11  Beelden analyseren en bewerken

11.1   Algemeen

De Image Editor van FLIR Report Studio is een krachtig hulpmiddel voor het analyseren en bewerken van infraroodbeelden.
Dit zijn enkele van de functies en instellingen waarmee u kunt experimenteren:
  • Meethulpmiddelen toevoegen.
  • Het infraroodbeeld aanpassen.
  • De kleurverdeling wijzigen.
  • Het kleurenpalet wijzigen.
  • De beeldmodus wijzigen.
  • Werken met kleuralarmen en isothermen.
  • De metingsparameters wijzigen.

11.2  De Image Editor‎ starten

U kunt de Image Editor starten vanuit de FLIR Report Studio-wizard en vanuit de FLIR Word Add-in.

11.2.1  De Image Editor‎ starten vanuit de FLIR Report Studio‎-wizard

Volg deze procedure:

11.2.2  De Image Editor‎ starten vanuit de FLIR Word Add-in‎

U kunt de Image Editor starten vanuit een bewerkbaar infraroodrapport.

Volg deze procedure:

11.3  Schermelementen van de Image Editor‎

11.3.1   Figuur

Graphic

11.3.2   Uitleg

11.4  Basisfuncties voor beeldbewerking

11.4.1  Het beeld draaien

Volg deze procedure:

11.4.2  Het beelden bijsnijden

U kunt een beeld bijsnijden en het bijgesneden beeld opslaan als een kopie van het oorspronkelijke beeld.

Volg deze procedure:

11.5  Werken met meethulpmiddelen

11.5.1   Algemeen

Als u een temperatuur wilt meten, kunt u een of meer meethulpmiddelen gebruiken, zoals een punt, vak, cirkel of lijn.
Wanneer u een meethulpmiddel aan het beeld toevoegt, wordt de gemeten temperatuur weergegeven in het rechterdeelvenster van de Image Editor. Ook de instellingen van het meethulpmiddel worden samen met het beeldbestand opgeslagen en de gemeten temperatuur is beschikbaar om te worden weergegeven in uw infraroodrapport.

11.5.2  Een meethulpmiddel toevoegen

Volg deze procedure:

11.5.3  Een meethulpmiddel verplaatsen en de afmetingen ervan wijzigen

Volg deze procedure:

11.5.4  Lokale markeringen voor een meethulpmiddel aanmaken

11.5.4.1   Algemeen

De Image Editor houdt rekening met alle bestaande markeringen voor een meethulpmiddel die in de camera zijn ingesteld. Maar soms wilt u wellicht een markering toevoegen bij het analyseren van het beeld. Dit kunt u doen met lokale markeringen.

11.5.4.2   Procedure

Volg deze procedure:

11.5.5  Oppervlaktes berekenen

11.5.5.1   Algemeen

De afstand die in de parametergegevens van het beeld is opgenomen, kan worden gebruikt als basis voor oppervlakteberekeningen. Een gangbare toepassing is het schatten van de grootte van een vochtige plek op de muur.
Als u de oppervlakte van een gebied wilt berekenen, moet u het meethulpmiddel Rechthoek of Ellips toevoegen aan het beeld. De Image Editor berekent de oppervlakte in de rechthoek of ellips. De berekening is een schatting van de oppervlakte op basis van de waarde voor afstand.
11.5.5.1.1   Procedure

Volg deze procedure:

11.5.5.1.2  Lengtes berekenen
11.5.5.1.2.1   Algemeen
De afstand die in de parametergegevens van het beeld is opgenomen, kan worden gebruikt als basis voor lengteberekeningen.
Als u de lengte wilt berekenen, moet u een lijnmeethulpmiddel aan het beeld toevoegen. De Image Editor berekent een schatting van de lengte van de lijn op basis van de waarde voor afstand.
11.5.5.1.2.1.1   Procedure

Volg deze procedure:

11.5.6  Een verschilberekening instellen

11.5.6.1   Algemeen

Een verschilberekening geeft het verschil (delta) aan tussen twee temperaturen, bijvoorbeeld het verschil tussen twee puntmetingen of het verschil tussen een puntmeting en de maximumtemperatuur van het beeld.

