opneemt. U kunt ook extra objecten invoegen en hun eigenschappen wijzigen nadat u het rapport hebt gestart in Microsoft Word, zoals wordt beschreven in de onderstaande paragrafen.
Wanneer u uw eigen rapportsjablonen maakt (zie paragraaf 13 Rapportsjablonen maken), moet u objecten invoegen en hun eigenschappen definiëren volgens de instructies in de onderstaande paragrafen.

12.2.2  Een thermisch-beeldobject invoegen

Een thermisch-beeldobject is een tijdelijke aanduiding waarin automatisch een thermisch beeld worden geladen wanneer een rapport wordt gemaakt.

Volg deze procedure:

12.2.3  Een digitaal-beeldobject invoegen

Een digitaal-beeldobject is een tijdelijke aanduiding voor het visuele beeld dat is gekoppeld aan een thermisch beeld.

Volg deze procedure:

12.2.4  Een veldobject invoegen

12.2.4.1  Algemeen

Een veldobject is een tijdelijke aanduiding waarin automatisch informatie wordt weergegeven die is gekoppeld aan een thermisch beeld, wanneer een rapport wordt gemaakt.
Een veldobject bestaat uit een label en een waarde, bijvoorbeeld, Bx1 Gemiddelde 42,3 . U kunt ervoor kiezen om alleen de waarde in het rapport weer te geven, bijvoorbeeld 42,3 .

12.2.4.2  Procedure

Volg deze procedure:

12.2.5  Een tabelobject invoegen

12.2.5.1  Algemeen

Een tabelobject is een tijdelijke aanduiding waarin automatisch bepaalde informatie die is gekoppeld aan een thermisch beeld, wordt weergegeven wanneer een rapport wordt gemaakt.
De volgende tabelobjecten zijn beschikbaar:
  • Metingen.
  • Parameters.
  • METERLiNK.
  • Geolocatie.
  • Camera-info.
  • Bestandsinfo.
  • Tekstannotaties.
  • Notities.
  • Formules.
Naast de ingebouwde tabelobjecten kunt u uw eigen tabelobjecten maken. Zie paragraaf 12.2.5.3 Een aangepast tabelobject maken voor meer informatie.
U kunt ook een samenvattingstabel met informatie over alle thermische beelden in het rapport invoegen. Zie paragraaf 12.2.5.4 Een samenvattingstabel invoegen voor meer informatie.

12.2.5.2  Een tabelobject invoegen

Volg deze procedure:

12.2.5.3  Een aangepast tabelobject maken

Als de ingebouwde tabelobjecten niet aan uw wensen voldoen, kunt u uw eigen tabelobjecten maken.

Volg deze procedure:

12.2.5.4  Een samenvattingstabel invoegen

Een samenvattingstabel-object is een tijdelijke aanduiding waarin automatisch een tabel wordt weergegeven met bepaalde informatie over alle thermische beelden in het rapport.

Volg deze procedure:

12.2.6  Een rapporteigenschappen-object invoegen

Een rapporteigenschappen-object is een tijdelijke aanduiding waarin automatisch klantgegevens en informatie over de inspectie worden weergegeven wanneer een rapport wordt gemaakt.

Volg deze procedure:

12.2.7  De afmetingen van objecten wijzigen

12.2.7.1  Het formaat van een beeldobject wijzigen

Volg deze procedure:

12.2.7.2  Het formaat van een tabelobject wijzigen

Volg deze procedure:

12.2.8  Een beeld vervangen

U kunt een beeld in het rapport vervangen, terwijl alle koppelingen met andere objecten behouden blijven.

Volg deze procedure:

12.2.9  Objecten verwijderen

12.2.9.1  Een beeldobject verwijderen

Volg deze procedure:

12.2.9.2  Een veldobject verwijderen

Volg deze procedure:

12.2.9.3  Een tabelobject verwijderen

Volg deze procedure:

12.3  Een beeld bewerken

U kunt thermische beelden rechtstreeks vanuit het rapport bewerken met de Image Editor van FLIR Report Studio.

Volg deze procedure:

12.4  Werken met formules

12.4.1  Algemeen

Met de FLIR Word Add-in kunt u geavanceerde berekeningen uitvoeren op verschillende items in het infraroodbeeld. Een formule kan alle gangbare wiskundige operatoren en functies bevatten (+, –, ×, ÷, enzovoort). Ook numerieke constanten, zoals π, kunnen worden gebruikt.
Bovendien kunnen verwijzingen naar meetresultaten, andere formules en andere numerieke gegevens worden ingevoegd in formules.
De formules die u maakt, zijn beschikbaar in de FLIR Word Add-in en kunnen worden opgenomen in veld- en tabelobjecten in toekomstige rapporten.
U kunt een formule exporteren naar een tekstbestand. Dit tekstbestand kan bijvoorbeeld naar een andere computer worden verzonden en is na het importeren beschikbaar in de FLIR Word Add-in op die computer. Zie paragraaf 12.4.4 Formules exporteren en importeren voor meer informatie.
  • Een formule kan slechts voor één infraroodbeeld tegelijk worden gebruikt. U kunt daarom met een formule bijvoorbeeld geen verschillen tussen twee infraroodbeelden berekenen.
  • U kunt bestaande METERLiNK-gegevens in het infraroodbeeld gebruiken als waarde in een formule (u kunt ze op dezelfde manier gebruiken als een infraroodmeetwaarde). METERLiNK-gegevens kunnen in het infraroodbeeld worden opgeslagen door gebruik te maken van een externe FLIR-/Extech-meter, zoals een stroomtang of een vochtmeter, in combinatie met de infraroodcamera.

12.4.2  Een eenvoudige formule maken

Een formule maken die het temperatuurverschil tussen twee punten berekent

12.4.3  Een voorwaardelijke formule maken

Voor sommige toepassingen wilt u mogelijk het resultaat van een berekening weergeven in een groen lettertype als het resultaat lager is dan een kritieke waarde en in een rood lettertype als het resultaat hoger is dan de kritieke waarde. U kunt dit doen door een voorwaardelijke formule te maken met een ALS-instructie.
In de onderstaande procedure wordt beschreven hoe u een voorwaardelijke formule maakt waarmee het resultaat van de formule voor het berekenen van het temperatuurverschil in de kleur rood wordt weergegeven als de waarde hoger is dan 2 graden, en in de kleur groen als de waarde lager is dan 2 graden.

Een voorwaardelijke formule met de ALS-instructie maken

12.4.4  Formules exporteren en importeren

U kunt een of meer formules exporteren naar een tekstbestand. Dit tekstbestand kan bijvoorbeeld naar een andere computer worden verzonden en vervolgens worden geïmporteerd in de FLIR Word Add-in op die computer.

12.5  Documenteigenschappen

12.5.1  Algemeen

Wanneer u een infraroodrapport maakt, extraheert het FLIR-programma de Microsoft Word-documenteigenschappen voor de rapportsjabloon en plaatst het deze eigenschappen in de overeenkomstige Microsoft Word-velden in het definitieve rapport.
U kunt deze documenteigenschappen bij het maken van een rapport gebruiken om diverse tijdrovende taken te automatiseren. Zo kunt u er bijvoorbeeld voor zorgen dat er automatisch informatie aan het rapport wordt toegevoegd, zoals de naam, het adres en het e-mailadres van de plaats van inspectie, het model van de camera die u gebruikt en uw e-mailadres.

12.5.2  Typen documenteigenschappen

Er zijn twee verschillende typen documenteigenschappen:
  • Beknopte documenteigenschappen.
  • Aangepaste documenteigenschappen.
Voor eerstgenoemde kunt u alleen de waarden wijzigen, maar voor laatstgenoemde kunt u zowel de labels als de waarden wijzigen.

12.5.3  Microsoft Word‎-documenteigenschappen maken en bewerken

Documenteigenschappen maken en bewerken

12.6  Een rapport maken

U kunt op eenvoudige en efficiënte wijze een infraroodrapport maken met de FLIR Report Studio-wizard.

Volg deze procedure:

12.7  Een rapport exporteren

Voordat u het infraroodrapport naar uw klant stuurt, kunt u het exporteren in een van de volgende indelingen:
  • Klik op Flat DocX: Hiermee exporteert u het rapport als een plat rapport met het achtervoegsel '_flat'. Een plat rapport kan nog steeds worden bewerkt met gewone Microsoft Word-functies, maar het is niet langer mogelijk om de beeld-, veld- en tabelobjecten te beheren.
  • PDF: Hiermee exporteert u het rapport als een niet-bewerkbaar PDF-rapport.

Volg deze procedure:

12.8  Een rapportsjabloon maken

U kunt uw eigen rapportsjablonen maken met behulp van de Template Editor van FLIR Report Studio.

Volg deze procedure:

12.9  De instellingen wijzigen

U kunt de instellingen voor de eenheden voor temperatuur en afstand wijzigen.

Volg deze procedure:

12.10  Menu Help

Het menu Help bevat links naar informatie over ondersteuning en training, licenties, het zoeken naar updates enzovoort.
Het menu Help is beschikbaar op het tabblad FLIR onder Instellingen.

13  Rapportsjablonen maken

13.1  Algemeen

FLIR Report Studio wordt geleverd met verschillende rapportsjablonen (Microsoft Word *.dotx-bestanden). Als deze sjablonen niet voldoen aan uw behoeften, kunt u uw eigen aangepaste infraroodrapportsjablonen maken.

13.1.1  Wilt u weinig of veel rapportsjablonen?

Het is voor bedrijven niet ongebruikelijk om voor iedere klant een aparte sjabloon te maken. Als u een dergelijke sjabloon voor één klant gebruikt, is het handig om de bedrijfsspecifieke gegevens van uw klant in die sjabloon op te nemen, zodat u deze gegevens niet handmatig hoeft in te voeren nadat het infraroodrapport is gegenereerd.
Als u echter voor meerdere klanten infraroodrapporten kunt maken op basis van één sjabloon, of slechts enkele sjablonen, kunt u de bedrijfsspecifieke gegevens waarschijnlijk beter niet in de sjabloon opnemen, omdat dergelijke gegevens gemakkelijk kunnen worden ingevoerd bij het genereren van het rapport.

