FLIR Tools/Tools+
FLIR Tools/Tools+
| 5.12 | |
![]() |
1 Wettelijke disclaimer
1.1 Wettelijke disclaimer
1.2 Gebruiksstatistieken
1.3 Registerwijzigingen
1.4 Copyright
1.5 Kwaliteitsbewaking
2 Ter informatie voor de gebruiker
2.1 Gebruikersforums
2.2 Training
2.3 Updates documentatie
2.4 Software-updates
- Start > FLIR Systems > [Software] > Controleren op updates.
- Help > Controleren op updates.
2.5 Belangrijke opmerking m.b.t. deze handleiding
2.6 Aanvullende informatie over licenties
3 Klantenservice

3.1 Algemeen
3.2 Een vraag stellen
- Het cameramodel
- Het serienummer van de camera
- Het communicatieprotocol of de communicatiemethode tussen de camera en uw apparaat (bijvoorbeeld HDMI, Ethernet, USB of FireWire)
- Het type apparaat (pc/Mac/iPhone/iPad/Android, enz.)
- De versie van programma's van FLIR Systems
- Volledige naam, publicatienummer en nummer van de herziene versie van deze handleiding
3.3 Downloads
- Firmware-updates voor uw infraroodcamera.
- Programma-updates voor uw pc/Mac-software.
- Freeware en evaluatieversies van pc/Mac-software.
- Gebruikersdocumentatie voor huidige, verouderde en historische producten.
- Werktuigbouwkundige tekeningen (in *.dxf- en *.pdf-indeling).
- Cad-gegevensmodellen (in *.stp-indeling).
- Beschrijvingen van toepassingen.
- Technische gegevensbladen.
- Productcatalogi.
4 Inleiding

- Beelden importen vanaf uw camera naar uw computer.
- Filters toepassen bij het zoeken naar beelden.
- Meethulpmiddelen neerzetten, verplaatsen en vergroten/verkleinen op een infraroodbeeld.
- Bestanden groeperen en degroeperen.
- Panorama's maken door diverse kleinere beelden samen te voegen.
- PDF-beeldbladen maken van gewenste beelden.
- Kopteksten, voetteksten en logo's toevoegen aan beeldbladen.
- PDF-/Microsoft Word-rapporten maken voor de gewenste beelden.
- Kopteksten, voetteksten en logo's toevoegen aan rapporten.
- Uw camera updaten met de nieuwste firmware.
4.1 Vergelijking tussen FLIR Tools en FLIR Tools+
|
Functies |
FLIR Tools |
FLIR Tools+ |
|---|---|---|
|
Beelden importeren via USB.
|
X
|
X
|
|
Handmatig infrarood-/digitale fotobeelden maken.
|
X
|
X
|
|
Temperatuur meten met behulp van punten, gebieden, lijnen en isothermen.
|
X
|
X
|
|
Een temperatuurverschil meten.
|
X
|
X
|
|
Objectparameters wijzigen.
|
X
|
X
|
|
Een live-beeld bekijken.
|
X
|
X
|
|
Een live-beeld opslaan als infrarood-*.jpg-bestand.
|
X
|
X
|
|
Een videoreeks (*.seq) opnemen.
|
X
|
|
|
Een videoreeks (*.csq) opnemen.
|
X
|
|
|
Een opgenomen reeks opnieuw afspelen.
|
X
|
X
|
|
Een opgenomen reeks exporteren als *.avi.
|
X
|
X
|
|
Een tijdelijke curve maken.
|
X
|
X
|
|
Curvegegevens exporteren naar Excel.
|
X
|
X
|
|
Een beeld exporteren als *.csv-bestand.
|
X
|
X
|
|
Een panoramabeeld maken.
|
X
|
|
|
Een PDF-rapport maken.
|
X
|
X
|
|
Een non-radiometrisch Microsoft Word-rapport maken
|
X
|
|
|
Een radiometrisch Microsoft Word-rapport maken
|
X
|
|
|
Tekstcommentaarsjablonen voor de camera maken.
|
X
|
X
|
|
Tekstcommentaar en beeldbeschrijvingen toevoegen/bewerken.
|
X
|
X
|
|
Luisteren naar spraakcommentaar bij infraroodbeelden.
|
X
|
X
|
5 Installatie
5.1 Systeemeisen
5.1.1 Besturingssysteem
- Microsoft Windows Vista, 32-bits, SP1.
- Microsoft Windows 7, 32-bits.
- Microsoft Windows 7, 64-bits.
- Microsoft Windows 8, 32-bits.
- Microsoft Windows 8, 64-bits.
- Microsoft Windows 10, 32-bits.
- Microsoft Windows 10, 64-bits.
5.1.2 Hardware
- PC met een 1 GHz 32-bits (x86) processor.
- Minimaal 2 GB RAM (4 GB aanbevolen).
- Harde schijf van 40 GB met ten minste 15 GB vrije ruimte.
- DVD-ROM-station.
- Ondersteuning voor DirectX 9-afbeeldingen met:
- WDDM-stuurprogramma
- 128 MB grafisch geheugen (minimaal)
- Pixel Shader 2.0 in hardware
- 32 bits per pixel.
- SVGA-beeldscherm met een resolutie van 1024 × 768 of meer.
- Toegang tot internet (wellicht niet kosteloos).
- Audio-uitgang.
- Toetsenbord en muis of een compatibel aanwijsapparaat.
5.2 Installatie van FLIR Tools/Tools+
5.2.1 Procedure
- Plaats de installatie-cd/-dvd van FLIR Tools/Tools+ in het cd-/dvd-station. De installatie start automatisch.
- Klik in het dialoogvenster Autoplay op Run setup.exe (Uitgegeven door FLIR Systems).
- Bevestig in het dialoogvenster Gebruikersaccountbeheer dat u FLIR Tools/Tools+ wilt installeren.
- Klik in het dialoogvenster Gereed om het programma te installeren op Installeren.
- Klik op Voltooien. De installatie is nu voltooid. Start de computer opnieuw op als dit wordt gevraagd.
6 Aanmelden
6.1 Algemeen
- Wanneer u zich aanmeldt, moet uw computer verbonden zijn met internet.
- Als u zich niet afmeldt, hoeft u zich niet opnieuw in te loggen om FLIR Tools/Tools+ te gebruiken.
6.2 Aanmeldingsprocedure
Volg deze procedure:
Start FLIR Tools/Tools+.
Het venster FLIR Login and Registration wordt weergegeven:
Ga als volgt te werk om u aan te melden met uw bestaande account bij de klantenservice van FLIR:
- Voer in het venster FLIR Login and Registration uw gebruikersnaam en wachtwoord in.
- Klik op Log In. Afhankelijk van de internetverbinding kan het enkele seconden duren voor FLIR Tools/Tools+ is opgestart.
Ga als volgt te werk om een nieuw account bij de klantenservice van FLIR te maken:
- Klik in het venster FLIR Login and Registration op Create a New Account. De pagina FLIR Customer Support Center wordt nu geopend in een webbrowser.
- Voer de vereiste informatie in en klik op Create Account.
- Voer in het venster FLIR Login and Registration uw gebruikersnaam en wachtwoord in.
- Klik op Log In. Afhankelijk van de internetverbinding kan het enkele seconden duren voor FLIR Tools/Tools+ is opgestart.
6.3 Afmelden
Volg deze procedure:
Klik in de bovenste menubalk op uw gebruikersnaam, uiterst rechts.
Klik op Log Out.

Selecteer één van de volgende opties in het dialoogvenster:
- Om u af te melden en FLIR Tools/Tools+ af te sluiten, klikt u op Yes. De toepassing wordt gesloten en alle niet-opgeslagen gegevens gaan verloren.
- Om te annuleren en terug te keren naar de toepassing, klikt u op Cancel.
7 Wanneer u FLIR Tools+
- Klik in het menu Help op Licentieopties.
- Klik voor FLIR Tools+ op Toepassen.
- Start het programma opnieuw. De evaluatieperiode van 30 dagen voor FLIR Tools+ is nu begonnen. Als u het programma na 30 dagen wilt blijven gebruiken, moet u het kopen.
8 Licenties beheren
8.1 Uw licentie activeren
8.1.1 Algemeen
- FLIR Tools/Tools+ online activeren.
- FLIR Tools/Tools+ activeren via e-mail.
- FLIR Tools/Tools+ kopen en een serienummer ontvangen voor activering.
- FLIR Tools/Tools+ gratis gebruiken tijdens een evaluatieperiode.
8.1.2 Figuur

Figuur 8.1 Dialoogvenster Activering.
8.1.3 FLIR Tools/Tools+ online activeren
- Start FLIR Tools/Tools+.
- Selecteer in het dialoogvenster voor online activering de optie Ik heb een serienummer en wens FLIR Tools/Tools+ te activeren.
- Klik op Verder.
- Voer uw serienummer, naam, bedrijf en e-mailadres in. De naam moet de naam zijn van de licentiehouder.
- Klik op Verder.
- Klik op Nu activeren!. Hierna wordt het proces voor online activering gestart.
- Wanneer het bericht Activering was succesvol wordt weergegeven, klikt u op Sluiten.U hebt FLIR Tools/Tools+ nu geactiveerd.
8.1.4 FLIR Tools/Tools+ activeren via e-mail
- Start FLIR Tools/Tools+.
- Klik in het dialoogvenster voor online activering op Het product activeren via e-mail.
- Voer uw serienummer, naam, bedrijf en e-mailadres in. De naam moet de naam zijn van de licentiehouder.
- Klik op Vraag activeringssleutel per e-mail aan.
- Uw standaardprogramma voor e-mail wordt geopend en er wordt een niet-verzonden e-mail met licentie-informatie weergegeven.
Het hoofddoel van de e-mail is de licentie-informatie te verzenden naar het activeringscentrum.
- Klik op Volgende. Het programma wordt nu gestart en u kunt doorgaan met werken terwijl u wacht op de activeringssleutel. U ontvangt binnen 2 dagen een e-mail met de activeringssleutel.
- Wanneer u de e-mail met de activeringssleutel ontvangt, start u het programma en typt u de activeringssleutel in het tekstvak.
Zie onderstaande afbeelding.

Figuur 8.2 Dialoogvenster Activeringssleutel.
8.2 Activeren van FLIR Tools/Tools+ op een computer zonder internetverbinding
- Start FLIR Tools/Tools+.
- Klik in het dialoogvenster voor online activering op Het product activeren via e-mail.
- Voer uw serienummer, naam, bedrijf en e-mailadres in. De naam moet de naam zijn van de licentiehouder.
- Klik op Vraag activeringssleutel per e-mail aan.
- Uw standaardprogramma voor e-mail wordt geopend en er wordt een niet-verzonden e-mail met licentie-informatie weergegeven.
- Kopieer de e-mail zonder de inhoud te wijzigen, naar bijvoorbeeld een USB-stick en stuur de e-mail naar [email protected] vanaf een andere computer.Het hoofddoel van de e-mail is de licentie-informatie te verzenden naar het activeringscentrum.
- Klik op Volgende. Het programma wordt nu gestart en u kunt doorgaan met werken terwijl u wacht op de activeringssleutel. U ontvangt binnen 2 dagen een e-mail met de activeringssleutel.
- Wanneer u de e-mail met de activeringssleutel ontvangt, start u het programma en typt u de activeringssleutel in het tekstvak.
Zie onderstaande afbeelding.

Figuur 8.3 Dialoogvenster Activeringssleutel.
8.3 Uw licentie overzetten
8.3.1 Algemeen
8.3.2 Figuur

Figuur 8.4 Licentieweergave (voorbeeldafbeelding).
8.3.3 Procedure
- Start FLIR Tools/Tools+.
- Selecteer in het menu Help de optie Toon licentie-informatie. Bovenstaande licentieweergave wordt nu weergegeven.
- Klik in de licentieweergave op Licentie overdragen. Er wordt nu een dialoogvenster voor deactivering weergegeven.
- Klik in het dialoogvenster voor deactivering op Deactiveren.
- Start FLIR Tools/Tools+ op de computer waarnaar u de licentie wilt overzetten.Zodra de computer toegang heeft tot internet, wordt de licentie automatisch overgenomen.
8.4 Aanvullende softwaremodules activeren
8.4.1 Algemeen
8.4.2 Figuur

Figuur 8.5 Licentieweergave waarin beschikbare softwaremodules worden weergegeven (voorbeeld-beeld).
8.4.3 Procedure
- Download en installeer de softwaremodule. Meestal worden softwaremodules geleverd via gedrukte kraskaarten met een downloadkoppeling.
- Start FLIR Tools/Tools+.
- Selecteer in het menu Help de optie Toon licentie-informatie. Bovenstaande licentieweergave wordt nu weergegeven.
- Selecteer de module die u hebt gekocht.
- Klik op Activeringssleutel.
- Kras op de kraskaart het vakje open om de activeringssleutel te zien.
- Typ de sleutel in het tekstveld Activeringssleutel.
- Klik op OK.De softwaremodule is nu geactiveerd.
9 Werkstroom
9.1 Algemeen
9.2 Figuur

9.3 Uitleg
- Maak met uw camera uw infraroodafbeeldingen en/of digitale foto's.
- Sluit uw camera aan op uw computer met behulp van een USB-kabel.
- Importeer de afbeeldingen van de camera naar FLIR Tools/Tools+.
- U hebt de volgende opties:
- Een PDF-beeldblad in FLIR Tools maken.
- Maak een PDF-rapport in FLIR Tools.
- Een niet-radiometrisch Microsoft Word-rapport in FLIR Tools+ maken.
- Een radiometrisch Microsoft Word-report in FLIR Tools+ maken.
- Verzend het rapport naar uw klant als bijlage bij een e-mailbericht.
10 Afbeeldingen importeren
10.1 Procedure
- Installeer FLIR Tools/Tools+ op uw computer.
- Start FLIR Tools/Tools+.
- Schakel de camera in.
- Sluit de camera op de computer aan met behulp van een USB-kabel. Hierdoor wordt een dialoogvenster weergegeven.

Figuur 10.1 Importhandleiding (voorbeeld).
- Klik op Import images from camera. Er verschijnt een dialoogvenster waarin de beelden in de camera worden weergegeven. Bij camera's met meer dan één map kunt u de mappen selecteren in het linkerdeelvenster.
- Vink in het rechterdeelvenster een of meer selectievakjes aan:
- Reeds geïmporteerde items verbergen.
- Items van apparaat verwijderen na importeren.
- Beeldresolutie verbeteren (UltraMax, zie onder).
- Back-up orig. beelden vóór verbeteren.
- Voor camera's met meer dan één map. U hebt de volgende opties:
- Om alle beelden in alle mappen te importeren, klikt u op Import all folders linksonder.
- Om alle beelden in meerdere mappen te importeren, houdt u de Ctrl-toets ingedrukt en klikt u om de mappen te selecteren. Klik vervolgens op Import folders rechtsonder.
- Om alle beelden in één map te importeren, selecteert u de map en klikt u op Import folder rechtsonder.
- Om geselecteerde beelden in één map te selecteren, selecteert u de map, houdt u de Ctrl-toets ingedrukt en klikt u om de beelden te selecteren. Klik vervolgens op Import items rechtsonder.
- Voor camera's met één map. U hebt de volgende opties:
- Om alle beelden te importeren, klikt u op Import all linksonder.
- Om geselecteerde beelden te importeren, houdt u de Ctrl-toets ingedrukt en klikt u om de beelden te selecteren. Klik vervolgens op Import items rechtsonder.
- Het dialoogvenster Select destination verschijnt. Selecteer de doelmap of maak een nieuwe submap.
- Klik op Importeren. Het importeren van de beelden wordt gestart.
10.2 Over UltraMax
11 Schermelementen en werkbalkknoppen
11.1 Vensterelementen: het tabblad Bibliotheek
11.1.1 Figuur

11.1.2 Uitleg
- Mapdeelvenster.
- Programmatabbladen:
- Instrumenten (bijv. meters of infraroodcamera´s).
- Bibliotheek.
- Rapportage.
- Panorama.
- Miniatuurweergave van geselecteerde mappen.
- Menubalk:
- Sjablonen.
- Volledig scherm.
- Opties.
- Help.
- Miniatuurweergave van het infraroodbeeld.
- Miniatuurweergave van de digitale foto (indien beschikbaar).
- Deelvenster Metingen.
- Deelvenster Parameters.
- Deelvenster Beeldinformatie.
11.2 Vensterelementen: het tabblad Instrumenten
11.2.1 Figuur

11.2.2 Uitleg
- Deelvenster Opnames.
- Loggebied.
- Opnamesnelheid, bedieningselementen voor opnamesnelheid en temperatuurbereik.
- Cameragerelateerde bedieningselementen:
- De camera scherpstellen.
- De camera kalibreren.
- Een reeks opnemen, pauzeren en hervatten.
- Één snapshot opslaan als JPG-bestand.
- Het meetbereik selecteren.
- In het dialoogvenster Opties (te openen door op de
-knop te klikken):- Het voorvoegsel van de bestandsnaam instellen.
- De opslaglocatie van sequentiebestanden (*.seq, *.csq) instellen.
- Het maximale schijfgebruik instellen.
- Knop voor de aansluiting van Bluetooth-apparaten (zoals een meter)
- Knop voor het aansluiten van een camera.
- Programmatabbladen.
- Afbeeldingsvenster.
- Werkbalkknoppen.
- Schuifregelaars om de onderste en bovenste temperatuurniveaus in de schaal te wijzigen (waarbij in feite het histogram wordt gewijzigd).
- Temperatuurschaal.
- Meetvenster (resultaten van het aangesloten apparaat, zoals een meter)
- Werkbalkknoppen:
- Weergave voor warmtebeeldcamera weergeven/verbergen.
- Weergave voor metingen weergeven/verbergen.
- Weergave voor curve weergeven/verbergen.
- Menubalk:
- Sjablonen.
- Volledig scherm.
- Opties.
- Help.
- Deelvenster met metingen en parameters (apparaten).
- Deelvenster met metingen en parameters (warmtebeeldcamera's).
- Deelvenster met commentaar.
- Knop voor automatische aanpassing.
- Curvevenster.Raadpleeg het gedeelte 14.15 Een curve maken en 20.1.2 Het dialoogvenster Opties (voor plot-specifieke opties) voor meer informatie.
11.3 Vensterelementen: het tabblad Beeldblad aanmaken
11.3.1 Figuur

11.3.2 Uitleg
- Miniatuurweergave van de huidige pagina.
- Tabbladen om naar de verschillende afbeeldingsbladen te gaan die momenteel geopend zijn.
- Detailweergave van de huidige pagina met afbeeldingsblad.
- Pagina-instellingen waar u een bedrijfslogo en het papierformaat kunt selecteren.
- Instellingen van pagina-indeling.
- Tekstvak waarin u afbeeldingen kunt zoeken en filteren.
- Zoomregelaars.
- Paginaregelaars.
- Beelden in de momenteel geselecteerde map.
11.4 Vensterelementen: het tabblad Rapportage
11.4.1 Figuur