11.5.6.2   Procedure

11.5.6.2.1   Procedure

Volg deze procedure:

11.5.7  Een meethulpmiddel verwijderen

Volg deze procedure:

11.6  Het infraroodbeeld aanpassen

11.6.1   Algemeen

Een infraroodbeeld kan automatisch of handmatig worden aangepast.
In de Image Editor kunt u handmatig de hoogste en laagste niveaus van de temperatuurschaal wijzigen. Dit maakt het gemakkelijker om het beeld te analyseren. U kunt bijvoorbeeld waarden van de temperatuurschaal veranderen in waarden die dichter bij de temperatuur van een bepaald object in het beeld liggen. Dit maakt het mogelijk om afwijkingen en kleinere temperatuurverschillen op te sporen in dat deel van het beeld waarin u geïnteresseerd bent.
Wanneer u een beeld automatisch aanpast, worden door de Image Editor de helderheid en het contrast van het beeld geoptimaliseerd. Dit betekent dat de kleurinformatie wordt verdeeld over de bestaande temperaturen van het beeld.
In bepaalde gevallen kan het beeld echter zeer hete of koude zones bevatten die buiten het voor u relevante gebied liggen. In dergelijke gevallen wilt u die zones mogelijk uitsluiten van de automatische aanpassing en de kleurinformatie alleen gebruiken voor de temperaturen in het voor u relevante gebied. U kunt dit doen door een bereik voor automatische aanpassing te definiëren.

11.6.2  Voorbeeld 1

Hier ziet u twee infraroodbeelden van een gebouw. In het linker beeld, dat automatisch is aangepast, is een correcte analyse lastig door het grote temperatuurbereik tussen de heldere hemel en het verwarmde gebouw. U kunt het gebouw in groter detail analyseren als u de temperatuurschaal kunt instellen op waarden nabij de temperatuur van het gebouw.
Graphic
Automatisch
Graphic
Handmatig

11.6.3  Voorbeeld 2

Hier worden twee infraroodbeelden getoond van een isolator in een hoogspanningsleiding. Om de analyse van de temperatuurverschillen in de isolator te vergemakkelijken, is het temperatuurbereik in het rechter beeld ingesteld op waarden nabij de temperatuur van de isolator.
Graphic
Automatisch
Graphic
Handmatig

11.6.4  De temperatuurniveaus wijzigen

Volg deze procedure:

Graphic

11.6.5  Het beeld automatisch aanpassen

Volg deze procedure:

Graphic

11.6.6  Bereik van automatische aanpassing definiëren

In een gebied voor automatisch aanpassen worden de hoogste en laagste niveaus van de temperatuurschaal ingesteld op de maximum- en minimumtemperatuur in dat gebied. Door de kleurinformatie alleen te gebruiken voor de relevante temperaturen, worden in het voor u relevante gebied de details beter zichtbaar.

Volg deze procedure:

11.7  Kleurverdeling wijzigen

11.7.1   Algemeen

U kunt de kleurverdeling in een beeld wijzigen. Een andere kleurverdeling maakt het wellicht eenvoudiger het beeld beter te analyseren.

11.7.2  Definities

U kunt uit de volgende kleurverdelingen kiezen:
  • Temperatuur, linear: Dit is een methode voor het weergeven van beelden waarbij de kleurinformatie in het beeld lineair wordt verdeeld over de temperatuurwaarden van de pixels.
  • Histogram-egalisatie: Dit is een methode voor het weergeven van beelden waarbij de kleurinformatie wordt verdeeld over de bestaande temperaturen van het beeld. Deze manier om kleurinformatie te verdelen kan met name succesvol zijn wanneer het beeld slechts een beperkt aantal zeer hoge temperatuurpieken bevat.
  • Signaal, linear: Dit is een methode voor het weergeven van beelden waarbij de kleurinformatie in het beeld lineair wordt verdeeld over de signaalwaarden van de pixels.
  • Digitale detailverbetering: Dit is een methode voor het weergeven van beelden waarbij de hoogfrequente inhoud in het beeld, zoals randen en hoeken, wordt versterkt, zodat de details beter zichtbaar zijn.

11.7.3   Procedure

Volg deze procedure:

11.8  Het kleurpalet wijzigen

11.8.1   Algemeen

U kunt het palet wijzigen dat wordt gebruikt om de verschillende temperaturen binnen een beeld weer te geven. Een ander palet kan het eenvoudiger maken om het beeld te analyseren.

Kleurenpalet

Voorbeeld van beeld

Arctisch
Graphic
Koel
Graphic
Grijs
Graphic
IJzer
Graphic
Lava
Graphic
Regenboog
Graphic
Regenboog HC
Graphic
Warm
Graphic

11.8.2   Procedure

Volg deze procedure:

11.9  De beeldmodus wijzigen

11.9.1   Algemeen

Voor sommige beelden kunt u de beeldmodus wijzigen.