13.1.2  Typische structuur

Een aangepaste sjabloon voor een infraroodrapport bestaat doorgaans uit de volgende typen secties:
  • INTRO: Deze sectie bevat het voorblad van het rapport met bijvoorbeeld het logo van uw bedrijf en andere huisstijlelementen, de titel van het rapport, de naam en het adres van de klant, een samenvattingstabel en eventueel illustraties en andere relevante informatie.
  • DATA: Deze sectie bestaat uit een aantal verschillende pagina's die combinaties van objecten voor thermische beelden, digitale beelden, velden, tabellen en dergelijke bevatten. U kunt in uw rapport meerdere DATA-secties met verschillende typen inhoud invoegen, zoals 'Alleen IR', 'Alleen visueel', 'Twee IR' en 'Twee IR+Visueel'.
  • SLOT: In deze sectie kunt u uw conclusies, aanbevelingen, diagnosen en samenvattende beschrijvingen opnemen.

13.1.3  Een opmerking over het werken in de Microsoft Word‎-omgeving

Omdat FLIR Word Add-in een invoegtoepassing voor Microsoft Word is, kunnen in principe alle bestaande functies die u normaal gesproken gebruikt bij het maken van een Microsoft Word-documentsjabloon, ook worden gebruikt bij het maken van uw rapportsjablonen.
De FLIR Word Add-in voegt een aantal opdrachten toe die specifiek zijn voor het maken van infraroodbeelden en infraroodrapporten. Deze opdrachten zijn beschikbaar op het tabblad FLIR. U kunt deze functies samen met de normale Microsoft Word-functies gebruiken om infraroodrapporten te maken.

13.2  Een aangepaste infraroodrapportsjabloon maken

U kunt op drie verschillende manieren een rapportsjabloon maken:
  • Een basisrapportsjabloon aanpassen.
  • Een bestaande rapportsjabloon wijzigen.

13.2.1  Een basisrapportsjabloon aanpassen

Volg deze procedure:

13.2.2  Een bestaande sjabloon wijzigen vanuit de FLIR Word Add-in‎

Volg deze procedure:

13.2.3  Een bestaande sjabloon wijzigen vanuit de FLIR Report Studio‎-wizard

Volg deze procedure:

13.2.4  Meerdere DATA-secties toevoegen

U kunt één of meer nieuwe DATA-secties aan de rapportsjabloon toevoegen met verschillende soorten inhoud, zoals 'IR', 'Alleen visueel', 'Twee IR' en 'Twee IR+Visueel'.
Wanneer u een sjabloon met meerdere DATA-secties gebruikt in de FLIR Report Studio-wizard, wordt er een vervolgkeuzelijst weergegeven, zodat u de sectie kunt selecteren waaraan u beelden wilt toevoegen. Zie paragraaf 9.3.2 Beeldvenster.

Volg deze procedure:

13.2.5  Een sjablooncategorie selecteren

U kunt een of meer categorieën selecteren voor de rapportsjabloon.
Wanneer u de rapportsjabloon hebt opgeslagen en in de FLIR Report Studio-wizard hebt geïmporteerd, wordt de rapportsjabloon in het linkerdeelvenster van de wizard onder de geselecteerde categorie weergegeven. Zie paragraaf 9.3.1 Sjabloonvenster.

Volg deze procedure:

14  Ondersteunde bestandsformaten

14.1  Radiometrische bestandsformaten

FLIR Report Studio biedt ondersteuning voor de volgende radiometrische bestandsindelingen:
  • FLIR Systems radiometrisch *.jpg.

14.2  Niet-radiometrische bestandsformaten

FLIR Report Studio ondersteunt de volgende niet-radiometrische bestandsindelingen:
  • *.jpg.
  • *.mp4 (videobestanden).
  • *.avi (videobestanden).
  • *.pdf (rapporten).
  • *.docx (als rapporten).
  • *.dotx (als sjablonen).

15  Software-update

15.1  Algemeen

U kunt FLIR Report Studio bijwerken met de meest recente servicepacks. U kunt dit doen vanuit de FLIR Report Studio-wizard en vanuit de FLIR Word Add-in.

15.2  Procedure

Volg deze procedure:

16  Over FLIR Systems

FLIR Systems werd in 1978 opgericht om een pioniersrol te gaan vervullen in de ontwikkeling van geavanceerde infraroodbeeldsystemen en is wereldmarktleider op het gebied van ontwerp, fabricage en marketing van warmtebeeldsystemen voor uiteenlopende toepassingen in de sectoren handel, industrie en overheid. Tegenwoordig draagt FLIR Systems de geschiedenis in zich van vijf grote bedrijven die sinds 1958 uitzonderlijke prestaties hebben geleverd op het gebied van infraroodtechnologie; het Zweedse AGEMA Infrared Systems (voorheen AGA Infrared Systems), de drie Amerikaanse bedrijven Indigo Systems, FSI en Inframetrics en het Franse bedrijf Cedip.
Sinds 2007 heeft FLIR Systems diverse bedrijven met wereldwijd toonaangevende expertise op het gebied van sensortechnologieën overgenomen:
  • Extech Instruments (2007)
  • Ifara Tecnologías (2008)
  • Salvador Imaging (2009)
  • OmniTech Partners (2009)
  • Directed Perception (2009)
  • Raymarine (2010)
  • ICx Technologies (2010)
  • TackTick Marine Digital Instruments (2011)
  • Aerius Photonics (2011)
  • Lorex Technology (2012)
  • Traficon (2012)
  • MARSS (2013)
  • DigitalOptics divisie micro-optiek (2013)
  • DVTEL (2015)
  • Point Grey Research (2016)
  • Prox Dynamics (2016)
Graphic

Figuur 16.1  Patent documenten van begin jaren zestig

FLIR Systems beschikt over drie productiefabrieken in de Verenigde Staten (Portland, OR, Boston, MA, Santa Barbara, CA) en een in Zweden (Stockholm). Sinds 2007 staat er tevens een productiefabriek in Tallinn, Estland. Directe verkoopkantoren in België, Brazilië, China, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Hongkong, Italië, Japan, Korea, Zweden en de VS ondersteunen, in combinatie met een wereldwijd netwerk van vertegenwoordigers en distributeurs, onze internationale klantenkring.
FLIR Systems is een pionier op het gebied van innovatie binnen de infraroodcamera-industrie. Wij lopen vooruit op de marktvraag door constant onze bestaande camera's te verbeteren en nieuwe te ontwikkelen. Het bedrijf heeft mijlpalen gerealiseerd op het gebied van productontwerp en -ontwikkeling, zoals de introductie van de eerste draagbare camera op batterijvoeding voor industriële inspecties en de eerste ongekoelde infraroodcamera, om maar eens twee innovaties te noemen.
Graphic

Figuur 16.2  Thermovision Model 661 uit 1969. De camera woog ongeveer 25 kg, de oscilloscoop 20 kg en het statief 15 kg. De gebruiker had ook een 220 VAC generatorset en een 10-litervat met vloeibare stikstof nodig. Links van de oscilloscoop ziet u het Polaroid-hulpstuk (6 kg).

Graphic

Figuur 16.3  2015: FLIR One, een accessoire voor de iPhone en mobiele telefoons met Android. Gewicht: 90 g.

FLIR Systems produceert alle essentiële mechanische en elektronische onderdelen van de camerasystemen zelf. Van detectorontwerp en productie tot lenzen en systeemelektronica en eindtesten en kalibratie. Alle productiestappen worden onder toezicht van en door onze eigen technici uitgevoerd. De verregaande expertise van deze infraroodspecialisten maakt dat alle essentiële onderdelen die in uw infraroodcamera zijn gemonteerd nauwkeurig en betrouwbaar werken.

16.1  Meer dan zomaar een infraroodcamera

Bij FLIR Systems erkennen wij dat het onze taak is om verder te gaan dan slechts het produceren van de beste infraroodcamerasystemen. Wij doen er alles aan om alle gebruikers van onze infraroodcamerasystemen productiever te laten werken door hen de meest krachtige camera–softwarecombinatie te leveren. Speciaal op maat gemaakte software voor preventief onderhoud, R & D en procesbewaking worden intern ontwikkeld. De meeste software is verkrijgbaar in een groot aantal talen.
We ondersteunen al onze infraroodcamera's met vele accessoires, zodat u uw apparatuur kunt aanpassen aan de meest veeleisende infraroodtoepassingen.

16.2  Verspreiden van onze kennis

Ondanks dat onze camera's zijn ontwikkeld voor gebruikersvriendelijkheid, omvat thermografie veel meer dan alleen een camera weten te bedienen. Daarom heeft FLIR Systems het ITC (Infrared Training Center) opgericht, een aparte business unit waar certificatietrainingen worden gegeven. Als u een van de ITC-trainingen volgt, zult u echte praktijkervaring opdoen.
Het personeel van de ITC staat klaar om u waar nodig de toepassingsondersteuning te bieden die u nodig hebt om de infraroodtheorie in de praktijk te kunnen brengen.

16.3  Het ondersteunen van onze klanten

FLIR Systems maakt gebruik van een wereldwijd servicenetwerk, zodat uw camera te allen tijde blijft functioneren. Bij problemen met uw camera beschikken de plaatselijke servicecentra altijd over voldoende apparatuur en expertise om uw probleem zo snel mogelijk op te lossen. U hoeft uw camera dus niet naar de andere kant van de wereld te sturen of uw probleem aan iemand uit te leggen die uw taal niet spreekt.

