Automatisch
|
Handmatig
|
Automatisch
|
Handmatig
|
|
Knop |
Beeldmodus |
Voorbeeld van beeld |
|---|---|---|
|
|
Thermal MSX
(Multi Spectral Dynamic Imaging): In deze modus wordt een infraroodopname weergegeven waarbij de randen van objecten versterkt
worden weergegeven. Merk op dat het label voor elke zekering duidelijk leesbaar is.
|
|
|
|
Thermal
: In deze modus wordt een volledig infraroodbeeld weergegeven.
|
|
|
|
Thermal fusion
: In deze modus wordt een digitale foto weergegeven waarvan sommige delen in infrarood worden weergegeven, afhankelijk van
de temperatuurlimieten.
|
|
|
|
Picture-in-picture
: In deze modus wordt een infraroodbeeld bovenop een digitale foto weergegeven.
|
|
|
|
Digital camera
: In deze modus wordt een volledige digitale foto weergegeven.
|
|
Volg deze procedure:
Voeg een rechthoek- of cirkelmeethulpmiddel toe, zie paragraaf 14.1 Een meethulpmiddel neerzetten .
Pas de grootte van het rechthoek- of cirkelmeethulpmiddel aan de grootte van het object aan, zie paragraaf 14.3 De afmetingen van een meethulpmiddel wijzigen .
Klik met de rechtermuisknop op het gereedschap en selecteer Lokale min/max/avg markeringen. Vink in het dialoogvenster het selectievakje Oppervlakte aan. De berekende oppervlakte op basis van de afstandswaarde wordt weergegeven in het deelvenster Measurements.
Om de meetwaarde te wijzigen, klikt u op het waardeveld in het deelvenster Parameters, voert u een nieuwe waarde in en drukt u op Enter. De herberekende oppervlakte, gebaseerd op de nieuwe afstandswaarde wordt weergegeven in het deelvenster Measurements.
Volg deze procedure:
Voeg een lijnmeethulpmiddel toe, zie paragraaf 14.1 Een meethulpmiddel neerzetten .
Pas de grootte van het lijnmeethulpmiddel aan de grootte van het object aan, zie paragraaf 14.3 De afmetingen van een meethulpmiddel wijzigen .
Klik met de rechtermuisknop op het gereedschap en selecteer Lokale min/max/avg markeringen. Vink in het dialoogvenster het selectievakje Lengte aan. De berekende lengte op basis van de afstandswaarde wordt weergegeven in het deelvenster Measurements.
Om de meetwaarde te wijzigen, klikt u op het waardeveld in het deelvenster Parameters, voert u een nieuwe waarde in en drukt u op Enter. De herberekende oppervlakte, gebaseerd op de nieuwe afstandswaarde wordt weergegeven in het deelvenster Measurements.