11.9.2  Typen beeldmodi

Beeldmodus

Voorbeeld van beeld

Thermische MSX (multispectrale dynamische beeldverwerking): In deze modus wordt een infraroodbeeld weergegeven waarin de randen van objecten duidelijker worden weergegeven. De balans tussen het thermische beeld en de foto kan worden aangepast.
Graphic
Thermisch: In deze modus wordt alleen het infraroodbeeld weergegeven.
Graphic
Thermische fusie: In deze modus wordt een digitale foto weergegeven waarvan sommige delen in infrarood worden weergegeven, afhankelijk van de temperatuurlimieten.
Graphic
Thermische blending: Er wordt een samengevoegd beeld weergegeven waarin een mix van infraroodpixels en digitale fotopixels wordt gebruikt. De balans tussen het thermische beeld en de foto kan worden aangepast.
Graphic
Beeld-in-beeld: In deze modus wordt een infraroodbeeld boven op een digitale foto weergegeven.
Graphic
Digitale camera: In deze modus wordt alleen een digitale foto weergegeven.
Graphic

11.9.3   Procedure

Volg deze procedure:

11.10  Werken met kleuralarmen en isothermen

11.10.1   Algemeen

Door gebruik te maken van kleuralarmen (isothermen), kunnen afwijkingen eenvoudig worden opgespoord in een infraroodbeeld. Met de isothermopdracht wordt een contrasterende kleur toegewezen aan alle pixels met een temperatuur boven, onder of tussen de ingestelde temperatuurniveaus. Er zijn ook alarmen beschikbaar die specifiek zijn voor de bouwsector: luchtvochtigheids- en isolatie-alarmen.
U kunt de volgende typen kleuralarm selecteren:
  • Alarm boven. Hiermee wijst u een contrasterende kleur toe aan alle pixels met een temperatuur boven het vooraf ingestelde temperatuurniveau.
  • Alarm onder. Hiermee wijst u een contrasterende kleur toe aan alle pixels met een temperatuur onder het vooraf ingestelde temperatuurniveau.
  • Alarm interval. Hiermee wijst u een contrasterende kleur toe aan alle pixels met een temperatuur tussen twee vooraf ingestelde temperatuurniveaus.
  • Luchtvochtigheidsalarm: Dit alarm wordt geactiveerd wanneer de relatieve luchtvochtigheid van een oppervlak boven een vooraf ingestelde waarde komt.
  • Alarm isolatie: activeert een alarm als er sprake is van een isolatiefout in een muur
  • Aangepast alarm: Dit type alarm stelt u in staat handmatig de instellingen voor een standaardalarm te wijzigen.
Instellingsparameters voor het geactiveerde kleuralarm worden weergegeven onder ALARM in het rechterdeelvenster.
Graphic

11.10.2  Voorbeelden van beelden

In deze tabel wordt het verschil tussen de verschillende kleuralarmen (isothermen) uitgelegd.

Kleuralarm

Beeld

Alarm boven
Graphic
Alarm onder
Graphic
Alarm interval
Graphic
Luchtvochtigheidsalarm
Graphic
Alarm isolatie
Graphic

11.10.3  Boven- en onder-alarmen instellen

Volg deze procedure:

11.10.4  Een interval-alarm instellen

Volg deze procedure:

11.10.5  Een luchtvochtigheidsalarm instellen

11.10.5.1   Algemeen

Met het luchtvochtigheidsalarm (isotherm) kunt u gebieden detecteren waar risico bestaat op schimmelgroei of waar het risico bestaat dat vocht als vloeibaar water neerslaat (d.w.z. waar het dauwpunt wordt bereikt).

11.10.5.2   Procedure

Volg deze procedure:

11.10.6  Een isolatie-alarm instellen

11.10.6.1   Algemeen

Met behulp van het isolatie-alarm (isotherm) kunt u in een gebouw gebieden opsporen waar mogelijk sprake is van onvoldoende isolatie. Dit alarm wordt geactiveerd als het isolatieniveau onder een vooraf ingestelde waarde ligt voor het lekken van energie door de structuur van een gebouw, de zogenaamde thermische index.
Verschillende bouwverordeningen bevelen verschillende waarden voor de thermische index aan, maar gebruikelijke waarden zijn 0,6–0,8 voor nieuwe gebouwen. Raadpleeg voor de aanbevelingen uw nationale bouwverordeningen.