17  Termen, wetten en definities

Term

Definitie

Absorptie en emissie1
De capaciteit of het vermogen van een object om incidentele stralingsenergie te absorberen is altijd gelijk aan het vermogen om zijn eigen energie als straling uit te zenden
Behoud van energie2
De som van de totale energie in een gesloten systeem is constant
Convectie
Een warmteoverdrachtmodus waarbij een vloeistof in beweging wordt gebracht, door zwaartekracht of een andere kracht, en warmte van de ene naar de andere plaats overdraagt
Diagnose
Onderzoek van symptomen en syndromen om de aard van storingen of defecten te bepalen3
Emissiegraad
Verhouding tussen de kracht van de straling van werkelijke objecten, en de kracht van de straling van een blackbody met dezelfde temperatuur en dezelfde golflengte4
Geleiding
Directe overdracht van thermische energie van molecuul op molecuul, veroorzaakt door botsingen van de moleculen
Gereflecteerde gevoelstemperatuur
De schijnbare temperatuur van de omgeving, die door het doel wordt gereflecteerd in de IR-camera5
Incidentele straling
Straling die op een object valt, afkomstig uit de omgeving van het object
IR-warmtebeeldvorming
Proces van acquisitie en analyse van thermische informatie door middel van contactloze warmtebeeldapparatuur
Isotherm
Vervangt bepaalde kleuren in de schaal door een contrasterende kleur. Markeert een interval van gelijke schijnbare temperatuur6
Kleurpalet
Wijst verschillende kleuren toe om specifieke niveaus van schijnbare temperaturen aan te geven. Kleurpaletten kunnen een hoog of laag contrast hebben, afhankelijk van de gebruikte kleuren
Kwalitatieve warmtebeeldvorming
Warmtebeeldvorming die vertrouwt op de analyse van thermische patronen voor het bepalen van het bestaan en de locatie van afwijkingen7
Kwantitatieve warmtebeeldvorming
Warmtebeeldvorming die gebruikmaakt van temperatuurmeting om de ernst van een afwijking te bepalen, voor het vaststellen van reparatieprioriteiten8
Opgevangen straling
straling die de oppervlakte van een object verlaat, ongeacht de oorspronkelijke bron ervan
Richting van warmtestroom9
Warmte stroomt spontaan van warmere naar koudere plaatsen, waardoor thermische energie wordt overdragen van de ene plaats naar een andere10
Ruimtelijke resolutie
Het vermogen van een IR-camera om kleine objecten of details weer te geven
Schijnbare temperatuur
Ongecompenseerde meetwaarde van een infraroodinstrument, dat alle straling op het instrument omvat, ongeacht de bronnen van de straling11
Stralingswarmteoverdracht
Warmteoverdracht door de emissie en absorptie van thermische straling
Temperatuur
Meting van de gemiddelde kinetische energie van de moleculen en atomen waaruit de substantie bestaat
Thermische afstemming
Het proces van het plaatsen van de kleuren van het beeld op het geanalyseerde object, voor het maximaliseren van het contrast
Thermische energie
De totale kinetische energie van de moleculen waaruit het object bestaat12
Thermische gradiënt
De geleidelijke temperatuurverandering over afstand13
Warmte
Thermische energie die tussen twee objecten (systemen) wordt overdragen door hun onderlinge temperatuurverschil
Warmteoverdrachtsverhouding14
De warmteoverdracht onder stabiele omstandigheden is evenredig met de thermische geleidendheid van het object, de diameter van het object waardoorheen de warmte stroomt, en het temperatuurverschil tussen de twee uiteinden van het object. De warmteoverdracht is omgekeerd evenredig aan de lengte of dikte van het object15

18  Thermografische meettechnieken

18.1  Inleiding

Een infraroodcamera meet de uitgezonden infraroodstraling van een object en beeldt deze af. Aangezien straling afhankelijk is van de oppervlaktetemperatuur van een object kan de camera de temperatuur van het object berekenen en weergeven.
De straling die wordt gemeten door de camera is echter niet alleen afhankelijk van de temperatuur van het object, maar ook van de emissiegraad. Straling is ook afkomstig van de omgeving en wordt gereflecteerd in het object. De straling van het object en de gereflecteerde straling worden bovendien beïnvloed door de absorptie van de atmosfeer.
Om de temperatuur nauwkeurig te kunnen meten, moeten dus de effecten van een aantal verschillende stralingsbronnen worden gecompenseerd. Dit doet de camera automatisch on line. De volgende objectparameters moeten echter voor de camera worden opgegeven:
  • De emissiegraad van het object
  • De gereflecteerde gevoelstemperatuur
  • De afstand tussen het object en de camera
  • De relatieve luchtvochtigheid
  • Temperatuur van de atmosfeer

18.2  Emissiegraad

De belangrijkste objectparameter die correct moet worden ingesteld is de emissiegraad; dit is, kort gezegd, de maat voor de hoeveelheid straling die wordt uitgestraald door het object, vergeleken met de straling die afkomstig is van een perfect zwartlichaam met dezelfde temperatuur.
Normaal gesproken vertonen materialen en oppervlaktebehandelingen van objecten een emissiegraad variërend van ongeveer 0,1 tot 0,95. Een glanzend gepolijst (spiegelend) oppervlak heeft een emissiegraad van minder dan 0,1, terwijl een geoxideerd of geverfd oppervlak een hogere emissiegraad heeft. Verf op oliebasis, ongeacht de kleur in het zichtbare spectrum, heeft een emissiegraad van meer dan 0,9 in het infrarood. De menselijke huid heeft een emissiegraad tussen 0,97 en 0,98.
Niet-geoxideerde metalen vormen een uitzonderlijk geval, met hun volledige ondoorzichtigheid en hun hoge reflectie, die niet erg varieert met de golflengte. Daardoor hebben metalen een lage emissiegraad – neemt alleen toe wanneer de temperatuur stijgt. Voor andere materialen dan metalen is de emissiegraad meestal vrij hoog, en neemt deze af met het dalen van de temperatuur.

18.2.1  De emissiegraad van een proef bepalen

18.2.1.1  Stap 1: Het bepalen van de gereflecteerde gevoelstemperatuur

Gebruik een van de volgende methoden om de gereflecteerde gevoelstemperatuur te bepalen:
18.2.1.1.1  Methode 1: Directe methode
U kunt geen thermokoppel gebruiken voor het meten van gereflecteerde schijnbare temperatuur, aangezien een thermokoppel temperatuur meet, terwijl schijnbaar temperatrure in feite stralingsintensiteit is.
18.2.1.1.2  Methode 2: Reflectormethode

18.2.1.2  Stap 2: Het bepalen van de emissiegraad

18.3  Gereflecteerde gevoelstemperatuur

Deze parameter wordt gebruikt om de straling die wordt gereflecteerd in het object te compenseren. Als de emissiegraad laag is en de objecttemperatuur relatief ver van die van het gereflecteerde object ligt, is het belangrijk om de gereflecteerde gevoelstemperatuur goed in te stellen en deze hier correct voor te compenseren.

18.4  Afstand

De afstand is de afstand tussen het object en de voorste lens van de camera. Deze parameter wordt gebruikt om de volgende twee feiten te compenseren:
  • Dat straling van het object door de atmosfeer tussen het object en de camera wordt geabsorbeerd.
  • De straling van de atmosfeer zelf door de camera wordt gedetecteerd.

18.5  Relatieve luchtvochtigheid

De camera kan ook compensatie bieden voor het feit dat de transmissie ook afhankelijk is van de relatieve luchtvochtigheid van de atmosfeer. Hiervoor moet u de relatieve luchtvochtigheid instellen op de juiste waarde. Voor korte afstanden en bij een normale vochtigheid kunt u de relatieve luchtvochtigheid normaal gesproken handhaven op de standaardwaarde van 50%.

18.6  Overige parameters

Bovendien kunt u met sommige camera's en analyseprogramma's van FLIR Systems de volgende parameters compenseren:
  • Atmosferische temperatuur, dat wil zeggen: de temperatuur van de atmosfeer tussen de camera en het doel
  • Temperatuur externe optiek, dat wil zeggen: de temperatuur van alle externe lenzen of vensters die worden gebruikt voor de camera
  • Externe optiektransmissie – dat wil zeggen: de transmissie van alle externe lenzen of vensters die worden gebruikt voor de camera

19  Geschiedenis van infraroodtechnologie

Voor het jaar 1800 werd het bestaan van het infrarooddeel van het elektromagnetische spectrum niet eens vermoed. De oorspronkelijke betekenis van het infraroodspectrum, of gewoon ‘het infrarood’ zoals het vaak wordt genoemd, als een vorm van warmtestraling ligt nu misschien minder voor de hand dan toen het in 1800 door Herschel werd ontdekt.
Graphic

Figuur 19.1  Sir William Herschel (1738–1822)

De ontdekking werd toevallig gedaan toen werd gezocht naar een nieuw optisch materiaal. Sir William Herschel (astronoom aan het hof van koning George III van Engeland, en al beroemd om zijn ontdekking van de planeet Uranus) zocht naar een optisch filtermateriaal waarmee de helderheid van het beeld van de zon in telescopen tijdens zonneobservaties kon worden beperkt. Bij het testen van verschillende monsters van gekleurd glas die vergelijkbare helderheidsreducties gaven, raakte hij geïntrigeerd door zijn ontdekking dat door sommige monsters maar heel weinig zonnewarmte heen kwam, terwijl er door andere zoveel warmte binnenkwam dat hij schade aan zijn ogen riskeerde na slechts een paar seconden observeren.
Herschel was er al snel van overtuigd dat hij een systematisch experiment moest opzetten, met als doel dat ene materiaal te vinden dat zowel de gewenste afname van helderheid zou geven als de maximale afname van warmte. Hij begon het experiment door het prisma-experiment van Newton te herhalen, maar daarbij keek hij meer naar het verwarmingseffect dan naar de visuele verdeling van intensiteit in het spectrum. Eerst maakte hij de bel van een gevoelige kwikthermometer zwart met inkt. Dit gebruikte hij als een stralingsdetector toen hij verderging met het testen van het verwarmingseffect van de verschillende kleuren van het spectrum: dit spectrum werd op de bovenkant van een tafel gevormd doordat hij zonlicht door een glazen prisma liet vallen. Andere thermometers, die buiten de stralen van de zon werden geplaatst, fungeerden als controlethermometers.
Terwijl de zwartgemaakte thermometer langzaam langs de kleuren van het spectrum werd verplaatst, gaven de temperatuuraflezingen een gestage toename te zien van het violet-eind naar het rode eind. Dit was niet geheel onverwacht, aangezien de Italiaanse onderzoeker Landriani in een vergelijkbaar experiment in 1777 vrijwel hetzelfde effect had geconstateerd. Het was echter Herschel die als eerste inzag dat er een punt moest zijn waar het verwarmingseffect een maximum bereikt, en dat dit punt niet kon worden bepaald bij metingen die alleen op het zichtbare gedeelte van het spectrum werden uitgevoerd.
Graphic

Figuur 19.2  Marsilio Landriani (1746–1815)