11.4.2 Uitleg
- Miniatuurweergave van de huidige rapportpagina.
- Tabbladen om naar de verschillende rapporten te gaan die momenteel geopend zijn.
- Werkbalkknoppen.
- Detailweergave van de huidige rapportpagina.
- Pagina-instellingen waarmee u het bedrijfslogo en het papierformaat kunt selecteren.
- Gebied voor details van afbeeldingsobject en spraakcommentaar.
- Tekstvak waarin u afbeeldingen kunt zoeken en filteren.
- Zoomregelaars.
- Paginaregelaars.
- Beelden in de momenteel geselecteerde map.
11.5 Vensterelementen: het venster voor beeldbewerking (voor stilstaande beelden)
11.5.1 Figuur

11.5.2 Uitleg
- Meetwerkbalk.
- Miniatuurweergave van het infraroodbeeld (en digitale foto indien beschikbaar).
- Aanvullende deelvensters:
- Opmerking.
- Metingen.
- Parameters.
- Tekstcommentaar.
- Afbeeldingsinformatie.
- Temperatuurschaal.
- Knop Annuleren.
- Knop Opslaan en sluiten.
- Knop voor opslaan.
- Knop Automatisch aanpassen, om het beeld aan te passen aan optimale helderheid en contrast.
- Knoppen vorige/volgende.
- Regelaar temperatuurbereik en -niveau.
11.6 Vensterelementen: het venster voor beeldbewerking (voor videofragmenten)
11.6.1 Figuur

11.6.2 Uitleg
- Meetwerkbalk.
- Miniatuurweergave van het videofragment.
- Informatie over het sequentiebestand.
- Deelvenster met metingen en parameters.
- Deelvenster Beeldinformatie.
- Temperatuurschaal.
- Knop Annuleren.
- Knop Opslaan en sluiten.
- Knop Automatisch aanpassen, om het beeld aan te passen aan optimale helderheid en contrast.
- Regelaar temperatuurbereik en -niveau.
- Knoppen voor afspelen/pauzeren en volgende/vorige.
- Knoppen voor het opslaan van een snapshot als *jpg-bestand, het exporteren van een videofragment als *avi-bestand, en het wijzigen van de afspeelsnelheid (-60× tot +60×).
11.7 Taakbalkknoppen (op het tabblad Instrumenten)
![]() |
Selectiegereedschap.
|
![]() |
Spotmetergereedschap.
|
![]() |
Bereikgereedschap.
|
![]() |
Lijngereedschap.
|
![]() |
Cirkel- en ovaalgereedschap.
|
![]() |
Gereedschap voor rechtsom/linksom draaien.
|
![]() |
Kleurenpaletgereedschap.
|
![]() |
Functie voor bereik van automatische aanpassing.
|
![]() |
Zoomgereedschap.
|
11.8 Werkbalkknoppen (in venster voor beeldbewerking)
![]() |
Selectiegereedschap.
|
![]() |
Spotmetergereedschap.
|
![]() |
Bereikgereedschap.
|
![]() |
Cirkel- en ovaalgereedschap.
|
![]() |
Lijngereedschap.
|
![]() |
Verschilgereedschap.
|
![]() |
Gereedschap voor rechtsom/linksom draaien.
|
![]() |
Kleurenpaletgereedschap.
|
![]() |
Thermische MSX-functie.
|
![]() |
Thermische functie.
|
![]() |
Thermische fusie-functie.
|
![]() |
Thermische samenvoegfunctie.
|
![]() |
Beeld-in-beeld-gereedschap.
|
![]() |
Digitale foto-functie.
|
![]() |
Functie om beeld-in-beeld te wijzigen.
|
![]() |
Functie om de balans tussen het warmtebeeld en het digitaal beeld te wijzigen.
|
![]() |
Functie voor bereik van automatische aanpassing.
|
![]() |
Zoomgereedschap.
|
11.9 Werkbalkknoppen (in venster voor rapportbewerking)
![]() |
Gereedschap Tekstcommentaar.
|
![]() |
Tekstvakgereedschap.
|
![]() |
Pijlmarkeringsgereedschap.
|
![]() |
Objecten uitlijnen op raster.
|
11.10 Het tabblad Panorama
11.10.1 Figuur

11.10.2 Uitleg
- Knoppen om te schakelen tussen bronbestandweergave en panoramaweergave.
- Knoppen om de panorama-afbeelding bij te snijden, het perspectief te corrigeren en de panorama-afbeelding op te slaan.
- Paneel waarop alle panorama-afbeeldingen worden weergegeven die van de geselecteerde afbeeldingen zijn gemaakt.
- Knoppen om de map te wijzigen, afbeeldingen te selecteren op datum en afbeeldingen te zoeken.
- Knoppen om in te zoomen op en uit te zoomen van de panorama-afbeelding.
- Deelvenster waarin de bronbestanden in de momenteel geselecteerde map worden weergegeven.
12 Live streamen van camerabeelden
12.1 Algemeen
12.2 Figuur
Figuur 12.1 Het tabblad Instrumenten.
12.3 Procedure
- Start FLIR Tools/Tools+.
- Schakel de infraroodcamera in.
- Sluit de camera op de computer aan met behulp van een USB-kabel. Hierdoor wordt een importhandleiding weergegeven.

Figuur 12.2 Importhandleiding (voorbeeld).
- Klik op Verbinden met livestream. Hierdoor zal de livestream van de camera op het tabblad Instrumenten worden weergegeven.
- Op het tabblad Instrumenten beschikt u over de volgende opties:
- Klik op de
-knop (focus dichtbij), de
-knop (autofocus) of de
-knop (focus veraf) om de camera scherp te stellen. - Klik op de
-knop om de camera te kalibreren. - Klik op de
-knop om een opname te starten. - Klik op de
-knop om een opname te stoppen. - U kunt de livestream pauzeren door op de knop
te klikken. - Klik op de
-knop om een enkele snapshot op te slaan als JPG-bestand. - Klik op de
-knop om een aantal opname-instellingen te wijzigen. Hierdoor wordt een dialoogvenster weergegeven. - Klik op de
-knop van een andere camera in het netwerk om de livestream van die camera weer te geven. - Klik op een meethulpmiddel en vervolgens op het beeld om dat hulpmiddel neer te zetten.
- U kunt parameters wijzigen door op het waardeveld van een parameter te klikken en een nieuwe waarde in te voeren. Druk vervolgens op de Enter-toets.
- U kunt een curve maken door met de rechtermuisknop het beeld te klikken en vervolgens het gewenste type curve te selecteren.Raadpleeg het gedeelte 14.15 Een curve maken en 20.1.2 Het dialoogvenster Opties (voor plot-specifieke opties) voor meer informatie.
- Klik op de
13 Afbeeldingen en mappen beheren
13.1 Bestanden groeperen
13.1.1 Algemeen
13.1.2 Procedure
- Ga naar het tabblad Bibliotheek.
- Selecteer twee bestanden in het afbeeldingsvenster.
- Klik met de rechtermuisknop op de afbeeldingen en klik op Groeperen.
13.2 Een frame in een sequentiebestand opslaan als een radiometrisch JPG-bestand
13.2.1 Algemeen
13.2.2 Procedure
- Ga naar het tabblad Bibliotheek.
- Dubbelklik op een sequentiebestand (bestandsextensie *.seq, *.csq).
- Navigeer met de afspeelregelaars naar het relevante punt in het sequentiebestand.
- Klik op de
-werkbalkknop. Er wordt een dialoogvenster Opslaan als weergegeven waarin u naar de locatie kunt navigeren waar u het bestand wilt opslaan.
13.3 Een frame in een sequentiebestand opslaan als een *.avi-bestand
13.3.1 Algemeen
13.3.2 Procedure
- Ga naar het tabblad Bibliotheek.
- Dubbelklik op een sequentiebestand (bestandsextensie *.seq, *.csq).
- Klik op de
-werkbalkknop. Er wordt een dialoogvenster Opslaan als weergegeven waarin u naar de locatie kunt navigeren waar u het bestand wilt opslaan.
13.4 De afspeelsnelheid wijzigen
13.4.1 Algemeen
13.4.2 Procedure
- Ga naar het tabblad Bibliotheek.
- Dubbelklik op een sequentiebestand (bestandsextensie *.seq, *.csq).
- Klik op de werkbalkknop
en selecteer een afspeelsnelheid door de schuifregelaar te verslepen.
13.5 Beelden klonen
13.5.1 Algemeen
13.5.2 Procedure
- Ga naar het tabblad Bibliotheek.
- Selecteer het beeld of de beelden die u wilt klonen.
- Klik in het rechtermuisknopmenu op Klonen.
13.6 Het digitaal beeld verwijderen uit een multispectraal beeld
13.6.1 Algemeen
13.6.2 Procedure: Foto extraheren
- Ga naar het tabblad Bibliotheek.
- Selecteer de foto waar u het digitaal beeld uit wenst te halen.
- Klik in het rechtermuisknopmenu op Foto uitpakken.
13.6.3 Procedure: Foto op volledige grootte extraheren
- Ga naar het tabblad Bibliotheek.
- Selecteer de foto waar u het digitaal beeld uit wenst te halen.
- Klik in het rechtermuisknopmenu op Volledige foto uitpakken.
13.7 De resolutie van een beeld verbeteren
13.7.1 Algemeen
13.7.2 Aanduiding van ondersteunde beelden

13.7.3 Procedure
- Ga naar het tabblad Bibliotheek.
- Klik met de rechtermuisknop op een beeld met het hierboven weergegeven pictogram.
- Selecteer een van de volgende opties:
- Beeldresolutie verbeteren (UltraMax).
- Beeldresolutie verbeteren (UltraMax) & originele bestanden back-uppen.
13.8 Afbeeldingen verwijderen
13.8.1 Algemeen
13.8.2 Procedure
- Ga naar het tabblad Bibliotheek.
- Selecteer in het afbeeldingsvenster de afbeeldingen die u wilt verwijderen.
- U hebt de volgende opties:
- Druk op de Delete-toets en bevestig dat u de afbeeldingen wilt verwijderen.
- Klik met de rechtermuisknop op de afbeeldingen, kies Verwijderen, en bevestig dat u de afbeeldingen wilt verwijderen.
13.9 Een map toevoegen
13.9.1 Algemeen
13.9.2 Procedure
- Ga naar het tabblad Bibliotheek.
- Klik boven aan het linkerdeelvenster op Bestaande map aan bibliotheek toevoegen. Er wordt een dialoogvenster Blader naar map weergegeven waarin u naar de map kunt navigeren die u wilt toevoegen.
13.10 Een map verwijderen
13.10.1 Algemeen
13.10.2 Procedure
- Ga naar het tabblad Bibliotheek.
- Klik met de rechtermuisknop op een map en kies Directory verwijderen.
13.11 Een submap maken
13.11.1 Algemeen
13.11.2 Procedure
- Ga naar het tabblad Bibliotheek.
- Klik met de rechtermuisknop op een map en kies Submap aanmaken.
14 Afbeeldingen analyseren
14.1 Een meethulpmiddel neerzetten
14.1.1 Algemeen
14.1.2 Procedure
- Dubbelklik op een afbeelding op het tabblad Bibliotheek.
- Selecteer op de afbeeldingswerkbalk een meethulpmiddel.
- U kunt het meethulpmiddel op de afbeelding neerzetten door op de locatie te klikken waar u het meethulpmiddel wilt plaatsen.
14.2 Een meethulpmiddel verplaatsen
14.2.1 Algemeen
14.2.2 Procedure
- Dubbelklik op een afbeelding op het tabblad Bibliotheek.
- Klik op de werkbalk op
. - Selecteer het meethulpmiddel op de afbeelding en sleep deze naar een nieuwe positie.
14.3 De afmetingen van een meethulpmiddel wijzigen
14.3.1 Algemeen
14.3.2 Procedure
- Dubbelklik op een afbeelding op het tabblad Bibliotheek.
- Klik op de werkbalk op
. - Selecteer het meetgebied op de afbeelding en gebruik het selectiehulpmiddel om de grepen te verslepen die rond het frame van
het gebied worden weergegeven:

14.4 Een meethulpmiddel verwijderen
14.4.1 Algemeen
14.4.2 Procedure
- Dubbelklik op een afbeelding op het tabblad Bibliotheek.
- Klik op de werkbalk op
. - Selecteer het meethulpmiddel op de afbeelding en druk op de Delete-toets.
14.5 Lokale markeringen voor een meethulpmiddel aanmaken
14.5.1 Algemeen
14.5.2 Procedure
- Dubbelklik op het tabblad Bibliotheek op een beeld waarvoor bijvoorbeeld al een meetgebied in de camera is ingesteld.
- Klik met de rechtermuisknop op het gebied en selecteer Lokale min/max/avg markeringen.
- Selecteer of wis de markeringen die u resp. wilt toevoegen of verwijderen.
- Klik op OK.
14.6 Lokale parameters voor een meethulpmiddel instellen
14.6.1 Algemeen
14.6.2 Procedure
- Dubbelklik op een afbeelding op het tabblad Bibliotheek.
- Plaats een meethulpmiddel, bijv. een gebied.
- Klik met de rechtermuisknop op het gebied en selecteer Lokale parameters gebruiken.
- Selecteer Lokale parameters gebruiken in het dialoogvenster.
- Voer een waarde in voor een of meer parameters.
- Klik op OK.
14.7 Werken met isothermen
14.7.1 Algemeen
14.7.2 Algemene isothermen instellen (Bovenliggend, Onderliggend)
14.7.2.1 Algemeen
14.7.2.2 Procedure
- Dubbelklik op een afbeelding op het tabblad Bibliotheek.
- Klik op
in de taakbalk van de afbeelding en selecteer een van de volgende opties:- Bovenliggend.
- Onderliggend.
- Kijk in het rechterdeelvenster wat de parameter Limiet is. Gebieden in de afbeelding met een temperatuur hoger of lager dan deze temperatuur worden gekleurd met de isothermkleur. U kunt deze limiet wijzigen en ook de isothermkleur veranderen in het menu Kleur.
14.7.3 Algemene isothermen instellen (interval)
14.7.3.1 Algemeen
14.7.3.2 Procedure
- Dubbelklik op een afbeelding op het tabblad Bibliotheek.
- Klik op de afbeeldingstaakbalk op
en selecteer Interval. - Kijk in het rechterdeelvenster wat de parameters Bovengrens en Ondergrens zijn. Gebieden in de afbeelding met een temperatuur tussen deze twee temperaturen worden gekleurd met de isothermkleur. U kunt deze limieten wijzigen en ook de isothermkleur veranderen in het menu Kleur menu.
14.7.4 Een vochtigheidsisotherm instellen
14.7.4.1 Algemeen
14.7.4.2 Procedure
- Dubbelklik op een afbeelding op het tabblad Bibliotheek.
- Klik in de afbeeldingstaakbalk op
en selecteer Vochtigheid. Afhankelijk van uw object, worden bepaalde gebieden gekleurd met een isothermkleur. - Kijk in het rechterdeelvenster wat de parameter Berekende limiet is. Dit is de temperatuur waarbij het risico bestaat op vochtigheid. Als de parameter Limiet rel. vocht. op 100% is ingesteld is dit ook het dauwpunt, d.w.z. de temperatuur waarbij de vochtigheid als vloeibaar water neerslaat.
14.7.5 Een isolatie-isotherm instellen
14.7.5.1 Algemeen
14.7.5.2 Procedure
- Dubbelklik op een afbeelding op het tabblad Bibliotheek.
- Klik in de afbeeldingstaakbalk op
en selecteer Isolatie. Afhankelijk van uw object, worden bepaalde gebieden gekleurd met een isothermkleur. - Kijk in het rechterdeelvenster wat de parameter Berekende isolatie is. Dit is de temperatuur waar het isolatieniveau onder een vooraf ingestelde waarde voor het energielek van het gebouw valt.
14.7.6 Een aangepaste isotherm instellen
14.7.6.1 Algemeen
- Bovenliggend.
- Onderliggend.
- Interval.
- Vochtigheid.
- Isolatie.
- Achtergrond.
- Kleuren (semi-transparant of effen kleuren).
- Omgekeerd interval (alleen voor de isotherm Interval).
14.7.6.2 Procedure
- Dubbelklik op een afbeelding op het tabblad Bibliotheek.
- Klik op de afbeeldingstaakbalk op
en selecteer Aangepaste isotherm. - Vul in het rechterdeelvenster in wat de volgende parameters zijn:
- VoorBovenliggend enOnderliggend:
- Achtergrond.
- Limiet.
- Kleur.
- Voor Interval:
- Achtergrond.
- Bovengrens.
- Ondergrens.
- Kleur.
- Omgekeerd interval.
- Voor Vochtigheid:
- Achtergrond.
- Kleur.
- Relatieve vochtigheid.
- Limiet rel. vocht..
- Atmosferische temperatuur.
- Voor Isolatie:
- Achtergrond.
- Kleur.
- Binnentemperatuur.
- Buitentemperatuur.
- Thermische index.
- VoorBovenliggend enOnderliggend:
14.8 De temperatuurniveaus wijzigen
14.8.1 Algemeen
14.8.2 Waarom zou ik de temperatuurniveaus wijzigen?
14.8.2.1 Voorbeeld 1
![]() Automatisch
|
![]() Handmatig
|
14.8.2.2 Voorbeeld 2
![]() Automatisch
|
![]() Handmatig
|
14.8.3 Het wijzigen van het bovenste niveau
- Sleep de rechterschuifregelaar naar rechts of links om het bovenste niveau in de temperatuurschaal te wijzigen.

14.8.4 Het wijzigen van het onderste niveau
- Sleep de linkerschuifregelaar naar rechts of links om het onderste niveau in de temperatuurschaal te wijzigen.

14.8.5 Het onderste en bovenste niveau gelijktijdig wijzigen
- U kunt het bovenste en het onderste niveau van de temperatuurschaal gelijktijdig wijzigen door de linker- of rechterschuifregelaar
naar rechts of links te slepen terwijl u de Shift-toets ingedrukt houdt.

14.9 Pas de afbeelding automatisch aan
14.9.1 Algemeen
14.9.2 Procedure
- Ga op een van de volgende manieren te werk om een afbeelding automatisch aan te passen:
- Dubbelklik op de temperatuurschaal.