11.10.6.2   Procedure

Volg deze procedure:

11.10.7  Een aangepast alarm instellen

11.10.7.1   Algemeen

Een aangepast alarm kan een van de volgende typen alarm zijn:
  • Boven-alarm.
  • Onder-alarm.
  • Interval-alarm.
  • Luchtvochtigheidsalarm.
  • Isolatie-alarm.
Voor deze aangepaste alarmen kunt u handmatig nog een aantal andere parameters instellen dan in de standaardalarmen:
  • Achtergrond .
  • Kleuren (semi-transparant of effen kleuren).
  • Omgekeerd interval (alleen voor de isotherm Interval ).

11.10.7.2   Procedure

Volg deze procedure:

11.11  De lokale parameters voor een meethulpmiddel wijzigen

11.11.1   Algemeen

Voor nauwkeurige metingen is het belangrijk om de meetparameters in te stellen. De meetparameters die samen met het beeld zijn opgeslagen, worden weergegeven in het rechterdeelvenster onder PARAMETERS.
In bepaalde situaties kan het handig zijn om voor één meethulpmiddel een meetparameter te wijzigen. De reden hiervoor kan zijn dat dit meethulpmiddel zich voor een oppervlak bevindt dat aanzienlijk meer reflecteert dan andere oppervlakken in het beeld of dat het meethulpmiddel zich boven een object bevindt dat verder is verwijderd dan de andere objecten in het beeld enzovoort.
Zie het gedeelte 18 Thermografische meettechnieken voor meer informatie over objectparameters.
De volgende indicatoren worden gebruikt wanneer lokale parameters worden geactiveerd voor een meethulpmiddel:
  • In het beeld wordt een asterisk (*) weergegeven naast het meethulpmiddel.
    Graphic
  • In de resultaattabel van de Image Editor wordt een pictogram weergegeven naast de gemeten waarde.
    Graphic
  • In resultaatvelden en -tabellen in infraroodrapporten wordt een asterisk (*) weergegeven en de lokale-parameterwaarden worden tussen haakjes vermeld.
    Graphic

11.11.2   Procedure

Volg deze procedure:

11.12  Werken met tekstcommentaar

11.12.1   Algemeen

U kunt aanvullende informatie bij een infraroodbeeld opslaan door gebruik te maken van commentaar. Er wordt commentaar gebruikt omdat rapportage en nabewerking dan efficiënter kunnen worden uitgevoerd door essentiële informatie over het beeld te geven, zoals omstandigheden, foto's en informatie over de plaats waar een beeld is gemaakt.
Sommige camera's stellen u in staat om rechtstreeks vanaf de camera annotaties toe te voegen, zoals notities (beeldbeschrijvingen) en geschreven, gesproken en geschetste annotaties. Deze annotaties (indien beschikbaar) worden weergegeven in het rechterdeelvenster van de Image Editor. U kunt ook notities (beeldbeschrijvingen) en tekstannotaties aan beelden toevoegen met de Image Editor.

11.12.2  Over afbeeldingsbeschrijvingen

11.12.2.1  Wat is een afbeeldingsbeschrijving?

Een afbeeldingsbeschrijving is een korte tekstbeschrijving die in een infraroodafbeelding wordt opgeslagen. De beschrijving maakt gebruik van de standaardtag in de*.jpg-bestandsindeling en kan worden gelezen door andere software.
In de Image Editor en in FLIR -camera's wordt een beeldbeschrijving een notitie genoemd.
11.12.2.1.1   Procedure

11.12.3  Over tekstcommentaar

11.12.3.1  Wat is een tekstcommentaar?

Een tekstannotatie is tekstuele informatie over iets in een beeld en bestaat uit een of meer labels en bijbehorende waarden. Tekstannotaties zorgen dat u efficiënter rapporten kunt maken en beelden kun nabewerken, omdat tekstannotaties belangrijke informatie over een beeld bevatten, zoals informatie over de omstandigheden waaronder het beeld is gemaakt, foto's en informatie over de plaats waar het beeld is gemaakt.
Een tekstcommentaar is een eigen commentaarformaat van FLIR Systems en de informatie kan niet worden afgelezen via software van andere makelij. Het concept leunt zwaar op interactie door de gebruiker. In de camera kan de gebruiker een van verschillende waarden voor ieder label selecteren. De gebruiker kan ook numerieke waarden invoeren en het tekstcommentaar meetwaarden van het scherm laten vastleggen.

11.12.3.2  Een tekstcommentaar voor een beeld maken

Volg deze procedure: