FLIR Tools/Tools+‎

Gebruikershandleiding

FLIR Tools/Tools+‎

5.12

1  Wettelijke disclaimer

1.1  Wettelijke disclaimer

Alle producten van FLIR Systems zijn voor een periode tot één (1)‎ jaar na de oorspronkelijke verkoopdatum gegarandeerd tegen materiaal- en productiefouten,‎ mits de producten op normale wijze en in overeenstemming met de instructies van FLIR Systems zijn bewaard,‎ gebruikt en onderhouden.
Producten van andere producenten dan FLIR Systems die zijn opgenomen in systemen die door FLIR Systems zijn geleverd aan de oorspronkelijke koper,‎ vallen alleen onder de garantie,‎ indien van toepassing,‎ van de betreffende leverancier en FLIR Systems draagt geen enkele verantwoordelijkheid voor dergelijke producten.
De garantie geldt alleen voor de oorspronkelijke koper en is niet overdraagbaar. Zij geldt niet voor producten die blootgesteld zijn geweest aan verkeerd gebruik,‎ verwaarlozing,‎ ongelukken of abnormale gebruiksomstandigheden. Verbruiksartikelen vallen buiten de garantie.
Bij een defect in een product dat onder deze garantie valt,‎ moet het product niet verder worden gebruikt om verdere schade te voorkomen. De koper zal elk defect onmiddellijk melden aan FLIR Systems,‎ anders is deze garantie niet van toepassing.
Als na onderzoek blijkt dat het product materiaal- of productiefouten bevat,‎ zal FLIR Systems naar eigen inzicht het product gratis repareren of vervangen,‎ mits het product binnen de genoemde periode van één jaar is geretourneerd aan FLIR Systems.
FLIR Systems heeft geen andere verplichtingen of aansprakelijkheid bij defecten dan hierboven uiteengezet.
Er wordt geen andere garantie gegeven of geïmpliceerd. FLIR Systems wijst specifiek de impliciete garanties van verkoopbaarheid en geschiktheid voor een bepaald doel af.
FLIR Systems is niet aansprakelijk voor enige directe,‎ indirecte,‎ speciale of bijkomende schade of verliezen of gevolgschade of -verliezen,‎ op basis van hetzij een contract,‎ hetzij een onrechtmatige daad hetzij enige andere wettelijke theorie.
Op deze garantie is het Zweedse recht van toepassing.
Alle geschillen,‎ onenigheden of vorderingen voortvloeiend uit dan wel verband houdend met deze garantie worden in laatste instantie beslecht overeenkomstig de regels van het 'Arbitration Institute of the Stockholm Chamber of Commerce'. De plaats van arbitrage is Stockholm. Bij de arbitrageprocedures dient het Engels als voertaal te worden gebruikt.

1.2  Gebruiksstatistieken

FLIR Systems behoudt zich het recht voor anonieme gebruikersstatistieken te verzamelen ter verbetering van de kwaliteit van onze software en services.

1.3  Registerwijzigingen

De registersleutel HKEY_LOCAL_MACHINE\SYSTEM\CurrentControlSet\Control\Lsa\LmCompatibilityLevel wordt automatisch gewijzigd in niveau 2 als de FLIR Camera Monitor-service detecteert dat er een FLIR-camera via een USB-kabel met de computer is verbonden. De wijziging wordt alleen toegepast als de camera een externe netwerkservice implementeert die aanmelden via het netwerk ondersteunt.

1.4  Copyright

© 2016,‎ FLIR Systems,‎ Inc. Wereldwijd alle rechten voorbehouden. Geen enkel deel van de software,‎ inclusief de broncode,‎ mag worden gereproduceerd,‎ verzonden,‎ overgezet of vertaald in enige taal of computertaal,‎ in welke vorm of op welke manier dan ook (elektronisch,‎ magnetisch,‎ optisch,‎ handmatig of anderszins)‎,‎ zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van FLIR Systems.
De documentatie mag geheel noch gedeeltelijk worden gekopieerd,‎ gefotokopieerd,‎ gereproduceerd,‎ vertaald of verzonden naar een elektronisch medium of een door een machine leesbare vorm zonder schriftelijke toestemming vooraf van FLIR Systems.
Namen en merken die voorkomen op de producten in deze publicatie zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van FLIR Systems en/of zijn dochterondernemingen. Alle andere handelsmerken,‎ handelsnamen of bedrijfsnamen waarnaar in deze publicatie wordt verwezen,‎ worden uitsluitend gebruikt ter identificatie en zijn het eigendom van de respectieve eigenaars.

1.5  Kwaliteitsbewaking

Het systeem voor kwaliteitsbeheer waarbinnen deze producten zijn ontwikkeld en geproduceerd is gecertificeerd volgens de ISO 9001-norm.
FLIR Systems is voortdurend bezig met nieuwe ontwikkelingen; daarom behouden wij ons het recht voor om zonder voorafgaande kennisgeving wijzigingen en verbeteringen aan te brengen in alle producten.

2  Ter informatie voor de gebruiker

2.1  Gebruikersforums

Wissel ideeën,‎ problemen en infraroodoplossingen uit met medethermografen van de hele wereld in onze gebruiker-tot-gebruiker forums. Bezoek onderstaande website om bij deze forums te komen:

2.2  Training

Ga voor meer informatie over infraroodtrainingen naar:

2.3  Updates documentatie

Onze handleidingen worden meerdere keren per jaar bijgewerkt en we geven ook regelmatig berichten over essentiële wijzigingen ten aanzien van het product uit.
Voor de nieuwste handleidingen,‎ vertalingen van handleidingen,‎ en berichten gaat u naar het tabblad Download op:
Online registreren duurt slechts enkele minuten. In het downloadgebied vindt u ook de nieuwste uitgaven van handleidingen voor onze overige producten en handleidingen voor onze historische en verouderde producten.

2.4  Software-updates

FLIR Systems geeft regelmatig software-updates uit en u kunt de software bijwerken met deze updateservice. Afhankelijk van uw software,‎ bevindt deze updateservice zich op een of beide van de volgende locaties:
  • Start > FLIR Systems > [Software]‎ > Controleren op updates.
  • Help > Controleren op updates.

2.5  Belangrijke opmerking m.b.t. deze handleiding

FLIR Systems geeft algemene handleidingen uit voor diverse softwarevarianten binnen een suite van software.
Dit houdt in dat deze handleiding wellicht beschrijvingen en uitleg bevat die niet van toepassing zijn op uw softwarevariant.

2.6  Aanvullende informatie over licenties

Voor elke gekochte softwarelicentie mag u de software installeren,‎ activeren en gebruiken op twee apparaten,‎ bijvoorbeeld een laptop voor het verzamelen van gegevens ter plekke en een pc voor analyse op kantoor.

3  Klantenservice

Graphic

3.1  Algemeen

Ga voor klantenservice naar:

3.2  Een vraag stellen

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen vragen stellen aan het klantenserviceteam. De online-registratie kost u slechts een paar minuten. Als u alleen in de kennisdatabank wilt zoeken naar bestaande vragen en antwoorden,‎ hoeft u zich niet te registreren.
Wanneer u een vraag wilt stellen,‎ zorg er dan voor dat u de volgende informatie bij de hand hebt:
  • Het cameramodel
  • Het serienummer van de camera
  • Het communicatieprotocol of de communicatiemethode tussen de camera en uw apparaat (bijvoorbeeld HDMI,‎ Ethernet,‎ USB of FireWire)‎
  • Het type apparaat (pc/Mac/iPhone/iPad/Android,‎ enz.)‎
  • De versie van programma's van FLIR Systems
  • Volledige naam,‎ publicatienummer en nummer van de herziene versie van deze handleiding

3.3  Downloads

Op de klantenservicewebsite kunt u bovendien het onderstaande downloaden,‎ indien van toepassing op het product:
  • Firmware-updates voor uw infraroodcamera.
  • Programma-updates voor uw pc/Mac-software.
  • Freeware en evaluatieversies van pc/Mac-software.
  • Gebruikersdocumentatie voor huidige,‎ verouderde en historische producten.
  • Werktuigbouwkundige tekeningen (in *.dxf- en *.pdf-indeling)‎.
  • Cad-gegevensmodellen (in *.stp-indeling)‎.
  • Beschrijvingen van toepassingen.
  • Technische gegevensbladen.
  • Productcatalogi.

4  Inleiding

Graphic
FLIR Tools/Tools+‎ is een softwarepakket dat specifiek is ontworpen voor het eenvoudig updaten van uw camera en het maken van inspectierapporten.
In FLIR Tools/Tools+‎ kunt u bijvoorbeeld het volgende doen:
  • Beelden importen vanaf uw camera naar uw computer.
  • Filters toepassen bij het zoeken naar beelden.
  • Meethulpmiddelen neerzetten,‎ verplaatsen en vergroten/verkleinen op een infraroodbeeld.
  • Bestanden groeperen en degroeperen.
  • Panorama's maken door diverse kleinere beelden samen te voegen.
  • PDF-beeldbladen maken van gewenste beelden.
  • Kopteksten,‎ voetteksten en logo's toevoegen aan beeldbladen.
  • PDF-/Microsoft Word-rapporten maken voor de gewenste beelden.
  • Kopteksten,‎ voetteksten en logo's toevoegen aan rapporten.
  • Uw camera updaten met de nieuwste firmware.

4.1  Vergelijking tussen FLIR Tools‎ en FLIR Tools+‎

In deze tabel wordt het verschil tussen FLIR Tools en FLIR Tools+‎ uitgelegd.

Functies

FLIR Tools

FLIR Tools+‎

Beelden importeren via USB.
X
X
Handmatig infrarood-/digitale fotobeelden maken.
X
X
Temperatuur meten met behulp van punten,‎ gebieden,‎ lijnen en isothermen.
X
X
Een temperatuurverschil meten.
X
X
Objectparameters wijzigen.
X
X
Een live-beeld bekijken.
X
X
Een live-beeld opslaan als infrarood-*.jpg-bestand.
X
X
Een videoreeks (*.seq)‎ opnemen.
 
X
Een videoreeks (*.csq)‎ opnemen.
 
X
Een opgenomen reeks opnieuw afspelen.
X
X
Een opgenomen reeks exporteren als *.avi.
X
X
Een tijdelijke curve maken.
X
X
Curvegegevens exporteren naar Excel.
X
X
Een beeld exporteren als *.csv-bestand.
X
X
Een panoramabeeld maken.
 
X
Een PDF-rapport maken.
X
X
Een non-radiometrisch Microsoft Word-rapport maken
 
X
Een radiometrisch Microsoft Word-rapport maken
 
X
Tekstcommentaarsjablonen voor de camera maken.
X
X
Tekstcommentaar en beeldbeschrijvingen toevoegen/bewerken.
X
X
Luisteren naar spraakcommentaar bij infraroodbeelden.
X
X

5  Installatie

5.1  Systeemeisen

5.1.1  Besturingssysteem

FLIR Tools/Tools+‎ ondersteunt USB 2.0-communicatie voor de volgende pc-besturingssystemen:
  • Microsoft Windows Vista,‎ 32-bits,‎ SP1.
  • Microsoft Windows 7,‎ 32-bits.
  • Microsoft Windows 7,‎ 64-bits.
  • Microsoft Windows 8,‎ 32-bits.
  • Microsoft Windows 8,‎ 64-bits.
  • Microsoft Windows 10,‎ 32-bits.
  • Microsoft Windows 10,‎ 64-bits.

5.1.2  Hardware

  • PC met een 1 GHz 32-bits (x86)‎ processor.
  • Minimaal 2 GB RAM (4 GB aanbevolen)‎.
  • Harde schijf van 40 GB met ten minste 15 GB vrije ruimte.
  • DVD-ROM-station.
  • Ondersteuning voor DirectX 9-afbeeldingen met:
    • WDDM-stuurprogramma
    • 128 MB grafisch geheugen (minimaal)‎
    • Pixel Shader 2.0 in hardware
    • 32 bits per pixel.
  • SVGA-beeldscherm met een resolutie van 1024 × 768 of meer.
  • Toegang tot internet (wellicht niet kosteloos)‎.
  • Audio-uitgang.
  • Toetsenbord en muis of een compatibel aanwijsapparaat.

5.2  Installatie van FLIR Tools/Tools+‎

5.2.1  Procedure

6  Aanmelden

6.1  Algemeen

De eerste keer dat u FLIR Tools/Tools+‎ opstart,‎ moet u zich aanmelden met een FLIR-klantenondersteuningsaccount. Als u al een bestaande FLIR-klantenondersteuningsaccount hebt,‎ kunt u dezelfde aanmeldingsgegevens gebruiken.
  • Wanneer u zich aanmeldt,‎ moet uw computer verbonden zijn met internet.
  • Als u zich niet afmeldt,‎ hoeft u zich niet opnieuw in te loggen om FLIR Tools/Tools+‎ te gebruiken.

6.2  Aanmeldingsprocedure

Volg deze procedure:

6.3  Afmelden

U hoeft zich gewoonlijk niet af te melden. Als u zich afmeldt,‎ moet u zich opnieuw aanmelden om FLIR Tools/Tools+‎ te starten.

Volg deze procedure:

7  Wanneer u FLIR Tools+‎

FLIR Tools+‎ inschakelt,‎ worden er een aantal functies toegevoegd aan FLIR Tools,‎ zoals het opnemen en afspelen van radiometrische videobestanden,‎ het maken van curves met tijd en temperatuur,‎ Microsoft Word-rapportage,‎ het groeperen van bestanden,‎ het samenvoegen van bestanden tot panorama's,‎ en meer.
Raadpleeg het gedeelte 8.4 Aanvullende softwaremodules activeren voor meer informatie.

8  Licenties beheren

8.1  Uw licentie activeren

8.1.1  Algemeen

Wanneer u FLIR Tools/Tools+‎ de eerste keer start,‎ kunt u een van de volgende opties kiezen:
  • FLIR Tools/Tools+‎ online activeren.
  • FLIR Tools/Tools+‎ activeren via e-mail.
  • FLIR Tools/Tools+‎ kopen en een serienummer ontvangen voor activering.
  • FLIR Tools/Tools+‎ gratis gebruiken tijdens een evaluatieperiode.

8.1.2  Figuur

Graphic

Figuur 8.1  Dialoogvenster Activering.

8.1.3  FLIR Tools/Tools+‎ online activeren

8.1.4  FLIR Tools/Tools+‎ activeren via e-mail

8.2  Activeren van FLIR Tools/Tools+‎ op een computer zonder internetverbinding

Als uw computer geen internetverbinding heeft,‎ kunt u de activeringssleutel per e-mail aanvragen vanaf een andere computer.

8.3  Uw licentie overzetten

8.3.1  Algemeen

U kunt een licentie overzetten van een computer naar een andere computer,‎ zolang u het aantal gekochte licenties niet overschrijdt.
Zo kunt u de software bijvoorbeeld gebruiken op een pc en een laptop.

8.3.2  Figuur

Graphic

Figuur 8.4  Licentieweergave (voorbeeldafbeelding)‎.

8.3.3  Procedure

8.4  Aanvullende softwaremodules activeren

8.4.1  Algemeen

Voor sommige software kunt u aanvullende modules kopen bij FLIR Systems. Voordat u de module kunt gebruiken,‎ moet u deze activeren.

8.4.2  Figuur

Graphic

Figuur 8.5  Licentieweergave waarin beschikbare softwaremodules worden weergegeven (voorbeeld-beeld)‎.

8.4.3  Procedure

9  Werkstroom

9.1  Algemeen

Bij de uitvoering van een infraroodinspectie volgt u een normale werkstroom. In dit gedeelte vindt u een voorbeeld van een werkstroom bij infraroodinspectie.

9.2  Figuur

Graphic

9.3  Uitleg

10  Afbeeldingen importeren

10.1  Procedure

10.2  Over UltraMax

UltraMax is een beeldverbeteringsfunctie die de beeldresolutie verhoogt en beeldruis vermindert,‎ waardoor kleine objecten beter zichtbaar en meetbaar zijn. Een UltraMax beeld is twee keer zo breed en hoog als een normaal beeld.
Als een UltraMax beeld wordt vastgelegd door de camera,‎ worden diverse normale beelden opgeslagen in hetzelfde bestand. Het vastleggen van alle beelden kan tot 1 seconde duren. Om UltraMax optimaal te benutten,‎ moeten de beelden iets van elkaar verschillen. Dit kan worden bereikt door een kleine beweging van de camera. Houd de camera stevig vast met uw handen (plaats hem niet op een statief)‎,‎ zodat de beelden tijdens de opname iets van elkaar verschillen. De juiste scherpstelling,‎ een scène met hoog contrast en een niet-bewegend doelobject zijn andere voorwaarden voor een UltraMax beeld van goede kwaliteit.

11  Schermelementen en werkbalkknoppen

11.1  Vensterelementen: het tabblad Bibliotheek

11.1.1  Figuur

Graphic

11.1.2  Uitleg

11.2  Vensterelementen: het tabblad Instrumenten

11.2.1  Figuur

Graphic

11.2.2  Uitleg

11.3  Vensterelementen: het tabblad Beeldblad aanmaken

11.3.1  Figuur

Graphic

11.3.2  Uitleg

11.4  Vensterelementen: het tabblad Rapportage

11.4.1  Figuur

Graphic

11.4.2  Uitleg

11.5  Vensterelementen: het venster voor beeldbewerking (voor stilstaande beelden)‎

11.5.1  Figuur

Graphic

11.5.2  Uitleg

11.6  Vensterelementen: het venster voor beeldbewerking (voor videofragmenten)‎

11.6.1  Figuur

Graphic

11.6.2  Uitleg

11.7  Taakbalkknoppen (op het tabblad Instrumenten)‎

Graphic
Selectiegereedschap.
Graphic
Spotmetergereedschap.
Graphic
Bereikgereedschap.
Graphic
Lijngereedschap.
Graphic
Cirkel- en ovaalgereedschap.
Graphic
Gereedschap voor rechtsom/linksom draaien.
Graphic
Kleurenpaletgereedschap.
Graphic
Functie voor bereik van automatische aanpassing.
Graphic
Zoomgereedschap.

11.8  Werkbalkknoppen (in venster voor beeldbewerking)‎

Graphic
Selectiegereedschap.
Graphic
Spotmetergereedschap.
Graphic
Bereikgereedschap.
Graphic
Cirkel- en ovaalgereedschap.
Graphic
Lijngereedschap.
Graphic
Verschilgereedschap.
Graphic
Gereedschap voor rechtsom/linksom draaien.
Graphic
Kleurenpaletgereedschap.
Graphic
Thermische MSX-functie.
Graphic
Thermische functie.
Graphic
Thermische fusie-functie.
Graphic
Thermische samenvoegfunctie.
Graphic
Beeld-in-beeld-gereedschap.
Graphic
Digitale foto-functie.
Graphic
Functie om beeld-in-beeld te wijzigen.
Graphic
Functie om de balans tussen het warmtebeeld en het digitaal beeld te wijzigen.
Graphic
Functie voor bereik van automatische aanpassing.
Graphic
Zoomgereedschap.

11.9  Werkbalkknoppen (in venster voor rapportbewerking)‎

Graphic
Gereedschap Tekstcommentaar.
Graphic
Tekstvakgereedschap.
Graphic
Pijlmarkeringsgereedschap.
Graphic
Objecten uitlijnen op raster.

11.10  Het tabblad Panorama

11.10.1  Figuur

Graphic

11.10.2  Uitleg

12  Live streamen van camerabeelden

12.1  Algemeen

U kunt een infraroodcamera aansluiten op FLIR Tools/Tools+‎ en de livestream weergeven op het tabblad Instrumenten. Wanneer de camera is aangesloten,‎ kunt u meethulpmiddelen neerzetten,‎ parameters wijzigen,‎ curven maken,‎ enz.

12.2  Figuur

Graphic

Figuur 12.1  Het tabblad Instrumenten.

12.3  Procedure

13  Afbeeldingen en mappen beheren

13.1  Bestanden groeperen

13.1.1  Algemeen

U kunt bestanden groeperen,‎ bijvoorbeeld een infraroodafbeelding en een digitale foto,‎ of een infraroodafbeelding en een curve. Wanneer twee bestanden zijn gegroepeerd,‎ wordt er een koppeling gemaakt en fungeren de afbeeldingen in het hele rapportageproces als een paar.

13.1.2  Procedure

13.2  Een frame in een sequentiebestand opslaan als een radiometrisch JPG-bestand

13.2.1  Algemeen

U kunt een frame in een sequentiebestand opslaan als een radiometrisch JPG-bestand.

13.2.2  Procedure

13.3  Een frame in een sequentiebestand opslaan als een *.avi-bestand

13.3.1  Algemeen

U kunt een frame in een sequentiebestand opslaan als een *.avi-bestand

13.3.2  Procedure

13.4  De afspeelsnelheid wijzigen

13.4.1  Algemeen

U kunt de afspeelsnelheid van videofragmenten wijzigen tussen -60× en +‎60×.

13.4.2  Procedure

13.5  Beelden klonen

13.5.1  Algemeen

U kunt een of meerdere beelden kopiëren. Dit heet klonen.

13.5.2  Procedure

13.6  Het digitaal beeld verwijderen uit een multispectraal beeld

13.6.1  Algemeen

Bij camera's met ondersteuning van multispectrale beelden worden alle beeldmodi opgenomen in één enkel beeldbestand — MSX,‎ thermisch,‎ thermische fusie,‎ thermische samenvoegfunctie,‎ beeld-in-beeld en het digitaal beeld.
U kunt een digitale foto uit dit multispectrale beeld extraheren. Het gezichtsveld van de verwijderde foto komt overeen met het gezichtsveld van het warmtebeeld. Bovendien kunt u een foto op volledige grootte extraheren.

13.6.2  Procedure: Foto extraheren

13.6.3  Procedure: Foto op volledige grootte extraheren

13.7  De resolutie van een beeld verbeteren

13.7.1  Algemeen

Sommige camera's van FLIR Systems ondersteunen resolutiebetering van beelden met behulp van een functie genaamd UltraMax.

13.7.2  Aanduiding van ondersteunde beelden

Ondersteunde beelden worden aangeduid met een speciaal pictogram op het tabblad Bibliotheek. Zie de rechterbenedenhoek in de onderstaande afbeelding.
Graphic

13.7.3  Procedure

13.8  Afbeeldingen verwijderen

13.8.1  Algemeen

U kunt één afbeelding of een groep afbeeldingen verwijderen.

13.8.2  Procedure

13.9  Een map toevoegen

13.9.1  Algemeen

U kunt een map toevoegen aan de bibliotheek.

13.9.2  Procedure

13.10  Een map verwijderen

13.10.1  Algemeen

U kunt een map verwijderen vanuit de bibliotheek.

13.10.2  Procedure

13.11  Een submap maken

13.11.1  Algemeen

U kunt een submap maken in een bestaande map van de bibliotheek.

13.11.2  Procedure

14  Afbeeldingen analyseren

14.1  Een meethulpmiddel neerzetten

14.1.1  Algemeen

U kunt één of meerdere meethulpmiddelen op een afbeelding neerzetten,‎ bijvoorbeeld een spotmeter,‎ gebied,‎ cirkel of lijn.

14.1.2  Procedure

14.2  Een meethulpmiddel verplaatsen

14.2.1  Algemeen

Meethulpmiddelen die u hebt neergezet op een afbeelding,‎ kunt u verplaatsen met het selectiehulpmiddel.

14.2.2  Procedure

14.3  De afmetingen van een meethulpmiddel wijzigen

14.3.1  Algemeen

Van de meethulpmiddelen die u hebt neergezet op een afbeelding,‎ bijvoorbeeld een gebied,‎ kunt u de afmetingen wijzigen met het selectiehulpmiddel.

14.3.2  Procedure

14.4  Een meethulpmiddel verwijderen

14.4.1  Algemeen

U kunt meethulpmiddelen verwijderen die u op een afbeelding hebt neergezet.

14.4.2  Procedure

14.5  Lokale markeringen voor een meethulpmiddel aanmaken

14.5.1  Algemeen

Wanneer beelden uit de camera in FLIR Tools worden geïmporteerd,‎ neemt het programma eventuele bestaande markeringen voor een meethulpmiddel in het beeld over. In sommige gevallen is het misschien gewenst om een markering toe te voegen wanneer u het beeld in FLIR Tools analyseert. Dit is mogelijk met behulp van lokale markeringen.

14.5.2  Procedure

14.6  Lokale parameters voor een meethulpmiddel instellen

14.6.1  Algemeen

In bepaalde situaties wilt u wellicht een meetparameter voor slechts één meethulpmiddel wijzigen. De reden hiervoor kan zijn dat het meethulpmiddel zich vóór een oppervlak bevindt dat aanzienlijk meer reflecteert dan andere oppervlakken in het beeld,‎ of dat het zich boven een object bevindt dat verder verwijderd is dan de andere objecten in het beeld,‎ etc.
Zie het gedeelte 24 Thermografische meettechnieken voor meer informatie over objectparameters.

14.6.2  Procedure

14.7  Werken met isothermen

14.7.1  Algemeen

Met de isothermopdracht wijst u een contrasterende kleur toe aan alle pixels met een temperatuur boven,‎ onder of tussen een of meerdere vooraf ingestelde temperatuurniveaus.
Het gebruik van isothermen is een goede methode om afwijkingen in een infraroodafbeelding in een vroeg stadium te ontdekken.

14.7.2  Algemene isothermen instellen (Bovenliggend,‎ Onderliggend)‎

14.7.2.1  Algemeen

Een isotherm van het type Bovenliggend en Onderliggend kleurt gebieden met een temperatuur hoger of lager dan een ingestelde temperatuur.

14.7.2.2  Procedure

14.7.3  Algemene isothermen instellen (interval)‎

14.7.3.1  Algemeen

Een isotherm van het type Interval kleurt gebieden met een temperatuur tussen twee ingestelde temperaturen.

14.7.3.2  Procedure

14.7.4  Een vochtigheidsisotherm instellen

14.7.4.1  Algemeen

De vochtigheidsisotherm kan gebieden detecteren waar risico bestaat op schimmelgroei of waar risico bestaat dat vochtigheid als vloeibaar water kan neerslaan (d.w.z. het dauwpunt)‎.

14.7.4.2  Procedure

14.7.5  Een isolatie-isotherm instellen

14.7.5.1  Algemeen

De isolatie-isotherm kan gebieden detecteren waar er sprake kan zijn van isolatiefouten in het gebouw. Dit wordt geactiveerd als het isolatieniveau onder een vooraf ingestelde waarde zakt voor de energie die door de muur lekt,‎ de zogenaamde thermische index.
Verschillende bouwverordeningen bevelen verschillende waarden voor de thermische index aan,‎ maar gebruikelijke waarden zijn 0,‎6–0,‎8 voor nieuwe gebouwen. Raadpleeg voor de aanbevelingen uw nationale bouwverordeningen.