- Klik op de knop Auto.
- Dubbelklik op de temperatuurschaal.
14.10 Bereik van automatische aanpassing definiëren
14.10.1 Algemeen
14.10.2 Procedure
- Dubbelklik op een afbeelding op het tabblad Bibliotheek.
- Klik in het beeldvenster op de toets
in de bovenste taakbalk. Nu wordt er een functie weergegeven waarmee een bereik kan worden gecreëerd. Het bereik kan worden
verplaatst en de afmetingen ervan kunnen worden gewijzigd om het geschikt te maken voor het voor u relevante gebied. Het gebied
wordt echter niet opgeslagen in het beeld.
14.11 Kleurverdeling wijzigen
14.11.1 Algemeen
14.11.2 Definities
- Histogram equalization: dit is een methode voor het weergeven van beelden waarbij de kleurinformatie wordt verdeeld over de bestaande temperaturen van het beeld. Deze methode van informatiedistributie kan met name succesvol zijn wanneer het beeld maar weinig pieken van zeer hoge temperaturen bevat.
- Signal linear: dit is een methode voor het weergeven van beelden waarbij de kleurinformatie in het beeld lineair wordt verdeeld over de signaalwaarden van de pixels.
- Temperature linear: dit is een methode voor het weergeven van beelden waarbij de kleurinformatie in het beeld lineair wordt verdeeld over de temperatuurwaarden van de pixels.
14.11.3 Procedure
- Ga naar het tabblad Bibliotheek.
- Dubbelklik op het beeld waarvoor u de kleurverdeling wilt wijzigen.
- Klik in het rechtermuisknopmenu op Kleurverdeling en selecteer Histogram-egalisatie, Signaal, lineair, of Temperatuur, lineair.
14.12 Het palet wijzigen
14.12.1 Algemeen
14.12.2 Procedure
- Dubbelklik op een afbeelding op het tabblad Bibliotheek.
- Klik in het afbeeldingsvenster op de knop
in de bovenste taakbalk. Er wordt een vervolgkeuzemenu weergegeven. - Klik in het menu op het palet dat u wilt gebruiken.
14.13 De beeldmodus wijzigen
14.13.1 Algemeen
14.13.2 Typen beeldmodi
|
Knop |
Beeldmodus |
Voorbeeld van beeld |
|---|---|---|
|
|
Thermal MSX (Multi Spectral Dynamic Imaging): In deze modus wordt een infraroodopname weergegeven waarbij de randen van objecten versterkt
worden weergegeven. Merk op dat het label voor elke zekering duidelijk leesbaar is.
|
![]() |
|
|
Thermal: In deze modus wordt een volledig infraroodbeeld weergegeven.
|
![]() |
|
|
Thermal fusion: In deze modus wordt een digitale foto weergegeven waarvan sommige delen in infrarood worden weergegeven, afhankelijk van
de temperatuurlimieten.
|
![]() |
|
|
Picture-in-picture: In deze modus wordt een infraroodbeeld bovenop een digitale foto weergegeven.
|
![]() |
|
|
Digital camera: In deze modus wordt een volledige digitale foto weergegeven.
|
![]() |
14.14 Exporteren naar CSV
14.14.1 Algemeen
14.14.2 Procedure
- Dubbelklik op een afbeelding op het tabblad Bibliotheek.
- Klik met de rechtermuisknop op het beeld en selecteer Exporteren naar CSV. Er verschijnt nu een dialoogvenster.
- Selecteer één van de volgende opties in het dialoogvenster:
- Selecteer Afbeelding in het vervolgkeuzemenu om het beeld te exporteren. Selecteer bovendien of er objectparameters en tekstcommentaar moeten worden meegenomen.
- Selecteer Metingen in het vervolgkeuzemenu om de metingen te exporteren. Selecteer bovendien of er objectparameters, tekstcommentaar en de waarden van meethulpmiddelen moeten worden meegenomen.
14.15 Een curve maken
14.15.1 Algemeen
14.15.2 Procedure
- Start FLIR Tools/Tools+.
- Schakel de infraroodcamera in.
- Sluit de camera op de computer aan met behulp van een USB-kabel. Hierdoor wordt een importhandleiding weergegeven.

Figuur 14.1 Importhandleiding (voorbeeld).
- Klik op Verbinden met livestream. Hierdoor zal de livestream van de camera op het tabblad Instrumenten worden weergegeven.
- Klik met uw rechtermuisknop in het tabblad Instrumenten op het beeld en selecteer vervolgens de gewenste plot. U kunt een keuze maken uit de volgende typen:
- Punten: Geeft de plot weer als een reeks punten.

- Lijn: Geeft de plot weer als een lijn.

- Gebied: Geeft de plot weer als een gekleurd vlak.

- Digitale lijn: Geeft de plot weer als een digitale lijn, d.w.z. een lijn zonder interpolatie tussen de gegevenspunten.

- Digitaal gebied: Geeft de plot weer als een gekleurd digitaal vlak, d.w.z. een vlak onder een lijn zonder interpolatie tussen de gegevenspunten.

- Impuls: Geeft de plot weer als een aantal verticale impulsen, met een rond eindpunt.

- Punten: Geeft de plot weer als een reeks punten.
- Klik opnieuw met de rechtermuisknop op het beeld en selecteer Opties als u bepaalde aspecten van de plot wilt wijzigen.Raadpleeg het gedeelte 20.1.2 Het dialoogvenster Opties (voor plot-specifieke opties) voor meer informatie.
14.16 Oppervlaktes berekenen
14.16.1 Algemeen
14.16.1.1 Procedure
Volg deze procedure:
Voeg een rechthoek- of cirkelmeethulpmiddel toe, zie paragraaf 14.1 Een meethulpmiddel neerzetten.
Pas de grootte van het rechthoek- of cirkelmeethulpmiddel aan de grootte van het object aan, zie paragraaf 14.3 De afmetingen van een meethulpmiddel wijzigen.
Klik met de rechtermuisknop op het gereedschap en selecteer Lokale min/max/avg markeringen. Vink in het dialoogvenster het selectievakje Oppervlakte aan. De berekende oppervlakte op basis van de afstandswaarde wordt weergegeven in het deelvenster Measurements.
Om de meetwaarde te wijzigen, klikt u op het waardeveld in het deelvenster Parameters, voert u een nieuwe waarde in en drukt u op Enter. De herberekende oppervlakte, gebaseerd op de nieuwe afstandswaarde wordt weergegeven in het deelvenster Measurements.
14.17 Lengtes berekenen
14.17.1 Algemeen
14.17.1.1 Procedure
Volg deze procedure:
Voeg een lijnmeethulpmiddel toe, zie paragraaf 14.1 Een meethulpmiddel neerzetten.
Pas de grootte van het lijnmeethulpmiddel aan de grootte van het object aan, zie paragraaf 14.3 De afmetingen van een meethulpmiddel wijzigen.
Klik met de rechtermuisknop op het gereedschap en selecteer Lokale min/max/avg markeringen. Vink in het dialoogvenster het selectievakje Lengte aan. De berekende lengte op basis van de afstandswaarde wordt weergegeven in het deelvenster Measurements.
Om de meetwaarde te wijzigen, klikt u op het waardeveld in het deelvenster Parameters, voert u een nieuwe waarde in en drukt u op Enter. De herberekende oppervlakte, gebaseerd op de nieuwe afstandswaarde wordt weergegeven in het deelvenster Measurements.
15 Werken met tekstcommentaar
15.1 Over afbeeldingsbeschrijvingen
15.1.1 Wat is een afbeeldingsbeschrijving?
15.1.1.1 Procedure
- Dubbelklik op een afbeelding op het tabblad Bibliotheek.
- Typ in het rechterdeelvenster de beschrijving van de afbeelding in het veld onder Afbeeldingsbeschrijving.
15.2 Over tekstcommentaar
15.2.1 Wat is een tekstcommentaar?
15.2.2 Definitie van label en waarde
|
Company
|
Company A
Company B
Company C
|
|
Building
|
Workshop 1
Workshop 2
Workshop 3
|
|
Section
|
Room 1
Room 2
Room 3
|
|
Equipment
|
Tool 1
Tool 2
Tool 3
|
|
Recommendation
|
Recommendation 1
Recommendation 2
Recommendation 3
|
15.2.3 Voorbeeld markup-structuur
<Bedrijf> Bedrijf A Bedrijf B Bedrijf C <Gebouw> Werkplaats 1 Werkplaats 2 Werkplaats 3 <Afdeling> Ruimte 1 Ruimte 2 Ruimte
3 <Apparatuur> Machine 1 Machine 2 Machine 3 <Aanbeveling> Aanbeveling 1 Aanbeveling 2 Aanbeveling 3
15.2.4 Een tekstcommentaar voor een beeld maken
15.2.4.1 Algemeen
15.2.4.2 Procedure
- Dubbelklik op een afbeelding op het tabblad Bibliotheek.
- Klik onder Tekstcommentaar in het rechterdeelvenster op de
-knop (het ‘+’-teken). Hierdoor worden twee tekstcommentaarrijen toegevoegd. - Vul de gewenste labels en waarden in. Zie onderstaande afbeelding voor voorbeelden.

- Klik op Opslaan en sluiten.
15.2.5 Een tekstcommentaarsjabloon aanmaken
15.2.5.1 Algemeen
15.2.5.2 Procedure
- Klik op het tabblad Sjablonen.
- Klik op de werkbalk op de knop Nieuwe tekstcommentaarsjabloon toevoegen.
- Geef een naam op voor de sjabloon.
- Vul de gewenste velden en waarden in. Zie onderstaande afbeelding voor voorbeelden.

- Sla het sjabloon op.
- U hebt de volgende opties:
- Sluit een camera aan op FLIR Tools/Tools+ en breng het sjabloon over naar de camera om het sjabloon te gebruiken in de camera.
- Dubbelklik op een beeld en klik vervolgens op Import uit sjabloon onder Tekstcommentaar in het rechter deelvenster om de sjabloon tijdens de post-analyse in FLIR Tools/Tools+ te gebruiken.
16 Panorama's maken
16.1 Algemeen
16.2 Figuur

16.3 Procedure
- Selecteer op het tabblad Bibliotheek de afbeeldingen die u wilt gebruiken bij het maken van een panorama.
- Klik met rechts op de afbeeldingen en selecteer Combineren in een panorama. Het tabblad Panorama wordt weergegeven.
- U kunt nu diverse taken uitvoeren:
- Klik op
om het panorama bij te snijden. - Klik op
om een perspectiefcorrectie uit te voeren op de afbeelding. - Klik op
om het panorama op te slaan als een afbeeldingsbestand. - Klik op
om de oorspronkelijke bronbestanden weer te geven. - Klik op
om het definitieve panorama weer te geven.
- Klik op
17 Rapporten maken
17.1 Algemeen
- Een Adobe PDF-beeldblad: Dit is een eenvoudig rapportformaat dat uitsluitend infrarood- en bijbehorende visuele beelden bevat. Het rapport kan niet verder worden bewerkt, en er zijn geen radiometrische gegevens opgenomen. Zie 17.4 Adobe PDF-beeldblad maken voor meer informatie.
- Een Adobe PDF-rapport: Dit is een eenvoudig rapportformaat dat infrarood- en bijbehorende visuele beelden, alsmede resultatentabellen bevat. Het rapport kan niet verder worden bewerkt, en er zijn geen radiometrische gegevens opgenomen. Zie 17.5 Een Adobe PDF-rapportage maken voor meer informatie.
- Een niet-radiometrisch Microsoft Word-rapport: Dit is een geavanceerder rapportformaat dat het rapport in het *.docx bestandsformaat genereert. Er is een actieve FLIR Tools+-licentie vereist. Het rapport kan uitvoerig worden bewerkt in Microsoft Word, maar er zijn geen radiometrische gegevens opgenomen. Zie 17.6 Een non-radiometrisch Microsoft Word-report maken voor meer informatie.
- Een radiometrisch Microsoft Word-rapport: Dit is het meest geavanceerde rapportformaat, waarvoor een actieve FLIR Tools+-licentie is vereist. Er wordt een rapport in Microsoft Word *.docx bestandsformaat gegenereerd. Er kan een geavanceerde radiometrische analyse worden uitgevoerd met behulp van de FLIR Tools+-functies in Microsoft Word. Zie 17.7 Radiometrisch Microsoft Word-rapport maken voor meer informatie.
17.2 Een standaard rapportsjabloon instellen
- Klik op het tabblad Bibliotheek op
. De beschikbare rapportsjablonen worden weergegeven.
- Klik met de rechtermuisknop op een rapportsjabloon en kies Instellen als standaardsjabloon voor rapporten.
17.3 Een rapport in het tussenformaat *.repx opslaan
- Selecteer op het tabblad Bibliotheek de afbeeldingen die u wilt opnemen in het rapport.
- Klik met de rechtermuisknop op de afbeeldingen en selecteer Rapportage aanmaken.
- Selecteer in het rechterdeelvenster Page setup de paginagrootte en het logo dat u wilt gebruiken.
- Dubbelklik in het rapport op de koptekst en/of voettekst om de gewenste koptekst of voettekst toe te voegen.
- Klik op Opslaan of Opslaan als om het rapport op te slaan in FLIR Systems*.repx bestandsformaat.
17.4 Adobe PDF-beeldblad maken
- Selecteer op het tabblad Bibliotheek de afbeeldingen die u wilt opnemen in het afbeeldingsblad.
- Klik met de rechtermuisknop op de afbeeldingen en selecteer Beeldblad aanmaken.
- Selecteer in het rechterdeelvenster Pagina-instellingen de paginagrootte en het logo dat u wilt gebruiken.
- Selecteer in het rechterdeelvenster onder Layout de gewenste pagina-indeling.
- Dubbelklik in het afbeeldingsblad op de koptekst en/of voettekst om de gewenste koptekst of voettekst toe te voegen.
- Klik op Exporteren om het afbeeldingsblad te exporteren als PDF-bestand.
17.5 Een Adobe PDF-rapportage maken
- Selecteer op het tabblad Bibliotheek de afbeeldingen die u wilt opnemen in het rapport.
- Klik met de rechtermuisknop op het beeld of de beelden en selecteer Create report. Het tabblad Rapport wordt weergegeven.
- Hier kunt u het volgende doen:
- Een groep beelden, foto's of tekstcommentaren naar een rapport slepen.
- Eén beeld, foto of tabel naar een rapport slepen.
- De pagina's in een rapport opnieuw ordenen.
- Tekst in een rapport invoeren met tekstvakken.
- Afbeeldingsbeschrijvingen aanmaken en bewerken.
- Afbeeldingsbeschrijvingen bewerken.
- Een koptekst of voettekst toevoegen aan een rapport en deze bewerken.
- Afbeeldingen, foto's, tekstcommentaar en tabellen in een rapport verplaatsen en verwijderen.
- De afmetingen van afbeeldingen in een rapport wijzigen.
- Metingen in een infraroodafbeelding updaten en updates onmiddellijk doorvoeren in de tabel.
- Inzoomen op en uitzoomen van een rapportpagina.
- Pijlmarkeringen toevoegen aan de afbeelding of aan een ander object in het rapport.
- U kunt een afbeelding uit het rapport bewerken door erop te dubbelklikken.
- Selecteer in het dialoogvenster PDF opslaan als een locatie en voer een bestandsnaam in.
- Klik op OK.
17.6 Een non-radiometrisch Microsoft Word-report maken
- Selecteer op het tabblad Bibliotheek de afbeeldingen die u wilt opnemen in het rapport.
- Klik met de rechtermuisknop op de afbeeldingen en selecteer Rapportage aanmaken.
- Voer nu in het dialoogvenster de klantgegevens en de informatie over de inspectie in de rechterkolom in. Gebruik de TAB-toets
om van veld te wisselen.

- Klik op OK. De informatie die u in dit dialoogvenster heeft ingevoerd, wordt ingevuld in de overeenkomstige tijdelijke aanduidingen
in het rapportNadat het rapport is gegenereerd, kan het verder worden bewerkt in Microsoft Word.
17.6.1 Snelkoppelingen voor "Snelle Rapporten" maken
17.6.1.1 Algemeen
17.6.1.2 Procedure
- Klik op het tabblad Bibliotheek op
. De beschikbare rapportsjablonen worden weergegeven. - Klik met de rechtermuisknop op één van de Word templates (Express export) en selecteer Create Rapid Report shortcut.
17.7 Radiometrisch Microsoft Word-rapport maken
- Selecteer op het tabblad Bibliotheek de afbeeldingen die u wilt opnemen in het rapport.
- Klik met de rechtermuisknop op de afbeeldingen en selecteer Rapportage aanmaken.
- Voer nu in het dialoogvenster de klantgegevens en de informatie over de inspectie in de rechterkolom in. Gebruik de TAB-toets
om van veld te wisselen.

- Klik op OK. De informatie die u in dit dialoogvenster heeft ingevoerd, wordt ingevuld in de overeenkomstige tijdelijke aanduidingen
in het rapportZodra het rapport is gegenereerd, kan er een geavanceerde analyse worden uitgevoerd met behulp van de FLIR Tools+-functies in Microsoft Word.
18 Werken in de Microsoft Word-omgeving
18.1 Een rapportsjabloon maken
18.1.1 Algemeen
18.1.1.1 Wilt u weinig of veel rapportsjablonen?
18.1.1.2 Typische structuur
- Een voorblad.
- Een aantal verschillende pagina's die combinaties bevatten van IR Viewer-objecten, digitale foto-objecten, IR-histogramobjecten, IR-profielobjecten, tabelobjecten, overzichtstabelobjecten, enz.
- Een achterblad.
- De namen van uw bedrijf en het bedrijf van de klant.
- Overige contactgegevens.
- De huidige datum.
- De titel van het infraroodrapport.
- De logo's van uw bedrijf en het bedrijf van de klant.
- Eventuele aanvullende illustraties of informatie die u wilt vermelden.
18.1.1.3 Een opmerking over het werken in de Microsoft Word-omgeving
18.1.2 Een aangepaste infraroodrapportsjabloon maken
- Een basisrapportsjabloon aanpassen.
- Een bestaande rapportsjabloon wijzigen.
- Een rapportsjabloon maken op basis van een lege Microsoft Word-sjabloon.
Een basisrapportsjabloon aanpassen
Selecteer in het menu
het menu-item
Een rapportsjabloon maken
. Het dialoogvenster
Nieuw sjabloon
wordt nu geopend.