Door de thermometer naar het zwarte gebied voorbij het rode eind van het spectrum te verplaatsen, kon Herschel bevestigen dat de warmte bleef toenemen. Het maximumpunt, toen hij dat vond, lag ver voorbij het rode eind, in wat we tegenwoordig de 'infraroodgolflengten' noemen.
Toen Herschel zijn ontdekking bekendmaakte, noemde hij dit nieuwe gedeelte van het elektromagnetische spectrum het ‘thermometrische spectrum’. De straling zelf noemde hij soms de ‘donkere warmte’, of gewoon 'de onzichtbare stralen'. Ironisch genoeg, en in tegenstelling tot de algemene opvatting, was het niet Herschel die de term 'infrarood' introduceerde. Het woord verscheen pas ongeveer 75 jaar later in gedrukte teksten en het is nog steeds onduidelijk van wie dit woord afkomstig was.
Dat Herschel glas gebruikte in het prisma van zijn oorspronkelijke experiment leidde in het begin tot enige controverses met zijn tijdgenoten over het werkelijke bestaan van de infraroodgolflengten. Verschillende onderzoekers gebruikten, in een poging om zijn werk te bevestigen, verschillende soorten glas door elkaar, met verschillende transparanties in het infrarood. Door zijn latere experimenten was Herschel zich bewust van de beperkte transparantie van glas voor de nieuw ontdekte thermische straling, en hij moest wel concluderen dat de optiek voor het infrarood waarschijnlijk gedoemd was uitsluitend te worden gebruikt voor reflecterende elementen (dat wil zeggen platte en gebogen spiegels). Gelukkig bleek dit tot slechts 1830 het geval te zijn, toen een Italiaanse onderzoeker, Melloni, zijn grote ontdekking deed dat in de natuur voorkomend rotszout (NaCl) (dat in voldoende grote natuurlijke kristallen voorhanden was om er lenzen en prisma's van te maken) bijzonder transparant is voor het infrarood. Het gevolg was dat rotszout het belangrijkste optische infraroodmateriaal werd en dat de volgende honderd jaar ook bleef, tot men in de jaren 1930 de kunst van het kweken van synthetische kristallen leerde beheersen.
Graphic

Figuur 19.3  Macedonio Melloni (1798–1854)

De positie van thermometers als stralingsdetectoren bleef onbetwist tot 1829, het jaar waarin Nobili het thermokoppel uitvond. (De eigen thermometer van Herschel kon slechts worden afgelezen tot een nauwkeurigheid van 0,2 °C, en latere modellen konden worden afgelezen tot een nauwkeurigheid van 0,05 °C). En toen kwam er een doorbraak: Melloni sloot een aantal thermokoppels in een serie op elkaar aan en vormde daarmee de eerste thermobatterij. Dit nieuwe apparaat was minimaal 40 keer gevoeliger dan de beste thermometer van die tijd voor het detecteren van warmtestraling en kon de warmte detecteren van een persoon op drie meter afstand.
Het eerste zogenaamde warmtebeeld werd mogelijk in 1840 gemaakt, en was het resultaat van werkzaamheden door Sir John Herschel, zoon van de ontdekker van het infrarood en zelf ook een beroemd astronoom. Op basis van de differentiële verdamping van een dunne oliefilm die werd blootgesteld aan een warmtepatroon dat erop werd gericht, kon het warmtebeeld worden gezien door gereflecteerd licht waarbij de interferentie-effecten van de oliefilm het beeld zichtbaar maakten voor het blote oog. Sir John slaagde er ook in een primitieve record van het warmtebeeld op papier te maken, wat hij een 'thermogram' noemde.
Graphic

Figuur 19.4  Samuel P. Langley (1834–1906)

De gevoeligheid van de infrarooddetector werd langzaam beter. Een andere belangrijke doorbraak, waarvoor Langley zorgde in 1880, was de uitvinding van de bolometer. Deze bestond uit een dunne zwartgemaakte platinastrip die werd aangesloten op één arm van een brug van Wheatstone, waarop de infraroodstraling werd gericht en waarop een gevoelige galvanometer reageerde. Het schijnt dat dit instrument de warmte van een koe kon detecteren op een afstand van 400 meter.
Een Engelse wetenschapper, Sir James Dewar, introduceerde het gebruik van vloeibaar gemaakte gassen als koelmiddel (zoals vloeibare stikstof met een temperatuur van -196 °C) in onderzoek bij lage temperaturen. In 1892 vond hij een unieke isolerende vacuümcontainer uit waarin vloeibaar gemaakte gassen hele dagen konden worden bewaard. De gewone 'thermosfles', die wordt gebruikt voor het bewaren van warme en koude dranken, is gebaseerd op zijn uitvinding.
Tussen 1900 en 1920 ontdekten de uitvinders van de wereld het infrarood. Er zijn veel patenten uitgegeven voor apparatuur om mensen, wapens, vliegtuigen, schepen en zelfs ijsbergen te detecteren. De ontwikkeling van de eerste besturingssystemen, in de moderne betekenis van het woord, begon tijdens de oorlog van '14-'18, toen beide partijen onderzoeksprogramma's wijdden aan militaire toepassingen van het infrarood. Deze programma's omvatten experimentele systemen voor indringing bij/detectie van de vijand, registreren van temperatuur op afstand, beveiligde communicatie en geleiding van vliegende torpedo's. Een infraroodzoeksysteem dat in deze periode werd getest kon een naderend vliegtuig detecteren op een afstand van 1,5 km of een persoon op een afstand van meer dan 300 meter .
De gevoeligste systemen tot dit moment waren alle gebaseerd op variaties van het bolometerprincipe, maar in het interbellum werden twee revolutionaire nieuwe infrarooddetectoren ontwikkeld: de beeldomzetter en de fotondetector. In eerste instantie kreeg de beeldomzetter de meeste aandacht van het leger, omdat het de kijker voor het eerst in de geschiedenis in staat stelde letterlijk in het donker te zien. De gevoeligheid van de beeldomzetter was echter beperkt tot de nabije-infraroodgolflengten en de interessantste militaire doelen (dat wil zeggen vijandelijke soldaten) moesten worden verlicht met infraroodzoekstralen. Aangezien hierbij het risico ontstond dat de positie van de kijker werd verraden aan een met dezelfde apparatuur uitgeruste vijandelijke kijker, is het begrijpelijk dat de belangstelling van het leger voor de beeldomzetter uiteindelijk verdween.
De tactische militaire nadelen van zogenaamde 'actieve' (dat wil zeggen met een zoekstraal uitgeruste) warmtebeeldsystemen vormden na WOII een stimulans voor grootschalige geheime militaire IR-onderzoeksprogramma's naar de mogelijkheden van de ontwikkeling van een 'passief' (zonder zoekstraal) systeem op basis van de extreem gevoelige fotondetector. In deze periode voorkwamen de militaire geheimhoudingsbepalingen dat er ook maar iets bekend werd gemaakt over de status van infraroodbeeldtechnologie. Deze geheimhouding werd pas vanaf het begin van de jaren 1950 stukje bij beetje opgeheven en vanaf dat moment kwam eindelijk geschikte apparatuur voor warmtebeeldtechnologie beschikbaar voor de burgerwetenschap en -industrie.

20  Theorie van de thermografie

20.1  Inleiding

De onderwerpen van infraroodstraling en de bijbehorende techniek van thermografie zijn nog steeds nieuw voor velen die een infraroodcamera gaan gebruiken. In dit gedeelte wordt de theorie beschreven die ten grondslag ligt aan thermografie.

20.2  Het elektromagnetische spectrum

Het elektromagnetische spectrum is arbitrair verdeeld in een aantal golflengteregio's, banden genoemd, die worden onderscheiden door de methoden die worden gebruikt om straling te produceren en te detecteren. Er is geen fundamenteel verschil tussen straling in de verschillende banden van het elektromagnetische spectrum. Zij worden alle geregeerd door dezelfde wetten en de enige verschillen zijn de verschillen ten gevolge van verschillen in golflengte.
Graphic

Figuur 20.1  Het elektromagnetische spectrum. 1: Röntgen; 2: UV; 3: Zichtbaar; 4: IR; 5: Microgolven; 6: Radiogolven.

Thermografie maakt gebruik van de IR-spectraalband. Aan het eind van de korte golflengte ligt de grens bij de limiet van visuele waarneming, in het dieprood. Aan het eind van de lange golflengte komt de grens samen met de microgolf-radiogolflengten, in het millimeterbereik.
De infraroodband is verder onderverdeeld in vier smallere banden, waarvan de grenzen ook arbitrair zijn gekozen. Dit zijn: het nabij-infrarood (0,75–3 μm), het midden-infrarood (3–6 μm), het ver-infrarood (6–15 μm) en het extreem-infrarood (15–100 μm). De golflengten worden wel gegeven in μm (micrometers), maar er worden nog steeds vaak andere eenheden gebruikt om golflengten in deze spectrale regio te meten, bijvoorbeeld nanometer (nm) en Ångström (Å).
De relatie tussen de verschillende golflengtematen is als volgt:
formula

20.3  Straling van een blackbody

Een blackbody wordt gedefinieerd als een object dat alle straling absorbeert die er op welke golflengte dan ook op valt. De kennelijk verkeerde aanduiding zwart met betrekking tot een object dat straling uitzendt wordt verklaard door de wet van Kirchhoff (naar Gustav Robert Kirchhoff, 1824–1887), die zegt dat een lichaam dat alle straling op elke golflengte kan absorberen ook in staat is om straling uit te zenden.
Graphic

Figuur 20.2  Gustav Robert Kirchhoff (1824–1887)

De constructie van een blackbody-bron is in principe erg simpel. De stralingskenmerken van een opening in een isotherme ruimte van een ondoorzichtig absorberend materiaal vertegenwoordigen vrijwel exact de eigenschappen van een blackbody. Een praktische toepassing van dit principe op de constructie van een perfect absorptiemiddel van straling bestaat uit een doos die lichtdicht is op een opening in een van de zijden na. Elke straling die vervolgens het gat binnendringt, wordt verspreid en geabsorbeerd door herhaalde reflecties zodat alleen een eindeloos kleine fractie eventueel zou kunnen ontsnappen. De zwartheid die wordt verkregen bij de opening is vrijwel gelijk aan een blackbody en is bijna perfect voor alle golflengten.
Het levert een zodanige isothermische ruimte met een geschikt verwarmingselement, dat het een zogenaamde stralingsruimte wordt. Een isotherme ruimte die wordt verwarmd tot een uniforme temperatuur genereert blackbody-straling, waarvan de kenmerken uitsluitend worden bepaald door de temperatuur van de ruimte. Dergelijke stralingsruimten worden veel gebruikt als stralingsbron in temperatuurreferentiestandaarden in een laboratoriumomgeving voor het kalibreren van thermografische instrumenten, zoals bijvoorbeeld een FLIR Systems-camera.
Als de temperatuur van blackbody-straling oploopt tot meer dan 525 °C, wordt de bron langzaam zichtbaar zodat het voor het oog niet meer als zwart overkomt. Dit is de beginnende rode-warmtetemperatuur van de radiator, die vervolgens oranje of geel wordt als de temperatuur verder oploopt. In feite is de definitie van de zogenaamde kleurtemperatuur van een object de temperatuur waartoe een blackbody moet worden verwarmd om er hetzelfde uit te zien.
Nu volgen er drie formules die de straling beschrijven die wordt uitgezonden door een blackbody.

20.3.1  De wet van Planck

Graphic

Figuur 20.3  Max Planck (1858–1947)

Max Planck (1858–1947) kon de spectrale verspreiding van straling van een blackbody aan de hand van de volgende formule beschrijven:
formula
waarbij:
Wλb
Emittantie spectrale radiant van blackbody bij golflengte λ.
c
Snelheid van het licht = 3 × 108 m/s
h
Constante van Planck = 6,6 × 10-34 Joule sec.
k
Constante van Boltzmann = 1,4 × 10-23 Joule/K.
T
Absolute temperatuur (K) van een blackbody.
λ
Golflengte (μm).
Wanneer de formule van Planck grafisch wordt uitgezet voor verschillende temperaturen, ontstaat er een groep van curven. Als je een bepaalde Planck-curve volgt, is de spectrale emittantie nul bij λ = 0, en neemt die daarna snel toe tot een maximum bij een golflengte λmax: vervolgens benadert de emissie de nul weer bij zeer lange golflengten. Hoe hoger de temperatuur is, des te korter is de golflengte waarbij het maximum optreedt.
Graphic

Figuur 20.4  Emittantie van spectrale radiant van blackbody volgens de wet van Planck, uitgezet voor verschillende absolute temperaturen. 1: Emittantie spectrale radiant (W/cm2 × 103(μm)); 2: Golflengte (μm)

20.3.2  Verschuivingswet van Wien

Wanneer we de formule van Planck differentiëren ten opzichte van λ en het maximum zoeken, krijgen we:
formula
Dit is de formule van Wien (naar Wilhelm Wien, 1864–1928), die de algemene observatie dat kleuren veranderen van rood in oranje of geel naarmate de temperatuur van een thermische radiator toeneemt mathematisch uitdrukt. De golflengte van de kleur is dezelfde als de golflengte die is berekend voor λmax. Een goede benadering van de waarde van λmax voor een bepaalde blackbody-temperatuur wordt verkregen door de vuistregel 3.000/T μm toe te passen. Dat betekent dat een zeer hete ster zoals Sirius (11.000 K), die een blauwachtig wit licht uitstraalt, straling uitstraalt waarbij de piek van de emittantie van de spectrale radiant optreedt binnen het onzichtbare ultravioletspectrum, bij golflengte 0,27 μm.
Graphic

Figuur 20.5  Wilhelm Wien (1864–1928)

De zon (ongeveer 6.000 K) straalt geel licht uit, waarbij de piek optreedt op ongeveer 0,5 μm in het midden van het zichtbare lichtspectrum.
Bij kamertemperatuur (300 K) ligt de piek van de emittantie van de radiant op 9,7 μm, in het ver-infrarood, terwijl bij de temperatuur van vloeibare stikstof (77 K) het maximum van de bijna onbetekenende hoeveelheid radiantemittantie optreedt bij 38 μm, in de extreem-infraroodgolflengten.
Graphic

Figuur 20.6  De curven van Planck uitgezet op semi-logschalen van 100 K tot 1000 K. De stippellijn vertegenwoordigt de puntenverzameling van de maximale radiantemittantie bij elke temperatuur zoals beschreven door de verschuivingswet van Wien. 1: Emittantie spectrale radiant (W/cm2 (μm)); 2: Golflengte (μm).

20.3.3  De wet van Stefan-Boltzmann

Wanneer we de formule van Planck van λ = 0 tot λ = ∞ integreren, krijgen we de totale radiantemittantie (Wb) van een blackbody:
formula
Dit is de wet van Stefan-Boltzmann (naar Josef Stefan, 1835–1893, en Ludwig Boltzmann, 1844–1906), die beweert dat het totale uitstralende vermogen van een blackbody evenredig is met de vierde macht van zijn absolute temperatuur. Grafisch vertegenwoordigt Wb het gebied onder de curve van Planck voor een bepaalde temperatuur. Er kan worden getoond dat de radiantemittantie in het interval λ = 0 tot en met λmax slechts 25% van het totaal is, wat ongeveer de hoeveelheid straling van de zon binnen het zichtbare lichtspectrum vertegenwoordigt.
Graphic

Figuur 20.7  Josef Stefan (1835–1893) en Ludwig Boltzmann (1844–1906)

Als we de energie die wordt uitgestraald door een menselijk lichaam berekenen met de wet van Stefan-Boltzmann, bij een temperatuur van 300 K en een extern oppervlaktegebied van ongeveer 2 m2, krijgen we 1 kW. Dit energieverlies is niet vol te houden zonder de compenserende absorptie van straling van omringende oppervlakten, bij kamertemperaturen die niet te zeer afwijken van de temperatuur van het lichaam, of natuurlijk, de toevoeging van kleren.

20.3.4  Zenders die geen blackbody zijn

Tot dusver zijn alleen blackbody-radiatoren en blackbody-straling besproken. Echte objecten voldoen echter vrijwel nooit aan deze wetten over een groot golflengtegebied hoewel zij het gedrag van een blackbody in bepaalde spectrale intervallen kunnen benaderen. Bijvoorbeeld een bepaald type witte verf kan volkomen wit lijken in het zichtbare lichtspectrum, maar wordt duidelijk grijs op ongeveer 2 μm en is voorbij de 3 μm bijna zwart.
Er zijn drie mogelijke processen die voorkomen dat een echt object optreedt als een blackbody: een fractie van de invallende straling α kan worden geabsorbeerd, een fractie ρ kan worden gereflecteerd en een fractie τ kan worden doorgelaten. Aangezien al deze factoren min of meer afhankelijk zijn van de golflengte, wordt het subscript λ gebruikt om de spectrale afhankelijkheid van hun definities te suggereren. Dus:
  • De spectrale absorptie αλ= de verhouding van de spectrale radiantenergie geabsorbeerd door een object ten opzichte van de energie die erop valt.
  • De spectrale reflectiecoëfficiënt ρλ = de verhouding van de spectrale radiantenergie gereflecteerd door een object ten opzichte van de energie die erop valt.
  • De spectrale transmissie τλ = de verhouding van de spectrale radiantenergie verzonden door een object ten opzichte van de energie die erop valt.
De som van deze drie factoren moet altijd één zijn bij elke golflengte, dus we hebben de relatie:
formula
Voor ondoorzichtige materialen geldt dat τλ = 0 en wordt de relatie als volgt vereenvoudigd:
formula
Een andere factor, emissiegraad genoemd, is nodig om de fractie ε te beschrijven van de radiantemittantie van een zwartlichaam dat wordt gemaakt door een object bij een specifieke temperatuur. Zo hebben we de definitie:
De spectrale emissiegraad ελ= de verhouding van de spectrale radiantenergie van een object ten opzichte van die van een blackbody bij dezelfde temperatuur en golflengte.
Mathematisch uitgedrukt kan dit als volgt worden geschreven als de verhouding van de speciale emittantie van het object ten opzichte van die van een blackbody:
formula
Algemeen gesproken zijn er drie soorten stralingsbronnen, onderscheiden door de manieren waarin de spectrale emittantie van elk varieert met de golflengte.
  • Een blackbody waarvoor ελ = ε = 1
  • Een graybody waarvoor ελ = ε = constant minder dan 1
  • Een selectieve radiator, waarvoor ε varieert met de golflengte
Volgens de wet van Kirchhoff zijn voor elk materiaal de spectrale emissiegraad en de spectrale absorptie van een lichaam gelijk bij elke opgegeven temperatuur en golflengte. Dat wil zeggen:
formula
Hieruit volgt voor een ondoorzichtig materiaal (aangezien αλ + ρλ = 1):
formula
Voor glanzend gepolijste materialen benadert ελ nul, zodat we voor een perfect reflecterend materiaal (dat wil zeggen, een perfecte spiegel) hebben:
formula
Voor een graybody radiator wordt de formule van Stefan-Boltzmann:
formula
Deze formule stelt dat het totale uitstralende vermogen van een graybody gelijk is aan dat van een blackbody bij dezelfde temperatuur die gereduceerd is, evenredig aan de waarde van ε van de graybody.
Graphic

Figuur 20.8  Spectrale radiantemittantie van drie soorten radiatoren. 1: Spectrale radiantemittantie; 2: Golflengte; 3: Blackbody; 4: Selectieve radiator; 5: Graybody.

Graphic

Figuur 20.9  Spectrale emissiegraad van drie soorten radiatoren. 1: Spectrale emissiegraad; 2: Golflengte; 3: Blackbody; 4: Graybody; 5: Selectieve radiator.

20.4  Infrarood semi-transparante materialen

Neem nu een niet-metalen semi-transparant lichaam, laten we zeggen in de vorm van een dikke platte plaat van plastic. Wanneer de plaat wordt verwarmd, moet de straling die wordt gegenereerd binnen het volume zich door het materiaal waarin het deels wordt geabsorbeerd heen naar de oppervlakte werken. Als de straling aan de oppervlakte komt, wordt bovendien een deel ervan weer naar binnen gereflecteerd. De teruggereflecteerde straling wordt weer deels geabsorbeerd, maar een deel ervan komt bij de andere oppervlakte: hier ontsnapt de meeste straling, maar een deel wordt weer gereflecteerd. Hoewel de progressieve reflecties steeds zwakker worden, moeten zij alle bij elkaar worden opgeteld om de totale emittantie van de plaat te bepalen. Wanneer de resulterende geometrische serie wordt opgeteld, wordt de effectieve emissiegraad van een semi-transparante plaat als volgt verkregen:
formula
Wanneer de plaat ondoorzichtig wordt, wordt deze formule gereduceerd tot de enkelvoudige formule:
formula
Deze laatste relatie is bijzonder handig, omdat het vaak makkelijker is om reflectie te meten dan om rechtstreeks de emissiegraad te meten.

21  De meetformule

Zoals gezegd vangt de camera bij het bekijken van een object niet alleen straling op van het object zelf. Hij vangt ook straling op van de omgeving die via het oppervlak van het object wordt gereflecteerd. Beide stralingsbestanddelen worden in zekere mate verzwakt door de atmosfeer in het meetpad. Daar komt nog een derde stralingsbron bij, namelijk de atmosfeer zelf.
Deze beschrijving van de meetsituatie (zie ook de onderstaande figuur) geeft tot dusverre een redelijk getrouwe beschrijving van de daadwerkelijke omstandigheden. Maar er is bijvoorbeeld geen rekening gehouden met het zonlicht dat zich door de atmosfeer verspreidt of verdwaalde straling van krachtige stralingsbronnen buiten het gezichtsveld. Dergelijke verstoringen zijn moeilijk te kwantificeren. Gelukkig zijn ze in de meeste gevallen echter verwaarloosbaar klein. Als ze niet verwaarloosbaar zijn, blijkt het storingsrisico waarschijnlijk duidelijk uit de meetconfiguratie, in ieder geval voor een geoefend gebruiker. Hij is er vervolgens voor verantwoordelijk dat de meetsituatie wordt aangepast om de storing te vermijden, bijv. door de kijkrichting te wijzigen, krachtige stralingsbronnen af te schermen enz.
Uitgaande van de bovenstaande beschrijving kunnen we de onderstaande afbeelding gebruiken om een formule te herleiden voor de berekening van de objecttemperatuur op basis van de gekalibreerde camera-output.
Graphic

Figuur 21.1  Een schematische weergave van de algemene thermografische meetsituatie.1: Omgeving; 2: Object; 3: Atmosfeer; 4: Camera

Laten we aannemen dat het opgevangen uitstralingsvermogen W vanuit een blackbody-temperatuurbron Tsource op korte afstand een camera-uitvoersignaal Usource genereert dat proportioneel is aan de vermogensinvoer (vermogenslineaire camera). We kunnen dan stellen (Vergelijking 1):
formula
of, vereenvoudigd:
formula
waarbij C een constante is.
Als de bron een graybody is met emittantie ε vloeit daaruit voort dat de opgevangen straling gelijk zou zijn aan εWsource.
We kunnen nu de drie termen voor het verzamelde uitstralingsvermogen uitschrijven:
Het totale opgevangen uitstralingsvermogen kan nu worden uitgeschreven (Vergelijking 2):
formula
We vermenigvuldigen iedere term met de constante C uit Vergelijking 1 en vervangen de CW-producten met de corresponderende U volgens dezelfde vergelijking. We krijgen dan (Vergelijking 3):
formula
Los Vergelijking 3 op voor Uobj (Vergelijking 4):
formula
Dit is de algemene meetformule die wordt gebruikt in alle thermografische apparatuur van FLIR Systems. De spanningen van de formule zijn:

Tabel 21.1  Spanningen

Uobj
Berekende uitgangsspanning van de camera voor een blackbody met temperatuur Tobj, d.w.z. een spanning die rechtstreeks kan worden omgezet naar de werkelijke gevraagde objecttemperatuur.
Utot
De gemeten uitgangsspanning van de camera voor het betreffende geval.
Urefl
De theoretische uitgangsspanning van de camera voor een blackbody met temperatuur Trefl volgens de kalibratie.
Uatm
De theoretische uitgangsspanning van de camera voor een blackbody met temperatuur Tatm volgens de kalibratie.
De gebruiker moet een aantal parameterwaarden opgeven voor de berekening:
  • de emittantie van het object ε,
  • de relatieve vochtigheid,
  • Tatm
  • de afstand van het object (Dobj)
  • de (effectieve) temperatuur van de omgeving van het object of de gereflecteerde omgevingstemperatuur Trefl en
  • de temperatuur van de atmosfeer Tatm
Dit kan soms een zware opgave zijn voor de gebruiker omdat er normaal gesproken geen makkelijke manier is om de nauwkeurige waarden voor emittantie en atmosferische transmissie voor het betreffende geval te vinden. De twee temperaturen vormen normaal gesproken niet zo'n groot probleem, mits er geen grote en krachtige stralingsbronnen in de omgeving aanwezig zijn.
Een logische vraag in dit verband is: Hoe belangrijk is het om de juiste waarden voor deze parameters te kennen? Het is misschien nuttig om nu al wat gevoel te krijgen voor dit probleem door te kijken naar enkele verschillende meetgevallen en de relatieve grootheden van de drie stralingstermen te vergelijken. Dit levert aanwijzingen op om te kunnen beoordelen wanneer de juiste waarden van welke parameters moeten worden gebruikt.
De onderstaande afbeeldingen geven de relatieve grootheden weer van de drie stralingsbestanddelen voor drie verschillende objecttemperaturen, twee emittanties en twee spectraalbereiken: KG (korte golf) en LG (lange golf). De overblijvende parameters hebben de volgende vaste waarden:
  • τ = 0,88
  • Trefl = +20 °C
  • Tatm = +20 °C
Duidelijk is dat het meten van lage objecttemperaturen meer van kritieke aard is dan het meten van hoge temperaturen, omdat de ‘storende’ stralingsbronnen in het eerste geval relatief veel sterker zijn. Als ook de emittantie van het object laag zou zijn, zou de situatie nog veel lastiger zijn.
Tenslotte moeten we nog een vraag beantwoorden over hoe belangrijk het is om de kalibratiecurve te mogen gebruiken boven het hoogste kalibratiepunt, oftewel extrapolatie. Stelt u zich voor dat we in een bepaald geval meten Utot = 4,5 volt. Het hoogste kalibratiepunt voor de camera lag bij 4,1 volt, een onbekende waarde voor de gebruiker. Zelfs als het object toevallig een blackbody zou zijn, d.w.z. Uobj = Utot, zijn we zo in feite bezig met het extrapoleren van de kalibratiecurve als we 4,5 volt omzetten naar een temperatuur.
Laten we nu aannemen dat het object niet zwart is, een emittantie van 0,75 heeft en een transmissie van 0,92. We nemen ook aan dat de som van de beide tweede termen in Vergelijking 4 samen 0,5 volt bedraagt. Berekening van Uobj met behulp van Vergelijking 4 geeft dan Uobj = 4,5 / 0,75 / 0,92 – 0,5 = 6,0. Dit is een vrij extreme extrapolatie, vooral als we rekening houden met het feit dat de videoversterker de uitvoer mogelijk beperkt tot 5 volt! Merk echter op dat de toepassing van de kalibratiecurve een theoretische procedure is, waarbij er geen sprake is van elektronische of andere beperkingen. We gaan ervan uit dat, als de camera geen signaalbeperkingen zou hebben en als deze ver boven 5 volt zou zijn gekalibreerd, de resulterende curve in hoge mate gelijk zou zijn aan onze werkelijke curve bij extrapolatie boven 4,1 volt, mits het algoritme voor de kalibratie is gebaseerd op stralingsfysica, zoals het algoritme van FLIR Systems. Natuurlijk kent een dergelijke extrapolatie zijn grenzen.
Graphic

Figuur 21.2  Relatieve grootheden van stralingsbronnen onder diverse meetomstandigheden (SW-camera). 1: Objecttemperatuur; 2: Emittantie; Obj: Objectstraling; Refl: Gereflecteerde straling; Atm: atmosferische straling. Vaste parameters: τ = 0,88; Trefl = 20 °C; Tatm = 20 °C.

Graphic

Figuur 21.3  Relatieve grootheden van stralingsbronnen onder diverse meetomstandigheden (LW-camera). 1: Objecttemperatuur; 2: Emittantie; Obj: Objectstraling; Refl: Gereflecteerde straling; Atm: atmosferische straling. Vaste parameters: τ = 0,88; Trefl = 20 °C; Tatm = 20 °C.

22  Tabellen voor emissiegraad

In dit gedeelte wordt een compilatie gegeven van emissiegraadgegevens uit de literatuur over infrarood en uit de metingen van FLIR Systems.

22.1  Referenties

22.2  Tabellen

Tabel 22.1  T: Totaal spectrum; SW: 2–5 µm; LW: 8–14 µm, LLW: 6.5–20 µm; 1: Materiaal; 2: Specificatie; 3: Temperatuur in °C; 4: Spectrum; 5: Emissiegraad; 6: Referentie

1

2

3

4

5

6

3M type 35
Elektrische tape van vinyl (meerdere kleuren)
< 80
LG
≈ 0,96
13
3M type 88
Zwarte elektrische tape van vinyl
< 105
LG
≈ 0,96
13
3M type 88
Zwarte elektrische tape van vinyl
< 105
MW
< 0,96
13
3M type Super 33+
Zwarte elektrische tape van vinyl
< 80
LG
≈ 0,96
13
Aarde
droog
20
T
0,92
2
Aarde
verzadigd met water
20
T
0,95
2
Aluminium
blad, 4 monsters, verschillend gekrast
70
KG
0,05-0,08
9
Aluminium
blad, 4 monsters, verschillend gekrast
70
LG
0,03-0,06
9
Aluminium
folie
27
10 µm
0,04
3
Aluminium
folie
27
3 µm
0,09
3
Aluminium
geanodiseerd blad
100
T
0,55
2
Aluminium
geanodiseerd, lichtgrijs, mat
70
KG
0,61
9
Aluminium
geanodiseerd, lichtgrijs, mat
70
LG
0,97
9
Aluminium
geanodiseerd, zwart, mat
70
KG
0,67
9
Aluminium
geanodiseerd, zwart, mat
70
LG
0,95
9
Aluminium
gedompeld in HNO3, plaat
100
T
0,05
4
Aluminium
gegoten, gezandstraald
70
KG
0,47
9
Aluminium
gegoten, gezandstraald
70
LG
0,46
9
Aluminium
geoxideerd, sterk
50-500
T
0,2-0,3
1
Aluminium
gepolijst
50–100
T
0,04-0,06
1
Aluminium
gepolijst, blad
100
T
0,05
2
Aluminium
gepolijste plaat
100
T
0,05
4
Aluminium
geruwd
27
10 µm
0,18
3
Aluminium
geruwd
27
3 µm
0,28
3
Aluminium
opgedampt
20
T
0,04
2
Aluminium
ruw oppervlak
20-50
T
0,06-0,07
1
Aluminium
verweerd, zwaar
17
KG
0,83-0,94
5
Aluminium
zoals ontvangen, blad
100
T
0,09
2
Aluminium
zoals ontvangen, plaat
100
T
0,09
4
Aluminiumbrons
 
20
T
0,60
1
Aluminiumhydroxide
poeder
 
T
0,28
1
Aluminiumoxide
actief, poeder
 
T
0,46
1
Aluminiumoxide
zuiver, poeder (alumina)
 