14.7.5.2  Procedure

14.7.6  Een aangepaste isotherm instellen

14.7.6.1  Algemeen

Een aangepaste isotherm kan een van de volgende typen zijn:
  • Bovenliggend.
  • Onderliggend.
  • Interval.
  • Vochtigheid.
  • Isolatie.
Voor deze aangepaste isothermen kunt een aantal verschillende parameters handmatig instellen in vergelijking tot de standaardisothermen:
  • Achtergrond.
  • Kleuren (semi-transparant of effen kleuren)‎.
  • Omgekeerd interval (alleen voor de isotherm Interval)‎.

14.7.6.2  Procedure

14.8  De temperatuurniveaus wijzigen

14.8.1  Algemeen

Aan de onderkant van de infraroodafbeelding ziet u twee schuiven. Door deze schuiven naar links of naar rechts te verslepen,‎ kunt u het bovenste of onderste niveau van de temperatuurschaal wijzigen.

14.8.2  Waarom zou ik de temperatuurniveaus wijzigen?

Wanneer u de temperatuurniveaus handmatig wijzigt,‎ kunt u een temperatuurafwijking analyseren.

14.8.2.1  Voorbeeld 1

Hier ziet u twee infraroodbeelden van een gebouw. In het linker beeld,‎ dat automatisch is aangepast,‎ is een correcte analyse lastig door het grote temperatuurbereik tussen de heldere hemel en het verwarmde gebouw. U kunt het gebouw in groter detail analyseren als u de temperatuurschaal kunt instellen op waarden nabij de temperatuur van het gebouw.
Graphic
Automatisch
Graphic
Handmatig

14.8.2.2  Voorbeeld 2

Hier ziet u twee infraroodbeelden van een isolator in een hoogspanningsleiding. Om de analyse van de temperatuurverschillen in de isolator te vergemakkelijken,‎ is de temperatuurschaal in het rechter beeld ingesteld op waarden nabij de temperatuur van de isolator.
Graphic
Automatisch
Graphic
Handmatig

14.8.3  Het wijzigen van het bovenste niveau

14.8.4  Het wijzigen van het onderste niveau

14.8.5  Het onderste en bovenste niveau gelijktijdig wijzigen

14.9  Pas de afbeelding automatisch aan

14.9.1  Algemeen

U kunt een beeld of een groep beelden automatisch aanpassen. Als u een beeld automatisch aanpast,‎ worden de helderheid en het contrast van het beeld geoptimaliseerd. Dit betekent dat de kleurinformatie over de bestaande temperaturen van het beeld wordt verdeeld.

14.9.2  Procedure

14.10  Bereik van automatische aanpassing definiëren

14.10.1  Algemeen

Wanneer u op de temperatuurschaal of de toets Auto in het beeldvenster klikt,‎ wordt het volledige beeld automatisch aangepast. Dit betekent dat de kleurinformatie over de temperaturen in het beeld wordt verdeeld.
In bepaalde gevallen kan het stilstaande beeld of het videobeeld echter zeer hete of koude zones buiten een voor u relevant gebied bevatten. In dergelijke gevallen wilt u die zones uitsluiten en de kleurinformatie alleen gebruiken voor de temperaturen in het voor u relevante gebied. Hiertoe moet een bereik voor automatische aanpassing worden gedefinieerd.

14.10.2  Procedure

14.11  Kleurverdeling wijzigen

14.11.1  Algemeen

U kunt de kleurverdeling in een beeld wijzigen. Een andere kleurverdeling maakt het wellicht eenvoudiger het beeld beter te analyseren.

14.11.2  Definities

U kunt uit drie verschillende kleurverdelingen kiezen:
  • Histogram equalization: dit is een methode voor het weergeven van beelden waarbij de kleurinformatie wordt verdeeld over de bestaande temperaturen van het beeld. Deze methode van informatiedistributie kan met name succesvol zijn wanneer het beeld maar weinig pieken van zeer hoge temperaturen bevat.
  • Signal linear: dit is een methode voor het weergeven van beelden waarbij de kleurinformatie in het beeld lineair wordt verdeeld over de signaalwaarden van de pixels.
  • Temperature linear: dit is een methode voor het weergeven van beelden waarbij de kleurinformatie in het beeld lineair wordt verdeeld over de temperatuurwaarden van de pixels.

14.11.3  Procedure

14.12  Het palet wijzigen

14.12.1  Algemeen

U kunt het palet wijzigen dat de camera gebruikt om de verschillende temperaturen binnen een afbeelding weer te geven. Met een ander palet is het mogelijk eenvoudiger om de afbeelding te analyseren.

14.12.2  Procedure

14.13  De beeldmodus wijzigen

14.13.1  Algemeen

Voor sommige beelden kunt u de beeldmodus wijzigen. Dit doet u via de werkbalk in het venster beeldbewerking.

14.13.2  Typen beeldmodi

Knop

Beeldmodus

Voorbeeld van beeld

icon
Thermal MSX (Multi Spectral Dynamic Imaging)‎: In deze modus wordt een infraroodopname weergegeven waarbij de randen van objecten versterkt worden weergegeven. Merk op dat het label voor elke zekering duidelijk leesbaar is.
Graphic
icon
Thermal: In deze modus wordt een volledig infraroodbeeld weergegeven.
Graphic
icon
Thermal fusion: In deze modus wordt een digitale foto weergegeven waarvan sommige delen in infrarood worden weergegeven,‎ afhankelijk van de temperatuurlimieten.
Graphic
icon
Picture-in-picture: In deze modus wordt een infraroodbeeld bovenop een digitale foto weergegeven.
Graphic
icon
Digital camera: In deze modus wordt een volledige digitale foto weergegeven.
Graphic

14.14  Exporteren naar CSV

14.14.1  Algemeen

U kunt de inhoud van een beeld exporteren als een matrix van door komma's gescheiden waarden voor verdere analyse in externe software. De bestandsindeling is *.csv en het bestand kan worden geopend in Microsoft Excel.

14.14.2  Procedure

14.15  Een curve maken

14.15.1  Algemeen

Wanneer FLIR Tools/Tools+‎ is aangesloten op een camera die radiometrische streaming ondersteunt,‎ kunt u een plot maken. Een plot geeft weer hoe de resultaten van een of meerdere meethulpmiddelen variëren in tijd.

14.15.2  Procedure

14.16  Oppervlaktes berekenen

14.16.1  Algemeen

De afstand die in de parametergegevens van het beeld is opgenomen,‎ kan worden gebruikt als basis voor oppervlakteberekeningen. Een gangbare toepassing is het schatten van de grootte van een vochtige plek op de muur.
Voor het berekenen van de oppervlakte van een oppervlak moet u een rechthoek- of cirkelmeethulpmiddel aan het beeld toevoegen. FLIR Tools/Tools+‎ berekent de grootte van het oppervlak omsloten door het rechthoek- of cirkelmeethulpmiddel. De berekening is een schatting van de oppervlakte,‎ gebaseerd op de afstandswaarde.

14.16.1.1  Procedure

Volg deze procedure:

14.17  Lengtes berekenen

14.17.1  Algemeen

De afstand die in de parametergegevens van het beeld is opgenomen,‎ kan worden gebruikt als basis voor lengteberekeningen.
Voor het berekenen van de lengte moet u een lijnmeethulpmiddel aan het beeld toevoegen. FLIR Tools/Tools+‎ berekent de lijnlengte bij benadering,‎ op basis van de afstandswaarde.

14.17.1.1  Procedure

Volg deze procedure:

15  Werken met tekstcommentaar

15.1  Over afbeeldingsbeschrijvingen

15.1.1  Wat is een afbeeldingsbeschrijving?

Een afbeeldingsbeschrijving is een korte tekstbeschrijving die in een infraroodafbeelding wordt opgeslagen. De beschrijving maakt gebruik van de standaardtag in de*.jpg-bestandsindeling en kan worden gelezen door andere software.

15.1.1.1  Procedure

15.2  Over tekstcommentaar

15.2.1  Wat is een tekstcommentaar?

Een tekstcommentaar is informatie in tekstvorm over iets in een afbeelding en is samengesteld uit een groep informatieparen: label enwaarde. Met tekstcommentaar wordt het maken van rapporten en nabewerken efficiënter,‎ omdat er belangrijke informatie over de afbeelding wordt vermeld zoals,‎ omstandigheden,‎ foto's en informatie over de plek waar een foto is genomen.
Een tekstcommentaar is een eigen commentaarformaat van FLIR Systems en de informatie kan niet worden afgelezen via software van andere makelij. Het concept leunt zwaar op interactie door de gebruiker. In de camera kan de gebruiker een van verschillende waarden voor ieder label selecteren. De gebruiker kan ook numerieke waarden invoeren en het tekstcommentaar meetwaarden van het scherm laten vastleggen.

15.2.2  Definitie van label en waarde

Het concept van tekstcommentaar is gebaseerd op twee belangrijke definities: label en waarde. In onderstaande voorbeelden wordt het verschil tussen de twee definities uitgelegd.
Company
Company A
Company B
Company C
Building
Workshop 1
Workshop 2
Workshop 3
Section
Room 1
Room 2
Room 3
Equipment
Tool 1
Tool 2
Tool 3
Recommendation
Recommendation 1
Recommendation 2
Recommendation 3

15.2.3  Voorbeeld markup-structuur

Het bestandsformaat voor tekstcommentaar is *.tcf. Hier ziet u een voorbeeld van de markup-structuur van een dergelijk bestand en hoe de markup er in Notepad uitziet. De woorden tussen de punthaken zijn labels en de woorden zonder punthaken zijn waarden.
<Bedrijf> Bedrijf A Bedrijf B Bedrijf C <Gebouw> Werkplaats 1 Werkplaats 2 Werkplaats 3 <Afdeling> Ruimte 1 Ruimte 2 Ruimte
                              3 <Apparatuur> Machine 1 Machine 2 Machine 3 <Aanbeveling> Aanbeveling 1 Aanbeveling 2 Aanbeveling 3
                           

15.2.4  Een tekstcommentaar voor een beeld maken

15.2.4.1  Algemeen

In FLIR Tools/Tools+‎ kunt u een tekstcommentaar voor een afbeelding maken. U doet dit in het venster beeldbewerking.

15.2.4.2  Procedure

15.2.5  Een tekstcommentaarsjabloon aanmaken

15.2.5.1  Algemeen

In FLIR Tools/Tools+‎ kunt u tekstcommentaarsjablonen aanmaken op het tabblad Sjablonen. Deze sjablonen kunnen worden overgebracht naar de camera of worden gebruikt als een sjabloon tijdens de post-analyse in het programma.

15.2.5.2  Procedure

16  Panorama's maken

16.1  Algemeen

U kunt in FLIR Tools+‎ panorama's maken door diverse kleinere afbeeldingen samen te voegen tot een grotere. FLIR Tools+‎ analyseert elke afbeelding om pixelpatronen te detecteren die overeenkomen met pixelpatronen in andere afbeeldingen.
Vervolgens kunt u het panorama bijsnijden en diverse perspectiefcorrecties uitvoeren.

16.2  Figuur

In deze afbeelding wordt de panoramawerkruimte weergegeven.
Graphic

16.3  Procedure

Raadpleeg het gedeelte 11.10 Het tabblad Panorama voor meer informatie.

17  Rapporten maken

17.1  Algemeen

U kunt vier soorten rapporten uit het programma creëren:
Rapporten van het type 2,‎ 3 en 4 kunnen worden opgeslagen in een tussenformaat met de extensie *.repx. Zie 17.3 Een rapport in het tussenformaat *.repx opslaan voor meer informatie.

17.2  Een standaard rapportsjabloon instellen

Voordat er met rapporten wordt gewerkt,‎ moet er een standaard rapportsjabloon worden ingesteld. Er kunnen maximaal twee standaard rapportsjablonen worden ingesteld. Deze sjablonen worden vervolgens toegepast wanneer er op Rapport genereren in het tabblad Bibliotheek wordt geklikt.

17.3  Een rapport in het tussenformaat *.repx opslaan

17.4  Adobe PDF-beeldblad maken

17.5  Een Adobe PDF-rapportage maken

17.6  Een non-radiometrisch Microsoft Word‎-report maken

17.6.1  Snelkoppelingen voor "Snelle Rapporten" maken

17.6.1.1  Algemeen

Voor niet-radiometrische Microsoft Word-rapporten kunt u snelkoppelingen op het bureaublad genaamd "Rapid Report"-snelkoppelingen maken. U kunt vervolgens beelden naar deze snelkoppeling slepen om rapporten te maken zonder FLIR Tools+‎ te starten.

17.6.1.2  Procedure

17.7  Radiometrisch Microsoft Word‎-rapport maken

Uitgebreide informatie over werken met sjablonen in Microsoft Word vindt u in 18 Werken in de Microsoft Word-omgeving.

18  Werken in de Microsoft Word-omgeving

18.1  Een rapportsjabloon maken

18.1.1  Algemeen

FLIR Tools+‎ wordt geleverd met verschillende rapportsjablonen (Microsoft Word *.dotx-bestanden)‎. Als deze sjablonen niet voldoen aan uw behoeften,‎ kunt u uw eigen aangepaste infraroodrapportsjablonen maken.

18.1.1.1  Wilt u weinig of veel rapportsjablonen?

Het is niet ongebruikelijk dat u één specifieke sjabloon gebruikt voor één specifieke klant. Als dit het geval is,‎ wilt u mogelijk bedrijfsspecifieke gegevens van uw klant opnemen in de sjabloon,‎ in plaats van deze handmatig in te voeren nadat het infraroodrapport is gegenereerd.
Als u echter meerdere klanten hebt die een infraroodrapport willen dat kan worden gemaakt met één of enkele sjablonen,‎ is het beter om bedrijfsspecifieke gegevens niet op te nemen in de sjabloon aangezien dat type gegevens eenvoudig kan worden ingevoerd nadat het rapport is gegenereerd.

18.1.1.2  Typische structuur

Een aangepaste infraroodrapportsjabloon bestaat doorgaans uit de volgende typen pagina's:
  • Een voorblad.
  • Een aantal verschillende pagina's die combinaties bevatten van IR Viewer-objecten,‎ digitale foto-objecten,‎ IR-histogramobjecten,‎ IR-profielobjecten,‎ tabelobjecten,‎ overzichtstabelobjecten,‎ enz.
  • Een achterblad.
U kunt het voorblad en achterblad van de rapportsjabloon maken met bestaande functies in Microsoft Word.
Het voor- en achterblad van een infraroodrapportsjabloon bevatten meestal de volgende informatie:
  • De namen van uw bedrijf en het bedrijf van de klant.
  • Overige contactgegevens.
  • De huidige datum.
  • De titel van het infraroodrapport.
  • De logo's van uw bedrijf en het bedrijf van de klant.
  • Eventuele aanvullende illustraties of informatie die u wilt vermelden.

18.1.1.3  Een opmerking over het werken in de Microsoft Word‎-omgeving

Doordat de rapportgenerator in FLIR Tools+‎ een invoegtoepassing is voor Microsoft Word,‎ kunnen in principe alle bestaande functies die u normaal gesproken gebruikt bij het maken van een Microsoft Word-documentsjabloon worden gebruikt bij het maken van uw rapportsjablonen.
FLIR Tools+‎ voegt een aantal opdrachten toe die specifiek zijn voor de branche van infraroodbeeldbewerking en -rapportage. Deze opdrachten zijn toegankelijk op het tabblad FLIR Tools+‎.
U gebruikt deze functies samen met de gebruikelijke Microsoft Word-functies wanneer u infraroodrapportsjablonen maakt.

18.1.2  Een aangepaste infraroodrapportsjabloon maken

U kunt een aangepaste infraroodrapportsjabloon maken op basis van een lege Microsoft Word-sjabloon. De eenvoudigste manier om een rapportsjabloon te maken,‎ is echter door een bestaande sjabloon te wijzigen. Wanneer u dit doet,‎ kunt u gebruikmaken van de bestaande infraroodobjecten die al op de rapportsjabloonpagina staan. Zo bent u veel sneller klaar dan wanneer u een geheel nieuwe infraroodrapportsjabloon zou moeten maken.
U kunt een rapportsjabloon op drie verschillende manieren maken:
  • Een basisrapportsjabloon aanpassen.
  • Een bestaande rapportsjabloon wijzigen.
  • Een rapportsjabloon maken op basis van een lege Microsoft Word-sjabloon.

Een basisrapportsjabloon aanpassen

Een bestaande sjabloon wijzigen

Een rapportsjabloon maken op basis van een lege Microsoft Word‎-sjabloon

18.2  Objecten in het rapport beheren

Wanneer u een rapport maakt op basis van een rapportsjabloon,‎ worden er automatisch objecten ingevoegd als tijdelijke aanduiding voor infraroodbeelden,‎ digitale foto's,‎ tabellen en velden op de rapportpagina's. U kunt ook objecten invoegen en hun eigenschappen wijzigen nadat u het rapport hebt gestart in Microsoft Word,‎ zoals is beschreven in onderstaande gedeelten.
Raadpleeg het gedeelte 18.1 Een rapportsjabloon maken wanneer u uw eigen rapportsjablonen maakt. U voegt objecten in en definieert de eigenschappen volgens de instructies in onderstaande gedeelten.
De volgende objecten kunnen in het rapport staan:
  • IR Viewer-object.
  • Digitale foto-object.
  • IR-profielobject.
  • IR-histogramobject.
  • IR-trendingobject.
  • Veldobject.
  • Tabelobject.
  • Overzichtstabelobject.
Werkbalken,‎ submenu's,‎ knoppen,‎ enz. die zijn gerelateerd aan de objecten,‎ zijn gedetailleerd beschreven in het gedeelte 18.4 Softwarereferenties.

18.2.1  Objecten invoegen

Graphic

18.2.1.1  IR Viewer-objecten en digitale foto-objecten

IR Viewer-objecten en digitale foto-objecten zijn tijdelijke aanduidingen die automatisch infraroodbeelden en visuele beelden laden wanneer een rapport wordt gemaakt.

IR Viewer-objecten en digitale foto-objecten invoegen

18.2.1.2  IR-profielobjecten

Wanneer een rapport wordt gemaakt,‎ worden in het IR-profielobject automatisch de waarden weergegeven van eventuele lijnhulpmiddelen die zijn opgeslagen in het infraroodbeeld

IR-profielobjecten invoegen

18.2.1.3  IR-histogramobjecten

Wanneer een rapport is gemaakt,‎ wordt met het IR-histogramobject getoond hoe pixels in de bereikhulpmiddelen van het beeld zijn verdeeld door een curve te maken van het aantal pixels op elk temperatuurniveau.

IR-histogramobjecten invoegen

18.2.1.4  IR-trendingobjecten

Het standaardgedrag van het IR-trendingobject is dat het automatisch een trend weergeeft voor alle IR Viewer-objecten in het rapport nadat het rapport is gemaakt. U kunt beelden ook handmatig verslepen naar het IR-trendingobject.

IR-trendingobjecten invoegen

18.2.1.5  Veldobjecten

Wanneer u uw rapport maakt,‎ worden in het veldobject automatisch waarden of tekst weergegeven die zijn gekoppeld aan een infraroodbeeld.

Veldobjecten invoegen

18.2.1.6  Tabelobjecten

Wanneer u uw rapport maakt,‎ worden in het tabelobject automatisch de waarden van eventuele meethulpmiddelen in het infraroodbeeld weergegeven.

Tabelobjecten invoegen

18.2.1.7   Overzichtstabelobjecten

Wanneer u uw rapport maakt,‎ worden in het overzichtstabelobject automatisch de waarden weergegeven van de items die u hebt gekozen om op te nemen in de tabel.

Overzichtstabelobjecten invoegen

18.2.2  Objecten koppelen

In deze beschrijving wordt aangenomen dat u één IR-profielobject en minimaal één IR Viewer-object op uw sjabloonpagina hebt.
De objecten die u koppelt,‎ moeten op dezelfde pagina staan wanneer u deze koppelt. Als de paginering van het document wijzigt en een van de objecten op een andere pagina komt te staan,‎ blijft de koppeling echter behouden.

Objecten koppelen

18.2.3  De afmetingen van objecten wijzigen

De afmetingen van infraroodobjecten wijzigen

De afmetingen van tabel- en overzichtstabelobjecten wijzigen

18.2.4  Objecten verwijderen

Infraroodobjecten verwijderen

Tabel- en overzichtstabelobjecten verwijderen

Veldobjecten verwijderen

18.2.5  Meethulpmiddelen voor IR Viewer

Een infraroodbeeld bevat geldige temperatuurinformatie die kan worden uitgevoerd met verschillende hulpmiddelen,‎ zoals spotmeters,‎ profielen of gebieden.
Deze hulpmiddelen opent u vanaf de werkbalk IR Viewer,‎ die wordt weergegeven wanneer u op het IR Viewer-object klikt.
Klik op Graphic om het selectiehulpmiddel weer te geven. Dit hulpmiddel werkt op dezelfde manier als selectiehulpmiddelen in tekstverwerkingsprogramma's en DTP-programma's. U gebruikt het selectiehulpmiddel voor het selecteren van meethulpmiddelen.
Klik op Graphic om een spotmeter weer te geven waaraan een vlag is bevestigd en waarmee u temperatuurwaarden kunt identificeren door deze over het infraroodbeeld te verplaatsen. Als u op het beeld klikt,‎ maakt het hulpmiddel voor de zwevende spotmeter een vaste spotmeter op het beeld. U kunt de modus voor de zwevende spotmeter deactiveren door op de Esc-toets te drukken.
Klik op Graphic om vaste spotmeters te maken op infraroodbeelden. Het meetresultaat kan vervolgens worden weergegeven in een tabelobject.
Klik op Graphic om gebieden te maken op infraroodbeelden. Het meetresultaat kan vervolgens worden weergegeven in een tabelobject.
Klik op Graphic om ellipsoïde gebieden te maken op infraroodbeelden. Het meetresultaat kan vervolgens worden weergegeven in een tabelobject.
Klik op Graphic om polygoongebieden te maken op infraroodbeelden. Het meetresultaat kan vervolgens worden weergegeven in een tabelobject.
Klik op Graphic om een lijn te maken op infraroodbeelden. Het meetresultaat kan vervolgens worden weergegeven in een IR-profielobject.
Klik op Graphic om een gebogen lijn te maken op infraroodbeelden. Het meetresultaat kan vervolgens worden weergegeven in een IR-profielobject.
Klik op Graphic om het verschil tussen twee temperaturen te berekenen,‎ bijvoorbeeld twee spotmeters of een spotmeter en de maximumtemperatuur in het beeld. Het resultaat van de berekening wordt weergegeven als ToolTip en als resultaat in de resultatentabel. Voor het gebruik van deze werkbalkknop moet u minimaal één meetfunctie op uw beeld hebben neergezet.
Klik op Graphic om een markering te maken die u kunt verplaatsen naar een willekeurige positie in een beeld om een relevant gebied aan te wijzen.
Klik op Graphic om een menu weer te geven waarin u een van de volgende dingen kunt doen:
  • Een isotherm invoegen boven een temperatuurniveau. Hiermee wijst u een vooraf bepaalde kleur toe aan alle temperaturen in een beeld die hoger zijn dan een bepaald temperatuurniveau.
  • Een isotherm invoegen onder een temperatuurniveau. Hiermee wijst u een vooraf bepaalde kleur toe aan alle temperaturen in een beeld die lager zijn dan een bepaald temperatuurniveau.
  • Een isothermkleur instellen die wordt weergegeven wanneer de camera een gebied opmerkt waar wellicht een risico op vochtigheid in het gebouw bestaat (vochtalarm)‎.
  • Een isothermkleur instellen die wordt weergegeven wanneer de camera een mogelijk isolatiedefect in een muur opmerkt (isolatiealarm)‎.
  • Een isotherm invoegen tussen twee temperatuurniveaus. Hiermee wijst u een vooraf bepaalde kleur toe aan alle temperaturen in een beeld die tussen twee bepaalde temperatuurniveaus liggen.
Zie het gedeelte 18.4.10.2.2 Tabblad Isotermen voor meer informatie over isotherminstellingen.
Klik op Graphic om een rechthoek te tekenen rond een gebied waarop u wilt inzoomen. Wanneer de zoommodus geactiveerd is,‎ wordt er in de rechterbovenhoek een miniatuurbeeld weergegeven,‎ waarmee de locatie van het gebied wordt aangegeven waarop u hebt ingezoomd. U kunt het gebied verplaatsen door de linkermuisknop ingedrukt te houden en vervolgens de muis te bewegen. Als u de zoommodus wilt verlaten,‎ selecteert u in het menu Zoom of drukt u op het toetsenbord op de spatiebalk.
Klik op Graphic om het dialoogvenster Afbeeldingsfusie te openen. Zie het gedeelte 18.2.7 Samenvoegen van beelden voor meer informatie over het combineren van beelden.
Klik op Graphic om in het IR Viewer-object rasterlijnen in of uit te schakelen. Zie het gedeelte 18.2.5.2 Het rasterhulpmiddel gebruiken voor meer informatie over het rasterhulpmiddel.

18.2.5.1  De meethulpmiddelen beheren

Nadat u meethulpmiddelen,‎ zoals spotmeters,‎ gebieden en markeringen hebt toegevoegd aan een IR Viewer-object,‎ kunt u hierop acties uitvoeren,‎ zoals verplaatsen,‎ klonen en verwijderen.

Een meethulpmiddel selecteren in het beeld

Een meethulpmiddel verplaatsen

Meethulpmiddelen klonen

Meethulpmiddelen verwijderen

18.2.5.2  Het rasterhulpmiddel gebruiken

Met het rasterhulpmiddel kunt u een raster plaatsen op een IR Viewer-object indien u het gezichtsveld van de lens en de afstand tot het doelobject weet. Hierbij stelt elk element van het raster een bekend gebied voor.
U kunt ook een lijn plaatsen in het IR Viewer-object en de lengte van de lijn opgeven.

Het rasterhulpmiddel gebruiken

18.2.6  Formules

18.2.6.1  Algemeen

Met FLIR Tools+‎ kunt u geavanceerde berekeningen uitvoeren op verschillende items in het infraroodbeeld. Een formule kan alle gangbare wiskundige operators en functies bevatten (+‎,‎ –,‎ ×,‎ ÷,‎ enz.)‎. Ook numerieke constanten,‎ zoals π kunnen worden gebruikt.
Bovendien kunnen verwijzingen naar meetresultaten,‎ andere formules en andere numerieke gegevens worden ingevoegd in formules.