Typ een naam in voor de sjabloon en klik op OK.
Er wordt een rapportsjabloon met een basisindeling geopend. Volg de instructies in het document om de rapportsjabloon te wijzigen. U kunt de rapportsjabloon ook aanpassen door objecten toe te voegen en te verwijderen, en door de eigenschappen van de objecten te wijzigen, zoals is beschreven in het gedeelte 18.2 Objecten in het rapport beheren.
Sla de nieuwe infraroodrapportsjabloon op. Gebruik hierbij de bestandsnaamextensie *.dotx.
Een bestaande sjabloon wijzigen
Start Microsoft Word, maar zorg dat alle infraroodrapporten gesloten zijn.
Klik op het tabblad Bestand op Nieuw.
Selecteer onder Beschikbare sjablonen de optie Mijn sjablonen.
Selecteer op het tabblad IR de gewenste infraroodrapportsjabloon. Selecteer onder Nieuwe maken de optie Sjabloon.
Klik op OK.
Om te voorkomen dat de oorspronkelijke sjabloon wordt overschreven, slaat u de sjabloon op met een andere bestandsnaam voordat u wijzigingen aanbrengt. Sla de sjabloon op met de bestandsnaamextensie *.dotx.
Wijzig de oorspronkelijke sjabloon door objecten toe te voegen of te verwijderen, en door de eigenschappen van de objecten te wijzigen, zoals is beschreven in het gedeelte 18.2 Objecten in het rapport beheren.
Sla de nieuwe infraroodrapportsjabloon op. Gebruik hierbij de bestandsnaamextensie *.dotx.
Een rapportsjabloon maken op basis van een lege Microsoft Word-sjabloon
Start Microsoft Word, maar zorg dat alle infraroodrapporten gesloten zijn.
Klik op het tabblad Bestand op Nieuw.
Selecteer onder Beschikbare sjablonen de optie Mijn sjablonen.
Selecteer op het tabblad Persoonlijke sjablonen de optie Leeg document. Selecteer onder Nieuwe maken de optie Sjabloon.
Klik op OK.
Maak uw rapportsjabloon door objecten toe te voegen of te verwijderen, en door de eigenschappen van de objecten te wijzigen, zoals is beschreven in het gedeelte 18.2 Objecten in het rapport beheren.
Sla de nieuwe infraroodrapportsjabloon op. Gebruik hierbij de bestandsnaamextensie *.dotx.
18.2 Objecten in het rapport beheren
- IR Viewer-object.
- Digitale foto-object.
- IR-profielobject.
- IR-histogramobject.
- IR-trendingobject.
- Veldobject.
- Tabelobject.
- Overzichtstabelobject.
18.2.1 Objecten invoegen
18.2.1.1 IR Viewer-objecten en digitale foto-objecten
IR Viewer-objecten en digitale foto-objecten invoegen
Plaats de cursor op uw sjabloonpagina op de positie waar u het IR Viewer-object of het digitale foto-object wilt weergeven. De tijdelijke aanduidingen worden ingevoegd achter en onder de cursor.
Klik op het tabblad FLIR Tools+ op
(voor een IR Viewer-object) of op
(voor een digitale foto-object). Op de pagina wordt nu een tijdelijke aanduiding weergegeven. Open geen infraroodbeelden
of foto's terwijl u een sjabloon maakt.
18.2.1.2 IR-profielobjecten
IR-profielobjecten invoegen
Plaats de cursor op uw sjabloonpagina op de positie waar u het IR-profielobject wilt weergeven. Het object wordt ingevoegd achter en onder de cursor.
Klik op het tabblad FLIR Tools+ op
. Op de pagina wordt nu een leeg object weergegeven.
18.2.1.3 IR-histogramobjecten
IR-histogramobjecten invoegen
Plaats de cursor op uw sjabloonpagina op de positie waar u het IR-histogramobject wilt weergeven. Het object wordt ingevoegd achter en onder de cursor.
Klik op het tabblad FLIR Tools+ op
. Op de pagina wordt nu een leeg object weergegeven.
18.2.1.4 IR-trendingobjecten
IR-trendingobjecten invoegen
Plaats de cursor op uw sjabloonpagina op de positie waar u het IR-trendingobject wilt weergeven. Het object wordt ingevoegd achter en onder de cursor.
Klik op het tabblad FLIR Tools+ op
. Op de pagina wordt nu een leeg object weergegeven en het dialoogvenster Trending-instellingen wordt geopend (als het dialoogvenster niet wordt geopend, klikt u met de rechtermuisknop op het object en kiest u Instellingen).

Doe op het tabblad Verbinden het volgende:
- Geef een parameter op voor de Y-as. Hiertoe klikt u op Toevoegen en selecteert u een label en waarde in respectievelijk het linkerdeelvenster en rechterdeelvenster.
- Geef een parameter op voor de X-as: Tijd, Volgnummer afbeelding of Tekstcommentaar.
Doe op het tabblad Algemeen het volgende:
- Selecteer onder Algemeen opties voor de weergave van het IR-trendingobject.
- Selecteer onder Trendbereik welke beelden moeten worden opgenomen in het IR-trendingobject.
- Typ in het tekstvak Drempel een waarde waarmee een horizontale basislijn wordt weergegeven in het IR-trendingobject.
Doe op het tabblad Indicatie het volgende:
- Selecteer onder Voorspelling het aantal perioden in de toekomst en in het verleden waarvoor het algoritme een mogelijke trend weergeeft.
- Selecteer onder Trend/Regressietype het algoritme dat u wilt gebruiken.
Selecteer op het tabblad Kleur de kleuren voor diverse items in het IR-trendingobject.
Selecteer op het tabblad Lijn de kleuren en lijntypen voor de lijnen die worden weergegeven in het IR-trendingobject.
Klik op OK.
18.2.1.5 Veldobjecten
Veldobjecten invoegen
Plaats de cursor op uw sjabloonpagina op de positie waar u het veldobject wilt weergeven. Het object wordt ingevoegd achter en onder de cursor.
Als op de pagina meerdere IR Viewer-objecten staan, wordt het dialoogvenster IR-afbeelding selecteren weergegeven. Selecteer aan welk IR Viewer-object het veldobject moet worden gekoppeld en klik op OK.

Als op de pagina slechts één IR Viewer-object staat, wordt het veldobject automatisch gekoppeld aan dat IR Viewer-object.
Klik op het tabblad FLIR Tools+ op
. Het dialoogvenster Veldinhoud wordt geopend.

Selecteer de waarden voor Afbeelding of Objectparameters die u wilt weergeven in het veldobject.
Klik op OK.
Het veldobject met de geselecteerde inhoud wordt nu op de pagina weergegeven.
18.2.1.6 Tabelobjecten
Tabelobjecten invoegen
Plaats de cursor op uw sjabloonpagina op de positie waar u het tabelobject wilt weergeven. Het object wordt ingevoegd achter en onder de cursor.
Klik op het tabblad FLIR Tools+ op
. Het dialoogvenster Inhoud tabel wordt weergegeven.

Doe het volgende voor elk item dat u in de tabel wilt opnemen:
- Selecteer in het linkerdeelvenster van het gebied Tabelitems een Object.
- Selecteer in het rechterdeelvenster van het gebied Tabelitems de Waarden die u wilt weergeven in het tabelobject.
In het gebied Voorbeeld wordt een structuurvoorbeeld van de tabel weergegeven. Hierin kunt u het volgende doen:
- U kunt het label van een tabelitem bewerken door op het item te dubbelklikken en een nieuw label te typen.
- U kunt een item verwijderen uit de tabel door op het item te klikken en vervolgens op Verwijderen te klikken.
- U kunt de volgorde van de tabelitems wijzigen door op een item te klikken en vervolgens op Omhoog verplaatsen of Omlaag verplaatsen te klikken.
Klik op OK.
Het tabelobject met de geselecteerde inhoud wordt nu op de pagina weergegeven.
18.2.1.7 Overzichtstabelobjecten
Overzichtstabelobjecten invoegen
Plaats de cursor op uw sjabloonpagina op de positie waar u het overzichtstabelobject wilt weergeven. Het object wordt ingevoegd achter en onder de cursor.
Klik op het tabblad FLIR Tools+ op
. Het dialoogvenster Overzichtstabel wordt geopend.

Doe het volgende voor elk item dat u in de overzichtstabel wilt opnemen:
- Selecteer in het linkerdeelvenster van het gebied Kolommen een object.
- Selecteer in het rechterdeelvenster van het gebied Kolommen de waarde die u wilt weergeven in het tabelobject.
In het gebied Voorbeeld wordt een structuurvoorbeeld weergegeven van de overzichtstabel.
U kunt het label van een item bewerken door op het item te dubbelklikken in het gebied Voorbeeld en een nieuw label te typen.
Klik op OK.
Het overzichtstabelobject met de geselecteerde inhoud wordt nu op de pagina weergegeven.
18.2.2 Objecten koppelen
Objecten koppelen
Selecteer het IR-profielobject op de pagina.
Klik op het tabblad FLIR Tools+ op
. Het dialoogvenster IR-afbeelding selecteren wordt geopend.

Selecteer het IR Viewer-object waaraan u het IR-profielobject wilt koppelen.
Klik op OK.
18.2.3 De afmetingen van objecten wijzigen
De afmetingen van infraroodobjecten wijzigen
Selecteer op uw sjabloonpagina een IR Viewer-, digitale foto-, IR-profiel-, IR-histogram- of IR-trendingobject.
U wijzigt de afmetingen van het object door een van de grepen te verslepen.
De afmetingen van tabel- en overzichtstabelobjecten wijzigen
Selecteer op uw sjabloonpagina een tabelobject of overzichtstabelobject.
Selecteer op het contextuele tabblad Microsoft Word de optie Tabelhulpmiddelen, selecteer het tabblad Lay-out en gebruik de regelaars om de afmetingen van de tabel te wijzigen.
18.2.4 Objecten verwijderen
Infraroodobjecten verwijderen
Selecteer op uw sjabloonpagina een IR Viewer-, digitale foto-, IR-profiel-, IR-histogram- of IR-trendingobject.
Klik op
om het object te verwijderen.
Tabel- en overzichtstabelobjecten verwijderen
Selecteer op uw sjabloonpagina een tabelobject of overzichtstabelobject.
Selecteer op het contextuele tabblad Microsoft Word de optie Tabelhulpmiddelen en selecteer het tabblad Lay-out. Klik op de knop Verwijderen en selecteer Tabel verwijderen.
Veldobjecten verwijderen
Plaats de cursor links naast het veldobject op uw sjabloonpagina en klik eenmaal met de muis. Het hele veldobject wordt nu geselecteerd.
Druk op het toetsenbord tweemaal op de Delete-toets.
18.2.5 Meethulpmiddelen voor IR Viewer
- Een isotherm invoegen boven een temperatuurniveau. Hiermee wijst u een vooraf bepaalde kleur toe aan alle temperaturen in een beeld die hoger zijn dan een bepaald temperatuurniveau.
- Een isotherm invoegen onder een temperatuurniveau. Hiermee wijst u een vooraf bepaalde kleur toe aan alle temperaturen in een beeld die lager zijn dan een bepaald temperatuurniveau.
- Een isothermkleur instellen die wordt weergegeven wanneer de camera een gebied opmerkt waar wellicht een risico op vochtigheid in het gebouw bestaat (vochtalarm).
- Een isothermkleur instellen die wordt weergegeven wanneer de camera een mogelijk isolatiedefect in een muur opmerkt (isolatiealarm).
- Een isotherm invoegen tussen twee temperatuurniveaus. Hiermee wijst u een vooraf bepaalde kleur toe aan alle temperaturen in een beeld die tussen twee bepaalde temperatuurniveaus liggen.
18.2.5.1 De meethulpmiddelen beheren
Een meethulpmiddel selecteren in het beeld
U hebt de volgende opties:
- Klik op het hulpmiddel om één hulpmiddel te selecteren.
- Druk op de Tab-toets om opvolgende hulpmiddelen in één richting te selecteren.
- Drukt op Shift + Tab om opvolgende hulpmiddelen in de andere richting te selecteren.
- Houd de Shift-toets ingedrukt en klik op de hulpmiddelen om meerdere hulpmiddelen te selecteren.
- Selecteer het IR Viewer-object en druk op A om alle hulpmiddelen te selecteren.
- Klik op
en teken een rechthoek om de hulpmiddelen die u wilt selecteren om één of meerdere hulpmiddelen te selecteren.
Een meethulpmiddel verplaatsen
U hebt de volgende opties:
- Druk op de pijltoetsen om het hulpmiddel te verplaatsen.
- Gebruik de muis om het hulpmiddel te verplaatsen.
Meethulpmiddelen klonen
U kunt een hulpmiddel klonen door de Ctrl-toets ingedrukt te houden terwijl u het hulpmiddel verplaatst. Er wordt dan een kloon van het hulpmiddel gemaakt.
Meethulpmiddelen verwijderen
Ga op een van de volgende manieren te werk om een hulpmiddel te verwijderen:
- Selecteer het hulpmiddel en druk op de Delete-toets.
- Selecteer het hulpmiddel, klik met de rechtermuisknop en kies Verwijderen.
18.2.5.2 Het rasterhulpmiddel gebruiken
Het rasterhulpmiddel gebruiken
Selecteer een IR Viewer-object.
Klik op
om de rasterlijnen in te schakelen.
Klik op het IR Viewer-object buiten het raster (bijvoorbeeld vlakbij de temperatuurschaal) om de werkbalk van het IR Viewer-object weer te geven.
Als u een lijn wilt gebruiken als referentie, klikt u op de werkbalk van het IR Viewer-object op
en plaatst u een lijn in het beeld.
Klik met de rechtermuisknop op het IR Viewer-object en selecteer Instellingen in het snelmenu.
Het dialoogvenster Afbeeldingsinstellingen wordt geopend. Klik op het tabblad Rasterinstellingen.

Stel de rasterafmetingen in op de gewenste waarde.
Klik op een van de optieknoppen en voer een van de volgende handelingen uit:
- Voer waarden in voor de afstand en het gezichtsveld.
- Selecteer een lijn in de keuzelijst en geef de lengte van de lijn op.
Klik op OK.
Selecteer
op de werkbalk van het IR Viewer-object en verplaats het raster naar de gewenste positie. U wilt bijvoorbeeld het raster
uitlijnen met bepaalde structuren in het beeld, relevante gebieden, enz.
U kunt het raster vastzetten ten opzichte van het beeld door het selectievakje Rasterpositie vastzetten op het tabblad Rasterinstellingen aan te vinken en vervolgens op OK te klikken.
18.2.6 Formules
18.2.6.1 Algemeen
18.2.6.2 Een eenvoudige formule maken
Een formule maken die het verschil tussen twee punten berekent
Voeg in uw document een IR Viewer-object in.
Plaats twee punten in het beeld.
Klik met de rechtermuisknop op het IR Viewer-object en selecteer Formules. Hiermee opent u het dialoogvenster Formule.

Klik op Toevoegen om een dialoogvenster weer te geven waarin u uw nieuwe formule definieert.

Doe het volgende:
- Klik op
om een dialoogvenster weer te geven. - Klik in de linkerlijst op Sp2.
- Klik op OK om het dialoogvenster te sluiten.
Klik op de minknop om een wiskundige operator voor aftrekken toe te voegen.
Doe het volgende:
- Klik op
om een dialoogvenster weer te geven. - Klik in de linkerlijst op Sp1.
- Klik op OK om het dialoogvenster te sluiten.
In het dialoogvenster Formule wordt nu uw formule weergegeven met de FLIR Systems-syntaxis:

Klik op OK om het dialoogvenster Formule te sluiten.
Klik op Sluiten.
Plaats de cursor onder het IR Viewer-object en voeg een tabelobject in. Het dialoogvenster Inhoud tabel wordt geopend.
Doe het volgende:
- Dubbelklik in het linkerdeelvenster van het gebied Tabelitems op Formule en selecteer de formule die u hebt gemaakt. Formules worden aangeduid met het voorvoegsel Fo.
- Schakel in het rechterdeelvenster van het gebied Tabelitems het selectievakje Waarden in.In het gebied Voorbeeld wordt een structuurvoorbeeld van de tabel weergegeven.
- Klik op OK.
Het resultaat van de formule wordt nu weergegeven in uw tabelobject.
18.2.6.3 Een voorwaardelijke formule maken
Een voorwaardelijke formule met de IF-instructie maken
Herhaal stap 1 t/m 10 van de procedure in het gedeelte 18.2.6.2 Een eenvoudige formule maken.
Klik met de rechtermuisknop op het IR Viewer-object en selecteer Formules.
Doe het volgende:
- Klik op Toevoegen om een dialoogvenster weer te geven waarin u uw nieuwe formule definieert.
- Klik op de IF-knop om een nieuw dialoogvenster te openen.
U gaat nu een voorwaardelijke formule definiëren waarmee het resultaat van de formule Fo1 in de kleur rood wordt weergegeven als de waarde hoger is dan 2,0 graden, en in de kleur groen wordt weergegeven als de waarde lager is dan 2,0 graden.
Doe het volgende:
- Klik rechts van het tekstvak Logical test op
, selecteer Fo1 in de keuzelijst aan de linkerzijde en klik op OK. - Typ in het tekstvak Logische test de waarde >2.0. Dit is de voorwaarde.
- Klik rechts van het tekstvak Logical test op
, selecteer Fo1 in de keuzelijst aan de linkerzijde en klik op OK. - Klik rechts van het tekstvak Standaardkleur op Waarde indien waar en selecteer rood.
- Klik rechts van het tekstvak Logical test op
, selecteer Fo1 in de keuzelijst aan de linkerzijde en klik op OK. - Klik rechts van het tekstvak Standaardkleur op Waarde indien onwaar en selecteer groen.

- Klik op OK om het dialoogvenster te sluiten.
In het dialoogvenster Formule ziet u vervolgens de volledige voorwaardelijke formule. Met de twee codereeksen van 10 cijfers na het gelijkteken (=) wordt de kleur aangegeven.

Klik op OK om het dialoogvenster Formule te sluiten.
Klik op Sluiten.
Plaats de cursor onder het IR Viewer-object. Klik op het tabblad FLIR Tools+ op
. Het dialoogvenster Veldinhoud wordt geopend.
Doe het volgende:
- Klik in het linkerdeelvenster op de voorwaardelijke formule die u hebt gemaakt.
- Klik op OK.
Onder uw beeld wordt nu een veldobject ingevoegd en het resultaat van de formule Fo1 wordt weergegeven in rood of groen, afhankelijk van de gemeten waarden van de twee spotmeters.
18.2.7 Samenvoegen van beelden
18.2.7.1 Algemeen
18.2.7.2 Procedure voor het samenvoegen van beelden
Een infraroodbeeld samenvoegen met een visueel beeld
Voeg een IR Viewer-object in.
Open het dialoogvenster Afbeeldingsfusie door een van de volgende handelingen uit te voeren:
- Klik op de werkbalk van het IR Viewer-object op
. - Klik met de rechtermuisknop op het IR Viewer-object en selecteer Afbeeldingsfusie in het snelmenu.