T
0,16
1
Amaril
grof
80
T
0,85
1
Asbest
bord
20
T
0,96
1
Asbest
lei
20
T
0,96
1
Asbest
papier
40-400
T
0,93-0,95
1
Asbest
poeder
 
T
0,40-0,60
1
Asbest
stof
 
T
0,78
1
Asbest
vloertegel
35
KG
0,94
7
Asfalt
 
4
DLG
0,967
8
Baksteen
alumina
17
KG
0,68
5
Baksteen
chamottesteen
17
KG
0,68
5
Baksteen
Dinas silica, geglazuurd, ruw
1100
T
0,85
1
Baksteen
Dinas silica, ongeglazuurd, ruw
1000
T
0,80
1
Baksteen
Dinas silica, vuurvast
1000
T
0,66
1
Baksteen
gewoon
17
KG
0,86-0,81
5
Baksteen
metselwerk
35
KG
0,94
7
Baksteen
metselwerk, gepleisterd
20
T
0,94
1
Baksteen
rood, gewoon
20
T
0,93
2
Baksteen
rood, ruw
20
T
0,88-0,93
1
Baksteen
silica, 95% SiO2
1230
T
0,66
1
Baksteen
sillimaniet, 33% SiO2, 64% Al2O3
1500
T
0,29
1
Baksteen
vuurvast, korund
1000
T
0,46
1
Baksteen
vuurvast, magnesiumhoudend
1000-1300
T
0,38
1
Baksteen
vuurvast, sterk stralend
500-1000
T
0,8-0,9
1
Baksteen
vuurvast, zwak stralend
500-1000
T
0,65-0,75
1
Baksteen
vuurvaste klei
1000
T
0,75
1
Baksteen
vuurvaste klei
1200
T
0,59
1
Baksteen
vuurvaste klei
20
T
0,85
1
Baksteen
watervast
17
KG
0,87
5
Behang
licht patroon, lichtgrijs
20
KG
0,85
6
Behang
licht patroon, rood
20
KG
0,90
6
Beton
 
20
T
0,92
2
Beton
droog
36
KG
0,95
7
Beton
ruw
17
KG
0,97
5
Beton
voetpad
5
DLG
0,974
8
Brons
fosforbrons
70
KG
0,08
9
Brons
fosforbrons
70
LG
0,06
9
Brons
gepolijst
50
T
0,1
1
Brons
poeder
 
T
0,76-0,80
1
Brons
poreus, grof
50-150
T
0,55
1
Chroom
gepolijst
50
T
0,10
1
Chroom
gepolijst
500-1000
T
0,28-0,38
1
Eboniet
   
T
0,89
1
Emaille
 
20
T
0,9
1
Emaille
lak
20
T
0,85-0,95
1
Geelkoper
blad, bewerkt met polijststeen
20
T
0,2
1
Geelkoper
blad, gewalst
20
T
0,06
1
Geelkoper
geoxideeerd bij 600 °C
200-600
T
0,59-0,61
1
Geelkoper
geoxideerd
100
T
0,61
2
Geelkoper
geoxideerd
70
KG
0,04-0,09
9
Geelkoper
geoxideerd
70
LG
0,03-0,07
9
Geelkoper
gepolijst
200
T
0,03
1
Geelkoper
gepolijst, sterk
100
T
0,03
2
Geelkoper
gewreven met 80-grits polijststeen
20
T
0,20
2
Geelkoper
mat, aangeslagen
20-350
T
0,22
1
Gips
 
20
T
0,8-0,9
1
Glasplaat (floatglas)
zonder coating
20
LG
0,97
14
Goud
gepolijst
130
T
0,018
1
Goud
gepolijst, nauwkeurig
200-600
T
0,02-0,03
1
Goud
gepolijst, sterk
100
T
0,02
2
Graniet
gepolijst
20
DLG
0,849
8
Graniet
ruw
21
DLG
0,879
8
Graniet
ruw, 4 verschillende monsters
70
KG
0,95-0,97
9
Graniet
ruw, 4 verschillende monsters
70
LG
0,77-0,87
9
Hout
 
17
KG
0,98
5
Hout
 
19
DLG
0,962
8
Hout
den, 4 verschillende monsters
70
KG
0,67-0,75
9
Hout
den, 4 verschillende monsters
70
LG
0,81-0,89
9
Hout
gemalen
 
T
0,5-0,7
1
Hout
geschaafd
20
T
0,8-0,9
1
Hout
geschaafd eiken
20
T
0,90
2
Hout
geschaafd eiken
70
KG
0,77
9
Hout
geschaafd eiken
70
LG
0,88
9
Hout
triplex, glad, droog
36
KG
0,82
7
Hout
triplex, onbehandeld
20
KG
0,83
6
Hout
wit, vochtig
20
T
0,7-0,8
1
Huid
menselijk
32
T
0,98
2
IJs: zie Water
         
IJzer en staal
bedekt met rode roest
20
T
0,61-0,85
1
IJzer en staal
elektrolytisch
100
T
0,05
4
IJzer en staal
elektrolytisch
22
T
0,05
4
IJzer en staal
elektrolytisch
260
T
0,07
4
IJzer en staal
elektrolytisch, nauwkeurig gepolijst
175-225
T
0,05-0,06
1
IJzer en staal
geoxideerd
100
T
0,74
4
IJzer en staal
geoxideerd
100
T
0,74
1
IJzer en staal
geoxideerd
1227
T
0,89
4
IJzer en staal
geoxideerd
125-525
T
0,78-0,82
1
IJzer en staal
geoxideerd
200
T
0,79
2
IJzer en staal
geoxideerd
200-600
T
0,80
1
IJzer en staal
gepolijst
100
T
0,07
2
IJzer en staal
gepolijst
400-1000
T
0,14-0,38
1
IJzer en staal
gepolijst, blad
750-1050
T
0,52-0,56
1
IJzer en staal
geroest, zwaar
17
KG
0,96
5
IJzer en staal
geslepen blad
950-1100
T
0,55-0,61
1
IJzer en staal
gesmeed, nauwkeurig gepolijst
40-250
T
0,28
1
IJzer en staal
gewalst blad
50
T
0,56
1
IJzer en staal
gewalst, vers
20
T
0,24
1
IJzer en staal
glanzend, geëtst
150
T
0,16
1
IJzer en staal
glanzende oxidelaag, blad
20
T
0,82
1
IJzer en staal
heet gewalst
130
T
0,60
1
IJzer en staal
heet gewalst
20
T
0,77
1
IJzer en staal
koud gewalst
70
KG
0,20
9
IJzer en staal
koud gewalst
70
LG
0,09
9
IJzer en staal
net bewerkt met polijststeen
20
T
0,24
1
IJzer en staal
roestig, rood
20
T
0,69
1
IJzer en staal
rood geroest, blad
22
T
0,69
4
IJzer en staal
ruw, vlak oppervlak
50
T
0,95-0,98
1
IJzer en staal
sterk geoxideerd
50
T
0,88
1
IJzer en staal
sterk geoxideerd
500
T
0,98
1
IJzer en staal
zwaar geroest blad
20
T
0,69
2
IJzer gegalvaniseerd
blad
92
T
0,07
4
IJzer gegalvaniseerd
blad, geoxideerd
20
T
0,28
1
IJzer gegalvaniseerd
blad, gepolijst
30
T
0,23
1
IJzer gegalvaniseerd
zwaar geoxideerd
70
KG
0,64
9
IJzer gegalvaniseerd
zwaar geoxideerd
70
LG
0,85
9
IJzer vertind
blad
24
T
0,064
4
IJzer, gegoten
geoxideeerd bij 600 °C
200-600
T
0,64-0,78
1
IJzer, gegoten
geoxideerd
100
T
0,64
2
IJzer, gegoten
geoxideerd
260
T
0,66
4
IJzer, gegoten
geoxideerd
38
T
0,63
4
IJzer, gegoten
geoxideerd
538
T
0,76
4
IJzer, gegoten
gepolijst
200
T
0,21
1
IJzer, gegoten
gepolijst
38
T
0,21
4
IJzer, gegoten
gepolijst
40
T
0,21
2
IJzer, gegoten
gietblok
1000
T
0,95
1
IJzer, gegoten
gietstuk
50
T
0,81
1
IJzer, gegoten
machinaal bewerkt
800-1000
T
0,60-0,70
1
IJzer, gegoten
onbewerkt
900-1100
T
0,87-0,95
1
IJzer, gegoten
vloeibaar
1300
T
0,28
1
Kalk
   
T
0,3-0,4
1
Klei
gebakken
70
T
0,91
1
Koolstof
grafiet, gevijld oppervlak
20
T
0,98
2
Koolstof
grafietpoeder
 
T
0,97
1
Koolstof
houtskoolpoeder
 
T
0,96
1
Koolstof
kaarsenroet
20
T
0,95
2
Koolstof
lampzwart
20-400
T
0,95-0,97
1
Koper
elektrolytisch, gepolijst
-34
T
0,006
4
Koper
elektrolytisch, nauwkeurig gepolijst
80
T
0,018
1
Koper
gegoten
1100-1300
T
0,13-0,15
1
Koper
geoxideerd
50
T
0,6-0,7
1
Koper
geoxideerd tot zwartheid
 
T
0,88
1
Koper
geoxideerd, zwaar
20
T
0,78
2
Koper
geoxideerd, zwart
27
T
0,78
4
Koper
gepolijst
50–100
T
0,02
1
Koper
gepolijst
100
T
0,03
2
Koper
gepolijst, mechanisch
22
T
0,015
4
Koper
gepolijst, voor de handel
27
T
0,03
4
Koper
geschuurd
27
T
0,07
4
Koper
voor de handel, gepolijst
20
T
0,07
1
Koper
zuiver, nauwkeurig voorbereid oppervlak
22
T
0,008
4
Koperdioxide
poeder
 
T
0,84
1
Koperoxide
rood, poeder
 
T
0,70
1
Krylon Ultra-flat black 1602
Flat black
Kamertemperatuur tot 175
LG
≈ 0,96
12
Krylon Ultra-flat black 1602
Flat black
Kamertemperatuur tot 175
MW
≈ 0,97
12
Lak
3 kleuren gesproeid op aluminium
70
KG
0,50-0,53
9
Lak
3 kleuren gesproeid op aluminium
70
LG
0,92-0,94
9
Lak
Aluminium op ruw oppervlak
20
T
0,4
1
Lak
bakeliet
80
T
0,83
1
Lak
hittebestendig
100
T
0,92
1
Lak
wit
100
T
0,92
2
Lak
wit
40–100
T
0,8-0,95
1
Lak
zwart, glanzend, op ijzer gespoten
20
T
0,87
1
Lak
zwart, mat
100
T
0,97
2
Lak
zwart, mat
40–100
T
0,96-0,98
1
Leer
gelooid
 
T
0,75-0,80
1
Lood
geoxideeerd bij 200°C
200
T
0,63
1
Lood
geoxideerd, grijs
20
T
0,28
1
Lood
geoxideerd, grijs
22
T
0,28
4
Lood
glanzend
250
T
0,08
1
Lood
niet geoxideerd, gepolijst
100
T
0,05
4
Loodrood
 
100
T
0,93
4
Loodrood, poeder
 
100
T
0,93
1
Magnesium
 
22
T
0,07
4
Magnesium
 
260
T
0,13
4
Magnesium
 
538
T
0,18
4
Magnesium
gepolijst
20
T
0,07
2
Magnesiumpoeder
   
T
0,86
1
Molybdeen
 
1500-2200
T
0,19-0,26
1
Molybdeen
 
600-1000
T
0,08-0,13
1
Molybdeen
vezel
700-2500
T
0,1-0,3
1
Mortel
 
17
KG
0,87
5
Mortel
droog
36
KG
0,94
7
Nextel Velvet 811-21 Black
Flat black
-60-150
LG
> 0.97
10 en 11
Nikkel
draad
200-1000
T
0,1-0,2
1
Nikkel
elektrolytisch
22
T
0,04
4
Nikkel
elektrolytisch
260
T
0,07
4
Nikkel
elektrolytisch
38
T
0,06
4
Nikkel
elektrolytisch
538
T
0,10
4
Nikkel
gegalvaniseerd ijzer, gepolijst
22
T
0,045
4
Nikkel
gegalvaniseerd ijzer, ongepolijst
20
T
0,11-0,40
1
Nikkel
gegalvaniseerd ijzer, ongepolijst
22
T
0,11
4
Nikkel
gegalvaniseerd, gepolijst
20
T
0,05
2
Nikkel
geoxideeerd bij 600 °C
200-600
T
0,37-0,48
1
Nikkel
geoxideerd
1227
T
0,85
4
Nikkel
geoxideerd
200
T
0,37
2
Nikkel
geoxideerd
227
T
0,37
4
Nikkel
gepolijst
122
T
0,045
4
Nikkel
heldermat
122
T
0,041
4
Nikkel
zuiver, voor de handel, gepolijst
100
T
0,045
1
Nikkel
zuiver, voor de handel, gepolijst
200-400
T
0,07-0,09
1
Nikkel/chroom
draad, blank
50
T
0,65
1
Nikkel/chroom
draad, blank
500-1000
T
0,71-0,79
1
Nikkel/chroom
draad, geoxideerd
50-500
T
0,95-0,98
1
Nikkel/chroom
gewalst
700
T
0,25
1
Nikkel/chroom
gezandstraald
700
T
0,70
1
Nikkeloxide
 
1000-1250
T
0,75-0,86
1
Nikkeloxide
 
500-650
T
0,52-0,59
1
Olie, smering
0.025 mm film
20
T
0,27
2
Olie, smering
0.050 mm film
20
T
0,46
2
Olie, smering
0.125 mm film
20
T
0,72
2
Olie, smering
dikke laag
20
T
0,82
2
Olie, smering
film op Ni-basis: Alleen op Ni-basis
20
T
0,05
2
OSB
onbehandeld
20
KG
0,90
6
Papier
4 verschillende kleuren
70
KG
0,68-0,74
9
Papier
4 verschillende kleuren
70
LG
0,92-0,94
9
Papier
blauw, zwart
 
T
0,84
1
Papier
gecoat met zwarte lak
 
T
0,93
1
Papier
geel
 
T
0,72
1
Papier
groen
 
T
0,85
1
Papier
rood
 
T
0,76
1
Papier
wit
20
T
0,7-0,9
1
Papier
wit bankpapier
20
T
0,93
2
Papier
wit, drie verschillende soorten glans
70
KG
0,76-0,78
9
Papier
wit, drie verschillende soorten glans
70
LG
0,88-0,90
9
Papier
zwart
 
T
0,90
1
Papier
zwart, mat
 
T
0,94
1
Papier
zwart, mat
70
KG
0,86
9
Papier
zwart, mat
70
LG
0,89
9
Piepschuim
isolering
37
KG
0,60
7
Plastic
glasvezellaminaat (bedrukte printplaat)
70
KG
0,94
9
Plastic
glasvezellaminaat (bedrukte printplaat)
70
LG
0,91
9
Plastic
polyurethaan isolatieplaat
70
LG
0,55
9
Plastic
polyurethaan isolatieplaat
70
KG
0,29
9
Plastic
PVC, plastic vloer, mat, met structuur
70
KG
0,94
9
Plastic
PVC, plastic vloer, mat, met structuur
70
LG
0,93
9
Platina
 
100
T
0,05
4
Platina
 
1000-1500
T
0,14-0,18
1
Platina
 
1094
T
0,18
4
Platina
 
17
T
0,016
4
Platina
 
22
T
0,03
4
Platina
 
260
T
0,06
4
Platina
 
538
T
0,10
4
Platina
draad
1400
T
0,18
1
Platina
draad
50-200
T
0,06-0,07
1
Platina
draad
500-1000
T
0,10-0,16
1
Platina
lint
900-1100
T
0,12-0,17
1
Platina
zuiver, gepolijst
200-600
T
0,05-0,10
1
Pleister
 
17
KG
0,86
5
Pleister
gipsplaat, onbehandeld
20
KG
0,90
6
Pleister
ruwe coating
20
T
0,91
2
Porselein
geglazuurd
20
T
0,92
1
Porselein
wit, glanzend
 
T
0,70-0,75
1
Roestvrijstaal
blad, gepolijst
70
KG
0,18
9
Roestvrijstaal
blad, gepolijst
70
LG
0,14
9
Roestvrijstaal
blad, onbehandeld, iets gekrast
70
KG
0,30
9
Roestvrijstaal
blad, onbehandeld, iets gekrast
70
LG
0,28
9
Roestvrijstaal
gewalst
700
T
0,45
1
Roestvrijstaal
gezandstraald
700
T
0,70
1
Roestvrijstaal
legering, 8% Ni, 18% Cr
500
T
0,35
1
Roestvrijstaal
type 18-8, geoxideerd bij 800°C
60
T
0,85
2
Roestvrijstaal
type 18-8, gepolijst
20
T
0,16
2
Rubber
hard
20
T
0,95
1
Rubber
zacht, grijs, ruw
20
T
0,95
1
Sintel
boiler
0–100
T
0,97-0,93
1
Sintel
boiler
1400-1800
T
0,69-0,67
1
Sintel
boiler
200-500
T
0,89-0,78
1
Sintel
boiler
600-1200
T
0,76-0,70
1
Sneeuw: zie Water
         
Stof
zwart
20
T
0,98
1
Stucco
ruw, kalk
10-90
T
0,91
1
Teer
   
T
0,79-0,84
1
Teer
papier
20
T
0,91-0,93
1
Tegel
geglazuurd
17
KG
0,94
5
Tin
gepolijst
20-50
T
0,04-0,06
1
Tin
vertind plaatstaal
100
T
0,07
2
Titaan
geoxideeerd bij 540°C
1000
T
0,60
1
Titaan
geoxideeerd bij 540°C
200
T
0,40
1
Titaan
geoxideeerd bij 540°C
500
T
0,50
1
Titaan
gepolijst
1000
T
0,36
1
Titaan
gepolijst
200
T
0,15
1
Titaan
gepolijst
500
T
0,20
1
Verf
8 verschillende kleuren en kwaliteiten
70
KG
0,88-0,96
9
Verf
8 verschillende kleuren en kwaliteiten
70
LG
0,92-0,94
9
Verf
Aluminium, diverse leeftijden
50–100
T
0,27-0,67
1
Verf
cadmiumgeel
 
T
0,28-0,33
1
Verf
chroomgroen
 
T
0,65-0,70
1
Verf
kobaltblauw
 
T
0,7-0,8
1
Verf
olie
17
KG
0,87
5
Verf
olie, grijs effen
20
KG
0,97
6
Verf
olie, grijs glanzend
20
KG
0,96
6
Verf
olie, verschillende kleuren
100
T
0,92-0,96
1
Verf
olie, zwart effen
20
KG
0,94
6
Verf
olie, zwart glanzend
20
KG
0,92
6
Verf
op oliebasis, gemiddeld 16 kleuren
100
T
0,94
2
Verf
plastic, wit
20
KG
0,84
6
Verf
plastic, zwart
20
KG
0,95
6
Vernis
op eiken parketvloer
70
KG
0,90
9
Vernis
op eiken parketvloer
70
LG
0,90-0,93
9
Vernis
plat
20
KG
0,93
6
Vezelplaat
hard, onbehandeld
20
KG
0,85
6
Vezelplaat
masoniet
70
KG
0,75
9
Vezelplaat
masoniet
70
LG
0,88
9
Vezelplaat
poreus, onbehandeld
20
KG
0,85
6
Vezelplaat
spaanplaat
70
KG
0,77
9
Vezelplaat
spaanplaat
70
LG
0,89
9
Water
gedestilleerd
20
T
0,96
2
Water
ijs, bedekt met zware rijp
0
T
0,98
1
Water
ijs, glad
-10
T
0,96
2
Water
ijs, glad
0
T
0,97
1
Water
laag >0,1 mm dik
0–100
T
0,95-0,98
1
Water
rijpkristallen
-10
T
0,98
2
Water
sneeuw
 
T
0,8
1
Water
sneeuw
-10
T
0,85
2
Wolfram
 
1500-2200
T
0,24-0,31
1
Wolfram
 
200
T
0,05
1
Wolfram
 
600-1000
T
0,1-0,16
1
Wolfram
vezel
3300
T
0,39
1
Zand
   
T
0,60
1
Zand
 
20
T
0,90
2
Zandsteen
gepolijst
19
DLG
0,909
8
Zandsteen
ruw
19
DLG
0,935
8
Zilver
gepolijst
100
T
0,03
2
Zilver
zuiver, gepolijst
200-600
T
0,02-0,03
1
Zink
blad
50
T
0,20
1
Zink
geoxideeerd bij 400°C
400
T
0,11
1
Zink
geoxideerd oppervlak
1000-1200
T
0,50-0,60
1
Zink
gepolijst
200-300
T
0,04-0,05
1