18.2.6.2  Een eenvoudige formule maken

Een formule maken die het verschil tussen twee punten berekent

18.2.6.3  Een voorwaardelijke formule maken

Voor sommige toepassingen wilt u mogelijk het resultaat van een berekening weergeven in een groen lettertype als het resultaat lager is dan een kritieke waarde,‎ en in een rood lettertype als het resultaat hoger is dan de kritieke waarde.
Dit kunt u doen door een voorwaardelijke formule te maken met de IF-instructie.

Een voorwaardelijke formule met de IF-instructie maken

18.2.7  Samenvoegen van beelden

18.2.7.1  Algemeen

Met FLIR Tools+‎ kunt u een infraroodbeeld samenvoegen met een visueel beeld. Wanneer u beelden samenvoegt,‎ is het mogelijk makkelijker om de exacte positie van temperatuurafwijkingen te bepalen.

18.2.7.2  Procedure voor het samenvoegen van beelden

Een infraroodbeeld samenvoegen met een visueel beeld

Zie het gedeelte 18.4.10.7 Dialoogvenster Afbeeldingsfusie voor meer informatie over het samenvoegen van beelden.

18.3  Documenteigenschappen

18.3.1  Algemeen

Wanneer u een infraroodrapport maakt,‎ haalt FLIR Tools+‎ de Microsoft Word-documenteigenschappen voor de rapportsjabloon op en voegt deze eigenschappen in de betreffende Microsoft Word-velden van het definitieve rapport in.
Met deze documenteigenschappen kunt u bij het maken van een rapport diverse tijdrovende taken automatiseren. Mogelijk wilt u dat FLIR Tools+‎ automatisch informatie toevoegt,‎ zoals de naam,‎ het adres en e-mailadres van de plaats van inspectie,‎ het model van de camera die u gebruikt en uw e-mailadres.

18.3.2  Typen documenteigenschappen

Er zijn twee verschillende typen documenteigenschappen:
  • Beknopte documenteigenschappen.
  • Aangepaste documenteigenschappen.
Voor eerstgenoemde kunt u alleen de waarden wijzigen,‎ maar voor laatstgenoemde kunt u zowel de labels als de waarden wijzigen.

18.3.3  Microsoft Word‎-documenteigenschappen maken en bewerken

Documenteigenschappen maken en bewerken

18.3.4  De prefix voor een rapporteigenschap wijzigen

18.3.4.1   Algemeen

Als een rapport is gegenereerd,‎ wordt er een dialoogvenster Rapporteigenschappen weergegeven. In dit dialoogvenster kunt u klantgegevens en informatie over de inspectie invoeren. De informatie die u in dit dialoogvenster heeft ingevoerd,‎ wordt ingevuld in de overeenkomstige tijdelijke aanduidingen in het rapport.
De eigenschappen van het rapport worden weergegeven als deze vooraf worden gegaan door een underscore (_)‎. Mocht u echter eigen aangepaste sjablonen gebruiken,‎ dan hebben deze mogelijk een ander voorvoegsel,‎ bijv. een procentteken (%)‎,‎ een dollarteken ($)‎,‎ een hekje (#)‎ of de volledige of gedeeltelijke bedrijfsnaam (bijv,‎ 'ACME')‎. Als u wilt dat deze eigenschappen worden weergegeven in het gegenereerde rapport,‎ moet u de eigenschap FLIR_ReportPropertyPrefix in bijwerken.

18.3.4.2   Procedure

Volg deze procedure:

18.3.5  Een Microsoft Word‎-veld maken en koppelen aan een documenteigenschap

Een Microsoft Word‎-veld maken en koppelen

18.4  Softwarereferenties

Dit gedeelte bevat gedetailleerde beschrijvingen van alle menu's,‎ knoppen,‎ dialoogvensters,‎ enz. met betrekking tot FLIR Tools+‎.

18.4.1  Tabblad FLIR Tools+‎

Na installatie van FLIR Tools+‎ verschijnt het tabblad FLIR Tools+‎ rechts van de standaardtabbladen in het lint van uw Microsoft Word-documenten.
Graphic
Klik op Graphic om een IR Viewer-object in te voegen voor infraroodbeelden en sequentiebestanden. Een infraroodbeeld of een sequentiebestand bevat geldige temperatuurinformatie die kan worden uitgevoerd door verschillende typen meethulpmiddelen te plaatsen,‎ zoals spotmeters,‎ profielen en gebieden.
Klik op Graphic om een digitale foto-object in te voegen. Deze kan genomen zijn met een zelfstandige digitale camera of met de digitale visuele camera die is ingebouwd op sommige FLIR Systems-infraroodcamera's. Gebruik deze methode alleen om een foto in te voegen wanneer u een rapportsjabloon ontwerpt. In alle andere gevallen voegt u foto's in door te klikken op Foto op het tabblad Invoegen.
Klik op Graphic om een IR-profielobject in te voegen. Een IR-profielobject bevat een grafiek waarin de pixelwaarden worden weergegeven langs een lijn in een infraroodbeeld.
Klik op Graphic om een IR-histogramobject in te voegen. Een IR-histogramobject bevat een grafiek waarin wordt getoond hoe pixels in het beeld zijn verdeeld door een curve te maken van het aantal pixels op elk temperatuurniveau.
Klik op Graphic om een IR-trendingobject in te voegen. Een IR-trendingobject is een grafische voorstelling van meetwaarden of tekstcommentaarwaarden op de Y-as tegenover infraroodrapportpagina's of infraroodbeelden op de X-as,‎ gesorteerd op tijd,‎ paginanummer of tekstcommentaarwaarden. Hiermee kunnen ook mogelijke trends worden weergegeven,‎ op basis van verschillende algoritmen.
Klik op Graphic om het dialoogvenster Snel invoegen weer te geven. Zie het gedeelte 18.4.10.1 Dialoogvenster Snel invoegen voor het maken van een rapport door een vooraf gedefinieerde pagina-indeling te selecteren of een bestaande pagina-indeling te wijzigen.
Klik op Graphic om infraroodobjecten aan elkaar te koppelen,‎ bijvoorbeeld een IR-profielobject aan een IR Viewer-object.
Klik op een infraroodobject en vervolgens op Graphic om het object te verwijderen uit uw rapport.
Klik op Graphic om een veldobject in te voegen in uw huidige document. Een veldobject kan worden gekoppeld aan waarden of tekst in uw infraroodbeeld.
Klik op Graphic om een tabelobject in te voegen in uw huidige document. In een tabelobject worden de resultaten weergegeven van de meethulpmiddelen die in het infraroodbeeld zijn geplaatst,‎ evenals andere informatie die gerelateerd is aan het infraroodbeeld.
Klik op Graphic om een overzichtstabelobject in te voegen. In een overzichtstabelobject staan uw gewenste infraroodgegevens uit alle infraroodbeelden in het rapport,‎ met één rij per beeld.
Klik op Graphic om de huidige pagina te verwijderen.
Klik op Graphic om de huidige pagina te dupliceren en de gedupliceerde pagina in te voegen na de huidige pagina.
Klik op Rapporteigenschappen om een dialoogvenster weer te geven waarin u klantgegevens en informatie over de inspectie kunt weergeven. Meer informatie hierover vindt u in het gedeelte 18.3.4 De prefix voor een rapporteigenschap wijzigen .
Klik op Graphic om het submenu FLIR weer te geven. Zie het gedeelte 18.4.1.1 Submenu FLIR‎.

18.4.1.1  Submenu FLIR‎

Het submenu FLIR wordt weergegeven wanneer u op Graphic klikt op het tabblad FLIR Tools+‎:
Graphic
Een rapportsjabloon maken : klik om een standaardsjabloon te openen die u kunt gebruiken als basis voor verdere aanpassingen.
Eenheden instellen: klik om een dialoogvenster weer te geven waarin u temperatuur- en afstandseenheden kunt instellen.
IRViewer-instellingen globaal toepassen: deze opdracht is alleen beschikbaar wanneer er een IR Viewer-object geselecteerd is. Klik om de instellingen van het geselecteerde IR Viewer-object globaal toe te passen.
Gekozen taal: klik om een dialoogvenster weer te geven waarin u de taal kunt instellen.
Over: klik om een dialoogvenster weer te geven met informatie over de programmaversie.

18.4.2  IR Viewer-object

18.4.2.1  Algemeen

Een IR Viewer-object is een tijdelijke aanduiding voor infraroodbeelden en sequentiebestanden. Een infraroodbeeld bevat geldige temperatuurinformatie die kan worden uitgevoerd door verschillende typen meethulpmiddelen te plaatsen,‎ zoals spotmeters,‎ profielen en gebieden.
Het uiterlijk van het IR Viewer-object is afhankelijk van het feit of er een infraroodbeeld of een sequentiebestand geselecteerd is.
18.4.2.1.1  IR Viewer-object met infraroodbeeld
Graphic
Het IR Viewer-object met een infraroodbeeld bevat de volgende informatie (nummers verwijzen naar bovenstaande afbeelding)‎:
Als beeld zijn samengevoegd,‎ wordt er een extra schuif weergegeven onder in het IR Viewer-object. Het uiterlijk van de schuif is afhankelijk van het type beeldsamenvoeging,‎ zoals is getoond in onderstaande afbeeldingen.
Schuif voor het regelen van het samenvoegen van beelden met de instelling Interval:
Graphic
Schuif voor het regelen van het samenvoegen van beelden met de instelling Combineren:
Graphic
Schuif voor het regelen van het samenvoegen van beelden met de instelling Dynamische beeldbewerking met meerdere spectra (MSX)‎:
Graphic
U kunt de het samenvoegen van beelden regelen door de schuif naar links of rechts te slepen om zo een infraroodbeeld samen te voegen met een digitale foto. U kunt ook een van de volgende snelle manieren gebruiken:
  • U kunt naar de volledige infraroodbeeld of de volledige digitale foto gaan door te dubbelklikken op het betreffende pictogram aan het linker- of rechteruiteinde van de meter.
  • U kunt de schuif centreren op de meter door met de rechtermuisknop op de meter te klikken.
  • U kunt de schuif verplaatsen naar een specifieke positie op de meter door op de meter te dubbelklikken op die positie.
  • U kunt de schuif in kleine stappen naar links of naar rechts verplaatsen door op de meter links of rechts van de schuif te klikken.
Zie de gedeelten 18.2.7 Samenvoegen van beelden en 18.4.10.7 Dialoogvenster Afbeeldingsfusie voor meer informatie over het samenvoegen van beelden.
18.4.2.1.2  IR Viewer-object met een sequentiebestand
Graphic
Het IR Viewer-object met een sequentiebestand bevat de volgende informatie (nummers verwijzen naar bovenstaande afbeelding)‎:

18.4.2.2  Snelmenu van IR Viewer

Het snelmenu van de IR Viewer wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op een IR Viewer-bject klikt.
Graphic
Openen: klik om een beeld te openen in de tijdelijke aanduiding voor het IR Viewer-object of om de huidige beeld te vervangen voor een nieuw beeld.
Opslaan als: klik om de momenteel weergegeven beeld op te slaan op uw harde schijf.
IR-schaal tonen: klik om de infraroodschaal uiterst rechts in het infraroodbeeld te tonen/verbergen.
Schets weergeven: klik om een schets uit de losse pols te tonen/verbergen die gekoppeld is aan het beeld. (Niet alle camera's ondersteunen het maken van schetsen uit de losse pols. Deze optie is alleen zichtbaar wanneer de beelden een schets uit de losse pols bevatten.)‎ Voor sommige oude beelden die markeringen bevatten,‎ worden deze weergegeven op het tabblad Commentaren > Schets. Zie het gedeelte 18.4.10.2.3 Tabblad Commentaren.
Zoom: klik op 1×,‎ 2×,‎ 4× of 8× in het menu Zoom om in te zoomen op het momenteel weergegeven beeld.
Instellingen: klik om het dialoogvenster Afbeeldingsinstellingen te openen. Zie het gedeelte 18.4.10.2 Dialoogvenster Afbeeldingsinstellingen.
Afbeeldingsfusie: klik om het dialoogvenster Afbeeldingsfusie te openen. Zie het gedeelte 18.4.10.7 Dialoogvenster Afbeeldingsfusie.
Rechtsom draaien: klik om het beeld 90° rechtsom te draaien.
Linksom draaien: klik om het beeld 90° linksom te draaien.
Formules: klik om het dialoogvenster Formule te openen. Zie het gedeelte 18.4.10.8 Dialoogvenster Formule.

18.4.2.3  Werkbalk IR Viewer

De werkbalk van het IR Viewer-object wordt weergegeven wanneer er een IR Viewer-object geselecteerd is.
Klik op Graphic om het selectiehulpmiddel weer te geven. Dit hulpmiddel werkt op dezelfde manier als selectiehulpmiddelen in tekstverwerkingsprogramma's en DTP-programma's. U gebruikt het selectiehulpmiddel voor het selecteren van meethulpmiddelen.
Klik op Graphic om een spotmeter weer te geven waaraan een vlag is bevestigd en waarmee u temperatuurwaarden kunt identificeren door deze over het infraroodbeeld te verplaatsen. Als u op het beeld klikt,‎ maakt het hulpmiddel voor de zwevende spotmeter een vaste spotmeter op het beeld. U kunt de modus voor de zwevende spotmeter deactiveren door op de Esc-toets te drukken.
Klik op Graphic om vaste spotmeters te maken op infraroodbeelden. Het meetresultaat kan vervolgens worden weergegeven in een tabelobject.
Klik op Graphic om gebieden te maken op infraroodbeelden. Het meetresultaat kan vervolgens worden weergegeven in een tabelobject.
Klik op Graphic om ellipsoïde gebieden te maken op infraroodbeelden. Het meetresultaat kan vervolgens worden weergegeven in een tabelobject.
Klik op Graphic om polygoongebieden te maken op infraroodbeelden. Het meetresultaat kan vervolgens worden weergegeven in een tabelobject.
Klik op Graphic om een lijn te maken op infraroodbeelden. Het meetresultaat kan vervolgens worden weergegeven in een IR-profielobject.
Klik op Graphic om een gebogen lijn te maken op infraroodbeelden. Het meetresultaat kan vervolgens worden weergegeven in een IR-profielobject.
Klik op Graphic om het verschil tussen twee temperaturen te berekenen,‎ bijvoorbeeld twee spotmeters of een spotmeter en de maximumtemperatuur in het beeld. Het resultaat van de berekening wordt weergegeven als ToolTip en als resultaat in de resultatentabel. Voor het gebruik van deze werkbalkknop moet u minimaal één meetfunctie op uw beeld hebben neergezet.
Klik op Graphic om een markering te maken die u kunt verplaatsen naar een willekeurige positie in een beeld om een relevant gebied aan te wijzen.
Klik op Graphic om een menu weer te geven waarin u een van de volgende dingen kunt doen:
  • Een isotherm invoegen boven een temperatuurniveau. Hiermee wijst u een vooraf bepaalde kleur toe aan alle temperaturen in een beeld die hoger zijn dan een bepaald temperatuurniveau.
  • Een isotherm invoegen onder een temperatuurniveau. Hiermee wijst u een vooraf bepaalde kleur toe aan alle temperaturen in een beeld die lager zijn dan een bepaald temperatuurniveau.
  • Een isothermkleur instellen die wordt weergegeven wanneer de camera een gebied opmerkt waar wellicht een risico op vochtigheid in het gebouw bestaat (vochtalarm)‎.
  • Een isothermkleur instellen die wordt weergegeven wanneer de camera een mogelijk isolatiedefect in een muur opmerkt (isolatiealarm)‎.
  • Een isotherm invoegen tussen twee temperatuurniveaus. Hiermee wijst u een vooraf bepaalde kleur toe aan alle temperaturen in een beeld die tussen twee bepaalde temperatuurniveaus liggen.
Klik op Graphic om een rechthoek te tekenen rond een gebied waarop u wilt inzoomen. Wanneer de zoommodus geactiveerd is,‎ wordt er in de rechterbovenhoek een miniatuurbeeld weergegeven,‎ waarmee de locatie van het gebied wordt aangegeven waarop u hebt ingezoomd. U kunt het gebied verplaatsen door de linkermuisknop ingedrukt te houden en vervolgens de muis te bewegen. Als u de zoommodus wilt verlaten,‎ selecteert u in het menu Zoom of drukt u op het toetsenbord op de spatiebalk.
Klik op Graphic om het dialoogvenster Afbeeldingsfusie te openen. Zie het gedeelte 18.4.10.7 Dialoogvenster Afbeeldingsfusie.
Klik op Graphic om de rasterlijnen in of uit te schakelen in de grafiek van het IR Viewer-object.

18.4.2.4  Snelmenu hulpmiddelen IR Viewer

Het uiterlijk van het snelmenu voor IR Viewer-hulpmiddelen is afhankelijk van het hulpmiddel waarop u klikt met de rechtermuisknop.
Cursor: alleen van toepassing op lijnen. Klik om een cursor te maken die u langs de lijn kunt verplaatsen.
Verwijderen: klik om het momenteel geselecteerde hulpmiddel te verwijderen uit het infraroodbeeld.
Coldspot: van toepassing op alle hulpmiddelen,‎ behalve de spotmeter,‎ verschilberekening en markering. Klik om een spotmeter te maken op de koudste locatie van het gebied.
Hotspot: van toepassing op alle hulpmiddelen,‎ behalve de spotmeter,‎ delta en markering. Klik om een spotmeter te maken op de warmste locatie van het gebied.
Formules: klik om het dialoogvenster Formule te openen. Zie het gedeelte 18.4.10.8 Dialoogvenster Formule.
Instellingen: klik om het dialoogvenster Meetinstellingen te openen. Zie het gedeelte 18.4.10.3 Dialoogvenster Meetinstellingen.
Afbeelding: dit menu is gelijk aan het snelmenu van de IR Viewer. Zie het gedeelte 18.4.2.2 Snelmenu van IR Viewer.

18.4.3  Digitale foto-object

18.4.3.1  Algemeen

Het digitale foto-object is een tijdelijke aanduiding voor foto's. Deze foto kan genomen zijn met een zelfstandige digitale camera of met de digitale visuele camera die is ingebouwd op sommige FLIR Systems-infraroodcamera's.
Graphic

18.4.3.2  Snelmenu van digitale foto-object

Het snelmenu van het digitale foto-object wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op een digitale foto-object klikt.
Graphic
Openen: klik om een beeld te openen in de tijdelijke aanduiding voor het digitale foto-object of om de huidige beeld te vervangen met een nieuw beeld.
Schets weergeven: klik om een schets uit de losse pols te tonen/verbergen die gekoppeld is aan het beeld. (Niet alle camera's ondersteunen het maken van schetsen uit de losse pols.)‎ Voor sommige oude beelden die markeringen bevatten,‎ worden deze getoond/verborgen met deze opdracht.

18.4.4  IR-profielobject

18.4.4.1  Algemeen

Een IR-profielobject bevat een grafiek waarin pixelwaarden worden weergegeven langs een lijn in een infraroodbeeld.
Graphic

18.4.4.2  Snelmenu van IR-profielobject

Het snelmenu van het IR-profielobject wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op een IR-profielobject klikt.
Graphic
Rasterlijnen: klik om een raster van horizontale lijnen weer te geven in het IR-profielobject.
Legenda: klik om onder het IR-profielobject een legenda weer te geven.
Alleen zichtbare profiellijnen tonen in legenda: als in het infraroodbeeld twee of meer lijnen geplaatst zijn en u op Alleen zichtbare profiellijnen tonen in legenda klikt,‎ worden eventuele gewiste lijnresultaten verwijderd uit de legenda onder het IR-profielobject.
3D-weergave: klik om een driedimensionale weergave te maken van de grafiek van het IR-profielobject.
X- & Y-assen wisselen: klik om de X- en Y-as van het IR-profielobject om te wisselen.
Instellingen: klik om het dialoogvenster Profielinstellingen te openen. Zie het gedeelte 18.4.10.4 Dialoogvenster Profielinstellingen.

18.4.4.3  Werkbalk van IR-profiel

De werkbalk van het IR-profielobject wordt weergegeven wanneer er een IR-profielobject geselecteerd is.
Klik op Graphic om een driedimensionale weergave te maken van de grafiek van het IR-profielobject.
Klik op Graphic om de rasterlijnen in of uit te schakelen in de grafiek van het IR-profielobject.

18.4.5  IR-histogramobject

18.4.5.1  Algemeen

Een IR-histogramobject bevat een grafiek waarin wordt getoond hoe pixels in het beeld zijn verdeeld door een curve te maken van het aantal pixels op elk temperatuurniveau.
Graphic

18.4.5.2  Snelmenu van IR-histogramobject

Het snelmenu van het IR-histogramobject wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op een IR-histogramobject klikt.
Graphic
Rasterlijnen: klik om een raster van horizontale lijnen weer te geven in het IR-histogramobject.
Legenda: klik om onder het IR-histogramobject een legenda weer te geven.
3D-weergave: klik om een driedimensionale weergave te maken van de grafiek van het IR-histogramobject.
X- & Y-assen wisselen: klik om de X- en Y-as van het IR-histogramobject om te wisselen.
Instellingen: klik om het dialoogvenster Histograminstellingen te openen. Zie het gedeelte 18.4.10.5 Dialoogvenster Histograminstellingen.

18.4.5.3  Werkbalk van IR-histogram

De werkbalk van het IR-histogramobject wordt weergegeven wanneer er een IR-histogramobject geselecteerd is.
Klik op Graphic om een driedimensionale weergave te maken van de grafiek van het IR-histogramobject.
Klik op Graphic om de kleuren in of uit te schakelen in de grafiek van het IR-histogramobject.
Klik op Graphic om de rasterlijnen in of uit te schakelen in de grafiek van het IR-histogramobject.
Klik op Graphic om in het IR-histogramobject een banddrempel te gebruiken. Met een banddrempel wordt het percentage pixels aangegeven onder een lagere temperatuur,‎ tussen deze lagere temperatuur en een hogere temperatuur,‎ en boven die hogere temperatuur. De percentages worden weergegeven in de drempellegenda onder het IR-histogramobject.
Klik op Graphic om in het IR-histogramobject een stapdrempel te gebruiken. Met een stapdrempel wordt het percentage pixels onder en boven een specifieke temperatuur aangegeven. De percentages worden weergegeven in de legenda van het IR-histogramobject onder het IR-histogramobject.
Als u in het IR Viewer-object diverse lijnen en/of gebieden hebt gemaakt,‎ selecteert u de lijn of het gebied in de keuzelijst.

18.4.6  IR-trendingobject

18.4.6.1  Algemeen

Een IR-trendingobject is een grafische voorstelling van meetwaarden of tekstcommentaarwaarden op de Y-as tegenover infraroodrapportpagina's of infraroodbeelden op de X-as,‎ gesorteerd op tijd,‎ paginanummer of tekstcommentaarwaarden. Hiermee kunnen ook mogelijke trends worden weergegeven,‎ op basis van verschillende algoritmen.
Graphic

18.4.6.2  Snelmenu van IR-trendingobject

Het snelmenu van het IR-trendingobject wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op een IR-trendingobject klikt.
Graphic
Rasterlijnen: klik om een raster van horizontale lijnen weer te geven in het IR-trendingobject.
Legenda: klik om onder het IR-trendingobject een legenda weer te geven.
Alleen zichtbare curvelijnen tonen in legenda: klik om in de legenda trendlijnen weer te geven die u hebt gewist in het dialoogvenster Trending-instellingen. Zie het gedeelte 18.4.10.6 Dialoogvenster Trending-instellingen.
3D-weergave: klik om een driedimensionale weergave te maken van de grafiek van het IR-trendingobject.
X- & Y-assen wisselen: klik om de X- en Y-as van het IR-trendingobject om te wisselen.
Vernieuwen: klik om de trendgrafiek te vernieuwen.
Instellingen: klik om het dialoogvenster Trending-instellingen te openen. Zie het gedeelte 18.4.10.6 Dialoogvenster Trending-instellingen.

18.4.6.3  Werkbalk van IR-trending

De werkbalk van het IR-trendingobject wordt weergegeven wanneer er een IR-trendingobject geselecteerd is.
Klik op Graphic om een driedimensionale weergave te maken van de grafiek van het IR-trendingobject.
Klik op Graphic om de rasterlijnen in of uit te schakelen in de grafiek van het IR-trendingobject.

18.4.7  Veldobject

18.4.7.1  Algemeen

Een veldobject kan worden gekoppeld aan waarden of tekst in uw infraroodbeeld.
Graphic

18.4.7.2  Snelmenu van veldobject

Het snelmenu van het veldobject wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op een veldobject klikt.
Graphic
Randen en arcering: klik om de Microsoft Word-standaardfunctie te openen.
Spelling: klik om de Microsoft Word-standaardfunctie te openen.
Inhoud: klik om het dialoogvenster Veldinhoud te openen. Zie het gedeelte 18.2.1.5 Veldobjecten.
Vernieuwen: Klik om de inhoud van het veldobject te vernieuwen. Meestal hoeft u dit alleen te doen wanneer u de inhoud handmatig hebt gewijzigd.

18.4.8  Tabelobject

18.4.8.1  Algemeen

In een tabelobject worden de resultaten weergegeven van de meethulpmiddelen die in het infraroodbeeld zijn geplaatst,‎ evenals andere informatie die gerelateerd is aan het infraroodbeeld.
Nadat het rapport is gemaakt,‎ kunt u de tekst in het tabelobject wijzigen. Deze wijzigingen worden echter verwijderd wanneer u met de rechtermuisknop op het tabelobject klikt en Vernieuwen selecteert.
Graphic

18.4.8.2  Snelmenu tabelobject

Het snelmenu van het tabelobject wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op een tabelobject klikt.
Graphic
Randen en arcering: klik om de Microsoft Word-standaardfunctie te openen.
Spelling: klik om de Microsoft Word-standaardfunctie te openen.
Inhoud: klik om het dialoogvenster Inhoud tabel te openen. Zie het gedeelte 18.2.1.6 Tabelobjecten.
Vernieuwen: Klik om de inhoud van het tabelobject te vernieuwen. Meestal hoeft u dit alleen te doen wanneer u de inhoud handmatig hebt gewijzigd.

18.4.9  Overzichtstabelobject

18.4.9.1  Algemeen

In een overzichtstabelobject staan uw gewenste infraroodgegevens uit alle infraroodbeelden in het rapport,‎ één rij per beeld.
Nadat het rapport is gemaakt,‎ kunt u de tekst in het overzichtstabelobject wijzigen. Deze wijzigingen worden echter verwijderd wanneer u met de rechtermuisknop op het overzichtstabelobject klikt en Vernieuwen selecteert.
Graphic

18.4.9.2  Snelmenu van overzichtstabelobject

Het snelmenu van het overzichtstabelobject wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op een overzichtstabelobject klikt.
Graphic
Randen en arcering: klik om de Microsoft Word-standaardfunctie te openen.
Spelling: klik om de Microsoft Word-standaardfunctie te openen.
Inhoud: klik om het dialoogvenster Overzichtstabel te openen. Zie het gedeelte 18.2.1.7 Overzichtstabelobjecten.
Vernieuwen: Klik om de inhoud van het overzichtstabelobject te vernieuwen. Meestal hoeft u dit alleen te doen wanneer u de inhoud handmatig hebt gewijzigd.

18.4.10  FLIR Tools+‎-dialoogvensters

18.4.10.1  Dialoogvenster Snel invoegen

In het dialoogvenster Snel invoegen kunt u een rapport maken door een vooraf gedefinieerde pagina-indeling te selecteren of een bestaande pagina-indeling te wijzigen.
Het dialoogvenster Snel invoegen wordt weergegeven wanneer u op Snel invoegen klikt op het tabblad FLIR Tools+‎.
Graphic
Selecteer een tabblad en klik op OK om een pagina-indeling op te nemen in uw rapport.
Snel invoegen aanpassen: klik om het dialoogvenster Snel invoegen aanpassen te openen. Zie het gedeelte 18.4.10.1.1 Dialoogvenster Snel invoegen aanpassen.
18.4.10.1.1  Dialoogvenster Snel invoegen aanpassen
Het dialoogvenster Snel invoegen aanpassen wordt weergegeven wanneer u op Snel invoegen aanpassen klikt in het dialoogvenster Snel invoegen.
Graphic
Naam: de naam van de pagina-indeling die u momenteel maakt.
Grootte > Aantal rijen: het aantal rijen in de pagina-indeling. Voorbeeld: één infraroodbeeld boven één foto zijn twee rijen.
Grootte > Aantal kolommen: het aantal kolommen in de pagina-indeling. Voorbeeld: één infraroodbeeld naast één foto zijn twee kolommen.
Inhoud: een visuele voorstelling van de pagina-indeling. De nummers staan voor de rijen en de hoofdletters staan voor de kolommen.
Samenvoegen: wanneer dit is aangevinkt,‎ zal Samenvoegen twee horizontale items samenvoegen tot één item. De opdracht Samenvoegen geeft prioriteit aan het eerste item in een rij.
Klik op Graphic om een dialoogvenster te openen waarin u twee objecten kunt verbinden of koppelen.
Resultatentabel toevoegen: vink dit selectievakje aan om onder uw pagina-indeling een resultatentabel toe te voegen.

18.4.10.2  Dialoogvenster Afbeeldingsinstellingen

Het dialoogvenster Afbeeldingsinstellingen wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op een IR Viewer-object klikt en Instellingen selecteert in het snelmenu.
18.4.10.2.1  Tabblad Kleuren
Graphic
Kleur: klik op een palet in de lijst om een palet te selecteren.
Buiten bereik,‎ overloop: de kleur die is toegewezen voor de temperaturen boven het gekalibreerde temperatuurbereik van de infraroodcamera.
Verzadiging,‎ overloop: de kleur die is toegewezen voor de temperaturen boven de schaallimieten.
Verzadiging,‎ onderloop: de kleur die is toegewezen voor de temperaturen onder de schaallimieten.
Buiten bereik,‎ onderloop: de kleur die is toegewezen voor de temperaturen onder het gekalibreerde temperatuurbereik van de infraroodcamera.
Bladeren: klik om paletbestanden (*.pal)‎ te openen die zijn opgeslagen op een andere locatie.
Geavanceerd: klik om het dialoogvenster Geavanceerde kleurinstellingen te openen. Zie het gedeelte 18.4.10.2.1.1 Dialoogvenster Geavanceerde kleurinstellingen.
Max. temperatuur: typ een waarde in het tekstvak om het maximale temperatuurniveau van de schaal te definiëren.
Min. temperatuur: typ een waarde in het tekstvak om het minimale temperatuurniveau van de schaal te definiëren.
18.4.10.2.1.1  Dialoogvenster Geavanceerde kleurinstellingen
Het dialoogvenster Geavanceerde kleurinstellingen wordt weergegeven wanneer u op Geavanceerd klikt in het dialoogvenster Afbeeldingsinstellingen.
Graphic
Palet inverteren: vink dit selectievakje aan om de kleurverdeling in een palet verticaal om te keren.
Kleuren buiten bereik tonen: vink dit selectievakje aan om een speciale kleur toe te wijzen aan temperaturen buiten het gekalibreerde temperatuurbereik van de infraroodcamera.
Verzadigingskleuren tonen: vink dit selectievakje aan om een speciale kleur toe te wijzen aan de temperaturen buiten de schaallimieten.
Bilineair filteren gebruiken om afbeeldingskwaliteit te verbeteren: vink dit selectievakje aan om de beeldkwaliteit te verbeteren.
Histogram equalization: dit is een methode voor het weergeven van beelden waarbij de kleurinformatie wordt verdeeld over de bestaande temperaturen van het beeld. Deze methode van informatiedistributie kan met name succesvol zijn wanneer het beeld maar weinig pieken van zeer hoge temperaturen bevat.
Signal linear: dit is een methode voor het weergeven van beelden waarbij de kleurinformatie in het beeld lineair wordt verdeeld over de signaalwaarden van de pixels.
Output linear: deze selectie werkt in combinatie met de instellingen onder Preferred output op het tabblad Preferences,‎ zie 18.4.10.2.5 Tabblad Voorkeuren. Dit is een methode voor het weergeven van beelden waarbij de kleurinformatie in het beeld wordt verdeeld op basis van de temperatuur of het objectsignaal.
18.4.10.2.2  Tabblad Isotermen
Op het tabblad Isotermen kunt u instellingen beheren voor isothermen en alarmen die u hebt ingevoegd met het hulpmiddel Graphic. Zie het gedeelte 18.4.2.3 Werkbalk IR Viewer.
Graphic
Isotermen: selecteer een isotherm uit de lijst.
Verwijderen: klik om de actieve isotherm te verwijderen.
Effen: selecteer deze optie om een effen kleur toe te wijzen aan de actieve isotherm. Selecteer de kleur in de keuzelijst.
Contrast: selecteer deze optie om een contrasterende kleur toe te wijzen aan de actieve isotherm. Selecteer de kleur in de keuzelijst.
Palet: selecteer deze optie en klik op Openen om een palet te openen en dit te gebruiken voor de actieve isotherm.
Max. temperatuur: klik om de maximumtemperatuur van de actieve isotherm in te stellen. Voer hier een nieuwe waarde in en klik op Toepassen. isothermen vallen mogelijk buiten het temperatuurbereik van het huidige beeld,‎ waardoor de isotherm onzichtbaar is. Door de maximumtemperatuur te wijzigen,‎ kunt u onzichtbare isothermen terugbrengen binnen het bereik.
Min. temperatuur: klik om de minimumtemperatuur van de actieve isotherm in te stellen. Voer hier een nieuwe waarde in en klik op Toepassen. Isothermen vallen mogelijk buiten het temperatuurbereik van het huidige beeld,‎ waardoor de isotherm onzichtbaar is. Door de minimumtemperatuur te wijzigen,‎ kunt u onzichtbare isothermen terugbrengen binnen het bereik.
Het tabblad Isotermen ziet er iets anders uit als er een vocht- of isolatiealarm actief is. Zie onderstaande gedeelten.
18.4.10.2.2.1  Tabblad Isotermen met een vochtalarm
Graphic
Atmosferische temperatuur: deze parameter verwijst naar de atmosferische temperatuur bij het instellen van vochtalarmen. Een vochtalarm kan in een gebouw een gebied met een mogelijk risico op vochtigheid detecteren.
Relatieve luchtvochtigheid: deze parameter verwijst naar de relatieve luchtvochtigheid bij het instellen van vochtalarmen.
Niveau vochtigheidsalarm: Het niveau van het vochtalarm is de kritieke limiet van relatieve vochtigheid die u wilt detecteren in bijvoorbeeld een gebouw. Schimmel groeit bijvoorbeeld in gebieden waar de relatieve vochtigheid lager is dan 100% en u wilt wellicht deze doelgebieden vinden.
18.4.10.2.2.2  Tabblad Isotermen met een isolatiealarm
Graphic
Luchttemperatuur binnen: deze parameter verwijst naar de luchttemperatuur in het betreffende gebouw bij het instellen van een isolatiealarm. Een isolatiealarm kan een mogelijk isolatiedefect in een muur detecteren.
Luchttemperatuur buiten: deze parameter verwijst naar de dagtemperatuur buiten het betreffende gebouw bij het instellen van een isolatiealarm.
Isolatiefactor: de isolatiefactor is het geaccepteerde energieverlies door de muur. In verschillende bouwverordeningen worden verschillende waarden aanbevolen. Gangbare waarden zijn 0,‎70 - 0,‎80 voor nieuwe gebouwen.
18.4.10.2.3  Tabblad Commentaren
Graphic
Label: het label van tekstcommentaar.
Waarde: de waarde van tekstcommentaar.
Toevoegen: klik om een dialoogvenster weer te geven waarin u nieuw tekstcommentaar kunt toevoegen.
Bewerken: klik om een dialoogvenster weer te geven waarin u het label en de waarde kunt wijzigen.
Verwijderen: u kunt het tekstcommentaar verwijderen door het te selecteren en op Verwijderen te klikken.
Beeldbeschrijving: een beeldbeschrijving is een korte tekstuele beschrijving die wordt opgeslagen binnen een beeldbestand. Deze kan worden gemaakt met een pocket-pc en naar de camera worden gezonden met de IrDA-communicatieverbinding. Als het beeld een beeldbeschrijving heeft,‎ wordt de tekst weergegeven in dit bewerkingsvak. Zo niet,‎ dan kunt u een beeldbeschrijving voor het beeld toevoegen door tekst te typen. Het maximumaantal tekens in een beeldbeschrijving is 512.
Klik op Graphic om spraakcommentaar te beluisteren.
Klik op Graphic om het afspelen te pauzeren.
Klik op Graphic om het afspelen te stoppen.
Schets: klik om een dialoogvenster weer te gegeven waarin u een schets uit de vrije pols kunt bekijken die gekoppeld is aan een beeld. (Niet alle camera's ondersteunen het maken van schetsen uit de losse pols.)‎
18.4.10.2.4  Tabblad Objectparameters
Graphic
Emissiegraad: u kunt de emissiegraad wijzigen door een nieuwe waarde in te voeren en op Toepassen te klikken. U kunt ook een vooraf gedefinieerde emissiegraad selecteren in een tabel door op Graphic te klikken.
Gereflecteerde temperatuur: u kunt de gereflecteerde gevoelstemperatuur wijzigen door een nieuwe waarde in te voeren en op Toepassen te klikken.
Atmosferische temperatuur: u kunt de atmosferische temperatuur wijzigen door een nieuwe waarde in te voeren en op Toepassen te klikken.
Relatieve vochtigheid: u kunt de relatieve vochtigheid wijzigen door een nieuwe waarde in te voeren en op Toepassen te klikken.
Afstand tot object: u kunt de afstand wijzigen door een nieuwe waarde in te voeren en op Toepassen te klikken.
Meer: klik om het dialoogvenster Meer objectparameters te openen. Zie onderstaand gedeelte.
18.4.10.2.4.1  Dialoogvenster Meer objectparameters
Graphic
Temperatuur: u kunt de temperatuur van bijvoorbeeld een externe lens of hitteschild opgeven door een nieuwe waarde in te voeren en achtereenvolgens op OK en Toepassen te klikken.
Transmissie: u kunt de transmissie van bijvoorbeeld een externe lens of hitteschild opgeven door een nieuwe waarde in te voeren en achtereenvolgens op OK en Toepassen te klikken.
Berekende transmissie: FLIR Tools+‎ kan hiermee de transmissie berekenen op basis van de atmosferische temperatuur en de relatieve vochtigheid. Vink het selectievakje Vaste transmissie uit om de berekende transmissie te gebruiken.
Vaste transmissie: als u een specifieke transmissie wilt gebruiken,‎ vinkt u dit selectievakje aan,‎ voert u een waarde in en klikt u achtereenvolgens op OK en Toepassen.
Waarde: u kunt de referentietemperatuur opgeven door een waarde in te voeren en achtereenvolgens op OK en Toepassen te klikken.
18.4.10.2.5  Tabblad Voorkeuren
Graphic
Vooraf gedefinieerde meetsymbolen en isothermen: als dit selectievakje is aangevinkt,‎ gebruiken alle nieuwe beelden de analysesymbolen en isothermen die u hebt ingesteld in het dialoogvenster Afbeeldingsinstellingen in plaats van de eigen beeldinstellingen van de camera.
Vooraf gedefinieerd palet en gedefinieerde kleurdistributie: als dit selectievakje is aangevinkt,‎ gebruiken alle nieuwe beelden het palet en de kleurverdeling die u hebt ingesteld in het dialoogvenster Afbeeldingsinstellingen in plaats van de eigen beeldinstellingen van de camera.
Vooraf gedefinieerde objectparameters: als dit selectievakje is aangevinkt,‎ gebruiken alle nieuwe beelden de objectparameters die u hebt ingesteld in het dialoogvenster Afbeeldingsinstellingen in plaats van de eigen beeldinstellingen van de camera.
Schaallimieten van afbeelding: selecteer deze optie om de schaallimieten van het nieuwe beeld te gebruiken.
Automatisch aanpassen: selecteer deze optie om het beeld tijdens importeren automatisch aan te passen.
Max. temperatuur: u kunt de schaallimiet voor het nieuwe beeld vooraf definiëren door hier het maximale temperatuurniveau in te voeren en op Toepassen te klikken.
Min. temperatuur: u kunt de schaallimiet voor het nieuwe beeld vooraf definiëren door hier het minimale temperatuurniveau in te voeren en op Toepassen te klikken.
Temperatuur: selecteer deze optie om de pixelinformatie uit te voeren als temperatuur in Kelvin,‎ graden Celsius of graden Fahrenheit.
Objectsignaal: selecteer deze optie om de pixelinformatie uit te voeren als een objectsignaal.
18.4.10.2.6  Tabblad Rasterinstellingen
Graphic
Voor uitleg van de items op het tabblad Rasterinstellingen raadpleegt u het gedeelte 18.2.5.2 Het rasterhulpmiddel gebruiken.

18.4.10.3  Dialoogvenster Meetinstellingen

Het dialoogvenster Meetinstellingen wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op een meethulpmiddel van de IR Viewer klikt en Instellingen selecteert in het snelmenu.
18.4.10.3.1  Tabblad Algemeen
Graphic
Label: u kunt voor dit meethulpmiddel een label opgeven (een naam die wordt weergegeven in het infraroodbeeld)‎ door hier een naam in te voeren en op Toepassen te klikken.
Label tonen: u kunt het label voor het meethulpmiddel weergeven door het selectievakje Label tonen aan te vinken en op Toepassen te klikken.
Waarde tonen: u kunt de waarde van het meethulpmiddel (het meetresultaat)‎ weergeven in het infraroodbeeld door het waardetype te selecteren en op Toepassen te klikken. Het aantal mogelijke waardetypen verschilt per meethulpmiddel.
Lettergrootte: u kunt de lettergrootte van het label opgeven door in het vak Lettergrootte een lettergrootte te selecteren en op Toepassen te klikken.
Waardebeschrijving opnemen: u kunt de waardebeschrijving in het infraroodbeeld weergeven door het selectievakje Waardebeschrijving opnemen aan te vinken en op Toepassen te klikken.
Meetsymbool: u kunt de kleur van het symbool voor het meethulpmiddel opgeven door in het vak Meetsymbool een kleur te selecteren en op Toepassen te klikken.
Tekst: u kunt de kleur van de labeltekst opgeven door een kleur te selecteren in het vak Tekst en op Toepassen te klikken.
Tekstachtergrond: u kunt de kleur van de achtergrond opgeven door een kleur te selecteren in het vak Tekstachtergrond en op Toepassen te klikken.
Als standaard instellen: u kunt deze instellingen gebruiken als standaardinstellingen voor alle meethulpmiddelen door het selectievakje Als standaard instellen aan te vinken en op Toepassen te klikken.
18.4.10.3.2  Tabblad Objectparameters
Graphic
Aangepast: u kunt aangepaste parameters opgeven door Aangepast te selecteren,‎ nieuwe waarden in te voeren in de drie tekstvakken en vervolgens op Toepassen te klikken.
Emissiegraad: u kunt de emissiegraad wijzigen door een nieuwe waarde in te voeren en op Emissiegraad te klikken. U kunt ook een vooraf gedefinieerde emissiegraad selecteren in een tabel door op Graphic te klikken.
Afstand tot object: u kunt de afstand wijzigen door een nieuwe waarde in te voeren en op Toepassen te klikken.
Gereflecteerde temperatuur: u kunt de gereflecteerde gevoelstemperatuur wijzigen door een nieuwe waarde in te voeren en op Toepassen te klikken.
Als standaard instellen: u kunt deze objectparameters gebruiken als standaardinstellingen voor alle meethulpmiddelen door het selectievakje Als standaard instellen aan te vinken en op Toepassen te klikken.
18.4.10.3.3  Tabblad Grootte/positie
Graphic
X: u kunt de X-positie voor een meethulpmiddel wijzigen door een negatieve of positieve waarde in te voeren en op Toepassen te klikken. Het meethulpmiddel wordt dan met dit aantal pixels verplaatst ten opzichte van de oorspronkelijke positie.
Y: u kunt de Y-positie voor een meethulpmiddel wijzigen door een negatieve of positieve waarde in te voeren en op Toepassen te klikken. Het meethulpmiddel wordt dan met dit aantal pixels verplaatst ten opzichte van de oorspronkelijke positie.
Hoogte: u kunt de hoogte van een meethulpmiddel wijzigen door een waarde in te voeren en op Toepassen te klikken.
Breedte: u kunt de breedte van een meethulpmiddel wijzigen door een waarde in te voeren en op Toepassen te klikken.
Draaien: u kunt een meethulpmiddel draaien door een negatieve of positieve waarde in te voeren voor de nieuwe draaihoek en op Toepassen te klikken.

18.4.10.4  Dialoogvenster Profielinstellingen

Het dialoogvenster Profielinstellingen wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op een IR-profielobject klikt en Instellingen selecteert in het snelmenu.
18.4.10.4.1  Tabblad Algemeen
Graphic
Rasterlijnen: u kunt in het IR-profielobject een raster van horizontale lijnen weergeven door op Rasterlijnen te klikken.
Legenda: u kunt onder het IR-profielobject een legenda weergeven door op Legenda te klikken.
Alleen zichtbare profiellijnen tonen in legenda: als in het infraroodbeeld twee of meer lijnen geplaatst zijn en u op Alleen zichtbare profiellijnen tonen in legenda klikt,‎ worden eventuele gewiste lijnresultaten verwijderd uit de legenda onder het IR-profielobject.
3D-weergave: u kunt een driedimensionale weergave maken van de grafiek van het IR-profielobject door op 3D-weergave te klikken.
X- & Y-assen wisselen: u kunt de X- en Y-as van het IR-profielobject omwisselen door op X- & Y-assen wisselen te klikken.
Kolommen: u kunt kolommen toevoegen aan of verwijderen uit het IR-profielobject door deze selectievakjes aan of uit te vinken.
IR-schaal: u kunt de infraroodschaal gebruiken als de temperatuuras door deze optie te selecteren en op Toepassen te klikken.
Auto: u kunt FLIR Tools+‎ automatisch de temperatuuras laten definiëren door deze optie te selecteren en op Toepassen te klikken.
Vast: u kunt de minimum- en maximumtemperatuur van de as handmatig definiëren door deze optie te selecteren en nieuwe waarden in te voeren in de velden Max. temperatuur en Min. temperatuur en vervolgens op Toepassen te klikken.
Drempel: u kunt een horizontale lijn weergeven bij een bepaalde temperatuur in het IR-profielobject door een waarde in te voeren in het tekstvak en op Toepassen te klikken.
18.4.10.4.2  Tabblad Kleur
Graphic
Achtergrond: u kunt de kleur van de tabelachtergrond wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Curvegebied: u kunt de kleur van het curvegebied wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Tekst: u kunt de kleur van de tabeltekst wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Assen: u kunt de kleur van de assen wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Raster: u kunt de kleur van de rasterlijnen wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
18.4.10.4.3  Tabblad Lijnen
Graphic
Gebruik de selectievakjes om te selecteren met welke lijnen u het IR-profielobject wilt verbinden en klik op Toepassen.
Kleur: u kunt de kleur van een lijn wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Lijnsoort: u kunt het lijntype van een lijn wijzigen door een nieuw lijntype te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Omgekeerd: u kunt de richting van de grafiek omkeren door Ja te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.

18.4.10.5  Dialoogvenster Histograminstellingen

Het dialoogvenster Histograminstellingen wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op een IR-histogramobject klikt en Instellingen selecteert in het snelmenu.
18.4.10.5.1  Tabblad Algemeen
Graphic
Rasterlijnen: u kunt in het IR-histogramobject een raster van horizontale lijnen weergeven door op Rasterlijnen te klikken.
Legenda: u kunt onder het IR-histogramobject een legenda weergeven door op Legenda te klikken.
3D-weergave: u kunt een driedimensionale weergave maken van de grafiek van het IR-histogramobject door op 3D-weergave te klikken.
X- & Y-assen wisselen: u kunt de X- en Y-as van het IR-histogramobject omwisselen door op X- & Y-assen wisselen te klikken.
Palet gebruiken: u kunt een kleurpalet gebruiken voor de driedimensionale weergave van het IR-histogramobject door Palet gebruiken te selecteren en op Toepassen te klikken.
Kolommen: u kunt kolommen toevoegen aan of verwijderen uit het IR-histogramobject door deze selectievakjes aan of uit te vinken.
Geen: selecteer deze optie als er in het IR-histogramobject geen drempel moet worden gebruikt.
Stap: u kunt in het IR-histogramobject een stapdrempel gebruiken door deze optie te selecteren. Met een stapdrempel wordt het percentage pixels onder en boven een specifieke temperatuur aangegeven. De percentages worden weergegeven in de legenda van het IR-histogramobject,‎ onder het IR-histogramobject.
Band: U kunt in het IR-histogramobject een banddrempel gebruiken door deze optie te selecteren. Met een banddrempel wordt het percentage pixels aangegeven onder een lagere temperatuur,‎ tussen deze lagere temperatuur en een hogere temperatuur,‎ en boven die hogere temperatuur. De percentages worden weergegeven in de drempellegenda onder het IR-histogramobject.
IR-schaal: u kunt de infraroodschaal gebruiken als de temperatuuras door deze optie te selecteren en op Toepassen te klikken.
Auto: u kunt FLIR Tools+‎ automatisch de temperatuuras laten definiëren door deze optie te selecteren en op Toepassen te klikken.
Vast: u kunt de minimum- en maximumtemperatuur van de as handmatig definiëren door deze optie te selecteren,‎ nieuwe waarden in te voeren in de velden Max. temperatuur en Min. temperatuur en vervolgens op Toepassen te klikken.
Percentageas > Auto: u kunt FLIR Tools+‎ automatisch de percentageas laten definiëren door deze optie te selecteren en op Toepassen te klikken.
Percentageas > Vast: u kunt de percentageas handmatig definiëren door deze optie te selecteren,‎ een nieuwe waarde in te voeren en op Toepassen te klikken.
18.4.10.5.2  Tabblad Kleur
Graphic
Achtergrond: u kunt de kleur van de tabelachtergrond wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Curvegebied: u kunt de kleur van het curvegebied wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Tekst: u kunt de kleur van de tabeltekst wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Assen: u kunt de kleur van de assen wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Raster: u kunt de kleur van de rasterlijnen wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Drempel: u kunt de kleur van de drempel wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Limiet: u kunt de kleur van de limiet wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Balkkleur: u kunt de kleur van de staaf wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
18.4.10.5.3  Tabblad Meetobjecten
Graphic
Gebruik de selectievakjes om aan te geven met welke lijn u het IR-profielobject wilt verbinden en klik op Toepassen.

18.4.10.6   Dialoogvenster Trending-instellingen

Het dialoogvenster Trending-instellingen wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op een IR-trendingobject klikt en Instellingen selecteert in het snelmenu.
18.4.10.6.1  Tabblad Verbinden
Graphic
Y-as: u kunt een parameter opgeven voor de Y-as door op Toevoegen te klikken en hiervoor een label en waarde te selecteren in respectievelijk het linkerdeelvenster en rechterdeelvenster.
Tijd: u kunt tijd opgeven als parameter voor de X-as door de optie Tijd te selecteren.
Volgnummer afbeelding: u kunt een oplopend beeldvolgnummer opgeven als parameter voor de X-as door de optie Volgnummer afbeelding te selecteren.
Tekstcommentaar: u kunt tekstcommentaar opgeven als parameter voor de X-as door de optie Tekstcommentaar te selecteren. Wanneer u tekstcommentaar gebruikt als parameter voor de X-as,‎ moeten alle beelden hetzelfde tekstcommentaarlabel hebben. De waarde van het tekstcommentaar moet een numerieke waarde zijn.
18.4.10.6.2  Tabblad Algemeen
Graphic
Rasterlijnen: klik om een raster van horizontale lijnen weer te geven in het IR-trendingobject.
Legenda: klik om onder het IR-trendingobject een legenda weer te geven.
Alleen zichtbare curvelijnen tonen in legenda: klik om in de legenda trendlijnen weer te geven die u hebt gewist op het tabblad Lijn.
3D-weergave: klik om een driedimensionale weergave te maken van de grafiek van het IR-trendingobject.
X- & Y-assen wisselen: klik om de X- en Y-as van het IR-trendingobject om te wisselen.
Alle: u kunt alle beelden voor de trend opnemen door de optie Alle te selecteren.
Items: u kunt een reeks opeenvolgende of niet-opeenvolgende beelden opnemen door op Afbeeldingen te klikken en de beelden te selecteren die u wilt opnemen.
Drempel: u kunt een horizontale basislijn weergeven in het IR-trendingobject door een waarde in te voeren.
18.4.10.6.3  Tabblad Indicatie
Graphic
Vooruit: u kunt het aantal perioden in de toekomst opgeven waarvoor de algoritmen een mogelijke trend vormen door een waarde te selecteren in het veld Vooruit.
Achteruit: u kunt het aantal perioden in het verleden opgeven waarvoor de algoritmen een mogelijke trend vormen door een waarde te selecteren in het veld Achteruit.
Geen: u kunt Trend/Regressietype uitschakelen door Geen te selecteren.
Lineair: u kunt een lineair trendalgoritme gebruiken door Lineair te selecteren. Dit algoritme maakt gebruik van de volgende wiskundige expressie: y = m × x +‎ c.
Logaritmisch: u kunt een logaritmisch trendalgoritme gebruiken door Logaritmisch te selecteren. Dit algoritme maakt gebruik van de volgende wiskundige expressie: y = m × ln(x)‎ +‎ c.
Macht: u kunt een trendalgoritme met machten gebruiken door Macht te selecteren. Dit algoritme maakt gebruik van de volgende wiskundige expressie: y = ec × xm.
Exponentieel: u kunt een exponentieel trendalgoritme gebruiken door Exponentieel te selecteren. Dit algoritme maakt gebruik van de volgende wiskundige expressie: y = exp(c)‎ × e(m × x)‎.
Polynoom: u kunt een polynoom trendalgoritme gebruiken door de optie Polynoom te selecteren. Dit algoritme maakt gebruik van de volgende wiskundige expressie: y = a0x0 +‎ a1x1 +‎ a2x2 +‎ ... +‎ akxk,‎ waarbij k = volgorde.
Bewegend gemiddelde: u kunt een trendalgoritme met een voortschrijdend gemiddelde gebruiken door de optie Bewegend gemiddelde te selecteren. Dit algoritme maakt gebruik van de volgende wiskundige expressie: een voortschrijdend gemiddelde van n periodes = de gemiddelde waarde over de afgelopen n perioden.
Vergelijking op diagram weergeven: u kunt de vergelijking weergeven op de grafiek door Vergelijking op diagram weergeven te selecteren.
R-kwadraatswaarde op diagram weergeven: u kunt een numerieke waarde weergeven waarmee wordt aangegeven in hoeverre het algoritme de curve benaderd door R-kwadraatswaarde op diagram weergeven te selecteren. De waarde ligt tussen 0 en 1,‎ waarbij 0 slechte kwaliteit is en 1 goede kwaliteit.
18.4.10.6.4  Tabblad Kleur
Graphic
Achtergrond: u kunt de kleur van de tabelachtergrond wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Curvegebied: u kunt de kleur van het curvegebied wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Tekst: u kunt de kleur van de tabeltekst wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Assen: u kunt de kleur van de assen wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Raster: u kunt de kleur van de rasterlijnen wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
18.4.10.6.5  Tabblad Lijn
Graphic
Gebruik de selectievakjes om te selecteren welke lijnen u wilt weergeven in het IR-trendingobject en klik op Toepassen.
Kleur: u kunt de kleur van een lijn wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Lijnsoort: u kunt het lijntype van een lijn wijzigen door een nieuw lijntype te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.

18.4.10.7  Dialoogvenster Afbeeldingsfusie

In het dialoogvenster Afbeeldingsfusie kunt u een infraroodbeeld samenvoegen met een digitale foto. Wanneer u beelden samenvoegt,‎ is het mogelijk makkelijker om de exacte positie van temperatuurafwijkingen te bepalen.
Het dialoogvenster Afbeeldingsfusie wordt weergegeven wanneer u op Graphic klikt op de werkbalk van het IR Viewer-object. U kunt het dialoogvenster ook weergeven door met de rechtermuisknop op het IR Viewer-object te klikken en Afbeeldingsfusie te kiezen in het snelmenu.
Graphic
IR-afbeelding openen: klik om een infraroodbeeld te selecteren.
Volledige afbeelding weergeven: klik om het volledige beeld weer te geven.
Refnr.1: klik om in te zoomen op dradenkruis Refnr.1.
Refnr.2: klik om in te zoomen op dradenkruis Refnr.2.
Refnr.3: klik om in te zoomen op dradenkruis Refnr.3.
Foto openen: klik om een digitale foto te selecteren.
Zwart-wit: vink het selectievakje aan om de digitale foto weer te geven in grijstint.
Wissen: klik om de digitale foto te verwijderen.
Interval: selecteer deze optie om één temperatuurinterval te gebruiken voor het infraroodbeeld en om de digitale foto te gebruiken voor lagere en hogere temperaturen. Voer de gewenste temperatuurwaarden in in de bijbehorende tekstvakken. U kunt de temperatuurniveaus aanpassen door de schuiven in het IR Viewer-object te verslepen nadat u het dialoogvenster hebt gesloten.
Combineren: selecteer deze optie om het beeld te mengen met een mix van infraroodpixels en pixels van een digitale foto. U kunt de mengniveaus aanpassen door de schuiven in het IR Viewer-object te verslepen nadat u het dialoogvenster hebt gesloten.
Beeld-in-beeld: selecteer deze optie om een deel van een digitale foto weer te geven als een infraroodbeeld. In het IR Viewer-object kunt u vervolgens de PiP (beeld-in-beeld)‎ verplaatsen en de afmetingen wijzigen op elke positie in de foto,‎ om het door u gewenste detailniveau in uw rapport weer te geven.
MSX: Selecteer deze optie om het contrast in het infraroodbeeld te verhogen. Met de MSX-samenvoegingstechnologie worden details van een digitale camera op het infraroodbeeld gedrukt,‎ waardoor het infraroodbeeld scherper is en sneller kan worden gericht op het doel.

18.4.10.8  Dialoogvenster Formule

Het dialoogvenster Formule wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op het IR Viewer-object klikt en Formules selecteert in het snelmenu.
Graphic
Toevoegen: klik op Toevoegen om een dialoogvenster weer te geven waarin u uw nieuwe formule definieert.
Bewerken: selecteer een formule en klik op Bewerken om een dialoogvenster weer te geven waarin u uw formule bewerkt.
Verwijderen: selecteer een formule en klik op Verwijderen om te verwijderen.
Voor meer informatie over het definiëren van formules raadpleegt u het gedeelte 18.2.6 Formules.

18.5  Ondersteunde bestandsformaten in het IR Viewer-object

Het IR Viewer-object ondersteunt de volgende radiometrische bestandsformaten:
  • ThermaCAM radiometrisch *.jpg.
  • ThermaCAM radiometrisch *.img.
  • ThermaCAM radiometrisch 8-bits *.tif.
  • ThermaCAM radiometrisch 8-/12-bits *.tif.
  • ThermaCAM radiometrisch 12-bits *.tif.
  • ThermoTeknix *.tgw.
  • ThermoTeknix *.tmw.
  • ThermoTeknix *.tlw.
  • FLIR Systems radiometrisch *.seq (radiometrische sequentiebestanden)‎.
  • FLIR Systems radiometrisch *.csq (radiometrische sequentiebestanden)‎.

19  De camera- en pc-software updaten

19.1  De pc-software updaten

19.1.1  Algemeen

U kunt FLIR Tools/Tools+‎ updaten met de nieuwste servicepacks.

19.1.2  Procedure

19.2  De camerafirmware updaten

19.2.1  Algemeen

U kunt uw infraroodcamera updaten met de nieuwste firmware.

19.2.2  Procedure

20  Instellingen wijzigen

20.1  Instellingen voor OptiesFLIR Tools/Tools+‎

20.1.1  Het dialoogvenster Opties (voor programmabrede opties)‎

20.1.1.1  Tabblad Opnemen

Graphic
Prefix bestandsnaam: Het voorvoegsel dat in bestandsnamen van opnames wordt ingevoegd.
Afbeeldingsindeling: Het beeldformaat van snapshots van opnames die als beeld worden opgeslagen.
Video-indeling: Het videoformaat voor opnames.
Bladeren: Klik op Bladeren om de locatie op te geven waar video-opnames worden opgeslagen.
Schijfruimte: De beschikbare schijfruimte voor opnames.

20.1.1.2  Tabblad Bekijken

Graphic
Cold- en hotspot verbergen: Schakel dit selectievakje in om bestaande cold- en hotspots in een beeld te verbergen.
Wizard openen bij aansluiten camera: Schakel dit selectievakje in om de importhandleiding weer te geven wanneer u een camera aansluit.
Gebruik instelling hele schaal voor auto-aanpassen van beeld: (alleen van toepassing op FLIR GF3xx-camera's.)‎ Selecteer dit selectievakje om tijdens het importeren naar FLIR Tools/Tools+‎ gebruik te maken van het volledige temperatuurbereik van de detector en niet alleen van de temperaturen in het beeld. Als dit selectievakje niet is geselecteerd,‎ kan het beeld aanzienlijk donkerder worden weergegeven na het importeren,‎ omdat FLIR Tools/Tools+‎ gebruikmaakt van een standaardtemperatuurbereik. Raadpleeg voor meer informatie over dit temperatuurbereik de handleiding van de FLIR GF3xx-camera.

20.1.1.3  Tabblad Bibliotheek

Graphic
Toevoegen aan bibliotheek: Klik op Bladeren en navigeer naar een gewenste bestaande map op uw computer om deze toe te voegen aan de beeldbibliotheek.
Map verwijderen: Om een map uit de beeldbibliotheek te wissen,‎ selecteert u de map in de mappenlijst en klikt u op Map verwijderen.

20.1.1.4  Tabblad Rapportage

Graphic
Paginaformaat: Selecteer een nieuwe paginagrootte in de lijst om de paginagrootte te wijzigen. Beschikbare opties zijn A4,‎ US Letter,‎ and US Legal.
Alle parameters weergeven: Schakel dit selectievakje in om alle metingsparameters voor een beeld weer te geven als dit beeld in een rapport is opgenomen.
Digitale camerafoto extraheren uit warmtebeeld (indien beschikbaar)‎ tijdens genereren: Bij camera's met ondersteuning voor multispectrale beelden worden alle beeldmodi opgenomen in een enkel beeldbestand — MSX,‎ thermisch,‎ thermische fusie,‎ thermische samenvoegfunctie,‎ beeld-in-beeld en het digitale camerabeeld. Schakel dit selectievakje in om het digitale camerabeeld op te halen wanneer u een rapport genereert.
Pad naar geïntegreerde sjablonen: Het bestandspad naar de ingebouwde sjablonen van het programma.
Pad naar gebruikerssjablonen: Het bestandspad naar de gebruikerssjablonen van het programma.
Logo: Schakel dit selectievakje in om een logo weer te geven in de linkerbovenhoek van de rapportpagina's. Om een ander logo weer te geven,‎ klikt u opBladeren en navigeert u naar het logobestand.
Titel: Een tekstveld waar u tekst kunt invoeren die in de koptekst van het rapport zal worden weergegeven.
Voettekst: Een tekstveld waar u tekst kunt invoeren die in de voettekst van het rapport zal worden weergegeven.

20.1.1.5  Tabblad Eenheden

Graphic
Temperatuureenheid: De eenheid voor temperatuurwaarden in het programma en de rapporten. Om de eenheid te wijzigen,‎ selecteert u een andere eenheid. Beschikbare opties zijn Celsius,‎ Fahrenheit,‎ Kelvin.
Afstandseenheid: De eenheid voor afstand in het programma en de rapporten. Om de eenheid te wijzigen,‎ selecteert u een andere eenheid. Beschikbare opties zijn Meters,‎ Feet.

20.1.1.6  Tabblad Taal

Graphic
Taal: Selecteer een nieuwe taal in de lijst om de taal te wijzigen.

20.1.2  Het dialoogvenster Opties (voor plot-specifieke opties)‎

Graphic
Grafiektitel: Om de titel van de plot te wijzigen,‎ voert u hier een nieuwe titel in.
Aantal punten: Aantal samplepunten waarop de plot is gebaseerd.
Dradenkruis tonen: Selecteer dit selectievakje om een dradenkruis weer te geven dat beweegt wanneer u de muis beweegt en dat de waarden van de X- en Y-as weergeeft. Graphic
Nieuwste Y-waarde tonen: Selecteer dit selectievakje om de meest recente Y-waarde weer te geven. Graphic
X-as > Auto: Selecteer Auto om FLIR Tools/Tools+‎ de grenswaarden van de X-as automatisch te laten instellen.
X-as > Handmatig: Selecteer Handmatig om de grenswaarden voor de X-as handmatig in te stellen en voer de begin- en eindtijden in.
Y-as > Auto: Selecteer Auto om FLIR Tools/Tools+‎ automatisch de grenswaarden van de Y-as te laten instellen.
Y-as > Handmatig: Selecteer Handmatig om de grenswaarden voor de Y-as handmatig in te stellen en voer de min.- en max.-waarden in.

20.2  Instellingen voor camera's van de FLIR Kx3‎- en FLIR Kx5‎-serie

20.2.1  Algemeen

De FLIR K-serie is een serie robuuste en betrouwbare infraroodcamera's die is ontwikkeld voor goede prestaties onder extreme omstandigheden. De camera's zijn voorzien van een intuïtieve interface die eenvoudig is te bedienen,‎ zelfs met handschoenen aan. Dankzij het heldere beeld baant u zich eenvoudig een weg door rook en kunt u snel accurate besluiten nemen.
Door een camera van de FLIR Kx3- of FLIR Kx5-serie aan te sluiten op FLIR Tools/Tools+,‎ krijgt u toegang tot diverse instellingen op de camera.

20.2.2  Het tabblad Algemene instellingen

20.2.2.1  Figuur

Graphic

20.2.2.2  Uitleg

Het gedeelte Regionale instellingen: schakel het selectievakje in om de datum en tijd op de camera te synchroniseren met de computer.
Het gedeelte Firmware info: klik op Check for updates en volg de instructies op het scherm om te controleren of er een nieuwere versie van de camerafirmware beschikbaar is.
Het gedeelte Fabrieksinstellingen herstellen: klik op Herstellen om de fabrieksinstellingen op de camera te herstellen.

20.2.3  Het tabblad Gebruikersinterface

20.2.3.1  Figuur

Graphic

20.2.3.2  Uitleg

Gedeelte Cameramodus:
  • Van toepassing op FLIR Kx5: Om te bepalen welke cameramodi kunnen worden ingesteld met de camera,‎ selecteert de cameramodus. Voor meer informatie over elke cameramodus,‎ zie paragraaf 20.2.4 Uitleg over de verschillende cameramodussen.
  • Van toepassing op FLIR Kx3: De camera heeft één cameramodus: Basismodus. Raadpleeg paragraaf 20.2.4.1 voor meer informatie.
Trekker-gedeelte: de camera is voorzien van een trekker. Met de instellingen in het Triekker-gedeelte kunt u de functie van de trekker selecteren. U kiest zo wat er gebeurt wanneer u kort op de trekker drukt en wat er gebeurt wanneer u de trekker ingedrukt houdt.
  • Geen actie,‎ Geen actie: selecteer deze optie om elke functie van de trekker uit te schakelen. Als u de trekker indrukt,‎ gebeurt er niets.
  • Geen actie,‎ Beeld bevriezen: als u deze optie selecteert,‎ bevriest de camera het beeld wanneer u de trekker ingedrukt houdt. Het beeld wordt weer live wanneer u de trekker loslaat. Als u de trekker kort indrukt,‎ gebeurt er niets.
  • Geen actie,‎ Video opnemen (niet van toepassing voor de FLIR K33 en FLIR K45)‎: Als u deze optie selecteert,‎ begint de camera met opnemen wanneer u de trigger ingedrukt houdt. De opname wordt gestopt wanneer u de trigger loslaat. Er gebeurt niets wanneer u kort op de trigger drukt.
  • Beeld opslaan,‎ Geen actie (niet van toepassing voor de FLIR K33)‎: Als u deze optie selecteert,‎ slaat de camera een beeld op wanneer u kort op de trigger drukt. Er gebeurt niets wanneer u de trigger ingedrukt houdt.
  • Beeld opslaan,‎ Beeld bevriezen (niet van toepassing voor de FLIR K33)‎: Als u deze optie selecteert,‎ slaat de camera een beeld op wanneer u kort op de trigger drukt en het beeld stilzetten wanneer u de trigger ingedrukt houdt. Het beeld wordt weer live wanneer u de trigger loslaat.
  • Beeld opslaan,‎ Video opnemen (niet van toepassing voor de FLIR K33 en FLIR K45)‎: Als u deze optie selecteert,‎ slaat de camera een beeld op wanneer u kort op de trigger drukt en begint de camera met opnemen wanneer u de trigger ingedrukt houdt. De opname wordt gestopt wanneer u de trigger loslaat.
  • Opn. aan/uit,‎ Geen actie (niet van toepassing voor de FLIR K33 en FLIR K45)‎: Als u deze optie selecteert,‎ begint de camera met opnemen wanneer u op de trigger drukt en stopt de camera met opnemen wanneer u nog eens op de trigger drukt. Er gebeurt niets wanneer u de trigger ingedrukt houdt.
  • Continue opn. (trigger uitgeschakeld)‎ (niet van toepassing voor de FLIR K33 en FLIR K45)‎: Als u deze optie selecteert,‎ begint de camera met een continue video-opname wanneer u de camera inschakelt. De opname kan niet worden gestopt. Er gebeurt niets wanneer u op de trigger drukt.
Gedeelte Versterkingsmodus:
  • Modus automatische versterking: selecteer deze optie om de camera automatisch te laten schakelen tussen het bereik met hoge gevoeligheid en het bereik met lage gevoeligheid,‎ afhankelijk van de scènetemperatuur. Het temperatuurniveau waarbij de camera omschakelt tussen beide modi is 150°C.
  • Modus geringe versterking: selecteer deze optie om ervoor te zorgen dat de camera alleen in het bereik met lage gevoeligheid werkt. Het voordeel hiervan is dat de camera geen niet-uniforme correctie (NUC)‎ uitvoert wanneer een object met een temperatuur hoger dan 150 °C de scène binnenkomt. Het nadeel is echter een geringere gevoeligheid en een hogere signaalruis.
Het gedeelte Temperatuureenheid: klik op Celsius of Fahrenheit om te selecteren hoe de temperatuur wordt weergegeven.
Gedeelte Thermal indication:
  • Digital readout only: selecteer deze optie om de warmtegegevens in het beeld alleen weer te geven als temperatuur van de spotmeter. In een modus met automatische verkleuring bij warmte,‎ blijven de verkleuringen aanwezig maar wordt het vaste referentiepictogram voor warmtekleur niet weergegeven.
  • Reference bar: in modussen met automatische verkleuring bij warmte wordt een verticale kleurreferentiebalk weergegeven in het warmte-indicatiegebied. Dit vaste pictogram geeft weer hoe warmtekleuren worden toegepast op het bereik van de cameramodus. De kleuren geel,‎ oranje en rood komen overeen met een bepaalde temperatuur; kleuren en tinten veranderen afhankelijk van de temperatuur.
  • Temp bar: selecteer deze optie om de temperatuurinformatie in het beeld weer te geven als temperatuurbalk die lijkt op een thermometer. Hierdoor wordt een dynamische verticale temperatuurbalk weergegeven aan de rechterzijde van het beeld. De bovenzijde van de dynamische balk staat voor de temperatuur van de gemeten plaats. In een modus met automatische verkleuring bij warmte,‎ blijven de verkleuringen aanwezig en wordt het vaste referentiepictogram voor warmtekleur weergegeven naast de temperatuurbalk.
Gedeelte Aangepast opstartbeeld toevoegen: klik op Browse en navigeer naar het afbeeldingsbestand om het opstarten van de camera een persoonlijke tint te geven. Dit kan handig zijn voor het identificeren van camera's van de brandweer. Door het logo van de brandweer als afbeelding te nemen met daarin een unieke id,‎ kunt u uw camera's identificeren. Deze afbeelding kan ook worden geopend vanuit het cameramenu.

20.2.4  Uitleg over de verschillende cameramodussen

20.2.4.1  Basismodus

Graphic

Figuur 20.1  Basismodus.

Basismodus is de standaardmodus op de camera. Deze modus biedt verschillende mogelijkheden voor de aanvankelijke brandbestrijding met reddingsoperatie en het onder controle krijgen van de brand. De camera schakelt automatisch tussen het bereik met hoge gevoeligheid en het bereik met lage gevoeligheid om ervoor te zorgen dat u altijd beschikt over een optimaal infraroodbeeld terwijl u een veilig en consistente warmteweergave houdt tijdens het blusproces.
  • Automatisch bereik.
  • Warmte-inkleuring: +‎150 tot +‎650 °C.
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150 °C.
  • Bereik met lage gevoeligheid: 0 tot +‎650 °C.

20.2.4.2  Zwart-witbrandblusmodus

Graphic

Figuur 20.2  Zwart-witbrandblusmodus.

De zwart-witbrandblusmodus is een standaard brandblusmodus die is gebaseerd op de basismodus. Deze modus biedt verschillende mogelijkheden voor de aanvankelijke brandbestrijding met reddingsoperatie en het onder controle krijgen van de brand. De modus is speciaal bedoeld voor blusservices waarvoor de verkleuringsfunctie niet gewenst is.
De camera schakelt automatisch tussen het bereik met hoge gevoeligheid en het bereik met lage gevoeligheid,‎ zodat u altijd over een optimaal infraroodbeeld beschikt.
  • Automatisch bereik.
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150 °C.
  • Bereik met lage gevoeligheid: 0 tot +‎650 °C.

20.2.4.3  Vuurmodus

Graphic

Figuur 20.3  Vuurmodus.

De Vuurmodus is vergelijkbaar met de Basismodus,‎ maar met een hogere starttemperatuur voor warmteverkleuring. Deze modus is geschikt voor situaties met veel open vuur,‎ waarin de achtergrondtemperaturen hoger zijn. De camera schakelt automatisch tussen het bereik met hoge gevoeligheid en het bereik met lage gevoeligheid om ervoor te zorgen dat u altijd beschikt over een optimaal infraroodbeeld terwijl u een veilige en consistente warmteweergave houdt tijdens het blusproces.
  • Automatisch bereik.
  • Warmte-inkleuring: +‎250 tot +‎650 °C.
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150 °C.
  • Bereik met lage gevoeligheid: 0 tot +‎650 °C.

20.2.4.4  Modus Zoeken en redden

Graphic

Figuur 20.4  Modus Zoeken en redden.

De modus Zoeken en redden is geoptimaliseerd voor het behouden van grote contrasten in het infraroodbeeld terwijl er in landschap,‎ gebouwen of bij verkeersongelukken wordt gezocht naar personen.
  • Alleen beschikbaar met bereik met hoge gevoeligheid.
  • Warmte-inkleuring: +‎100 tot +‎150°C.
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150 °C.

20.2.4.5  Modus Warmteopsporing

Graphic

Figuur 20.5  Modus Warmteopsporing.

De modus Warmteopsporing is geoptimaliseerd voor het zoeken van hotspots bij nacontrole nadat het vuur is geblust,‎ om er zeker van te zijn dat het vuur werkelijk is geblust. Deze modus kan ook worden gebruikt voor het zoeken van thermische patronen,‎ bijvoorbeeld om personen in auto's op te sporen na een auto-ongeluk,‎ om er zeker van te zijn dat iedereen is gevonden. Nog een toepassing van deze modus is het zoeken naar personen in water en op open terrein.
  • Alleen beschikbaar met bereik met hoge gevoeligheid.
  • Warmteverkleuring: de 20% hoogste temperaturen in de scène.
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150 °C.

20.3  Instellingen voor camera's van de FLIR Kx‎-serie

20.3.1  Algemeen

De FLIR K-serie is een serie robuuste en betrouwbare infraroodcamera's die is ontwikkeld voor goede prestaties onder extreme omstandigheden. De camera's zijn voorzien van een intuïtieve interface die eenvoudig is te bedienen,‎ zelfs met handschoenen aan. Dankzij het heldere beeld baant u zich eenvoudig een weg door rook en kunt u snel accurate besluiten nemen.
Door een camera van de FLIR Kx-serie aan te sluiten op FLIR Tools/Tools+,‎ krijgt u toegang tot allerlei instellingen op de camera.

20.3.2  Het tabblad Algemene instellingen

20.3.2.1  Figuur

Graphic

20.3.2.2  Uitleg

Het gedeelte Firmware-informatie: klik op Zoeken naar updates en volg de instructies op het scherm om te controleren of er een nieuwere versie van de camerafirmware beschikbaar is.
Het gedeelte Fabrieksinstellingen herstellen: klik op Herstellen om de fabrieksinstellingen op de camera te herstellen.

20.3.3  Het tabblad Gebruikersinterface

20.3.3.1  Figuur

Graphic

20.3.3.2  Uitleg

Het gedeelte Cameramodussen: selecteer de cameramodus om vast te leggen welke cameramodussen worden ingeschakeld op de camera. Ga voor meer informatie over elke cameramodus naar het gedeelte 20.3.4 Uitleg over de verschillende cameramodussen.
Gedeelte Versterkingsmodus:
  • Modus automatische versterking: selecteer deze optie om de camera automatisch te laten schakelen tussen het bereik met hoge gevoeligheid en het bereik met lage gevoeligheid,‎ afhankelijk van de scènetemperatuur. Het temperatuurniveau waarbij de camera omschakelt tussen beide modi is +‎150 °C.
  • Modus geringe versterking: Als u deze modus selecteert,‎ werkt de camera alleen in het lage gevoeligheidsbereik. Het voordeel hiervan is dat de camera geen niet-uniforme correctie uitvoert wanneer een object met een hogere temperatuur dan +‎150 °C binnen het kader komt. Het nadeel is echter een lagere gevoeligheid en een hoger ruisniveau.
Gedeelte Aangepast opstartbeeld toevoegen: klik op Browse en navigeer naar een afbeeldingsbestand om het opstarten van de camera een persoonlijke tint te geven. Dit kan handig zijn voor het identificeren van camera's van de brandweer. Door het logo van de brandweer als afbeelding te nemen met daarin een unieke id,‎ kunt u uw camera's identificeren.

20.3.4  Uitleg over de verschillende cameramodussen

20.3.4.1  Basismodus

Graphic

Figuur 20.6  Basismodus.

Basismodus is de standaardmodus op de camera. Deze modus biedt verschillende mogelijkheden voor de aanvankelijke brandbestrijding met reddingsoperatie en het onder controle krijgen van de brand. De camera schakelt automatisch tussen het bereik met hoge gevoeligheid en het bereik met lage gevoeligheid om ervoor te zorgen dat u altijd beschikt over een optimaal infraroodbeeld terwijl u een veilig en consistente warmteweergave houdt tijdens het blusproces.
  • Automatisch bereik.
  • Warmteverkleuring: +‎150 tot +‎500 °C.
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150°C
  • Bereik met lage gevoeligheid: 0 tot +‎500 °C.

20.3.4.2  Zwart-witbrandblusmodus

Graphic

Figuur 20.7  Zwart-witbrandblusmodus.

De zwart-witbrandblusmodus is een standaard brandblusmodus die is gebaseerd op de basismodus. Deze modus biedt verschillende mogelijkheden voor de aanvankelijke brandbestrijding met reddingsoperatie en het onder controle krijgen van de brand. De modus is speciaal bedoeld voor blusservices waarvoor de verkleuringsfunctie niet gewenst is.
De camera schakelt automatisch tussen het bereik met hoge gevoeligheid en het bereik met lage gevoeligheid,‎ zodat u altijd over een optimaal infraroodbeeld beschikt.
  • Automatisch bereik.
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150°C
  • Bereik met lage gevoeligheid: 0 tot +‎500 °C.

20.3.4.3  Vuurmodus

Graphic

Figuur 20.8  Vuurmodus.

De vuurmodus is vergelijkbaar met de basismodus,‎ maar met een hogere starttemperatuur voor warmteverkleuring. Deze modus is geschikt voor situaties met veel open vuur,‎ waarin de achtergrondtemperaturen hoger zijn. De camera schakelt automatisch tussen het bereik met hoge gevoeligheid en het bereik met lage gevoeligheid om ervoor te zorgen dat u altijd beschikt over een optimaal infraroodbeeld terwijl u een veilig en consistente warmteweergave houdt tijdens het blusproces.
  • Automatisch bereik.
  • Warmteverkleuring: +‎250 tot +‎500 °C.
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150°C
  • Bereik met lage gevoeligheid: 0 tot +‎500 °C.

20.3.4.4  Modus Zoeken en redden

Graphic

Figuur 20.9  Modus Zoeken en redden.

De modus Zoeken en redden is geoptimaliseerd voor het behouden van grote contrasten in het infraroodbeeld terwijl er in landschap,‎ gebouwen of bij verkeersongelukken wordt gezocht naar personen.
  • Alleen beschikbaar met bereik met hoge gevoeligheid.
  • Warmteverkleuring: +‎100 tot +‎150°C
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150°C

20.3.4.5  Modus Warmteopsporing

Graphic

Figuur 20.10  Modus Warmteopsporing.

De modus Warmteopsporing is geoptimaliseerd voor het zoeken van hotspots bij nacontrole nadat het vuur is geblust,‎ om er zeker van te zijn dat het vuur werkelijk is geblust. Deze modus kan ook worden gebruikt voor het zoeken van thermische patronen,‎ bijvoorbeeld om personen in auto's op te sporen na een auto-ongeluk,‎ om er zeker van te zijn dat iedereen is gevonden. Nog een toepassing van deze modus is het zoeken naar personen in water en op open terrein.
  • Alleen beschikbaar met bereik met hoge gevoeligheid.
  • Warmteverkleuring: de 20% hoogste temperaturen in de scène.
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150°C

20.3.4.6  Modus koude-opsporing

Graphic

Figuur 20.11  Modus koude-opsporing.

De modus koude-opsporing is geoptimaliseerd voor zoeken naar koude punten,‎ normaal gesproken tocht en luchtstromen.
  • Alleen beschikbaar met bereik met hoge gevoeligheid.
  • Kou-inkleuring: de 20% laagste temperaturen in de scène.
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150°C

20.3.4.7  Modus bouwanalyse

Graphic

Figuur 20.12  Modus bouwanalyse.

De Modus bouwanalyse is geschikt voor het analyseren van gebouwen en het opsporen van gebouwgerelateerde afwijkingen. Het warmtebeeld kan niet alleen informatie verschaffen over structurele,‎ mechanische,‎ loodgieters- en elektrische constructies,‎ maar ook een indicatie geven van vocht,‎ natheid en luchtfiltratie.
In deze modus gebruikt de camera een ijzerkleurenpalet om de verschillende temperaturen weer te geven. Hierbij geven de kleuren zwart,‎ blauw en paars de koudste gebieden aan,‎ rood,‎ oranje en geel de temperaturen in het middengebied en ten slotte wit voor de heetste delen. De temperatuurschaal wordt automatisch aangepast aan de thermische inhoud van het beeld.

21  Ondersteunde bestandsformaten

21.1  Algemeen

FLIR Tools/Tools+‎ biedt ondersteuning voor diverse radiometrische en niet-radiometrische bestandsformaten.

21.2  Radiometrische bestandsformaten

FLIR Tools/Tools+‎ biedt ondersteuning voor de volgende radiometrische bestandsformaten:
  • FLIR Systems radiometrisch *.jpg.
  • FLIR Systems radiometrisch *.img.
  • FLIR Systems radiometrisch *.fff.
  • FLIR Systems radiometrisch *.seq (video files)‎.
  • FLIR Systems radiometrisch *.csq (video files)‎.

21.3  Niet-radiometrische bestandsformaten

FLIR Tools/Tools+‎ ondersteunt de volgende niet-radiometrische bestandsformaten:
  • *.jpg.
  • *.mp4 (videobestanden)‎.
  • *.avi (videobestanden)‎.
  • *.pdf (rapporten en beeldbladen)‎.
  • *.docx (als rapporten)‎.

22  Over FLIR Systems

FLIR Systems werd in 1978 opgericht om een pioniersrol te gaan vervullen in de ontwikkeling van geavanceerde infraroodbeeldsystemen en is wereldmarktleider op het gebied van ontwerp,‎ fabricage en marketing van warmtebeeldsystemen voor uiteenlopende toepassingen in de sectoren handel,‎ industrie en overheid. Tegenwoordig draagt FLIR Systems de geschiedenis in zich van vijf grote bedrijven die sinds 1958 uitzonderlijke prestaties hebben geleverd op het gebied van infraroodtechnologie; het Zweedse AGEMA Infrared Systems (voorheen AGA Infrared Systems)‎,‎ de drie Amerikaanse bedrijven Indigo Systems,‎ FSI en Inframetrics en het Franse bedrijf Cedip.
Sinds 2007 heeft FLIR Systems diverse bedrijven met wereldwijd toonaangevende expertise op het gebied van sensortechnologieën overgenomen:
  • Extech Instruments (2007)‎
  • Ifara Tecnologías (2008)‎
  • Salvador Imaging (2009)‎
  • OmniTech Partners (2009)‎
  • Directed Perception (2009)‎
  • Raymarine (2010)‎
  • ICx Technologies (2010)‎
  • TackTick Marine Digital Instruments (2011)‎
  • Aerius Photonics (2011)‎
  • Lorex Technology (2012)‎
  • Traficon (2012)‎
  • MARSS (2013)‎
  • DigitalOptics divisie micro-optiek (2013)‎
  • DVTEL (2015)‎
  • Point Grey Research (2016)‎
  • Prox Dynamics (2016)‎
Graphic

Figuur 22.1  Patent documenten van begin jaren zestig

FLIR Systems beschikt over drie productiefabrieken in de Verenigde Staten (Portland,‎ OR,‎ Boston,‎ MA,‎ Santa Barbara,‎ CA)‎ en een in Zweden (Stockholm)‎. Sinds 2007 staat er tevens een productiefabriek in Tallinn,‎ Estland. Directe verkoopkantoren in België,‎ Brazilië,‎ China,‎ Frankrijk,‎ Duitsland,‎ Groot-Brittannië,‎ Hongkong,‎ Italië,‎ Japan,‎ Korea,‎ Zweden en de VS ondersteunen,‎ in combinatie met een wereldwijd netwerk van vertegenwoordigers en distributeurs,‎ onze internationale klantenkring.
FLIR Systems is een pionier op het gebied van innovatie binnen de infraroodcamera-industrie. Wij lopen vooruit op de marktvraag door constant onze bestaande camera's te verbeteren en nieuwe te ontwikkelen. Het bedrijf heeft mijlpalen gerealiseerd op het gebied van productontwerp en -ontwikkeling,‎ zoals de introductie van de eerste draagbare camera op batterijvoeding voor industriële inspecties en de eerste ongekoelde infraroodcamera,‎ om maar eens twee innovaties te noemen.
Graphic

Figuur 22.2  1969: Thermovision model 661. De camera woog ongeveer 25 kg,‎ de oscilloscoop 20 kg en het statief 15 kg. De gebruiker had ook een 220 VAC-generatorset en een 10-litervat met vloeibare stikstof nodig. Links van de oscilloscoop ziet u het Polaroid-hulpstuk (6 kg)‎.

Graphic

Figuur 22.3  2015: FLIR One,‎ een accessoire voor iPhones en Android-telefoons. Gewicht: 90 g

FLIR Systems produceert alle essentiële mechanische en elektronische onderdelen van de camerasystemen zelf. Van detectorontwerp en productie tot lenzen en systeemelektronica en eindtesten en kalibratie. Alle productiestappen worden onder toezicht van en door onze eigen technici uitgevoerd. De verregaande expertise van deze infraroodspecialisten maakt dat alle essentiële onderdelen die in uw infraroodcamera zijn gemonteerd nauwkeurig en betrouwbaar werken.

22.1  Meer dan zomaar een infraroodcamera

Bij FLIR Systems erkennen wij dat het onze taak is om verder te gaan dan slechts het produceren van de beste infraroodcamerasystemen. Wij doen er alles aan om alle gebruikers van onze infraroodcamerasystemen productiever te laten werken door hen de meest krachtige camera–softwarecombinatie te leveren. Speciaal op maat gemaakte software voor preventief onderhoud,‎ R & D en procesbewaking worden intern ontwikkeld. De meeste software is verkrijgbaar in een groot aantal talen.
We ondersteunen al onze infraroodcamera's met vele accessoires,‎ zodat u uw apparatuur kunt aanpassen aan de meest veeleisende infraroodtoepassingen.

22.2  Verspreiden van onze kennis

Ondanks dat onze camera's zijn ontwikkeld voor gebruikersvriendelijkheid,‎ omvat thermografie veel meer dan alleen een camera weten te bedienen. Daarom heeft FLIR Systems het ITC (Infrared Training Center)‎ opgericht,‎ een aparte business unit waar certificatietrainingen worden gegeven. Als u een van de ITC-trainingen volgt,‎ zult u echte praktijkervaring opdoen.
Het personeel van de ITC staat klaar om u waar nodig de toepassingsondersteuning te bieden die u nodig hebt om de infraroodtheorie in de praktijk te kunnen brengen.

22.3  Het ondersteunen van onze klanten

FLIR Systems maakt gebruik van een wereldwijd servicenetwerk,‎ zodat uw camera te allen tijde blijft functioneren. Bij problemen met uw camera beschikken de plaatselijke servicecentra altijd over voldoende apparatuur en expertise om uw probleem zo snel mogelijk op te lossen. U hoeft uw camera dus niet naar de andere kant van de wereld te sturen of uw probleem aan iemand uit te leggen die uw taal niet spreekt.

23  Definities en wetgeving

Term

Definitie

Absorptie en emissie1
De capaciteit of het vermogen van een object om incidentele stralingsenergie te absorberen is altijd gelijk aan het vermogen om zijn eigen energie als straling uit te zenden
Behoud van energie2
De som van de totale energie in een gesloten systeem is constant
Convectie
Een warmteoverdrachtmodus waarbij een vloeistof in beweging wordt gebracht,‎ door zwaartekracht of een andere kracht,‎ en warmte van de ene naar de andere plaats overdraagt
Diagnose
Onderzoek van symptomen en syndromen om de aard van storingen of defecten te bepalen3
Emissiegraad
Verhouding tussen de kracht van de straling van werkelijke objecten,‎ en de kracht van de straling van een blackbody met dezelfde temperatuur en dezelfde golflengte4
Geleiding
Directe overdracht van thermische energie van molecuul op molecuul,‎ veroorzaakt door botsingen van de moleculen
Gereflecteerde gevoelstemperatuur
De schijnbare temperatuur van de omgeving,‎ die door het doel wordt gereflecteerd in de IR-camera5
Incidentele straling
Straling die op een object valt,‎ afkomstig uit de omgeving van het object
IR-warmtebeeldvorming
Proces van acquisitie en analyse van thermische informatie door middel van contactloze warmtebeeldapparatuur
Isotherm
Vervangt bepaalde kleuren in de schaal door een contrasterende kleur. Markeert een interval van gelijke schijnbare temperatuur6
Kleurpalet
Wijst verschillende kleuren toe om specifieke niveaus van schijnbare temperaturen aan te geven. Kleurpaletten kunnen een hoog of laag contrast hebben,‎ afhankelijk van de gebruikte kleuren
Kwalitatieve warmtebeeldvorming
Warmtebeeldvorming die vertrouwt op de analyse van thermische patronen voor het bepalen van het bestaan en de locatie van afwijkingen7
Kwantitatieve warmtebeeldvorming
Warmtebeeldvorming die gebruikmaakt van temperatuurmeting om de ernst van een afwijking te bepalen,‎ voor het vaststellen van reparatieprioriteiten8
Opgevangen straling
straling die de oppervlakte van een object verlaat,‎ ongeacht de oorspronkelijke bron ervan
Richting van warmtestroom9
Warmte stroomt spontaan van warmere naar koudere plaatsen,‎ waardoor thermische energie wordt overdragen van de ene plaats naar een andere10
Ruimtelijke resolutie
Het vermogen van een IR-camera om kleine objecten of details weer te geven
Schijnbare temperatuur
Ongecompenseerde meetwaarde van een infraroodinstrument,‎ dat alle straling op het instrument omvat,‎ ongeacht de bronnen van de straling11
Stralingswarmteoverdracht
Warmteoverdracht door de emissie en absorptie van thermische straling
Temperatuur
Meting van de gemiddelde kinetische energie van de moleculen en atomen waaruit de substantie bestaat
Thermische afstemming
Het proces van het plaatsen van de kleuren van het beeld op het geanalyseerde object,‎ voor het maximaliseren van het contrast
Thermische energie
De totale kinetische energie van de moleculen waaruit het object bestaat12
Thermische gradiënt
De geleidelijke temperatuurverandering over afstand13
Warmte
Thermische energie die tussen twee objecten (systemen)‎ wordt overdragen door hun onderlinge temperatuurverschil
Warmteoverdrachtsverhouding14
De warmteoverdracht onder stabiele omstandigheden is evenredig met de thermische geleidendheid van het object,‎ de diameter van het object waardoorheen de warmte stroomt,‎ en het temperatuurverschil tussen de twee uiteinden van het object. De warmteoverdracht is omgekeerd evenredig aan de lengte of dikte van het object15

24  Thermografische meettechnieken

24.1  Inleiding

Een infraroodcamera meet de uitgezonden infraroodstraling van een object en beeldt deze af. Aangezien straling afhankelijk is van de oppervlaktetemperatuur van een object kan de camera de temperatuur van het object berekenen en weergeven.
De straling die wordt gemeten door de camera is echter niet alleen afhankelijk van de temperatuur van het object,‎ maar ook van de emissiegraad. Straling is ook afkomstig van de omgeving en wordt gereflecteerd in het object. De straling van het object en de gereflecteerde straling worden bovendien beïnvloed door de absorptie van de atmosfeer.
Om de temperatuur nauwkeurig te kunnen meten,‎ moeten dus de effecten van een aantal verschillende stralingsbronnen worden gecompenseerd. Dit doet de camera automatisch on line. De volgende objectparameters moeten echter voor de camera worden opgegeven:
  • De emissiegraad van het object
  • De gereflecteerde gevoelstemperatuur
  • De afstand tussen het object en de camera
  • De relatieve luchtvochtigheid
  • Temperatuur van de atmosfeer

24.2  Emissiegraad

De belangrijkste objectparameter die correct moet worden ingesteld is de emissiegraad; dit is,‎ kort gezegd,‎ de maat voor de hoeveelheid straling die wordt uitgestraald door het object,‎ vergeleken met de straling die afkomstig is van een perfect zwartlichaam met dezelfde temperatuur.
Normaal gesproken vertonen materialen en oppervlaktebehandelingen van objecten een emissiegraad variërend van ongeveer 0,‎1 tot 0,‎95. Een glanzend gepolijst (spiegelend)‎ oppervlak heeft een emissiegraad van minder dan 0,‎1,‎ terwijl een geoxideerd of geverfd oppervlak een hogere emissiegraad heeft. Verf op oliebasis,‎ ongeacht de kleur in het zichtbare spectrum,‎ heeft een emissiegraad van meer dan 0,‎9 in het infrarood. De menselijke huid heeft een emissiegraad tussen 0,‎97 en 0,‎98.
Niet-geoxideerde metalen vormen een uitzonderlijk geval,‎ met hun volledige ondoorzichtigheid en hun hoge reflectie,‎ die niet erg varieert met de golflengte. Daardoor hebben metalen een lage emissiegraad – neemt alleen toe wanneer de temperatuur stijgt. Voor andere materialen dan metalen is de emissiegraad meestal vrij hoog,‎ en neemt deze af met het dalen van de temperatuur.

24.2.1  De emissiegraad van een proef bepalen

24.2.1.1  Stap 1: Het bepalen van de gereflecteerde gevoelstemperatuur

Gebruik een van de volgende methoden om de gereflecteerde gevoelstemperatuur te bepalen:
24.2.1.1.1  Methode 1: Directe methode
Het gebruik van een thermokoppel voor het meten van gereflecteerde gevoelstemperatuur wordt om twee belangrijke redenen afgeraden:
  • Een thermokoppel meet geen stralingsintensiteit
  • Een thermokoppel vereist een zeer goed thermisch contact met het oppervlak,‎ meestal door de sensor te lijmen en af te dekken met een thermische isolator.
24.2.1.1.2  Methode 2: Reflectormethode

24.2.1.2  Stap 2: Het bepalen van de emissiegraad

24.3  Gereflecteerde gevoelstemperatuur

Deze parameter wordt gebruikt om de straling die wordt gereflecteerd in het object te compenseren. Als de emissiegraad laag is en de objecttemperatuur relatief ver van die van het gereflecteerde object ligt,‎ is het belangrijk om de gereflecteerde gevoelstemperatuur goed in te stellen en deze hier correct voor te compenseren.

24.4  Afstand

De afstand is de afstand tussen het object en de voorste lens van de camera. Deze parameter wordt gebruikt om de volgende twee feiten te compenseren:
  • Dat straling van het object door de atmosfeer tussen het object en de camera wordt geabsorbeerd.
  • De straling van de atmosfeer zelf door de camera wordt gedetecteerd.

24.5  Relatieve luchtvochtigheid

De camera kan ook compensatie bieden voor het feit dat de transmissie ook afhankelijk is van de relatieve luchtvochtigheid van de atmosfeer. Hiervoor moet u de relatieve luchtvochtigheid instellen op de juiste waarde. Voor korte afstanden en bij een normale vochtigheid kunt u de relatieve luchtvochtigheid normaal gesproken handhaven op de standaardwaarde van 50%.

24.6  Overige parameters

Bovendien kunt u met sommige camera's en analyseprogramma's van FLIR Systems de volgende parameters compenseren:
  • Atmosferische temperatuur,‎ dat wil zeggen: de temperatuur van de atmosfeer tussen de camera en het doel
  • Temperatuur externe optiek,‎ dat wil zeggen: de temperatuur van alle externe lenzen of vensters die worden gebruikt voor de camera
  • Externe optiektransmissie – dat wil zeggen: de transmissie van alle externe lenzen of vensters die worden gebruikt voor de camera

25  Geschiedenis van infraroodtechnologie

Voor het jaar 1800 werd het bestaan van het infrarooddeel van het elektromagnetische spectrum niet eens vermoed. De oorspronkelijke betekenis van het infraroodspectrum,‎ of gewoon ‘het infrarood’ zoals het vaak wordt genoemd,‎ als een vorm van warmtestraling ligt nu misschien minder voor de hand dan toen het in 1800 door Herschel werd ontdekt.
Graphic

Figuur 25.1  Sir William Herschel (1738–1822)‎

De ontdekking werd toevallig gedaan toen werd gezocht naar een nieuw optisch materiaal. Sir William Herschel (astronoom aan het hof van koning George III van Engeland,‎ en al beroemd om zijn ontdekking van de planeet Uranus)‎ zocht naar een optisch filtermateriaal waarmee de helderheid van het beeld van de zon in telescopen tijdens zonneobservaties kon worden beperkt. Bij het testen van verschillende monsters van gekleurd glas die vergelijkbare helderheidsreducties gaven,‎ raakte hij geïntrigeerd door zijn ontdekking dat door sommige monsters maar heel weinig zonnewarmte heen kwam,‎ terwijl er door andere zoveel warmte binnenkwam dat hij schade aan zijn ogen riskeerde na slechts een paar seconden observeren.
Herschel was er al snel van overtuigd dat hij een systematisch experiment moest opzetten,‎ met als doel dat ene materiaal te vinden dat zowel de gewenste afname van helderheid zou geven als de maximale afname van warmte. Hij begon het experiment door het prisma-experiment van Newton te herhalen,‎ maar daarbij keek hij meer naar het verwarmingseffect dan naar de visuele verdeling van intensiteit in het spectrum. Eerst maakte hij de bel van een gevoelige kwikthermometer zwart met inkt. Dit gebruikte hij als een stralingsdetector toen hij verderging met het testen van het verwarmingseffect van de verschillende kleuren van het spectrum: dit spectrum werd op de bovenkant van een tafel gevormd doordat hij zonlicht door een glazen prisma liet vallen. Andere thermometers,‎ die buiten de stralen van de zon werden geplaatst,‎ fungeerden als controlethermometers.
Terwijl de zwartgemaakte thermometer langzaam langs de kleuren van het spectrum werd verplaatst,‎ gaven de temperatuuraflezingen een gestage toename te zien van het violet-eind naar het rode eind. Dit was niet geheel onverwacht,‎ aangezien de Italiaanse onderzoeker Landriani in een vergelijkbaar experiment in 1777 vrijwel hetzelfde effect had geconstateerd. Het was echter Herschel die als eerste inzag dat er een punt moest zijn waar het verwarmingseffect een maximum bereikt,‎ en dat dit punt niet kon worden bepaald bij metingen die alleen op het zichtbare gedeelte van het spectrum werden uitgevoerd.
Graphic

Figuur 25.2  Marsilio Landriani (1746–1815)‎

Door de thermometer naar het zwarte gebied voorbij het rode eind van het spectrum te verplaatsen,‎ kon Herschel bevestigen dat de warmte bleef toenemen. Het maximumpunt,‎ toen hij dat vond,‎ lag ver voorbij het rode eind,‎ in wat we tegenwoordig de 'infraroodgolflengten' noemen.
Toen Herschel zijn ontdekking bekendmaakte,‎ noemde hij dit nieuwe gedeelte van het elektromagnetische spectrum het ‘thermometrische spectrum’. De straling zelf noemde hij soms de ‘donkere warmte’,‎ of gewoon 'de onzichtbare stralen'. Ironisch genoeg,‎ en in tegenstelling tot de algemene opvatting,‎ was het niet Herschel die de term 'infrarood' introduceerde. Het woord verscheen pas ongeveer 75 jaar later in gedrukte teksten en het is nog steeds onduidelijk van wie dit woord afkomstig was.
Dat Herschel glas gebruikte in het prisma van zijn oorspronkelijke experiment leidde in het begin tot enige controverses met zijn tijdgenoten over het werkelijke bestaan van de infraroodgolflengten. Verschillende onderzoekers gebruikten,‎ in een poging om zijn werk te bevestigen,‎ verschillende soorten glas door elkaar,‎ met verschillende transparanties in het infrarood. Door zijn latere experimenten was Herschel zich bewust van de beperkte transparantie van glas voor de nieuw ontdekte thermische straling,‎ en hij moest wel concluderen dat de optiek voor het infrarood waarschijnlijk gedoemd was uitsluitend te worden gebruikt voor reflecterende elementen (dat wil zeggen platte en gebogen spiegels)‎. Gelukkig bleek dit tot slechts 1830 het geval te zijn,‎ toen een Italiaanse onderzoeker,‎ Melloni,‎ zijn grote ontdekking deed dat in de natuur voorkomend rotszout (NaCl)‎ (dat in voldoende grote natuurlijke kristallen voorhanden was om er lenzen en prisma's van te maken)‎ bijzonder transparant is voor het infrarood. Het gevolg was dat rotszout het belangrijkste optische infraroodmateriaal werd en dat de volgende honderd jaar ook bleef,‎ tot men in de jaren 1930 de kunst van het kweken van synthetische kristallen leerde beheersen.
Graphic

Figuur 25.3  Macedonio Melloni (1798–1854)‎

De positie van thermometers,‎ als stralingsdetectors,‎ bleef onbetwist tot in 1829,‎ het jaar waarin Nobili de thermokoppel uitvond. (De eigen thermometer van Herschel kon slechts worden afgelezen tot een nauwkeurigheid van 0,‎2 °C (0,‎036 °F)‎,‎ en latere modellen konden worden afgelezen tot een nauwkeurigheid van 0,‎05 °C (0,‎09 °F)‎)‎. En toen kwam er een doorbraak: Melloni sloot een aantal thermokoppels in een serie op elkaar aan en vormde daarmee de eerste thermobatterij. Dit nieuwe apparaat was minimaal 40 keer gevoeliger dan de beste thermometer van die tijd voor het detecteren van warmtestraling en kon de warmte detecteren van een persoon op drie meter afstand.
Het eerste zogenaamde warmtebeeld werd mogelijk in 1840 gemaakt,‎ en was het resultaat van werkzaamheden door Sir John Herschel,‎ zoon van de ontdekker van het infrarood en zelf ook een beroemd astronoom. Op basis van de differentiële verdamping van een dunne oliefilm die werd blootgesteld aan een warmtepatroon dat erop werd gericht,‎ kon het warmtebeeld worden gezien door gereflecteerd licht waarbij de interferentie-effecten van de oliefilm het beeld zichtbaar maakten voor het blote oog. Sir John slaagde er ook in een primitieve record van het warmtebeeld op papier te maken,‎ wat hij een 'thermogram' noemde.
Graphic

Figuur 25.4  Samuel P. Langley (1834–1906)‎

De gevoeligheid van de infrarooddetector werd langzaam beter. Een andere belangrijke doorbraak,‎ waarvoor Langley zorgde in 1880,‎ was de uitvinding van de bolometer. Deze bestond uit een dunne zwartgemaakte platinastrip die werd aangesloten op één arm van een brug van Wheatstone,‎ waarop de infraroodstraling werd gericht en waarop een gevoelige galvanometer reageerde. Het schijnt dat dit instrument de warmte van een koe kon detecteren op een afstand van 400 meter.
Een Engelse wetenschapper,‎Sir James Dewar,‎ introduceerde het gebruik van vloeibaar gemaakte gassen als koelmiddel (zoals vloeibare stikstof met een temperatuur van -196 °C (-320,‎8 °F)‎)‎ in onderzoek bij lage temperaturen. In 1892 vond hij een unieke isolerende vacuümcontainer uit waarin vloeibaar gemaakte gassen hele dagen konden worden bewaard. De gewone 'thermosfles',‎ die wordt gebruikt voor het bewaren van warme en koude dranken,‎ is gebaseerd op zijn uitvinding.
Tussen 1900 en 1920 'ontdekten' de uitvinders van de wereld het infrarood. Er zijn veel patenten uitgegeven voor apparatuur om mensen,‎ wapens,‎ vliegtuigen,‎ schepen en zelfs ijsbergen te detecteren. De ontwikkeling van de eerste besturingssystemen,‎ in de moderne betekenis van het woord,‎ begon tijdens de oorlog van '14-'18,‎ toen beide partijen onderzoeksprogramma's wijdden aan militaire toepassingen van het infrarood. Deze programma's omvatten experimentele systemen voor indringing bij/detectie van de vijand,‎ registreren van temperatuur op afstand,‎ beveiligde communicatie en geleiding van vliegende torpedo's. Een infraroodzoeksysteem dat in deze periode werd getest kon een naderend vliegtuig detecteren op een afstand van 1,‎5 km (0,‎94 miles)‎ of een persoon die meer dan 300 meter (984 ft.)‎ verwijderd was.
De gevoeligste systemen tot dit moment waren alle gebaseerd op variaties van het bolometerprincipe,‎ maar in het interbellum werden twee revolutionaire nieuwe infrarooddetectoren ontwikkeld: de beeldomzetter en de fotondetector. In eerste instantie kreeg de beeldomzetter de meeste aandacht van het leger,‎ omdat het de kijker voor het eerst in de geschiedenis in staat stelde letterlijk in het donker te zien. De gevoeligheid van de beeldomzetter was echter beperkt tot de nabije-infraroodgolflengten en de interessantste militaire doelen (dat wil zeggen vijandelijke soldaten)‎ moesten worden verlicht met infraroodzoekstralen. Aangezien hierbij het risico ontstond dat de positie van de kijker werd verraden aan een met dezelfde apparatuur uitgeruste vijandelijke kijker,‎ is het begrijpelijk dat de belangstelling van het leger voor de beeldomzetter uiteindelijk verdween.
De tactische militaire nadelen van zogenaamde 'actieve' (dat wil zeggen met een zoekstraal uitgeruste)‎ warmtebeeldsystemen vormden na WOII een stimulans voor grootschalige geheime militaire IR-onderzoeksprogramma's naar de mogelijkheden van de ontwikkeling van een 'passief' (zonder zoekstraal)‎ systeem op basis van de extreem gevoelige fotondetector. In deze periode voorkwamen de militaire geheimhoudingsbepalingen dat er ook maar iets bekend werd gemaakt over de status van infraroodbeeldtechnologie. Deze geheimhouding werd pas vanaf het begin van de jaren 1950 stukje bij beetje opgeheven en vanaf dat moment kwam eindelijk geschikte apparatuur voor warmtebeeldtechnologie beschikbaar voor de burgerwetenschap en -industrie.

26  Theorie van de thermografie

26.1  Inleiding

De onderwerpen van infraroodstraling en de bijbehorende techniek van thermografie zijn nog steeds nieuw voor velen die een infraroodcamera gaan gebruiken. In dit gedeelte wordt de theorie beschreven die ten grondslag ligt aan thermografie.

26.2  Het elektromagnetische spectrum

Het elektromagnetische spectrum is arbitrair verdeeld in een aantal golflengteregio's,‎ banden genoemd,‎ die worden onderscheiden door de methoden die worden gebruikt om straling te produceren en te detecteren. Er is geen fundamenteel verschil tussen straling in de verschillende banden van het elektromagnetische spectrum. Zij worden alle geregeerd door dezelfde wetten en de enige verschillen zijn de verschillen ten gevolge van verschillen in golflengte.
Graphic

Figuur 26.1  Het elektromagnetische spectrum. 1: Röntgen; 2: UV; 3: Zichtbaar; 4: IR; 5: Microgolven; 6: Radiogolven.

Thermografie maakt gebruik van de IR-spectraalband. Aan het eind van de korte golflengte ligt de grens bij de limiet van visuele waarneming,‎ in het dieprood. Aan het eind van de lange golflengte komt de grens samen met de microgolf-radiogolflengten,‎ in het millimeterbereik.
De infraroodband is verder onderverdeeld in vier smallere banden,‎ waarvan de grenzen ook arbitrair zijn gekozen. Dit zijn: het nabij-infrarood (0,‎75–3 μm)‎,‎ het midden-infrarood (3–6 μm)‎,‎ het ver-infrarood (6–15 μm)‎ en het extreem-infrarood (15–100 μm)‎. De golflengten worden wel gegeven in μm (micrometers)‎,‎ maar er worden nog steeds vaak andere eenheden gebruikt om golflengten in deze spectrale regio te meten,‎ bijvoorbeeld nanometer (nm)‎ en Ångström (Å)‎.
De relatie tussen de verschillende golflengtematen is als volgt:
formula

26.3  Straling van een blackbody

Een blackbody wordt gedefinieerd als een object dat alle straling absorbeert die er op welke golflengte dan ook op valt. De kennelijk verkeerde aanduiding zwart met betrekking tot een object dat straling uitzendt wordt verklaard door de wet van Kirchhoff (naar Gustav Robert Kirchhoff,‎ 1824–1887)‎,‎ die zegt dat een lichaam dat alle straling op elke golflengte kan absorberen ook in staat is om straling uit te zenden.
Graphic

Figuur 26.2  Gustav Robert Kirchhoff (1824–1887)‎

De constructie van een blackbody-bron is in principe erg simpel. De stralingskenmerken van een opening in een isotherme ruimte van een ondoorzichtig absorberend materiaal vertegenwoordigen vrijwel exact de eigenschappen van een blackbody. Een praktische toepassing van dit principe op de constructie van een perfect absorptiemiddel van straling bestaat uit een doos die lichtdicht is op een opening in een van de zijden na. Elke straling die vervolgens het gat binnendringt,‎ wordt verspreid en geabsorbeerd door herhaalde reflecties zodat alleen een eindeloos kleine fractie eventueel zou kunnen ontsnappen. De zwartheid die wordt verkregen bij de opening is vrijwel gelijk aan een blackbody en is bijna perfect voor alle golflengten.
Het levert een zodanige isothermische ruimte met een geschikt verwarmingselement,‎ dat het een zogenaamde stralingsruimte wordt. Een isotherme ruimte die wordt verwarmd tot een uniforme temperatuur genereert blackbody-straling,‎ waarvan de kenmerken uitsluitend worden bepaald door de temperatuur van de ruimte. Dergelijke stralingsruimten worden veel gebruikt als stralingsbron in temperatuurreferentiestandaarden in een laboratoriumomgeving voor het kalibreren van thermografische instrumenten,‎ zoals bijvoorbeeld een FLIR Systems-camera.
Als de temperatuur van blackbody-straling oploopt tot meer dan 525 °C,‎ wordt de bron langzaam zichtbaar zodat het voor het oog niet meer als zwart overkomt. Dit is de beginnende rode-warmtetemperatuur van de radiator,‎ die vervolgens oranje of geel wordt als de temperatuur verder oploopt. In feite is de definitie van de zogenaamde kleurtemperatuur van een object de temperatuur waartoe een blackbody moet worden verwarmd om er hetzelfde uit te zien.
Nu volgen er drie formules die de straling beschrijven die wordt uitgezonden door een blackbody.

26.3.1  De wet van Planck

Graphic

Figuur 26.3  Max Planck (1858–1947)‎

Max Planck (1858–1947)‎ kon de spectrale verspreiding van straling van een blackbody aan de hand van de volgende formule beschrijven:
formula
waarbij:
Wλb
Emittantie spectrale radiant van blackbody bij golflengte λ.
c
Snelheid van het licht = 3 × 108 m/s
h
Constante van Planck = 6,‎6 × 10-34 Joule sec.
k
Constante van Boltzmann = 1,‎4 × 10-23 Joule/K.
T
Absolute temperatuur (K)‎ van een blackbody.
λ
Golflengte (μm)‎.
Wanneer de formule van Planck grafisch wordt uitgezet voor verschillende temperaturen,‎ ontstaat er een groep van curven. Als je een bepaalde Planck-curve volgt,‎ is de spectrale emittantie nul bij λ = 0,‎ en neemt die daarna snel toe tot een maximum bij een golflengte λmax: vervolgens benadert de emissie de nul weer bij zeer lange golflengten. Hoe hoger de temperatuur is,‎ des te korter is de golflengte waarbij het maximum optreedt.
Graphic

Figuur 26.4  Emittantie van spectrale radiant van blackbody volgens de wet van Planck,‎ uitgezet voor verschillende absolute temperaturen. 1: Emittantie spectrale radiant (W/cm2 × 103(μm)‎)‎; 2: Golflengte (μm)‎

26.3.2  Verschuivingswet van Wien

Wanneer we de formule van Planck differentiëren ten opzichte van λ en het maximum zoeken,‎ krijgen we:
formula
Dit is de formule van Wien (naar Wilhelm Wien,‎ 1864–1928)‎,‎ die de algemene observatie dat kleuren veranderen van rood in oranje of geel naarmate de temperatuur van een thermische radiator toeneemt mathematisch uitdrukt. De golflengte van de kleur is dezelfde als de golflengte die is berekend voor λmax. Een goede benadering van de waarde van λmax voor een bepaalde blackbody-temperatuur wordt verkregen door de vuistregel 3.000/T μm toe te passen. Dat betekent dat een zeer hete ster zoals Sirius (11.000 K)‎,‎ die een blauwachtig wit licht uitstraalt,‎ straling uitstraalt waarbij de piek van de emittantie van de spectrale radiant optreedt binnen het onzichtbare ultravioletspectrum,‎ bij golflengte 0,‎27 μm.
Graphic

Figuur 26.5  Wilhelm Wien (1864–1928)‎

De zon (ongeveer 6.000 K)‎ straalt geel licht uit,‎ waarbij de piek optreedt op ongeveer 0,‎5 μm in het midden van het zichtbare lichtspectrum.
Bij kamertemperatuur (300 K)‎ ligt de piek van de emittantie van de radiant op 9,‎7 μm,‎ in het ver-infrarood,‎ terwijl bij de temperatuur van vloeibare stikstof (77 K)‎ het maximum van de bijna onbetekenende hoeveelheid radiantemittantie optreedt bij 38 μm,‎ in de extreem-infraroodgolflengten.
Graphic

Figuur 26.6  De curven van Planck uitgezet op semi-logschalen van 100 K tot 1000 K. De stippellijn vertegenwoordigt de puntenverzameling van de maximale radiantemittantie bij elke temperatuur zoals beschreven door de verschuivingswet van Wien. 1: Emittantie spectrale radiant (W/cm2 (μm)‎)‎; 2: Golflengte (μm)‎.

26.3.3  De wet van Stefan-Boltzmann

Wanneer we de formule van Planck van λ = 0 tot λ = ∞ integreren,‎ krijgen we de totale radiantemittantie (Wb)‎ van een blackbody:
formula
Dit is de wet van Stefan-Boltzmann (naar Josef Stefan,‎ 1835–1893,‎ en Ludwig Boltzmann,‎ 1844–1906)‎,‎ die beweert dat het totale uitstralende vermogen van een blackbody evenredig is met de vierde macht van zijn absolute temperatuur. Grafisch vertegenwoordigt Wb het gebied onder de curve van Planck voor een bepaalde temperatuur. Er kan worden getoond dat de radiantemittantie in het interval λ = 0 tot en met λmax slechts 25% van het totaal is,‎ wat ongeveer de hoeveelheid straling van de zon binnen het zichtbare lichtspectrum vertegenwoordigt.
Graphic

Figuur 26.7  Josef Stefan (1835–1893)‎ en Ludwig Boltzmann (1844–1906)‎

Als we de energie die wordt uitgestraald door een menselijk lichaam berekenen met de wet van Stefan-Boltzmann,‎ bij een temperatuur van 300 K en een extern oppervlaktegebied van ongeveer 2 m2,‎ krijgen we 1 kW. Dit energieverlies is niet vol te houden zonder de compenserende absorptie van straling van omringende oppervlakten,‎ bij kamertemperaturen die niet te zeer afwijken van de temperatuur van het lichaam,‎ of natuurlijk,‎ de toevoeging van kleren.

26.3.4  Zenders die geen blackbody zijn

Tot dusver zijn alleen blackbody-radiatoren en blackbody-straling besproken. Echte objecten voldoen echter vrijwel nooit aan deze wetten over een groot golflengtegebied hoewel zij het gedrag van een blackbody in bepaalde spectrale intervallen kunnen benaderen. Bijvoorbeeld een bepaald type witte verf kan volkomen wit lijken in het zichtbare lichtspectrum,‎ maar wordt duidelijk grijs op ongeveer 2 μm en is voorbij de 3 μm bijna zwart.
Er zijn drie mogelijke processen die voorkomen dat een echt object optreedt als een blackbody: een fractie van de invallende straling α kan worden geabsorbeerd,‎ een fractie ρ kan worden gereflecteerd en een fractie τ kan worden doorgelaten. Aangezien al deze factoren min of meer afhankelijk zijn van de golflengte,‎ wordt het subscript λ gebruikt om de spectrale afhankelijkheid van hun definities te suggereren. Dus:
  • De spectrale absorptie αλ= de verhouding van de spectrale radiantenergie geabsorbeerd door een object ten opzichte van de energie die erop valt.
  • De spectrale reflectiecoëfficiënt ρλ = de verhouding van de spectrale radiantenergie gereflecteerd door een object ten opzichte van de energie die erop valt.
  • De spectrale transmissie τλ = de verhouding van de spectrale radiantenergie verzonden door een object ten opzichte van de energie die erop valt.
De som van deze drie factoren moet altijd één zijn bij elke golflengte,‎ dus we hebben de relatie:
formula
Voor ondoorzichtige materialen geldt dat τλ = 0 en wordt de relatie als volgt vereenvoudigd:
formula
Een andere factor,‎ emissiegraad genoemd,‎ is nodig om de fractie ε te beschrijven van de radiantemittantie van een zwartlichaam dat wordt gemaakt door een object bij een specifieke temperatuur. Zo hebben we de definitie:
De spectrale emissiegraad ελ= de verhouding van de spectrale radiantenergie van een object ten opzichte van die van een blackbody bij dezelfde temperatuur en golflengte.
Mathematisch uitgedrukt kan dit als volgt worden geschreven als de verhouding van de speciale emittantie van het object ten opzichte van die van een blackbody:
formula
Algemeen gesproken zijn er drie soorten stralingsbronnen,‎ onderscheiden door de manieren waarin de spectrale emittantie van elk varieert met de golflengte.
  • Een blackbody waarvoor ελ = ε = 1
  • Een graybody waarvoor ελ = ε = constant minder dan 1
  • Een selectieve radiator,‎ waarvoor ε varieert met de golflengte
Volgens de wet van Kirchhoff zijn voor elk materiaal de spectrale emissiegraad en de spectrale absorptie van een lichaam gelijk bij elke opgegeven temperatuur en golflengte. Dat wil zeggen:
formula
Hieruit volgt voor een ondoorzichtig materiaal (aangezien αλ +‎ ρλ = 1)‎:
formula
Voor glanzend gepolijste materialen benadert ελ nul,‎ zodat we voor een perfect reflecterend materiaal (dat wil zeggen,‎ een perfecte spiegel)‎ hebben:
formula
Voor een graybody radiator wordt de formule van Stefan-Boltzmann:
formula
Deze formule stelt dat het totale uitstralende vermogen van een graybody gelijk is aan dat van een blackbody bij dezelfde temperatuur die gereduceerd is,‎ evenredig aan de waarde van ε van de graybody.
Graphic

Figuur 26.8  Spectrale radiantemittantie van drie soorten radiatoren. 1: Spectrale radiantemittantie; 2: Golflengte; 3: Blackbody; 4: Selectieve radiator; 5: Graybody.

Graphic

Figuur 26.9  Spectrale emissiegraad van drie soorten radiatoren. 1: Spectrale emissiegraad; 2: Golflengte; 3: Blackbody; 4: Graybody; 5: Selectieve radiator.

26.4  Infrarood semi-transparante materialen

Neem nu een niet-metalen semi-transparant lichaam,‎ laten we zeggen in de vorm van een dikke platte plaat van plastic. Wanneer de plaat wordt verwarmd,‎ moet de straling die wordt gegenereerd binnen het volume zich door het materiaal waarin het deels wordt geabsorbeerd heen naar de oppervlakte werken. Als de straling aan de oppervlakte komt,‎ wordt bovendien een deel ervan weer naar binnen gereflecteerd. De teruggereflecteerde straling wordt weer deels geabsorbeerd,‎ maar een deel ervan komt bij de andere oppervlakte: hier ontsnapt de meeste straling,‎ maar een deel wordt weer gereflecteerd. Hoewel de progressieve reflecties steeds zwakker worden,‎ moeten zij alle bij elkaar worden opgeteld om de totale emittantie van de plaat te bepalen. Wanneer de resulterende geometrische serie wordt opgeteld,‎ wordt de effectieve emissiegraad van een semi-transparante plaat als volgt verkregen:
formula
Wanneer de plaat ondoorzichtig wordt,‎ wordt deze formule gereduceerd tot de enkelvoudige formule:
formula
Deze laatste relatie is bijzonder handig,‎ omdat het vaak makkelijker is om reflectie te meten dan om rechtstreeks de emissiegraad te meten.

27  De meetformule

Zoals gezegd vangt de camera bij het bekijken van een object niet alleen straling op van het object zelf. Hij vangt ook straling op van de omgeving die via het oppervlak van het object wordt gereflecteerd. Beide stralingsbestanddelen worden in zekere mate verzwakt door de atmosfeer in het meetpad. Daar komt nog een derde stralingsbron bij,‎ namelijk de atmosfeer zelf.
Deze beschrijving van de meetsituatie (zie ook de onderstaande figuur)‎ geeft tot dusverre een redelijk getrouwe beschrijving van de daadwerkelijke omstandigheden. Maar er is bijvoorbeeld geen rekening gehouden met het zonlicht dat zich door de atmosfeer verspreidt of verdwaalde straling van krachtige stralingsbronnen buiten het gezichtsveld. Dergelijke verstoringen zijn moeilijk te kwantificeren. Gelukkig zijn ze in de meeste gevallen echter verwaarloosbaar klein. Als ze niet verwaarloosbaar zijn,‎ blijkt het storingsrisico waarschijnlijk duidelijk uit de meetconfiguratie,‎ in ieder geval voor een geoefend gebruiker. Hij is er vervolgens voor verantwoordelijk dat de meetsituatie wordt aangepast om de storing te vermijden,‎ bijv. door de kijkrichting te wijzigen,‎ krachtige stralingsbronnen af te schermen enz.
Uitgaande van de bovenstaande beschrijving kunnen we de onderstaande afbeelding gebruiken om een formule te herleiden voor de berekening van de objecttemperatuur op basis van de gekalibreerde camera-output.
Graphic

Figuur 27.1  Een schematische weergave van de algemene thermografische meetsituatie.1: Omgeving; 2: Object; 3: Atmosfeer; 4: Camera

Laten we aannemen dat het opgevangen uitstralingsvermogen W vanuit een blackbody-temperatuurbron Tsource op korte afstand een camera-uitvoersignaal Usource genereert dat proportioneel is aan de vermogensinvoer (vermogenslineaire camera)‎. We kunnen dan stellen (Vergelijking 1)‎:
formula
of,‎ vereenvoudigd:
formula
waarbij C een constante is.
Als de bron een graybody is met emittantie ε vloeit daaruit voort dat de opgevangen straling gelijk zou zijn aan εWsource.
We kunnen nu de drie termen voor het verzamelde uitstralingsvermogen uitschrijven:
Het totale opgevangen uitstralingsvermogen kan nu worden uitgeschreven (Vergelijking 2)‎:
formula
We vermenigvuldigen iedere term met de constante C uit Vergelijking 1 en vervangen de CW-producten met de corresponderende U volgens dezelfde vergelijking. We krijgen dan (Vergelijking 3)‎:
formula
Los Vergelijking 3 op voor Uobj (Vergelijking 4)‎:
formula
Dit is de algemene meetformule die wordt gebruikt in alle thermografische apparatuur van FLIR Systems. De spanningen van de formule zijn:

Tabel 27.1  Spanningen

Uobj
Berekende uitgangsspanning van de camera voor een blackbody met temperatuur Tobj,‎ d.w.z. een spanning die rechtstreeks kan worden omgezet naar de werkelijke gevraagde objecttemperatuur.
Utot
De gemeten uitgangsspanning van de camera voor het betreffende geval.
Urefl
De theoretische uitgangsspanning van de camera voor een blackbody met temperatuur Trefl volgens de kalibratie.
Uatm
De theoretische uitgangsspanning van de camera voor een blackbody met temperatuur Tatm volgens de kalibratie.
De gebruiker moet een aantal parameterwaarden opgeven voor de berekening:
  • de emittantie van het object ε,‎
  • de relatieve vochtigheid,‎
  • Tatm
  • de afstand van het object (Dobj)‎
  • de (effectieve)‎ temperatuur van de omgeving van het object of de gereflecteerde omgevingstemperatuur Trefl en
  • de temperatuur van de atmosfeer Tatm
Dit kan soms een zware opgave zijn voor de gebruiker omdat er normaal gesproken geen makkelijke manier is om de nauwkeurige waarden voor emittantie en atmosferische transmissie voor het betreffende geval te vinden. De twee temperaturen vormen normaal gesproken niet zo'n groot probleem,‎ mits er geen grote en krachtige stralingsbronnen in de omgeving aanwezig zijn.
Een logische vraag in dit verband is: Hoe belangrijk is het om de juiste waarden voor deze parameters te kennen? Het is misschien nuttig om nu al wat gevoel te krijgen voor dit probleem door te kijken naar enkele verschillende meetgevallen en de relatieve grootheden van de drie stralingstermen te vergelijken. Dit levert aanwijzingen op om te kunnen beoordelen wanneer de juiste waarden van welke parameters moeten worden gebruikt.
De onderstaande afbeeldingen geven de relatieve grootheden weer van de drie stralingsbestanddelen voor drie verschillende objecttemperaturen,‎ twee emittanties en twee spectraalbereiken: KG (korte golf)‎ en LG (lange golf)‎. De overblijvende parameters hebben de volgende vaste waarden:
  • τ = 0,‎88
  • Trefl = +‎20°C
  • Tatm = +‎20°C
Duidelijk is dat het meten van lage objecttemperaturen meer van kritieke aard is dan het meten van hoge temperaturen,‎ omdat de ‘storende’ stralingsbronnen in het eerste geval relatief veel sterker zijn. Als ook de emittantie van het object laag zou zijn,‎ zou de situatie nog veel lastiger zijn.
Tenslotte moeten we nog een vraag beantwoorden over hoe belangrijk het is om de kalibratiecurve te mogen gebruiken boven het hoogste kalibratiepunt,‎ oftewel extrapolatie. Stelt u zich voor dat we in een bepaald geval meten Utot = 4,‎5 volt. Het hoogste kalibratiepunt voor de camera lag bij 4,‎1 volt,‎ een onbekende waarde voor de gebruiker. Zelfs als het object toevallig een blackbody zou zijn,‎ d.w.z. Uobj = Utot,‎ zijn we zo in feite bezig met het extrapoleren van de kalibratiecurve als we 4,‎5 volt omzetten naar een temperatuur.
Laten we nu aannemen dat het object niet zwart is,‎ een emittantie van 0,‎75 heeft en een transmissie van 0,‎92. We nemen ook aan dat de som van de beide tweede termen in Vergelijking 4 samen 0,‎5 volt bedraagt. Berekening van Uobj met behulp van Vergelijking 4 geeft dan Uobj = 4,‎5 / 0,‎75 / 0,‎92 – 0,‎5 = 6,‎0. Dit is een vrij extreme extrapolatie,‎ vooral als we rekening houden met het feit dat de videoversterker de uitvoer mogelijk beperkt tot 5 volt! Merk echter op dat de toepassing van de kalibratiecurve een theoretische procedure is,‎ waarbij er geen sprake is van elektronische of andere beperkingen. We gaan ervan uit dat,‎ als de camera geen signaalbeperkingen zou hebben en als deze ver boven 5 volt zou zijn gekalibreerd,‎ de resulterende curve in hoge mate gelijk zou zijn aan onze werkelijke curve bij extrapolatie boven 4,‎1 volt,‎ mits het algoritme voor de kalibratie is gebaseerd op stralingsfysica,‎ zoals het algoritme van FLIR Systems. Natuurlijk kent een dergelijke extrapolatie zijn grenzen.
Graphic

Figuur 27.2  Relatieve grootheden van stralingsbronnen onder diverse meetomstandigheden (SW-camera)‎. 1: Objecttemperatuur; 2: Emittantie; Obj: Objectstraling; Refl: Gereflecteerde straling; Atm: atmosferische straling. Vaste parameters: τ = 0,‎88; Trefl = 20 °C; Tatm = 20°C.

Graphic

Figuur 27.3  Relatieve grootheden van stralingsbronnen onder diverse meetomstandigheden (LW-camera)‎. 1: Objecttemperatuur; 2: Emittantie; Obj: Objectstraling; Refl: Gereflecteerde straling; Atm: atmosferische straling. Vaste parameters: τ = 0,‎88; Trefl = 20 °C; Tatm = 20°C.

28  Tabellen voor emissiegraad

In dit gedeelte wordt een compilatie gegeven van emissiegraadgegevens uit de literatuur over infrarood en uit de metingen van FLIR Systems.

28.1  Referenties

28.2  Tabellen

Tabel 28.1  T: Totaal spectrum; SW: 2–5 µm; LW: 8–14 µm,‎ LLW: 6.5–20 µm; 1: Materiaal; 2: Specificatie; 3: Temperatuur in °C; 4: Spectrum; 5: Emissiegraad; 6: Referentie

1

2

3

4

5

6

3M type 35
Elektrische tape van vinyl (meerdere kleuren)‎
< 80
LG
≈ 0,‎96
13
3M type 88
Zwarte elektrische tape van vinyl
< 105
LG
≈ 0,‎96
13
3M type 88
Zwarte elektrische tape van vinyl
< 105
MW
< 0,‎96
13
3M type Super 33+‎
Zwarte elektrische tape van vinyl
< 80
LG
≈ 0,‎96
13
Aarde
droog
20
T
0,‎92
2
Aarde
verzadigd met water
20
T
0,‎95
2
Aluminium
blad,‎ 4 monsters,‎ verschillend gekrast
70
KG
0,‎05-0,‎08
9
Aluminium
blad,‎ 4 monsters,‎ verschillend gekrast
70
LG
0,‎03-0,‎06
9
Aluminium
folie
27
10 µm
0,‎04
3
Aluminium
folie
27
3 µm
0,‎09
3
Aluminium
geanodiseerd blad
100
T
0,‎55
2
Aluminium
geanodiseerd,‎ lichtgrijs,‎ mat
70
KG
0,‎61
9
Aluminium
geanodiseerd,‎ lichtgrijs,‎ mat
70
LG
0,‎97
9
Aluminium
geanodiseerd,‎ zwart,‎ mat
70
KG
0,‎67
9
Aluminium
geanodiseerd,‎ zwart,‎ mat
70
LG
0,‎95
9
Aluminium
gedompeld in HNO3,‎ plaat
100
T
0,‎05
4
Aluminium
gegoten,‎ gezandstraald
70
KG
0,‎47
9
Aluminium
gegoten,‎ gezandstraald
70
LG
0,‎46
9
Aluminium
geoxideerd,‎ sterk
50-500
T
0,‎2-0,‎3
1
Aluminium
gepolijst
50–100
T
0,‎04-0,‎06
1
Aluminium
gepolijst,‎ blad
100
T
0,‎05
2
Aluminium
gepolijste plaat
100
T
0,‎05
4
Aluminium
geruwd
27
10 µm
0,‎18
3
Aluminium
geruwd
27
3 µm
0,‎28
3
Aluminium
opgedampt
20
T
0,‎04
2
Aluminium
ruw oppervlak
20-50
T
0,‎06-0,‎07
1
Aluminium
verweerd,‎ zwaar
17
KG
0,‎83-0,‎94
5
Aluminium
zoals ontvangen,‎ blad
100
T
0,‎09
2
Aluminium
zoals ontvangen,‎ plaat
100
T
0,‎09
4
Aluminiumbrons
 
20
T
0,‎60
1
Aluminiumhydroxide
poeder
 
T
0,‎28
1
Aluminiumoxide
actief,‎ poeder
 
T
0,‎46
1
Aluminiumoxide
zuiver,‎ poeder (alumina)‎
 
T
0,‎16
1
Amaril
grof
80
T
0,‎85
1
Asbest
bord
20
T
0,‎96
1
Asbest
lei
20
T
0,‎96
1
Asbest
papier
40-400
T
0,‎93-0,‎95
1
Asbest
poeder
 
T
0,‎40-0,‎60
1
Asbest
stof
 
T
0,‎78
1
Asbest
vloertegel
35
KG
0,‎94
7
Asfalt
 
4
DLG
0,‎967
8
Baksteen
alumina
17
KG
0,‎68
5
Baksteen
chamottesteen
17
KG
0,‎68
5
Baksteen
Dinas silica,‎ geglazuurd,‎ ruw
1100
T
0,‎85
1
Baksteen
Dinas silica,‎ ongeglazuurd,‎ ruw
1000
T
0,‎80
1
Baksteen
Dinas silica,‎ vuurvast
1000
T
0,‎66
1
Baksteen
gewoon
17
KG
0,‎86-0,‎81
5
Baksteen
metselwerk
35
KG
0,‎94
7
Baksteen
metselwerk,‎ gepleisterd
20
T
0,‎94
1
Baksteen
rood,‎ gewoon
20
T
0,‎93
2
Baksteen
rood,‎ ruw
20
T
0,‎88-0,‎93
1
Baksteen
silica,‎ 95% SiO2
1230
T
0,‎66
1
Baksteen
sillimaniet,‎ 33% SiO2,‎ 64% Al2O3
1500
T
0,‎29
1
Baksteen
vuurvast,‎ korund
1000
T
0,‎46
1
Baksteen
vuurvast,‎ magnesiumhoudend
1000-1300
T
0,‎38
1
Baksteen
vuurvast,‎ sterk stralend
500-1000
T
0,‎8-0,‎9
1
Baksteen
vuurvast,‎ zwak stralend
500-1000
T
0,‎65-0,‎75
1
Baksteen
vuurvaste klei
1000
T
0,‎75
1
Baksteen
vuurvaste klei
1200
T
0,‎59
1
Baksteen
vuurvaste klei
20
T
0,‎85
1
Baksteen
watervast
17
KG
0,‎87
5
Behang
licht patroon,‎ lichtgrijs
20
KG
0,‎85
6
Behang
licht patroon,‎ rood
20
KG
0,‎90
6
Beton
 
20
T
0,‎92
2
Beton
droog
36
KG
0,‎95
7
Beton
ruw
17
KG
0,‎97
5
Beton
voetpad
5
DLG
0,‎974
8
Brons
fosforbrons
70
KG
0,‎08
9
Brons
fosforbrons
70
LG
0,‎06
9
Brons
gepolijst
50
T
0,‎1
1
Brons
poeder
 
T
0,‎76-0,‎80
1
Brons
poreus,‎ grof
50-150
T
0,‎55
1
Chroom
gepolijst
50
T
0,‎10
1
Chroom
gepolijst
500-1000
T
0,‎28-0,‎38
1
Eboniet
   
T
0,‎89
1
Emaille
 
20
T
0,‎9
1
Emaille
lak
20
T
0,‎85-0,‎95
1
Geelkoper
blad,‎ bewerkt met polijststeen
20
T
0,‎2
1
Geelkoper
blad,‎ gewalst
20
T
0,‎06
1
Geelkoper
geoxideeerd bij 600 °C
200-600
T
0,‎59-0,‎61
1
Geelkoper
geoxideerd
100
T
0,‎61
2
Geelkoper
geoxideerd
70
KG
0,‎04-0,‎09
9
Geelkoper
geoxideerd
70
LG
0,‎03-0,‎07
9
Geelkoper
gepolijst
200
T
0,‎03
1
Geelkoper
gepolijst,‎ sterk
100
T
0,‎03
2
Geelkoper
gewreven met 80-grits polijststeen
20
T
0,‎20
2
Geelkoper
mat,‎ aangeslagen
20-350
T
0,‎22
1
Gips
 
20
T
0,‎8-0,‎9
1
Glasplaat (floatglas)‎
zonder coating
20
LG
0,‎97
14
Goud
gepolijst
130
T
0,‎018
1
Goud
gepolijst,‎ nauwkeurig
200-600
T
0,‎02-0,‎03
1
Goud
gepolijst,‎ sterk
100
T
0,‎02
2
Graniet
gepolijst
20
DLG
0,‎849
8
Graniet
ruw
21
DLG
0,‎879
8
Graniet
ruw,‎ 4 verschillende monsters
70
KG
0,‎95-0,‎97
9
Graniet
ruw,‎ 4 verschillende monsters
70
LG
0,‎77-0,‎87
9
Hout
 
17
KG
0,‎98
5
Hout
 
19
DLG
0,‎962
8
Hout
den,‎ 4 verschillende monsters
70
KG
0,‎67-0,‎75
9
Hout
den,‎ 4 verschillende monsters
70
LG
0,‎81-0,‎89
9
Hout
gemalen
 
T
0,‎5-0,‎7
1
Hout
geschaafd
20
T
0,‎8-0,‎9
1
Hout
geschaafd eiken
20
T
0,‎90
2
Hout
geschaafd eiken
70
KG
0,‎77
9
Hout
geschaafd eiken
70
LG
0,‎88
9
Hout
triplex,‎ glad,‎ droog
36
KG
0,‎82
7
Hout
triplex,‎ onbehandeld
20
KG
0,‎83
6
Hout
wit,‎ vochtig
20
T
0,‎7-0,‎8
1
Huid
menselijk
32
T
0,‎98
2
IJs: zie Water
         
IJzer en staal
bedekt met rode roest
20
T
0,‎61-0,‎85
1
IJzer en staal
elektrolytisch
100
T
0,‎05
4
IJzer en staal
elektrolytisch
22
T
0,‎05
4
IJzer en staal
elektrolytisch
260
T
0,‎07
4
IJzer en staal
elektrolytisch,‎ nauwkeurig gepolijst
175-225
T
0,‎05-0,‎06
1
IJzer en staal
geoxideerd
100
T
0,‎74
4
IJzer en staal
geoxideerd
100
T
0,‎74
1
IJzer en staal
geoxideerd
1227
T
0,‎89
4
IJzer en staal
geoxideerd
125-525
T
0,‎78-0,‎82
1
IJzer en staal
geoxideerd
200
T
0,‎79
2
IJzer en staal
geoxideerd
200-600
T
0,‎80
1
IJzer en staal
gepolijst
100
T
0,‎07
2
IJzer en staal
gepolijst
400-1000
T
0,‎14-0,‎38
1
IJzer en staal
gepolijst,‎ blad
750-1050
T
0,‎52-0,‎56
1
IJzer en staal
geroest,‎ zwaar
17
KG
0,‎96
5
IJzer en staal
geslepen blad
950-1100
T
0,‎55-0,‎61
1
IJzer en staal
gesmeed,‎ nauwkeurig gepolijst
40-250
T
0,‎28
1
IJzer en staal
gewalst blad
50
T
0,‎56
1
IJzer en staal
gewalst,‎ vers
20
T
0,‎24
1
IJzer en staal
glanzend,‎ geëtst
150
T
0,‎16
1
IJzer en staal
glanzende oxidelaag,‎ blad
20
T
0,‎82
1
IJzer en staal
heet gewalst
130
T
0,‎60
1
IJzer en staal
heet gewalst
20
T
0,‎77
1
IJzer en staal
koud gewalst
70
KG
0,‎20
9
IJzer en staal
koud gewalst
70
LG
0,‎09
9
IJzer en staal
net bewerkt met polijststeen
20
T
0,‎24
1
IJzer en staal
roestig,‎ rood
20
T
0,‎69
1
IJzer en staal
rood geroest,‎ blad
22
T
0,‎69
4
IJzer en staal
ruw,‎ vlak oppervlak
50
T
0,‎95-0,‎98
1
IJzer en staal
sterk geoxideerd
50
T
0,‎88
1
IJzer en staal
sterk geoxideerd
500
T
0,‎98
1
IJzer en staal
zwaar geroest blad
20
T
0,‎69
2
IJzer gegalvaniseerd
blad
92
T
0,‎07
4
IJzer gegalvaniseerd
blad,‎ geoxideerd
20
T
0,‎28
1
IJzer gegalvaniseerd
blad,‎ gepolijst
30
T
0,‎23
1
IJzer gegalvaniseerd
zwaar geoxideerd
70
KG
0,‎64
9
IJzer gegalvaniseerd
zwaar geoxideerd
70
LG
0,‎85
9
IJzer vertind
blad
24
T
0,‎064
4
IJzer,‎ gegoten
geoxideeerd bij 600 °C
200-600
T
0,‎64-0,‎78
1
IJzer,‎ gegoten
geoxideerd
100
T
0,‎64
2
IJzer,‎ gegoten
geoxideerd
260
T
0,‎66
4
IJzer,‎ gegoten
geoxideerd
38
T
0,‎63
4
IJzer,‎ gegoten
geoxideerd
538
T
0,‎76
4
IJzer,‎ gegoten
gepolijst
200
T
0,‎21
1
IJzer,‎ gegoten
gepolijst
38
T
0,‎21
4
IJzer,‎ gegoten
gepolijst
40
T
0,‎21
2
IJzer,‎ gegoten
gietblok
1000
T
0,‎95
1
IJzer,‎ gegoten
gietstuk
50
T
0,‎81
1
IJzer,‎ gegoten
machinaal bewerkt
800-1000
T
0,‎60-0,‎70
1
IJzer,‎ gegoten
onbewerkt
900-1100
T
0,‎87-0,‎95
1
IJzer,‎ gegoten
vloeibaar
1300
T
0,‎28
1
Kalk
   
T
0,‎3-0,‎4
1
Klei
gebakken
70
T
0,‎91
1
Koolstof
grafiet,‎ gevijld oppervlak
20
T
0,‎98
2
Koolstof
grafietpoeder
 
T
0,‎97
1
Koolstof
houtskoolpoeder
 
T
0,‎96
1
Koolstof
kaarsenroet
20
T
0,‎95
2
Koolstof
lampzwart
20-400
T
0,‎95-0,‎97
1
Koper
elektrolytisch,‎ gepolijst
-34
T
0,‎006
4
Koper
elektrolytisch,‎ nauwkeurig gepolijst
80
T
0,‎018
1
Koper
gegoten
1100-1300
T
0,‎13-0,‎15
1
Koper
geoxideerd
50
T
0,‎6-0,‎7
1
Koper
geoxideerd tot zwartheid
 
T
0,‎88
1
Koper
geoxideerd,‎ zwaar
20
T
0,‎78
2
Koper
geoxideerd,‎ zwart
27
T
0,‎78
4
Koper
gepolijst
50–100
T
0,‎02
1
Koper
gepolijst
100
T
0,‎03
2
Koper
gepolijst,‎ mechanisch
22
T
0,‎015
4
Koper
gepolijst,‎ voor de handel
27
T
0,‎03
4
Koper
geschuurd
27
T
0,‎07
4
Koper
voor de handel,‎ gepolijst
20
T
0,‎07
1
Koper
zuiver,‎ nauwkeurig voorbereid oppervlak
22
T
0,‎008
4
Koperdioxide
poeder
 
T
0,‎84
1
Koperoxide
rood,‎ poeder
 
T
0,‎70
1
Krylon Ultra-flat black 1602
Flat black
Kamertemperatuur tot 175
LG
≈ 0,‎96
12
Krylon Ultra-flat black 1602
Flat black
Kamertemperatuur tot 175
MW
≈ 0,‎97
12
Lak
3 kleuren gesproeid op aluminium
70
KG
0,‎50-0,‎53
9
Lak
3 kleuren gesproeid op aluminium
70
LG
0,‎92-0,‎94
9
Lak
Aluminium op ruw oppervlak
20
T
0,‎4
1
Lak
bakeliet
80
T
0,‎83
1
Lak
hittebestendig
100
T
0,‎92
1
Lak
wit
100
T
0,‎92
2
Lak
wit
40–100
T
0,‎8-0,‎95
1
Lak
zwart,‎ glanzend,‎ op ijzer gespoten
20
T
0,‎87
1
Lak
zwart,‎ mat
100
T
0,‎97
2
Lak
zwart,‎ mat
40–100
T
0,‎96-0,‎98
1
Leer
gelooid
 
T
0,‎75-0,‎80
1
Lood
geoxideeerd bij 200°C
200
T
0,‎63
1
Lood
geoxideerd,‎ grijs
20
T
0,‎28
1
Lood
geoxideerd,‎ grijs
22
T
0,‎28
4
Lood
glanzend
250
T
0,‎08
1
Lood
niet geoxideerd,‎ gepolijst
100
T
0,‎05
4
Loodrood
 
100
T
0,‎93
4
Loodrood,‎ poeder
 
100
T
0,‎93
1
Magnesium
 
22
T
0,‎07
4
Magnesium
 
260
T
0,‎13
4
Magnesium
 
538
T
0,‎18
4
Magnesium
gepolijst
20
T
0,‎07
2
Magnesiumpoeder
   
T
0,‎86
1
Molybdeen
 
1500-2200
T
0,‎19-0,‎26
1
Molybdeen
 
600-1000
T
0,‎08-0,‎13
1
Molybdeen
vezel
700-2500
T
0,‎1-0,‎3
1
Mortel
 
17
KG
0,‎87
5
Mortel
droog
36
KG
0,‎94
7
Nextel Velvet 811-21 Black
Flat black
-60-150
LG
> 0.97
10 en 11
Nikkel
draad
200-1000
T
0,‎1-0,‎2
1
Nikkel
elektrolytisch
22
T
0,‎04
4
Nikkel
elektrolytisch
260
T
0,‎07
4
Nikkel
elektrolytisch
38
T
0,‎06
4
Nikkel
elektrolytisch
538
T
0,‎10
4
Nikkel
gegalvaniseerd ijzer,‎ gepolijst
22
T
0,‎045
4
Nikkel
gegalvaniseerd ijzer,‎ ongepolijst
20
T
0,‎11-0,‎40
1
Nikkel
gegalvaniseerd ijzer,‎ ongepolijst
22
T
0,‎11
4
Nikkel
gegalvaniseerd,‎ gepolijst
20
T
0,‎05
2
Nikkel
geoxideeerd bij 600 °C
200-600
T
0,‎37-0,‎48
1
Nikkel
geoxideerd
1227
T
0,‎85
4
Nikkel
geoxideerd
200
T
0,‎37
2
Nikkel
geoxideerd
227
T
0,‎37
4
Nikkel
gepolijst
122
T
0,‎045
4
Nikkel
heldermat
122
T
0,‎041
4
Nikkel
zuiver,‎ voor de handel,‎ gepolijst
100
T
0,‎045
1
Nikkel
zuiver,‎ voor de handel,‎ gepolijst
200-400
T
0,‎07-0,‎09
1
Nikkel/chroom
draad,‎ blank
50
T
0,‎65
1
Nikkel/chroom
draad,‎ blank
500-1000
T
0,‎71-0,‎79
1
Nikkel/chroom
draad,‎ geoxideerd
50-500
T
0,‎95-0,‎98
1
Nikkel/chroom
gewalst
700
T
0,‎25
1
Nikkel/chroom
gezandstraald
700
T
0,‎70
1
Nikkeloxide
 
1000-1250
T
0,‎75-0,‎86
1
Nikkeloxide
 
500-650
T
0,‎52-0,‎59
1
Olie,‎ smering
0.025 mm film
20
T
0,‎27
2
Olie,‎ smering
0.050 mm film
20
T
0,‎46
2
Olie,‎ smering
0.125 mm film
20
T
0,‎72
2
Olie,‎ smering
dikke laag
20
T
0,‎82
2
Olie,‎ smering
film op Ni-basis: Alleen op Ni-basis
20
T
0,‎05
2
OSB
onbehandeld
20
KG
0,‎90
6
Papier
4 verschillende kleuren
70
KG
0,‎68-0,‎74
9
Papier
4 verschillende kleuren
70
LG
0,‎92-0,‎94
9
Papier
blauw,‎ zwart
 
T
0,‎84
1
Papier
gecoat met zwarte lak
 
T
0,‎93
1
Papier
geel
 
T
0,‎72
1
Papier
groen
 
T
0,‎85
1
Papier
rood
 
T
0,‎76
1
Papier
wit
20
T
0,‎7-0,‎9
1
Papier
wit bankpapier
20
T
0,‎93
2
Papier
wit,‎ drie verschillende soorten glans
70
KG
0,‎76-0,‎78
9
Papier
wit,‎ drie verschillende soorten glans
70
LG
0,‎88-0,‎90
9
Papier
zwart
 
T
0,‎90
1
Papier
zwart,‎ mat
 
T
0,‎94
1
Papier
zwart,‎ mat
70
KG
0,‎86
9
Papier
zwart,‎ mat
70
LG
0,‎89
9
Piepschuim
isolering
37
KG
0,‎60
7
Plastic
glasvezellaminaat (bedrukte printplaat)‎
70
KG
0,‎94
9
Plastic
glasvezellaminaat (bedrukte printplaat)‎
70
LG
0,‎91
9
Plastic
polyurethaan isolatieplaat
70
LG
0,‎55
9
Plastic
polyurethaan isolatieplaat
70
KG
0,‎29
9
Plastic
PVC,‎ plastic vloer,‎ mat,‎ met structuur
70
KG
0,‎94
9
Plastic
PVC,‎ plastic vloer,‎ mat,‎ met structuur
70
LG
0,‎93
9
Platina
 
100
T
0,‎05
4
Platina
 
1000-1500
T
0,‎14-0,‎18
1
Platina
 
1094
T
0,‎18
4
Platina
 
17
T
0,‎016
4
Platina
 
22
T
0,‎03
4
Platina
 
260
T
0,‎06
4
Platina
 
538
T
0,‎10
4
Platina
draad
1400
T
0,‎18
1
Platina
draad
50-200
T
0,‎06-0,‎07
1
Platina
draad
500-1000
T
0,‎10-0,‎16
1
Platina
lint
900-1100
T
0,‎12-0,‎17
1
Platina
zuiver,‎ gepolijst
200-600
T
0,‎05-0,‎10
1
Pleister
 
17
KG
0,‎86
5
Pleister
gipsplaat,‎ onbehandeld
20
KG
0,‎90
6
Pleister
ruwe coating
20
T
0,‎91
2
Porselein
geglazuurd
20
T
0,‎92
1
Porselein
wit,‎ glanzend
 
T
0,‎70-0,‎75
1
Roestvrijstaal
blad,‎ gepolijst
70
KG
0,‎18
9
Roestvrijstaal
blad,‎ gepolijst
70
LG
0,‎14
9
Roestvrijstaal
blad,‎ onbehandeld,‎ iets gekrast
70
KG
0,‎30
9
Roestvrijstaal
blad,‎ onbehandeld,‎ iets gekrast
70
LG
0,‎28
9
Roestvrijstaal
gewalst
700
T
0,‎45
1
Roestvrijstaal
gezandstraald
700
T
0,‎70
1
Roestvrijstaal
legering,‎ 8% Ni,‎ 18% Cr
500
T
0,‎35
1
Roestvrijstaal
type 18-8,‎ geoxideerd bij 800°C
60
T
0,‎85
2
Roestvrijstaal
type 18-8,‎ gepolijst
20
T
0,‎16
2
Rubber
hard
20
T
0,‎95
1
Rubber
zacht,‎ grijs,‎ ruw
20
T
0,‎95
1
Sintel
boiler
0–100
T
0,‎97-0,‎93
1
Sintel
boiler
1400-1800
T
0,‎69-0,‎67
1
Sintel
boiler
200-500
T
0,‎89-0,‎78
1
Sintel
boiler
600-1200
T
0,‎76-0,‎70
1
Sneeuw: zie Water
         
Stof
zwart
20
T
0,‎98
1
Stucco
ruw,‎ kalk
10-90
T
0,‎91
1
Teer
   
T
0,‎79-0,‎84
1
Teer
papier
20
T
0,‎91-0,‎93
1
Tegel
geglazuurd
17
KG
0,‎94
5
Tin
gepolijst
20-50
T
0,‎04-0,‎06
1
Tin
vertind plaatstaal
100
T
0,‎07
2
Titaan
geoxideeerd bij 540°C
1000
T
0,‎60
1
Titaan
geoxideeerd bij 540°C
200
T
0,‎40
1
Titaan
geoxideeerd bij 540°C
500
T
0,‎50
1
Titaan
gepolijst
1000
T
0,‎36
1
Titaan
gepolijst
200
T
0,‎15
1
Titaan
gepolijst
500
T
0,‎20
1
Verf
8 verschillende kleuren en kwaliteiten
70
KG
0,‎88-0,‎96
9
Verf
8 verschillende kleuren en kwaliteiten
70
LG
0,‎92-0,‎94
9
Verf
Aluminium,‎ diverse leeftijden
50–100
T
0,‎27-0,‎67
1
Verf
cadmiumgeel
 
T
0,‎28-0,‎33
1
Verf
chroomgroen
 
T
0,‎65-0,‎70
1
Verf
kobaltblauw
 
T
0,‎7-0,‎8
1
Verf
olie
17
KG
0,‎87
5
Verf
olie,‎ grijs effen
20
KG
0,‎97
6
Verf
olie,‎ grijs glanzend
20
KG
0,‎96
6
Verf
olie,‎ verschillende kleuren
100
T
0,‎92-0,‎96
1
Verf
olie,‎ zwart effen
20
KG
0,‎94
6
Verf
olie,‎ zwart glanzend
20
KG
0,‎92
6
Verf
op oliebasis,‎ gemiddeld 16 kleuren
100
T
0,‎94
2
Verf
plastic,‎ wit
20
KG
0,‎84
6
Verf
plastic,‎ zwart
20
KG
0,‎95
6
Vernis
op eiken parketvloer
70
KG
0,‎90
9
Vernis
op eiken parketvloer
70
LG
0,‎90-0,‎93
9
Vernis
plat
20
KG
0,‎93
6
Vezelplaat
hard,‎ onbehandeld
20
KG
0,‎85
6
Vezelplaat
masoniet
70
KG
0,‎75
9
Vezelplaat
masoniet
70
LG
0,‎88
9
Vezelplaat
poreus,‎ onbehandeld
20
KG
0,‎85
6
Vezelplaat
spaanplaat
70
KG
0,‎77
9
Vezelplaat
spaanplaat
70
LG
0,‎89
9
Water
gedestilleerd
20
T
0,‎96
2
Water
ijs,‎ bedekt met zware rijp
0
T
0,‎98
1
Water
ijs,‎ glad
-10
T
0,‎96
2
Water
ijs,‎ glad
0
T
0,‎97
1
Water
laag >0,‎1 mm dik
0–100
T
0,‎95-0,‎98
1
Water
rijpkristallen
-10
T
0,‎98
2
Water
sneeuw
 
T
0,‎8
1
Water
sneeuw
-10
T
0,‎85
2
Wolfram
 
1500-2200
T
0,‎24-0,‎31
1
Wolfram
 
200
T
0,‎05
1
Wolfram
 
600-1000
T
0,‎1-0,‎16
1
Wolfram
vezel
3300
T
0,‎39
1
Zand
   
T
0,‎60
1
Zand
 
20
T
0,‎90
2
Zandsteen
gepolijst
19
DLG
0,‎909
8
Zandsteen
ruw
19
DLG
0,‎935
8
Zilver
gepolijst
100
T
0,‎03
2
Zilver
zuiver,‎ gepolijst
200-600
T
0,‎02-0,‎03
1
Zink
blad
50
T
0,‎20
1
Zink
geoxideeerd bij 400°C
400
T
0,‎11
1
Zink
geoxideerd oppervlak
1000-1200
T
0,‎50-0,‎60
1
Zink
gepolijst
200-300
T
0,‎04-0,‎05
1