Klik op IR-afbeelding openen en selecteer een infraroodbeeld.
Klik op Foto openen en selecteer de bijbehorende digitale foto.
Definieer in het infraroodbeeld de relevante posities door de drie referentiedradenkruizen naar deze posities te verplaatsen.
Verplaats in de digitale foto de drie referentiedradenkruizen naar de bijbehorende posities.
Selecteer het type technologie voor het samenvoegen van beelden:
- Selecteer Interval om één temperatuurinterval te gebruiken voor het infraroodbeeld en om de digitale foto te gebruiken voor lagere en hogere temperaturen. Voer de gewenste temperatuurwaarden in de bijbehorende tekstvakken in. U kunt de temperatuurniveaus aanpassen door de schuiven in het IR Viewer-object te verslepen nadat u het dialoogvenster hebt gesloten.
- Selecteer Combineren om een gemengde beeld weer te geven waarin een mix wordt gebruikt van infraroodpixels en pixels van een digitale foto. U kunt de mengniveaus aanpassen door de schuiven in het IR Viewer-object te verslepen nadat u het dialoogvenster hebt gesloten.
- Selecteer Beeld-in-beeld om een deel van een digitale foto weer te geven in een infraroodbeeld. In het IR Viewer-object kunt u vervolgens de PiP verplaatsen en de afmetingen wijzigen om het door u gewenste detailniveau in uw rapport weer te geven.
- Selecteer MSX: om het contrast in het infraroodbeeld te verhogen. Met de MSX-samenvoegingstechnologie worden details van een digitale camera op het infraroodbeeld gedrukt, waardoor het infraroodbeeld scherper is en er sneller kan worden gericht op het doel.
Klik op OK om het samengevoegde beeld weer te geven.
In het IR Viewer-object kunt u de exacte positie van de digitale foto in het samengevoegde beeld aanpassen door een of meer van de volgende handelingen uit te voeren:
- Gebruik de pijltoetsen op uw toetsenbord om de digitale foto met stappen van 1 pixel omhoog/omlaag of naar links/rechts te verplaatsen.
- Gebruik de toetsen Page Up en Page Down op uw toetsenbord om de digitale foto rechtsom/linksom te draaien in stappen van 1°.
In het IR Viewer-object kunt u het samenvoegen van beelden regelen met de schuif aan de onderzijde van het IR Viewer-object.
Schuif voor het regelen van het samenvoegen van beelden met de instelling Interval:
![]()
Schuif voor het regelen van het samenvoegen van beelden met de instelling Combineren:
![]()
Schuif voor het regelen van het samenvoegen van beelden met de instelling Dynamische beeldbewerking met meerdere spectra (MSX):
![]()
Sleep de schuif naar links of rechts om het infraroodbeeld samen te voegen met de digitale foto. U kunt ook een van de volgende snelle manieren gebruiken:
- U kunt naar de volledige infraroodbeeld of de volledige digitale foto gaan door te dubbelklikken op het betreffende pictogram aan het linker- of rechteruiteinde van de meter.
- U kunt de schuif centreren op de meter door met de rechtermuisknop op de meter te klikken.
- U kunt de schuif verplaatsen naar een specifieke positie op de meter door op de meter te dubbelklikken op die positie.
- U kunt de schuif in kleine stappen naar links of naar rechts verplaatsen door op de meter links of rechts van de schuif te klikken.
18.3 Documenteigenschappen
18.3.1 Algemeen
18.3.2 Typen documenteigenschappen
- Beknopte documenteigenschappen.
- Aangepaste documenteigenschappen.
18.3.3 Microsoft Word-documenteigenschappen maken en bewerken
Documenteigenschappen maken en bewerken
Start Microsoft Word en open een van uw infraroodrapportsjablonen (*.dotx). U kunt de rapportsjablonen die bij FLIR Tools+ geleverd zijn zoeken door het volgende pad in te voeren:
C:\Documents and Settings\[uw gebruikersnaam]\Application Data\Microsoft\Templates\IR
Klik op het tabblad Bestand op Info.
Selecteer in het menu Eigenschappen het menu-item Geavanceerde eigenschappen.
Voer op het tabblad Beknopt uw informatie in in de betreffende tekstvakken.
Klik op het tabblad Aangepast.
Als u een aangepaste eigenschap wilt toevoegen, typt u een naam in het veld Naam. Als u uw aangepaste eigenschappen makkelijk vindbaar wilt maken, kunt u een underscore ( _ ) typen als het eerste teken in de naam van de eigenschap.
Geef het type van de eigenschap op in het veld Type.
U kunt de waarde van de eigenschap opgeven in het veld Waarde.
Klik op Toevoegen om de aangepaste eigenschap toe te voegen aan de lijst met eigenschappen en klik vervolgens op OK.
Sla de infraroodrapportsjabloon op onder een andere bestandsnaam, maar met dezelfde bestandsnaamextensie (*.dotx). U hebt nu beknopte en aangepaste eigenschappen toegevoegd aan uw hernoemde infraroodrapportsjabloon.
18.3.4 De prefix voor een rapporteigenschap wijzigen
18.3.4.1 Algemeen
18.3.4.2 Procedure
Volg deze procedure:
Start Microsoft Word en open een van uw infraroodrapportsjablonen (*.dotx). U kunt de rapportsjablonen die bij FLIR Tools+ geleverd zijn zoeken door het volgende pad in te voeren:
C:\Documents and Settings\[uw gebruikersnaam]\Application Data\Microsoft\Templates\IR
Klik op het tabblad Bestand op Info.
Selecteer in het menu Eigenschappen het menu-item Geavanceerde eigenschappen.
Voer op het tabblad Beknopt uw informatie in in de betreffende tekstvakken.
Klik op het tabblad Aangepast.
Selecteer onder Properties FLIR_ReportPropertyPrefix.
Onder Value voert u het voorvoegsel in dat u wilt gebruiken voor uw aangepaste rapporteigenschappen.
Sla het rapportsjabloon op als een *.dotx-bestand.
18.3.5 Een Microsoft Word-veld maken en koppelen aan een documenteigenschap
Een Microsoft Word-veld maken en koppelen
Plaats in uw infraroodrapport of rapportsjabloon de cursor op de positie waar u het veld wilt invoegen.
Klik op het tabblad Invoegen op Snelonderdelen en selecteer Veld.
Selecteer in het vak Veldnamen de optie DocProperty.
Selecteer een eigenschap in het vak Eigenschap.
Klik op OK.
18.4 Softwarereferenties
18.4.1 Tabblad FLIR Tools+
18.4.1.1 Submenu FLIR
18.4.2 IR Viewer-object
18.4.2.1 Algemeen
18.4.2.1.1 IR Viewer-object met infraroodbeeld

- Infraroodbeeld.
- Temperatuurschaal.
- Schuiven voor het aanpassen van het niveau en bereik. U kunt een beeld automatisch aanpassen voor optimale helderheid en contrast door met de rechtermuisknop op een van de schuiven te klikken. U kunt beide schuiven gelijktijdig bewegen door de Shift-toets ingedrukt te houden en een van de schuiven te bewegen.
- Hiermee wordt aangegeven dat het beeldbestand spraakcommentaar bevat. Klik om het spraakcommentaar te beluisteren.
- Hiermee wordt aangegeven dat het beeldbestand tekstcommentaar bevat. Klik om het tekstcommentaar weer te geven.
- Hiermee wordt aangegeven dat het beeldbestand ingesloten GPS-gegevens bevat. Klik op de aardbol om de positie weer te geven op een kaart.
- U kunt naar de volledige infraroodbeeld of de volledige digitale foto gaan door te dubbelklikken op het betreffende pictogram aan het linker- of rechteruiteinde van de meter.
- U kunt de schuif centreren op de meter door met de rechtermuisknop op de meter te klikken.
- U kunt de schuif verplaatsen naar een specifieke positie op de meter door op de meter te dubbelklikken op die positie.
- U kunt de schuif in kleine stappen naar links of naar rechts verplaatsen door op de meter links of rechts van de schuif te klikken.
18.4.2.1.2 IR Viewer-object met een sequentiebestand

- Infraroodsequentie.
- Temperatuurschaal.
- Regelknoppen voor het afspelen van het sequentiebestand.
- Schuiven voor het aanpassen van schaallimieten.
- Voortgangsindicator.
- Hiermee wordt aangegeven dat het beeldbestand ingesloten GPS-gegevens bevat. Klik op de aardbol om de positie weer te geven op een kaart.
18.4.2.2 Snelmenu van IR Viewer

18.4.2.3 Werkbalk IR Viewer
- Een isotherm invoegen boven een temperatuurniveau. Hiermee wijst u een vooraf bepaalde kleur toe aan alle temperaturen in een beeld die hoger zijn dan een bepaald temperatuurniveau.
- Een isotherm invoegen onder een temperatuurniveau. Hiermee wijst u een vooraf bepaalde kleur toe aan alle temperaturen in een beeld die lager zijn dan een bepaald temperatuurniveau.
- Een isothermkleur instellen die wordt weergegeven wanneer de camera een gebied opmerkt waar wellicht een risico op vochtigheid in het gebouw bestaat (vochtalarm).
- Een isothermkleur instellen die wordt weergegeven wanneer de camera een mogelijk isolatiedefect in een muur opmerkt (isolatiealarm).
- Een isotherm invoegen tussen twee temperatuurniveaus. Hiermee wijst u een vooraf bepaalde kleur toe aan alle temperaturen in een beeld die tussen twee bepaalde temperatuurniveaus liggen.
18.4.2.4 Snelmenu hulpmiddelen IR Viewer
18.4.3 Digitale foto-object
18.4.3.1 Algemeen

18.4.3.2 Snelmenu van digitale foto-object
18.4.4 IR-profielobject
18.4.4.1 Algemeen

18.4.4.2 Snelmenu van IR-profielobject

18.4.4.3 Werkbalk van IR-profiel
18.4.5 IR-histogramobject
18.4.5.1 Algemeen

18.4.5.2 Snelmenu van IR-histogramobject

18.4.5.3 Werkbalk van IR-histogram
18.4.6 IR-trendingobject
18.4.6.1 Algemeen

18.4.6.2 Snelmenu van IR-trendingobject

18.4.6.3 Werkbalk van IR-trending
18.4.7 Veldobject
18.4.7.1 Algemeen
18.4.7.2 Snelmenu van veldobject

18.4.8 Tabelobject
18.4.8.1 Algemeen

18.4.8.2 Snelmenu tabelobject

18.4.9 Overzichtstabelobject
18.4.9.1 Algemeen

18.4.9.2 Snelmenu van overzichtstabelobject

18.4.10 FLIR Tools+-dialoogvensters
18.4.10.1 Dialoogvenster Snel invoegen

18.4.10.1.1 Dialoogvenster Snel invoegen aanpassen

18.4.10.2 Dialoogvenster Afbeeldingsinstellingen
18.4.10.2.1 Tabblad Kleuren

18.4.10.2.1.1 Dialoogvenster Geavanceerde kleurinstellingen

18.4.10.2.2 Tabblad Isotermen

18.4.10.2.2.1 Tabblad Isotermen met een vochtalarm

18.4.10.2.2.2 Tabblad Isotermen met een isolatiealarm

18.4.10.2.3 Tabblad Commentaren

18.4.10.2.4 Tabblad Objectparameters

18.4.10.2.4.1 Dialoogvenster Meer objectparameters

18.4.10.2.5 Tabblad Voorkeuren

18.4.10.2.6 Tabblad Rasterinstellingen

18.4.10.3 Dialoogvenster Meetinstellingen
18.4.10.3.1 Tabblad Algemeen

18.4.10.3.2 Tabblad Objectparameters

18.4.10.3.3 Tabblad Grootte/positie

18.4.10.4 Dialoogvenster Profielinstellingen
18.4.10.4.1 Tabblad Algemeen

18.4.10.4.2 Tabblad Kleur

18.4.10.4.3 Tabblad Lijnen

18.4.10.5 Dialoogvenster Histograminstellingen
18.4.10.5.1 Tabblad Algemeen

18.4.10.5.2 Tabblad Kleur

18.4.10.5.3 Tabblad Meetobjecten

18.4.10.6 Dialoogvenster Trending-instellingen
18.4.10.6.1 Tabblad Verbinden

18.4.10.6.2 Tabblad Algemeen

18.4.10.6.3 Tabblad Indicatie

18.4.10.6.4 Tabblad Kleur

18.4.10.6.5 Tabblad Lijn

18.4.10.7 Dialoogvenster Afbeeldingsfusie

18.4.10.8 Dialoogvenster Formule

18.5 Ondersteunde bestandsformaten in het IR Viewer-object
- ThermaCAM radiometrisch *.jpg.
- ThermaCAM radiometrisch *.img.
- ThermaCAM radiometrisch 8-bits *.tif.
- ThermaCAM radiometrisch 8-/12-bits *.tif.
- ThermaCAM radiometrisch 12-bits *.tif.
- ThermoTeknix *.tgw.
- ThermoTeknix *.tmw.
- ThermoTeknix *.tlw.
- FLIR Systems radiometrisch *.seq (radiometrische sequentiebestanden).
- FLIR Systems radiometrisch *.csq (radiometrische sequentiebestanden).
19 De camera- en pc-software updaten
19.1 De pc-software updaten
19.1.1 Algemeen
19.1.2 Procedure
- Start FLIR Tools/Tools+.
- Selecteer Help in het menu Zoeken naar updates. Er verschijnt een dialoogvenster.

Figuur 19.1 Dialoogvenster FLIR Tools/Tools+-update (voorbeeldafbeelding)
- Volg de instructies op het scherm.
19.2 De camerafirmware updaten
19.2.1 Algemeen
19.2.2 Procedure
- Sluit uw infraroodcamera aan op een pc.
- Start FLIR Tools/Tools+.
- Selecteer Help in het menu Zoeken naar updates. Er verschijnt een dialoogvenster.

Figuur 19.2 Dialoogvenster camera-updates (voorbeeld).
- Volg de instructies op het scherm.
20 Instellingen wijzigen
20.1 Instellingen voor OptiesFLIR Tools/Tools+
20.1.1 Het dialoogvenster Opties (voor programmabrede opties)
20.1.1.1 Tabblad Opnemen

20.1.1.2 Tabblad Bekijken

20.1.1.3 Tabblad Bibliotheek

20.1.1.4 Tabblad Rapportage

20.1.1.5 Tabblad Eenheden

20.1.1.6 Tabblad Taal

20.1.2 Het dialoogvenster Opties (voor plot-specifieke opties)

20.2 Instellingen voor camera's van de FLIR Kx3- en FLIR Kx5-serie
20.2.1 Algemeen
20.2.2 Het tabblad Algemene instellingen
20.2.2.1 Figuur

20.2.2.2 Uitleg
20.2.3 Het tabblad Gebruikersinterface
20.2.3.1 Figuur

20.2.3.2 Uitleg
- Van toepassing op FLIR Kx5: Om te bepalen welke cameramodi kunnen worden ingesteld met de camera, selecteert de cameramodus. Voor meer informatie over elke cameramodus, zie paragraaf 20.2.4 Uitleg over de verschillende cameramodussen.
- Van toepassing op FLIR Kx3: De camera heeft één cameramodus: Basismodus. Raadpleeg paragraaf 20.2.4.1 voor meer informatie.
- Geen actie, Geen actie: selecteer deze optie om elke functie van de trekker uit te schakelen. Als u de trekker indrukt, gebeurt er niets.
- Geen actie, Beeld bevriezen: als u deze optie selecteert, bevriest de camera het beeld wanneer u de trekker ingedrukt houdt. Het beeld wordt weer live wanneer u de trekker loslaat. Als u de trekker kort indrukt, gebeurt er niets.
- Geen actie, Video opnemen (niet van toepassing voor de FLIR K33 en FLIR K45): Als u deze optie selecteert, begint de camera met opnemen wanneer u de trigger ingedrukt houdt. De opname wordt gestopt wanneer u de trigger loslaat. Er gebeurt niets wanneer u kort op de trigger drukt.
- Beeld opslaan, Geen actie (niet van toepassing voor de FLIR K33): Als u deze optie selecteert, slaat de camera een beeld op wanneer u kort op de trigger drukt. Er gebeurt niets wanneer u de trigger ingedrukt houdt.
- Beeld opslaan, Beeld bevriezen (niet van toepassing voor de FLIR K33): Als u deze optie selecteert, slaat de camera een beeld op wanneer u kort op de trigger drukt en het beeld stilzetten wanneer u de trigger ingedrukt houdt. Het beeld wordt weer live wanneer u de trigger loslaat.
- Beeld opslaan, Video opnemen (niet van toepassing voor de FLIR K33 en FLIR K45): Als u deze optie selecteert, slaat de camera een beeld op wanneer u kort op de trigger drukt en begint de camera met opnemen wanneer u de trigger ingedrukt houdt. De opname wordt gestopt wanneer u de trigger loslaat.
- Opn. aan/uit, Geen actie (niet van toepassing voor de FLIR K33 en FLIR K45): Als u deze optie selecteert, begint de camera met opnemen wanneer u op de trigger drukt en stopt de camera met opnemen wanneer u nog eens op de trigger drukt. Er gebeurt niets wanneer u de trigger ingedrukt houdt.
- Continue opn. (trigger uitgeschakeld) (niet van toepassing voor de FLIR K33 en FLIR K45): Als u deze optie selecteert, begint de camera met een continue video-opname wanneer u de camera inschakelt. De opname kan niet worden gestopt. Er gebeurt niets wanneer u op de trigger drukt.
- Modus automatische versterking: selecteer deze optie om de camera automatisch te laten schakelen tussen het bereik met hoge gevoeligheid en het bereik met lage gevoeligheid, afhankelijk van de scènetemperatuur. Het temperatuurniveau waarbij de camera omschakelt tussen beide modi is 150°C.
- Modus geringe versterking: selecteer deze optie om ervoor te zorgen dat de camera alleen in het bereik met lage gevoeligheid werkt. Het voordeel hiervan is dat de camera geen niet-uniforme correctie (NUC) uitvoert wanneer een object met een temperatuur hoger dan 150 °C de scène binnenkomt. Het nadeel is echter een geringere gevoeligheid en een hogere signaalruis.
- Digital readout only: selecteer deze optie om de warmtegegevens in het beeld alleen weer te geven als temperatuur van de spotmeter. In een modus met automatische verkleuring bij warmte, blijven de verkleuringen aanwezig maar wordt het vaste referentiepictogram voor warmtekleur niet weergegeven.
- Reference bar: in modussen met automatische verkleuring bij warmte wordt een verticale kleurreferentiebalk weergegeven in het warmte-indicatiegebied. Dit vaste pictogram geeft weer hoe warmtekleuren worden toegepast op het bereik van de cameramodus. De kleuren geel, oranje en rood komen overeen met een bepaalde temperatuur; kleuren en tinten veranderen afhankelijk van de temperatuur.
- Temp bar: selecteer deze optie om de temperatuurinformatie in het beeld weer te geven als temperatuurbalk die lijkt op een thermometer. Hierdoor wordt een dynamische verticale temperatuurbalk weergegeven aan de rechterzijde van het beeld. De bovenzijde van de dynamische balk staat voor de temperatuur van de gemeten plaats. In een modus met automatische verkleuring bij warmte, blijven de verkleuringen aanwezig en wordt het vaste referentiepictogram voor warmtekleur weergegeven naast de temperatuurbalk.
20.2.4 Uitleg over de verschillende cameramodussen
20.2.4.1 Basismodus

Figuur 20.1 Basismodus.
- Automatisch bereik.
- Warmte-inkleuring: +150 tot +650 °C.
- Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +150 °C.
- Bereik met lage gevoeligheid: 0 tot +650 °C.
20.2.4.2 Zwart-witbrandblusmodus

Figuur 20.2 Zwart-witbrandblusmodus.
- Automatisch bereik.
- Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +150 °C.
- Bereik met lage gevoeligheid: 0 tot +650 °C.
20.2.4.3 Vuurmodus

Figuur 20.3 Vuurmodus.
- Automatisch bereik.
- Warmte-inkleuring: +250 tot +650 °C.
- Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +150 °C.
- Bereik met lage gevoeligheid: 0 tot +650 °C.
20.2.4.4 Modus Zoeken en redden

Figuur 20.4 Modus Zoeken en redden.
- Alleen beschikbaar met bereik met hoge gevoeligheid.
- Warmte-inkleuring: +100 tot +150°C.
- Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +150 °C.
20.2.4.5 Modus Warmteopsporing

Figuur 20.5 Modus Warmteopsporing.
- Alleen beschikbaar met bereik met hoge gevoeligheid.
- Warmteverkleuring: de 20% hoogste temperaturen in de scène.
- Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +150 °C.
20.3 Instellingen voor camera's van de FLIR Kx-serie
20.3.1 Algemeen
20.3.2 Het tabblad Algemene instellingen
20.3.2.1 Figuur

20.3.2.2 Uitleg
20.3.3 Het tabblad Gebruikersinterface
20.3.3.1 Figuur

20.3.3.2 Uitleg
- Modus automatische versterking: selecteer deze optie om de camera automatisch te laten schakelen tussen het bereik met hoge gevoeligheid en het bereik met lage gevoeligheid, afhankelijk van de scènetemperatuur. Het temperatuurniveau waarbij de camera omschakelt tussen beide modi is +150 °C.
- Modus geringe versterking: Als u deze modus selecteert, werkt de camera alleen in het lage gevoeligheidsbereik. Het voordeel hiervan is dat de camera geen niet-uniforme correctie uitvoert wanneer een object met een hogere temperatuur dan +150 °C binnen het kader komt. Het nadeel is echter een lagere gevoeligheid en een hoger ruisniveau.
20.3.4 Uitleg over de verschillende cameramodussen
20.3.4.1 Basismodus

Figuur 20.6 Basismodus.
- Automatisch bereik.
- Warmteverkleuring: +150 tot +500 °C.
- Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +150°C
- Bereik met lage gevoeligheid: 0 tot +500 °C.
20.3.4.2 Zwart-witbrandblusmodus

Figuur 20.7 Zwart-witbrandblusmodus.
- Automatisch bereik.
- Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +150°C
- Bereik met lage gevoeligheid: 0 tot +500 °C.
20.3.4.3 Vuurmodus

Figuur 20.8 Vuurmodus.
- Automatisch bereik.
- Warmteverkleuring: +250 tot +500 °C.
- Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +150°C
- Bereik met lage gevoeligheid: 0 tot +500 °C.
20.3.4.4 Modus Zoeken en redden

Figuur 20.9 Modus Zoeken en redden.
- Alleen beschikbaar met bereik met hoge gevoeligheid.
- Warmteverkleuring: +100 tot +150°C
- Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +150°C
20.3.4.5 Modus Warmteopsporing

Figuur 20.10 Modus Warmteopsporing.
- Alleen beschikbaar met bereik met hoge gevoeligheid.
- Warmteverkleuring: de 20% hoogste temperaturen in de scène.
- Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +150°C
20.3.4.6 Modus koude-opsporing

Figuur 20.11 Modus koude-opsporing.
- Alleen beschikbaar met bereik met hoge gevoeligheid.
- Kou-inkleuring: de 20% laagste temperaturen in de scène.
- Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +150°C
20.3.4.7 Modus bouwanalyse

Figuur 20.12 Modus bouwanalyse.
21 Ondersteunde bestandsformaten
21.1 Algemeen
21.2 Radiometrische bestandsformaten
- FLIR Systems radiometrisch *.jpg.
- FLIR Systems radiometrisch *.img.
- FLIR Systems radiometrisch *.fff.
- FLIR Systems radiometrisch *.seq (video files).
- FLIR Systems radiometrisch *.csq (video files).
21.3 Niet-radiometrische bestandsformaten
- *.jpg.
- *.mp4 (videobestanden).
- *.avi (videobestanden).
- *.pdf (rapporten en beeldbladen).
- *.docx (als rapporten).
22 Over FLIR Systems
- Extech Instruments (2007)
- Ifara Tecnologías (2008)
- Salvador Imaging (2009)
- OmniTech Partners (2009)
- Directed Perception (2009)
- Raymarine (2010)
- ICx Technologies (2010)
- TackTick Marine Digital Instruments (2011)
- Aerius Photonics (2011)
- Lorex Technology (2012)
- Traficon (2012)
- MARSS (2013)
- DigitalOptics divisie micro-optiek (2013)
- DVTEL (2015)
- Point Grey Research (2016)
- Prox Dynamics (2016)

Figuur 22.1 Patent documenten van begin jaren zestig
22.1 Meer dan zomaar een infraroodcamera
22.2 Verspreiden van onze kennis
22.3 Het ondersteunen van onze klanten
23 Definities en wetgeving
|
Term |
Definitie |
|---|---|
|
Absorptie en emissie1
|
De capaciteit of het vermogen van een object om incidentele stralingsenergie te absorberen is altijd gelijk aan het vermogen
om zijn eigen energie als straling uit te zenden
|
|
Behoud van energie2
|
De som van de totale energie in een gesloten systeem is constant
|
|
Convectie
|
Een warmteoverdrachtmodus waarbij een vloeistof in beweging wordt gebracht, door zwaartekracht of een andere kracht, en
warmte van de ene naar de andere plaats overdraagt
|
|
Diagnose
|
Onderzoek van symptomen en syndromen om de aard van storingen of defecten te bepalen3
|
|
Emissiegraad
|
Verhouding tussen de kracht van de straling van werkelijke objecten, en de kracht van de straling van een blackbody met dezelfde
temperatuur en dezelfde golflengte4
|
|
Geleiding
|
Directe overdracht van thermische energie van molecuul op molecuul, veroorzaakt door botsingen van de moleculen
|
|
Gereflecteerde gevoelstemperatuur
|
De schijnbare temperatuur van de omgeving, die door het doel wordt gereflecteerd in de IR-camera5
|
|
Incidentele straling
|
Straling die op een object valt, afkomstig uit de omgeving van het object
|
|
IR-warmtebeeldvorming
|
Proces van acquisitie en analyse van thermische informatie door middel van contactloze warmtebeeldapparatuur
|
|
Isotherm
|
Vervangt bepaalde kleuren in de schaal door een contrasterende kleur. Markeert een interval van gelijke schijnbare temperatuur6
|
|
Kleurpalet
|
Wijst verschillende kleuren toe om specifieke niveaus van schijnbare temperaturen aan te geven. Kleurpaletten kunnen een hoog
of laag contrast hebben, afhankelijk van de gebruikte kleuren
|
|
Kwalitatieve warmtebeeldvorming
|
Warmtebeeldvorming die vertrouwt op de analyse van thermische patronen voor het bepalen van het bestaan en de locatie van
afwijkingen7
|
|
Kwantitatieve warmtebeeldvorming
|
Warmtebeeldvorming die gebruikmaakt van temperatuurmeting om de ernst van een afwijking te bepalen, voor het vaststellen
van reparatieprioriteiten8
|
|
Opgevangen straling
|
straling die de oppervlakte van een object verlaat, ongeacht de oorspronkelijke bron ervan
|
|
Richting van warmtestroom9
|
Warmte stroomt spontaan van warmere naar koudere plaatsen, waardoor thermische energie wordt overdragen van de ene plaats
naar een andere10
|
|
Ruimtelijke resolutie
|
Het vermogen van een IR-camera om kleine objecten of details weer te geven
|
|
Schijnbare temperatuur
|
Ongecompenseerde meetwaarde van een infraroodinstrument, dat alle straling op het instrument omvat, ongeacht de bronnen
van de straling11
|
|
Stralingswarmteoverdracht
|
Warmteoverdracht door de emissie en absorptie van thermische straling
|
|
Temperatuur
|
Meting van de gemiddelde kinetische energie van de moleculen en atomen waaruit de substantie bestaat
|
|
Thermische afstemming
|
Het proces van het plaatsen van de kleuren van het beeld op het geanalyseerde object, voor het maximaliseren van het contrast
|
|
Thermische energie
|
De totale kinetische energie van de moleculen waaruit het object bestaat12
|
|
Thermische gradiënt
|
De geleidelijke temperatuurverandering over afstand13
|
|
Warmte
|
Thermische energie die tussen twee objecten (systemen) wordt overdragen door hun onderlinge temperatuurverschil
|
|
Warmteoverdrachtsverhouding14
|
De warmteoverdracht onder stabiele omstandigheden is evenredig met de thermische geleidendheid van het object, de diameter
van het object waardoorheen de warmte stroomt, en het temperatuurverschil tussen de twee uiteinden van het object. De warmteoverdracht
is omgekeerd evenredig aan de lengte of dikte van het object15
|
24 Thermografische meettechnieken
24.1 Inleiding
- De emissiegraad van het object
- De gereflecteerde gevoelstemperatuur
- De afstand tussen het object en de camera
- De relatieve luchtvochtigheid
- Temperatuur van de atmosfeer
24.2 Emissiegraad
24.2.1 De emissiegraad van een proef bepalen
24.2.1.1 Stap 1: Het bepalen van de gereflecteerde gevoelstemperatuur
24.2.1.1.1 Methode 1: Directe methode
- Zoek naar mogelijke reflectiebronnen, in aanmerking genomen dat de hoek van inval = reflectiehoek (a = b).

Figuur 24.1 1 = Reflectiebron
- Als de reflectiebron een puntbron is, past u de bron aan door deze te blokkeren met een stuk karton.

Figuur 24.2 1 = Reflectiebron
- Meet de stralingsintensiteit (= gevoelstemperatuur) vanuit de reflecterende bron. Gebruik de volgende instellingen:
- Emissiegraad: 1.0
- Dobj: 0
U kunt de stralingsintensiteit meten met behulp van een van de twee volgende methoden:
- Een thermokoppel meet geen stralingsintensiteit
- Een thermokoppel vereist een zeer goed thermisch contact met het oppervlak, meestal door de sensor te lijmen en af te dekken met een thermische isolator.
24.2.1.1.2 Methode 2: Reflectormethode
- Maak een prop van een groot stuk aluminiumfolie.
- Strijk de aluminiumfolie weer glad en zet deze vast op een stuk karton van dezelfde grootte.
- Plaats dit karton voor het object dat u wilt gaan meten. Zorg ervoor dat de kant met het aluminiumfolie naar de camera wijst.
- Stel de emissiegraad in op 1,0.
- Meet de gevoelstemperatuur van het aluminiumfolie en noteer deze waarde.

Figuur 24.5 Het meten van de gevoelstemperatuur van het aluminiumfolie.
24.2.1.2 Stap 2: Het bepalen van de emissiegraad
- Selecteer een plaats om de proef neer te zetten.
- Bepaal de gereflecteerde gevoelstemperatuur volgens de voorgaande procedure en stel deze in.
- Plaats een stuk elektrische tape met een bekende hoge emissiegraad op de proef.
- Verhit de proef tot minimaal 20 K boven kamertemperatuur. Het verhitten dient redelijk gelijkmatig plaats te vinden.
- Focus de camera, pas deze automatisch aan en bevries het beeld.
- Stel Niveau en Bereik af voor een beeld met optimale helderheid en contrast.
- Stel de emissiegraad in op die van de tape (meestal 0,97).
- Meet de temperatuur van de tape met behulp van een van de volgende meetfuncties:
- Isotherm (helpt u bij het bepalen van zowel de temperatuur als de gelijkmatigheid waarmee u de proef hebt verhit)
- Punt (eenvoudiger)
- VakGem. (geschikt voor oppervlakken met een variërende emissiegraad).
- Noteer de temperatuur.
- Verplaats uw meetfunctie naar het oppervlak van de proef.
- Wijzig de instelling van de emissiegraad totdat u dezelfde temperatuur afleest als bij uw vorige meting.
- Noteer de emissiegraad.
24.3 Gereflecteerde gevoelstemperatuur
24.4 Afstand
- Dat straling van het object door de atmosfeer tussen het object en de camera wordt geabsorbeerd.
- De straling van de atmosfeer zelf door de camera wordt gedetecteerd.
24.5 Relatieve luchtvochtigheid
24.6 Overige parameters
- Atmosferische temperatuur, dat wil zeggen: de temperatuur van de atmosfeer tussen de camera en het doel
- Temperatuur externe optiek, dat wil zeggen: de temperatuur van alle externe lenzen of vensters die worden gebruikt voor de camera
- Externe optiektransmissie – dat wil zeggen: de transmissie van alle externe lenzen of vensters die worden gebruikt voor de camera
25 Geschiedenis van infraroodtechnologie

Figuur 25.1 Sir William Herschel (1738–1822)

Figuur 25.2 Marsilio Landriani (1746–1815)

Figuur 25.3 Macedonio Melloni (1798–1854)

Figuur 25.4 Samuel P. Langley (1834–1906)
26 Theorie van de thermografie
26.1 Inleiding
26.2 Het elektromagnetische spectrum

Figuur 26.1 Het elektromagnetische spectrum. 1: Röntgen; 2: UV; 3: Zichtbaar; 4: IR; 5: Microgolven; 6: Radiogolven.
26.3 Straling van een blackbody

Figuur 26.2 Gustav Robert Kirchhoff (1824–1887)
26.3.1 De wet van Planck

Figuur 26.3 Max Planck (1858–1947)
|
Wλb
|
Emittantie spectrale radiant van blackbody bij golflengte λ.
|
|
c
|
Snelheid van het licht = 3 × 108 m/s
|
|
h
|
Constante van Planck = 6,6 × 10-34 Joule sec.
|
|
k
|
Constante van Boltzmann = 1,4 × 10-23 Joule/K.
|
|
T
|
Absolute temperatuur (K) van een blackbody.
|
|
λ
|
Golflengte (μm).
|

Figuur 26.4 Emittantie van spectrale radiant van blackbody volgens de wet van Planck, uitgezet voor verschillende absolute temperaturen. 1: Emittantie spectrale radiant (W/cm2 × 103(μm)); 2: Golflengte (μm)
26.3.2 Verschuivingswet van Wien

Figuur 26.5 Wilhelm Wien (1864–1928)

Figuur 26.6 De curven van Planck uitgezet op semi-logschalen van 100 K tot 1000 K. De stippellijn vertegenwoordigt de puntenverzameling van de maximale radiantemittantie bij elke temperatuur zoals beschreven door de verschuivingswet van Wien. 1: Emittantie spectrale radiant (W/cm2 (μm)); 2: Golflengte (μm).
26.3.3 De wet van Stefan-Boltzmann

Figuur 26.7 Josef Stefan (1835–1893) en Ludwig Boltzmann (1844–1906)
26.3.4 Zenders die geen blackbody zijn
- De spectrale absorptie αλ= de verhouding van de spectrale radiantenergie geabsorbeerd door een object ten opzichte van de energie die erop valt.
- De spectrale reflectiecoëfficiënt ρλ = de verhouding van de spectrale radiantenergie gereflecteerd door een object ten opzichte van de energie die erop valt.
- De spectrale transmissie τλ = de verhouding van de spectrale radiantenergie verzonden door een object ten opzichte van de energie die erop valt.
- Een blackbody waarvoor ελ = ε = 1
- Een graybody waarvoor ελ = ε = constant minder dan 1
- Een selectieve radiator, waarvoor ε varieert met de golflengte

Figuur 26.8 Spectrale radiantemittantie van drie soorten radiatoren. 1: Spectrale radiantemittantie; 2: Golflengte; 3: Blackbody; 4: Selectieve radiator; 5: Graybody.

Figuur 26.9 Spectrale emissiegraad van drie soorten radiatoren. 1: Spectrale emissiegraad; 2: Golflengte; 3: Blackbody; 4: Graybody; 5: Selectieve radiator.
26.4 Infrarood semi-transparante materialen
27 De meetformule

Figuur 27.1 Een schematische weergave van de algemene thermografische meetsituatie.1: Omgeving; 2: Object; 3: Atmosfeer; 4: Camera
- Emissie vanuit het object = ετWobj, waarbij ε de emittantie is van het object en τ staat voor de transmissie van de atmosfeer. De objecttemperatuur is Tobj.
- Gereflecteerde emissie van omgevingsbronnen = (1 – ε)τWrefl, waarbij (1 – ε) de reflectiecoëfficiënt is van het object. De omgevingsbronnen hebben de temperatuur Trefl. Aangenomen is dat de temperatuur Trefl gelijk is voor alle stralende oppervlakken binnen de halve bol, gezien vanuit een punt op het oppervlak van het object. Natuurlijk is dat soms een vereenvoudiging van de werkelijkheid. Deze vereenvoudiging is echter noodzakelijk om een werkbare formule te herleiden en er kan, in ieder geval theoretisch, een waarde worden toegekend aan Trefl die een efficiënte temperatuur weergeeft van een complexe omgeving.Merk ook op dat we hebben aangenomen dat de emittantie van de omgeving = 1. Dit is conform de wet van Kirchhoff: alle straling die de omringende oppervlakken raakt, zal uiteindelijk door diezelfde oppervlakken worden geabsorbeerd. Zodoende geldt dat de emittantie = 1. (Merk echter op dat voor dat laatste rekening moet worden gehouden met de complete bol om het object heen.)
- Emissie vanuit de atmosfeer = (1 – τ)τWatm, waarbij (1 – τ) de emittantie van de atmosfeer is. De temperatuur van de atmosfeer is Tatm.
Tabel 27.1 Spanningen
|
Uobj
|
Berekende uitgangsspanning van de camera voor een blackbody met temperatuur Tobj, d.w.z. een spanning die rechtstreeks kan worden omgezet naar de werkelijke gevraagde objecttemperatuur.
|
|
Utot
|
De gemeten uitgangsspanning van de camera voor het betreffende geval.
|
|
Urefl
|
De theoretische uitgangsspanning van de camera voor een blackbody met temperatuur Trefl volgens de kalibratie.
|
|
Uatm
|
De theoretische uitgangsspanning van de camera voor een blackbody met temperatuur Tatm volgens de kalibratie.
|
- de emittantie van het object ε,
- de relatieve vochtigheid,
- Tatm
- de afstand van het object (Dobj)
- de (effectieve) temperatuur van de omgeving van het object of de gereflecteerde omgevingstemperatuur Trefl en
- de temperatuur van de atmosfeer Tatm
- τ = 0,88
- Trefl = +20°C
- Tatm = +20°C

Figuur 27.2 Relatieve grootheden van stralingsbronnen onder diverse meetomstandigheden (SW-camera). 1: Objecttemperatuur; 2: Emittantie; Obj: Objectstraling; Refl: Gereflecteerde straling; Atm: atmosferische straling. Vaste parameters: τ = 0,88; Trefl = 20 °C; Tatm = 20°C.

Figuur 27.3 Relatieve grootheden van stralingsbronnen onder diverse meetomstandigheden (LW-camera). 1: Objecttemperatuur; 2: Emittantie; Obj: Objectstraling; Refl: Gereflecteerde straling; Atm: atmosferische straling. Vaste parameters: τ = 0,88; Trefl = 20 °C; Tatm = 20°C.
28 Tabellen voor emissiegraad
28.1 Referenties
- Mikaél A. Bramson: Infrared Radiation, A Handbook for Applications, Plenum press, N.Y.
- William L. Wolfe, George J. Zissis: The Infrared Handbook, Office of Naval Research, Department of Navy, Washington, D.C.
- Madding, R. P.: Thermographic Instruments and systems. Madison, Wisconsin: University of Wisconsin – Extension, Department of Engineering and Applied Science.
- William L. Wolfe: Handbook of Military Infrared Technology, Office of Naval Research, Department of Navy, Washington, D.C.
- Jones, Smith, Probert: External thermography of buildings..., Proc. of the Society of Photo-Optical Instrumentation Engineers, vol.110, Industrial and Civil Applications of Infrared Technology, June 1977 London.
- Paljak, Pettersson: Thermography of Buildings, Swedish Building Research Institute, Stockholm 1972.
- Vlcek, J: Determination of emissivity with imaging radiometers and some emissivities at λ = 5 µm. Photogrammetric Engineering and Remote Sensing.
- Kern: Evaluation of infrared emission of clouds and ground as measured by weather satellites, Defence Documentation Center, AD 617 417.
- Öhman, Claes: Emittansmätningar med AGEMA E-Box. Teknisk rapport, AGEMA 1999. (Emittance measurements using AGEMA E-Box. Technical report, AGEMA 1999.)
- Matteï, S., Tang-Kwor, E: Emissivity measurements for Nextel Velvet coating 811-21 between –36°C AND 82°C.
- Lohrengel & Todtenhaupt (1996)
- ITC Technical publication 32.
- ITC Technical publication 29.
- Schuster, Norbert and Kolobrodov, Valentin G. Infrarotthermographie. Berlin: Wiley-VCH, 2000.
28.2 Tabellen
Tabel 28.1 T: Totaal spectrum; SW: 2–5 µm; LW: 8–14 µm, LLW: 6.5–20 µm; 1: Materiaal; 2: Specificatie; 3: Temperatuur in °C; 4: Spectrum; 5: Emissiegraad; 6: Referentie
|
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
|---|---|---|---|---|---|
|
3M type 35
|
Elektrische tape van vinyl (meerdere kleuren)
|
< 80
|
LG
|
≈ 0,96
|
13
|
|
3M type 88
|
Zwarte elektrische tape van vinyl
|
< 105
|
LG
|
≈ 0,96
|
13
|
|
3M type 88
|
Zwarte elektrische tape van vinyl
|
< 105
|
MW
|
< 0,96
|
13
|
|
3M type Super 33+
|
Zwarte elektrische tape van vinyl
|
< 80
|
LG
|
≈ 0,96
|
13
|
|
Aarde
|
droog
|
20
|
T
|
0,92
|
2
|
|
Aarde
|
verzadigd met water
|
20
|
T
|
0,95
|
2
|
|
Aluminium
|
blad, 4 monsters, verschillend gekrast
|
70
|
KG
|
0,05-0,08
|
9
|
|
Aluminium
|
blad, 4 monsters, verschillend gekrast
|
70
|
LG
|
0,03-0,06
|
9
|
|
Aluminium
|
folie
|
27
|
10 µm
|
0,04
|
3
|
|
Aluminium
|
folie
|
27
|
3 µm
|
0,09
|
3
|
|
Aluminium
|
geanodiseerd blad
|
100
|
T
|
0,55
|
2
|
|
Aluminium
|
geanodiseerd, lichtgrijs, mat
|
70
|
KG
|
0,61
|
9
|
|
Aluminium
|
geanodiseerd, lichtgrijs, mat
|
70
|
LG
|
0,97
|
9
|
|
Aluminium
|
geanodiseerd, zwart, mat
|
70
|
KG
|
0,67
|
9
|
|
Aluminium
|
geanodiseerd, zwart, mat
|
70
|
LG
|
0,95
|
9
|
|
Aluminium
|
gedompeld in HNO3, plaat
|
100
|
T
|
0,05
|
4
|
|
Aluminium
|
gegoten, gezandstraald
|
70
|
KG
|
0,47
|
9
|
|
Aluminium
|
gegoten, gezandstraald
|
70
|
LG
|
0,46
|
9
|
|
Aluminium
|
geoxideerd, sterk
|
50-500
|
T
|
0,2-0,3
|
1
|
|
Aluminium
|
gepolijst
|
50–100
|
T
|
0,04-0,06
|
1
|
|
Aluminium
|
gepolijst, blad
|
100
|
T
|
0,05
|
2
|
|
Aluminium
|
gepolijste plaat
|
100
|
T
|
0,05
|
4
|
|
Aluminium
|
geruwd
|
27
|
10 µm
|
0,18
|
3
|
|
Aluminium
|
geruwd
|
27
|
3 µm
|
0,28
|
3
|
|
Aluminium
|
opgedampt
|
20
|
T
|
0,04
|
2
|
|
Aluminium
|
ruw oppervlak
|
20-50
|
T
|
0,06-0,07
|
1
|
|
Aluminium
|
verweerd, zwaar
|
17
|
KG
|
0,83-0,94
|
5
|
|
Aluminium
|
zoals ontvangen, blad
|
100
|
T
|
0,09
|
2
|
|
Aluminium
|
zoals ontvangen, plaat
|
100
|
T
|
0,09
|
4
|
|
Aluminiumbrons
|
20
|
T
|
0,60
|
1
|
|
|
Aluminiumhydroxide
|
poeder
|
T
|
0,28
|
1
|
|
|
Aluminiumoxide
|
actief, poeder
|
T
|
0,46
|
1
|
|
|
Aluminiumoxide
|
zuiver, poeder (alumina)
|
T
|
0,16
|
1
|
|
|
Amaril
|
grof
|
80
|
T
|
0,85
|
1
|
|
Asbest
|
bord
|
20
|
T
|
0,96
|
1
|
|
Asbest
|
lei
|
20
|
T
|
0,96
|
1
|
|
Asbest
|
papier
|
40-400
|
T
|
0,93-0,95
|
1
|
|
Asbest
|
poeder
|
T
|
0,40-0,60
|
1
|
|
|
Asbest
|
stof
|
T
|
0,78
|
1
|
|
|
Asbest
|
vloertegel
|
35
|
KG
|
0,94
|
7
|
|
Asfalt
|
4
|
DLG
|
0,967
|
8
|
|
|
Baksteen
|
alumina
|
17
|
KG
|
0,68
|
5
|
|
Baksteen
|
chamottesteen
|
17
|
KG
|
0,68
|
5
|
|
Baksteen
|
Dinas silica, geglazuurd, ruw
|
1100
|
T
|
0,85
|
1
|
|
Baksteen
|
Dinas silica, ongeglazuurd, ruw
|
1000
|
T
|
0,80
|
1
|
|
Baksteen
|
Dinas silica, vuurvast
|
1000
|
T
|
0,66
|
1
|
|
Baksteen
|
gewoon
|
17
|
KG
|
0,86-0,81
|
5
|
|
Baksteen
|
metselwerk
|
35
|
KG
|
0,94
|
7
|
|
Baksteen
|
metselwerk, gepleisterd
|
20
|
T
|
0,94
|
1
|
|
Baksteen
|
rood, gewoon
|
20
|
T
|
0,93
|
2
|
|
Baksteen
|
rood, ruw
|
20
|
T
|
0,88-0,93
|
1
|
|
Baksteen
|
silica, 95% SiO2
|
1230
|
T
|
0,66
|
1
|
|
Baksteen
|
sillimaniet, 33% SiO2, 64% Al2O3
|
1500
|
T
|
0,29
|
1
|
|
Baksteen
|
vuurvast, korund
|
1000
|
T
|
0,46
|
1
|
|
Baksteen
|
vuurvast, magnesiumhoudend
|
1000-1300
|
T
|
0,38
|
1
|
|
Baksteen
|
vuurvast, sterk stralend
|
500-1000
|
T
|
0,8-0,9
|
1
|
|
Baksteen
|
vuurvast, zwak stralend
|
500-1000
|
T
|
0,65-0,75
|
1
|
|
Baksteen
|
vuurvaste klei
|
1000
|
T
|
0,75
|
1
|
|
Baksteen
|
vuurvaste klei
|
1200
|
T
|
0,59
|
1
|
|
Baksteen
|
vuurvaste klei
|
20
|
T
|
0,85
|
1
|
|
Baksteen
|
watervast
|
17
|
KG
|
0,87
|
5
|
|
Behang
|
licht patroon, lichtgrijs
|
20
|
KG
|
0,85
|
6
|
|
Behang
|
licht patroon, rood
|
20
|
KG
|
0,90
|
6
|
|
Beton
|
20
|
T
|
0,92
|
2
|
|
|
Beton
|
droog
|
36
|
KG
|
0,95
|
7
|
|
Beton
|
ruw
|
17
|
KG
|
0,97
|
5
|
|
Beton
|
voetpad
|
5
|
DLG
|
0,974
|
8
|
|
Brons
|
fosforbrons
|
70
|
KG
|
0,08
|
9
|
|
Brons
|
fosforbrons
|
70
|
LG
|
0,06
|
9
|
|
Brons
|
gepolijst
|
50
|
T
|
0,1
|
1
|
|
Brons
|
poeder
|
T
|
0,76-0,80
|
1
|
|
|
Brons
|
poreus, grof
|
50-150
|
T
|
0,55
|
1
|
|
Chroom
|
gepolijst
|
50
|
T
|
0,10
|
1
|
|
Chroom
|
gepolijst
|
500-1000
|
T
|
0,28-0,38
|
1
|
|
Eboniet
|
T
|
0,89
|
1
|
||
|
Emaille
|
20
|
T
|
0,9
|
1
|
|
|
Emaille
|
lak
|
20
|
T
|
0,85-0,95
|
1
|
|
Geelkoper
|
blad, bewerkt met polijststeen
|
20
|
T
|
0,2
|
1
|
|
Geelkoper
|
blad, gewalst
|
20
|
T
|
0,06
|
1
|
|
Geelkoper
|
geoxideeerd bij 600 °C
|
200-600
|
T
|
0,59-0,61
|
1
|
|
Geelkoper
|
geoxideerd
|
100
|
T
|
0,61
|
2
|
|
Geelkoper
|
geoxideerd
|
70
|
KG
|
0,04-0,09
|
9
|
|
Geelkoper
|
geoxideerd
|
70
|
LG
|
0,03-0,07
|
9
|
|
Geelkoper
|
gepolijst
|
200
|
T
|
0,03
|
1
|
|
Geelkoper
|
gepolijst, sterk
|
100
|
T
|
0,03
|
2
|
|
Geelkoper
|
gewreven met 80-grits polijststeen
|
20
|
T
|
0,20
|
2
|
|
Geelkoper
|
mat, aangeslagen
|
20-350
|
T
|
0,22
|
1
|
|
Gips
|
20
|
T
|
0,8-0,9
|
1
|
|
|
Glasplaat (floatglas)
|
zonder coating
|
20
|
LG
|
0,97
|
14
|
|
Goud
|
gepolijst
|
130
|
T
|
0,018
|
1
|
|
Goud
|
gepolijst, nauwkeurig
|
200-600
|
T
|
0,02-0,03
|
1
|
|
Goud
|
gepolijst, sterk
|
100
|
T
|
0,02
|
2
|
|
Graniet
|
gepolijst
|
20
|
DLG
|
0,849
|
8
|
|
Graniet
|
ruw
|
21
|
DLG
|
0,879
|
8
|
|
Graniet
|
ruw, 4 verschillende monsters
|
70
|
KG
|
0,95-0,97
|
9
|
|
Graniet
|
ruw, 4 verschillende monsters
|
70
|
LG
|
0,77-0,87
|
9
|
|
Hout
|
17
|
KG
|
0,98
|
5
|
|
|
Hout
|
19
|
DLG
|
0,962
|
8
|
|
|
Hout
|
den, 4 verschillende monsters
|
70
|
KG
|
0,67-0,75
|
9
|
|
Hout
|
den, 4 verschillende monsters
|
70
|
LG
|
0,81-0,89
|
9
|
|
Hout
|
gemalen
|
T
|
0,5-0,7
|
1
|
|
|
Hout
|
geschaafd
|
20
|
T
|
0,8-0,9
|
1
|
|
Hout
|
geschaafd eiken
|
20
|
T
|
0,90
|
2
|
|
Hout
|
geschaafd eiken
|
70
|
KG
|
0,77
|
9
|
|
Hout
|
geschaafd eiken
|
70
|
LG
|
0,88
|
9
|
|
Hout
|
triplex, glad, droog
|
36
|
KG
|
0,82
|
7
|
|
Hout
|
triplex, onbehandeld
|
20
|
KG
|
0,83
|
6
|
|
Hout
|
wit, vochtig
|
20
|
T
|
0,7-0,8
|
1
|
|
Huid
|
menselijk
|
32
|
T
|
0,98
|
2
|
|
IJs: zie Water
|
|||||
|
IJzer en staal
|
bedekt met rode roest
|
20
|
T
|
0,61-0,85
|
1
|
|
IJzer en staal
|
elektrolytisch
|
100
|
T
|
0,05
|
4
|
|
IJzer en staal
|
elektrolytisch
|
22
|
T
|
0,05
|
4
|
|
IJzer en staal
|
elektrolytisch
|
260
|
T
|
0,07
|
4
|
|
IJzer en staal
|
elektrolytisch, nauwkeurig gepolijst
|
175-225
|
T
|
0,05-0,06
|
1
|
|
IJzer en staal
|
geoxideerd
|
100
|
T
|
0,74
|
4
|
|
IJzer en staal
|
geoxideerd
|
100
|
T
|
0,74
|
1
|
|
IJzer en staal
|
geoxideerd
|
1227
|
T
|
0,89
|
4
|
|
IJzer en staal
|
geoxideerd
|
125-525
|
T
|
0,78-0,82
|
1
|
|
IJzer en staal
|
geoxideerd
|
200
|
T
|
0,79
|
2
|
|
IJzer en staal
|
geoxideerd
|
200-600
|
T
|
0,80
|
1
|
|
IJzer en staal
|
gepolijst
|
100
|
T
|
0,07
|
2
|
|
IJzer en staal
|
gepolijst
|
400-1000
|
T
|
0,14-0,38
|
1
|
|
IJzer en staal
|
gepolijst, blad
|
750-1050
|
T
|
0,52-0,56
|
1
|
|
IJzer en staal
|
geroest, zwaar
|
17
|
KG
|
0,96
|
5
|
|
IJzer en staal
|
geslepen blad
|
950-1100
|
T
|
0,55-0,61
|
1
|
|
IJzer en staal
|
gesmeed, nauwkeurig gepolijst
|
40-250
|
T
|
0,28
|
1
|
|
IJzer en staal
|
gewalst blad
|
50
|
T
|
0,56
|
1
|
|
IJzer en staal
|
gewalst, vers
|
20
|
T
|
0,24
|
1
|
|
IJzer en staal
|
glanzend, geëtst
|
150
|
T
|
0,16
|
1
|
|
IJzer en staal
|
glanzende oxidelaag, blad
|
20
|
T
|
0,82
|
1
|
|
IJzer en staal
|
heet gewalst
|
130
|
T
|
0,60
|
1
|
|
IJzer en staal
|
heet gewalst
|
20
|
T
|
0,77
|
1
|
|
IJzer en staal
|
koud gewalst
|
70
|
KG
|
0,20
|
9
|
|
IJzer en staal
|
koud gewalst
|
70
|
LG
|
0,09
|
9
|
|
IJzer en staal
|
net bewerkt met polijststeen
|
20
|
T
|
0,24
|
1
|
|
IJzer en staal
|
roestig, rood
|
20
|
T
|
0,69
|
1
|
|
IJzer en staal
|
rood geroest, blad
|
22
|
T
|
0,69
|
4
|
|
IJzer en staal
|
ruw, vlak oppervlak
|
50
|
T
|
0,95-0,98
|
1
|
|
IJzer en staal
|
sterk geoxideerd
|
50
|
T
|
0,88
|
1
|
|
IJzer en staal
|
sterk geoxideerd
|
500
|
T
|
0,98
|
1
|
|
IJzer en staal
|
zwaar geroest blad
|
20
|
T
|
0,69
|
2
|
|
IJzer gegalvaniseerd
|
blad
|
92
|
T
|
0,07
|
4
|
|
IJzer gegalvaniseerd
|
blad, geoxideerd
|
20
|
T
|
0,28
|
1
|
|
IJzer gegalvaniseerd
|
blad, gepolijst
|
30
|
T
|
0,23
|
1
|
|
IJzer gegalvaniseerd
|
zwaar geoxideerd
|
70
|
KG
|
0,64
|
9
|
|
IJzer gegalvaniseerd
|
zwaar geoxideerd
|
70
|
LG
|
0,85
|
9
|
|
IJzer vertind
|
blad
|
24
|
T
|
0,064
|
4
|
|
IJzer, gegoten
|
geoxideeerd bij 600 °C
|
200-600
|
T
|
0,64-0,78
|
1
|
|
IJzer, gegoten
|
geoxideerd
|
100
|
T
|
0,64
|
2
|
|
IJzer, gegoten
|
geoxideerd
|
260
|
T
|
0,66
|
4
|
|
IJzer, gegoten
|
geoxideerd
|
38
|
T
|
0,63
|
4
|
|
IJzer, gegoten
|
geoxideerd
|
538
|
T
|
0,76
|
4
|
|
IJzer, gegoten
|
gepolijst
|
200
|
T
|
0,21
|
1
|
|
IJzer, gegoten
|
gepolijst
|
38
|
T
|
0,21
|
4
|
|
IJzer, gegoten
|
gepolijst
|
40
|
T
|
0,21
|
2
|
|
IJzer, gegoten
|
gietblok
|
1000
|
T
|
0,95
|
1
|
|
IJzer, gegoten
|
gietstuk
|
50
|
T
|
0,81
|
1
|
|
IJzer, gegoten
|
machinaal bewerkt
|
800-1000
|
T
|
0,60-0,70
|
1
|
|
IJzer, gegoten
|
onbewerkt
|
900-1100
|
T
|
0,87-0,95
|
1
|
|
IJzer, gegoten
|
vloeibaar
|
1300
|
T
|
0,28
|
1
|
|
Kalk
|
T
|
0,3-0,4
|
1
|
||
|
Klei
|
gebakken
|
70
|
T
|
0,91
|
1
|
|
Koolstof
|
grafiet, gevijld oppervlak
|
20
|
T
|
0,98
|
2
|
|
Koolstof
|
grafietpoeder
|
T
|
0,97
|
1
|
|
|
Koolstof
|
houtskoolpoeder
|
T
|
0,96
|
1
|
|
|
Koolstof
|
kaarsenroet
|
20
|
T
|
0,95
|
2
|
|
Koolstof
|
lampzwart
|
20-400
|
T
|
0,95-0,97
|
1
|
|
Koper
|
elektrolytisch, gepolijst
|
-34
|
T
|
0,006
|
4
|
|
Koper
|
elektrolytisch, nauwkeurig gepolijst
|
80
|
T
|
0,018
|
1
|
|
Koper
|
gegoten
|
1100-1300
|
T
|
0,13-0,15
|
1
|
|
Koper
|
geoxideerd
|
50
|
T
|
0,6-0,7
|
1
|
|
Koper
|
geoxideerd tot zwartheid
|
T
|
0,88
|
1
|
|
|
Koper
|
geoxideerd, zwaar
|
20
|
T
|
0,78
|
2
|
|
Koper
|
geoxideerd, zwart
|
27
|
T
|
0,78
|
4
|
|
Koper
|
gepolijst
|
50–100
|
T
|
0,02
|
1
|
|
Koper
|
gepolijst
|
100
|
T
|
0,03
|
2
|
|
Koper
|
gepolijst, mechanisch
|
22
|
T
|
0,015
|
4
|
|
Koper
|
gepolijst, voor de handel
|
27
|
T
|
0,03
|
4
|
|
Koper
|
geschuurd
|
27
|
T
|
0,07
|
4
|
|
Koper
|
voor de handel, gepolijst
|
20
|
T
|
0,07
|
1
|
|
Koper
|
zuiver, nauwkeurig voorbereid oppervlak
|
22
|
T
|
0,008
|
4
|
|
Koperdioxide
|
poeder
|
T
|
0,84
|
1
|
|
|
Koperoxide
|
rood, poeder
|
T
|
0,70
|
1
|
|
|
Krylon Ultra-flat black 1602
|
Flat black
|
Kamertemperatuur tot 175
|
LG
|
≈ 0,96
|
12
|
|
Krylon Ultra-flat black 1602
|
Flat black
|
Kamertemperatuur tot 175
|
MW
|
≈ 0,97
|
12
|
|
Lak
|
3 kleuren gesproeid op aluminium
|
70
|
KG
|
0,50-0,53
|
9
|
|
Lak
|
3 kleuren gesproeid op aluminium
|
70
|
LG
|
0,92-0,94
|
9
|
|
Lak
|
Aluminium op ruw oppervlak
|
20
|
T
|
0,4
|
1
|
|
Lak
|
bakeliet
|
80
|
T
|
0,83
|
1
|
|
Lak
|
hittebestendig
|
100
|
T
|
0,92
|
1
|
|
Lak
|
wit
|
100
|
T
|
0,92
|
2
|
|
Lak
|
wit
|
40–100
|
T
|
0,8-0,95
|
1
|
|
Lak
|
zwart, glanzend, op ijzer gespoten
|
20
|
T
|
0,87
|
1
|
|
Lak
|
zwart, mat
|
100
|
T
|
0,97
|
2
|
|
Lak
|
zwart, mat
|
40–100
|
T
|
0,96-0,98
|
1
|
|
Leer
|
gelooid
|
T
|
0,75-0,80
|
1
|
|
|
Lood
|
geoxideeerd bij 200°C
|
200
|
T
|
0,63
|
1
|
|
Lood
|
geoxideerd, grijs
|
20
|
T
|
0,28
|
1
|
|
Lood
|
geoxideerd, grijs
|
22
|
T
|
0,28
|
4
|
|
Lood
|
glanzend
|
250
|
T
|
0,08
|
1
|
|
Lood
|
niet geoxideerd, gepolijst
|
100
|
T
|
0,05
|
4
|
|
Loodrood
|
100
|
T
|
0,93
|
4
|
|
|
Loodrood, poeder
|
100
|
T
|
0,93
|
1
|
|
|
Magnesium
|
22
|
T
|
0,07
|
4
|
|
|
Magnesium
|
260
|
T
|
0,13
|
4
|
|
|
Magnesium
|
538
|
T
|
0,18
|
4
|
|
|
Magnesium
|
gepolijst
|
20
|
T
|
0,07
|
2
|
|
Magnesiumpoeder
|
T
|
0,86
|
1
|
||
|
Molybdeen
|
1500-2200
|
T
|
0,19-0,26
|
1
|
|
|
Molybdeen
|
600-1000
|
T
|
0,08-0,13
|
1
|
|
|
Molybdeen
|
vezel
|
700-2500
|
T
|
0,1-0,3
|
1
|
|
Mortel
|
17
|
KG
|
0,87
|
5
|
|
|
Mortel
|
droog
|
36
|
KG
|
0,94
|
7
|
|
Nextel Velvet 811-21 Black
|
Flat black
|
-60-150
|
LG
|
> 0.97
|
10 en 11
|
|
Nikkel
|
draad
|
200-1000
|
T
|
0,1-0,2
|
1
|
|
Nikkel
|
elektrolytisch
|
22
|
T
|
0,04
|
4
|
|
Nikkel
|
elektrolytisch
|
260
|
T
|
0,07
|
4
|
|
Nikkel
|
elektrolytisch
|
38
|
T
|
0,06
|
4
|
|
Nikkel
|
elektrolytisch
|
538
|
T
|
0,10
|
4
|
|
Nikkel
|
gegalvaniseerd ijzer, gepolijst
|
22
|
T
|
0,045
|
4
|
|
Nikkel
|
gegalvaniseerd ijzer, ongepolijst
|
20
|
T
|
0,11-0,40
|
1
|
|
Nikkel
|
gegalvaniseerd ijzer, ongepolijst
|
22
|
T
|
0,11
|
4
|
|
Nikkel
|
gegalvaniseerd, gepolijst
|
20
|
T
|
0,05
|
2
|
|
Nikkel
|
geoxideeerd bij 600 °C
|
200-600
|
T
|
0,37-0,48
|
1
|
|
Nikkel
|
geoxideerd
|
1227
|
T
|
0,85
|
4
|
|
Nikkel
|
geoxideerd
|
200
|
T
|
0,37
|
2
|
|
Nikkel
|
geoxideerd
|
227
|
T
|
0,37
|
4
|
|
Nikkel
|
gepolijst
|
122
|
T
|
0,045
|
4
|
|
Nikkel
|
heldermat
|
122
|
T
|
0,041
|
4
|
|
Nikkel
|
zuiver, voor de handel, gepolijst
|
100
|
T
|
0,045
|
1
|
|
Nikkel
|
zuiver, voor de handel, gepolijst
|
200-400
|
T
|
0,07-0,09
|
1
|
|
Nikkel/chroom
|
draad, blank
|
50
|
T
|
0,65
|
1
|
|
Nikkel/chroom
|
draad, blank
|
500-1000
|
T
|
0,71-0,79
|
1
|
|
Nikkel/chroom
|
draad, geoxideerd
|
50-500
|
T
|
0,95-0,98
|
1
|
|
Nikkel/chroom
|
gewalst
|
700
|
T
|
0,25
|
1
|
|
Nikkel/chroom
|
gezandstraald
|
700
|
T
|
0,70
|
1
|
|
Nikkeloxide
|
1000-1250
|
T
|
0,75-0,86
|
1
|
|
|
Nikkeloxide
|
500-650
|
T
|
0,52-0,59
|
1
|
|
|
Olie, smering
|
0.025 mm film
|
20
|
T
|
0,27
|
2
|
|
Olie, smering
|
0.050 mm film
|
20
|
T
|
0,46
|
2
|
|
Olie, smering
|
0.125 mm film
|
20
|
T
|
0,72
|
2
|
|
Olie, smering
|
dikke laag
|
20
|
T
|
0,82
|
2
|
|
Olie, smering
|
film op Ni-basis: Alleen op Ni-basis
|
20
|
T
|
0,05
|
2
|
|
OSB
|
onbehandeld
|
20
|
KG
|
0,90
|
6
|
|
Papier
|
4 verschillende kleuren
|
70
|
KG
|
0,68-0,74
|
9
|
|
Papier
|
4 verschillende kleuren
|
70
|
LG
|
0,92-0,94
|
9
|
|
Papier
|
blauw, zwart
|
T
|
0,84
|
1
|
|
|
Papier
|
gecoat met zwarte lak
|
T
|
0,93
|
1
|
|
|
Papier
|
geel
|
T
|
0,72
|
1
|
|
|
Papier
|
groen
|
T
|
0,85
|
1
|
|
|
Papier
|
rood
|
T
|
0,76
|
1
|
|
|
Papier
|
wit
|
20
|
T
|
0,7-0,9
|
1
|
|
Papier
|
wit bankpapier
|
20
|
T
|
0,93
|
2
|
|
Papier
|
wit, drie verschillende soorten glans
|
70
|
KG
|
0,76-0,78
|
9
|
|
Papier
|
wit, drie verschillende soorten glans
|
70
|
LG
|
0,88-0,90
|
9
|
|
Papier
|
zwart
|
T
|
0,90
|
1
|
|
|
Papier
|
zwart, mat
|
T
|
0,94
|
1
|
|
|
Papier
|
zwart, mat
|
70
|
KG
|
0,86
|
9
|
|
Papier
|
zwart, mat
|
70
|
LG
|
0,89
|
9
|
|
Piepschuim
|
isolering
|
37
|
KG
|
0,60
|
7
|
|
Plastic
|
glasvezellaminaat (bedrukte printplaat)
|
70
|
KG
|
0,94
|
9
|
|
Plastic
|
glasvezellaminaat (bedrukte printplaat)
|
70
|
LG
|
0,91
|
9
|
|
Plastic
|
polyurethaan isolatieplaat
|
70
|
LG
|
0,55
|
9
|
|
Plastic
|
polyurethaan isolatieplaat
|
70
|
KG
|
0,29
|
9
|
|
Plastic
|
PVC, plastic vloer, mat, met structuur
|
70
|
KG
|
0,94
|
9
|
|
Plastic
|
PVC, plastic vloer, mat, met structuur
|
70
|
LG
|
0,93
|
9
|
|
Platina
|
100
|
T
|
0,05
|
4
|
|
|
Platina
|
1000-1500
|
T
|
0,14-0,18
|
1
|
|
|
Platina
|
1094
|
T
|
0,18
|
4
|
|
|
Platina
|
17
|
T
|
0,016
|
4
|
|
|
Platina
|
22
|
T
|
0,03
|
4
|
|
|
Platina
|
260
|
T
|
0,06
|
4
|
|
|
Platina
|
538
|
T
|
0,10
|
4
|
|
|
Platina
|
draad
|
1400
|
T
|
0,18
|
1
|
|
Platina
|
draad
|
50-200
|
T
|
0,06-0,07
|
1
|
|
Platina
|
draad
|
500-1000
|
T
|
0,10-0,16
|
1
|
|
Platina
|
lint
|
900-1100
|
T
|
0,12-0,17
|
1
|
|
Platina
|
zuiver, gepolijst
|
200-600
|
T
|
0,05-0,10
|
1
|
|
Pleister
|
17
|
KG
|
0,86
|
5
|
|
|
Pleister
|
gipsplaat, onbehandeld
|
20
|
KG
|
0,90
|
6
|
|
Pleister
|
ruwe coating
|
20
|
T
|
0,91
|
2
|
|
Porselein
|
geglazuurd
|
20
|
T
|
0,92
|
1
|
|
Porselein
|
wit, glanzend
|
T
|
0,70-0,75
|
1
|
|
|
Roestvrijstaal
|
blad, gepolijst
|
70
|
KG
|
0,18
|
9
|
|
Roestvrijstaal
|
blad, gepolijst
|
70
|
LG
|
0,14
|
9
|
|
Roestvrijstaal
|
blad, onbehandeld, iets gekrast
|
70
|
KG
|
0,30
|
9
|
|
Roestvrijstaal
|
blad, onbehandeld, iets gekrast
|
70
|
LG
|
0,28
|
9
|
|
Roestvrijstaal
|
gewalst
|
700
|
T
|
0,45
|
1
|
|
Roestvrijstaal
|
gezandstraald
|
700
|
T
|
0,70
|
1
|
|
Roestvrijstaal
|
legering, 8% Ni, 18% Cr
|
500
|
T
|
0,35
|
1
|
|
Roestvrijstaal
|
type 18-8, geoxideerd bij 800°C
|
60
|
T
|
0,85
|
2
|
|
Roestvrijstaal
|
type 18-8, gepolijst
|
20
|
T
|
0,16
|
2
|
|
Rubber
|
hard
|
20
|
T
|
0,95
|
1
|
|
Rubber
|
zacht, grijs, ruw
|
20
|
T
|
0,95
|
1
|
|
Sintel
|
boiler
|
0–100
|
T
|
0,97-0,93
|
1
|
|
Sintel
|
boiler
|
1400-1800
|
T
|
0,69-0,67
|
1
|
|
Sintel
|
boiler
|
200-500
|
T
|
0,89-0,78
|
1
|
|
Sintel
|
boiler
|
600-1200
|
T
|
0,76-0,70
|
1
|
|
Sneeuw: zie Water
|
|||||
|
Stof
|
zwart
|
20
|
T
|
0,98
|
1
|
|
Stucco
|
ruw, kalk
|
10-90
|
T
|
0,91
|
1
|
|
Teer
|
T
|
0,79-0,84
|
1
|
||
|
Teer
|
papier
|
20
|
T
|
0,91-0,93
|
1
|
|
Tegel
|
geglazuurd
|
17
|
KG
|
0,94
|
5
|
|
Tin
|
gepolijst
|
20-50
|
T
|
0,04-0,06
|
1
|
|
Tin
|
vertind plaatstaal
|
100
|
T
|
0,07
|
2
|
|
Titaan
|
geoxideeerd bij 540°C
|
1000
|
T
|
0,60
|
1
|
|
Titaan
|
geoxideeerd bij 540°C
|
200
|
T
|
0,40
|
1
|
|
Titaan
|
geoxideeerd bij 540°C
|
500
|
T
|
0,50
|
1
|
|
Titaan
|
gepolijst
|
1000
|
T
|
0,36
|
1
|
|
Titaan
|
gepolijst
|
200
|
T
|
0,15
|
1
|
|
Titaan
|
gepolijst
|
500
|
T
|
0,20
|
1
|
|
Verf
|
8 verschillende kleuren en kwaliteiten
|
70
|
KG
|
0,88-0,96
|
9
|
|
Verf
|
8 verschillende kleuren en kwaliteiten
|
70
|
LG
|
0,92-0,94
|
9
|
|
Verf
|
Aluminium, diverse leeftijden
|
50–100
|
T
|
0,27-0,67
|
1
|
|
Verf
|
cadmiumgeel
|
T
|
0,28-0,33
|
1
|
|
|
Verf
|
chroomgroen
|
T
|
0,65-0,70
|
1
|
|
|
Verf
|
kobaltblauw
|
T
|
0,7-0,8
|
1
|
|
|
Verf
|
olie
|
17
|
KG
|
0,87
|
5
|
|
Verf
|
olie, grijs effen
|
20
|
KG
|
0,97
|
6
|
|
Verf
|
olie, grijs glanzend
|
20
|
KG
|
0,96
|
6
|
|
Verf
|
olie, verschillende kleuren
|
100
|
T
|
0,92-0,96
|
1
|
|
Verf
|
olie, zwart effen
|
20
|
KG
|
0,94
|
6
|
|
Verf
|
olie, zwart glanzend
|
20
|
KG
|
0,92
|
6
|
|
Verf
|
op oliebasis, gemiddeld 16 kleuren
|
100
|
T
|
0,94
|
2
|
|
Verf
|
plastic, wit
|
20
|
KG
|
0,84
|
6
|
|
Verf
|
plastic, zwart
|
20
|
KG
|
0,95
|
6
|
|
Vernis
|
op eiken parketvloer
|
70
|
KG
|
0,90
|
9
|
|
Vernis
|
op eiken parketvloer
|
70
|
LG
|
0,90-0,93
|
9
|
|
Vernis
|
plat
|
20
|
KG
|
0,93
|
6
|
|
Vezelplaat
|
hard, onbehandeld
|
20
|
KG
|
0,85
|
6
|
|
Vezelplaat
|
masoniet
|
70
|
KG
|
0,75
|
9
|
|
Vezelplaat
|
masoniet
|
70
|
LG
|
0,88
|
9
|
|
Vezelplaat
|
poreus, onbehandeld
|
20
|
KG
|
0,85
|
6
|
|
Vezelplaat
|
spaanplaat
|
70
|
KG
|
0,77
|
9
|
|
Vezelplaat
|
spaanplaat
|
70
|
LG
|
0,89
|
9
|
|
Water
|
gedestilleerd
|
20
|
T
|
0,96
|
2
|
|
Water
|
ijs, bedekt met zware rijp
|
0
|
T
|
0,98
|
1
|
|
Water
|
ijs, glad
|
-10
|
T
|
0,96
|
2
|
|
Water
|
ijs, glad
|
0
|
T
|
0,97
|
1
|
|
Water
|
laag >0,1 mm dik
|
0–100
|
T
|
0,95-0,98
|
1
|
|
Water
|
rijpkristallen
|
-10
|
T
|
0,98
|
2
|
|
Water
|
sneeuw
|
T
|
0,8
|
1
|
|
|
Water
|
sneeuw
|
-10
|
T
|
0,85
|
2
|
|
Wolfram
|
1500-2200
|
T
|
0,24-0,31
|
1
|
|
|
Wolfram
|
200
|
T
|
0,05
|
1
|
|
|
Wolfram
|
600-1000
|
T
|
0,1-0,16
|
1
|
|
|
Wolfram
|
vezel
|
3300
|
T
|
0,39
|
1
|
|
Zand
|
T
|
0,60
|
1
|
||
|
Zand
|
20
|
T
|
0,90
|
2
|
|
|
Zandsteen
|
gepolijst
|
19
|
DLG
|
0,909
|
8
|
|
Zandsteen
|
ruw
|
19
|
DLG
|
0,935
|
8
|
|
Zilver
|
gepolijst
|
100
|
T
|
0,03
|
2
|
|
Zilver
|
zuiver, gepolijst
|
200-600
|
T
|
0,02-0,03
|
1
|
|
Zink
|
blad
|
50
|
T
|
0,20
|
1
|
|
Zink
|
geoxideeerd bij 400°C
|
400
|
T
|
0,11
|
1
|
|
Zink
|
geoxideerd oppervlak
|
1000-1200
|
T
|
0,50-0,60
|
1
|
|
Zink
|
gepolijst
|
200-300
|
T
|
0,04-0,05
|
1
|
Admin
| Publ. No. | T810199 |
| Release | AR |
| Commit | 42212 |
| Head | 42283 |
| Language | nl-NL |
| Modified | 2017-04-26 |
| Formatted | 2017-04-27 |


































