20  Instellingen wijzigen

20.1  Instellingen voor Opties FLIR Tools/Tools+‎

20.1.1  Het dialoogvenster Opties (voor programmabrede opties)‎

20.1.1.1  Tabblad Opnemen

Graphic
Prefix bestandsnaam : Het voorvoegsel dat in bestandsnamen van opnames wordt ingevoegd.
Afbeeldingsindeling : Het beeldformaat van snapshots van opnames die als beeld worden opgeslagen.
Video-indeling : Het videoformaat voor opnames.
Bladeren : Klik op Bladeren om de locatie op te geven waar video-opnames worden opgeslagen.
Schijfruimte : De beschikbare schijfruimte voor opnames.

20.1.1.2  Tabblad Bekijken

Graphic
Cold- en hotspot verbergen : Schakel dit selectievakje in om bestaande cold- en hotspots in een beeld te verbergen.
Wizard openen bij aansluiten camera : Schakel dit selectievakje in om de importhandleiding weer te geven wanneer u een camera aansluit.
Gebruik instelling hele schaal voor auto-aanpassen van beeld : (alleen van toepassing op FLIR GF3xx-camera's.)‎ Selecteer dit selectievakje om tijdens het importeren naar FLIR Tools/Tools+‎ gebruik te maken van het volledige temperatuurbereik van de detector en niet alleen van de temperaturen in het beeld. Als dit selectievakje niet is geselecteerd,‎ kan het beeld aanzienlijk donkerder worden weergegeven na het importeren,‎ omdat FLIR Tools/Tools+‎ gebruikmaakt van een standaardtemperatuurbereik. Raadpleeg voor meer informatie over dit temperatuurbereik de handleiding van de FLIR GF3xx-camera.

20.1.1.3  Tabblad Bibliotheek

Graphic
Toevoegen aan bibliotheek : Klik op Bladeren en navigeer naar een gewenste bestaande map op uw computer om deze toe te voegen aan de beeldbibliotheek.
Map verwijderen : Om een map uit de beeldbibliotheek te wissen,‎ selecteert u de map in de mappenlijst en klikt u op Map verwijderen .

20.1.1.4  Tabblad Rapportage

Graphic
Paginaformaat : Selecteer een nieuwe paginagrootte in de lijst om de paginagrootte te wijzigen. Beschikbare opties zijn A4 ,‎ US Letter ,‎ and US Legal .
Alle parameters weergeven : Schakel dit selectievakje in om alle metingsparameters voor een beeld weer te geven als dit beeld in een rapport is opgenomen.
Digitale camerafoto extraheren uit warmtebeeld (indien beschikbaar)‎ tijdens genereren : Bij camera's met ondersteuning voor multispectrale beelden worden alle beeldmodi opgenomen in een enkel beeldbestand — MSX,‎ thermisch,‎ thermische fusie,‎ thermische samenvoegfunctie,‎ beeld-in-beeld en het digitale camerabeeld. Schakel dit selectievakje in om het digitale camerabeeld op te halen wanneer u een rapport genereert.
Pad naar geïntegreerde sjablonen : Het bestandspad naar de ingebouwde sjablonen van het programma.
Pad naar gebruikerssjablonen : Het bestandspad naar de gebruikerssjablonen van het programma.
Logo : Schakel dit selectievakje in om een logo weer te geven in de linkerbovenhoek van de rapportpagina's. Om een ander logo weer te geven,‎ klikt u op Bladeren en navigeert u naar het logobestand.
Titel : Een tekstveld waar u tekst kunt invoeren die in de koptekst van het rapport zal worden weergegeven.
Voettekst : Een tekstveld waar u tekst kunt invoeren die in de voettekst van het rapport zal worden weergegeven.

20.1.1.5  Tabblad Eenheden

Graphic
Temperatuureenheid : De eenheid voor temperatuurwaarden in het programma en de rapporten. Om de eenheid te wijzigen,‎ selecteert u een andere eenheid. Beschikbare opties zijn Celsius ,‎ Fahrenheit ,‎ Kelvin .
Afstandseenheid : De eenheid voor afstand in het programma en de rapporten. Om de eenheid te wijzigen,‎ selecteert u een andere eenheid. Beschikbare opties zijn Meters ,‎ Feet .

20.1.1.6  Tabblad Taal

Graphic
Taal : Selecteer een nieuwe taal in de lijst om de taal te wijzigen.

20.1.2  Het dialoogvenster Opties (voor plot-specifieke opties)‎

Graphic
Grafiektitel : Om de titel van de plot te wijzigen,‎ voert u hier een nieuwe titel in.
Aantal punten : Aantal samplepunten waarop de plot is gebaseerd.
Dradenkruis tonen : Selecteer dit selectievakje om een dradenkruis weer te geven dat beweegt wanneer u de muis beweegt en dat de waarden van de X- en Y-as weergeeft. Graphic
Nieuwste Y-waarde tonen : Selecteer dit selectievakje om de meest recente Y-waarde weer te geven. Graphic
X-as > Auto : Selecteer Auto om FLIR Tools/Tools+‎ de grenswaarden van de X-as automatisch te laten instellen.
X-as > Handmatig : Selecteer Handmatig om de grenswaarden voor de X-as handmatig in te stellen en voer de begin- en eindtijden in.
Y-as > Auto : Selecteer Auto om FLIR Tools/Tools+‎ automatisch de grenswaarden van de Y-as te laten instellen.
Y-as > Handmatig : Selecteer Handmatig om de grenswaarden voor de Y-as handmatig in te stellen en voer de min.- en max.-waarden in.

20.2  Instellingen voor camera's van de FLIR Kx3‎- en FLIR Kx5‎-serie

20.2.1   Algemeen

De FLIR K-serie is een serie robuuste en betrouwbare infraroodcamera's die is ontwikkeld voor goede prestaties onder extreme omstandigheden. De camera's zijn voorzien van een intuïtieve interface die eenvoudig is te bedienen,‎ zelfs met handschoenen aan. Dankzij het heldere beeld baant u zich eenvoudig een weg door rook en kunt u snel accurate besluiten nemen.
Door een camera van de FLIR Kx3- of FLIR Kx5-serie aan te sluiten op FLIR Tools/Tools+,‎ krijgt u toegang tot diverse instellingen op de camera.

20.2.2  Het tabblad Algemene instellingen

20.2.2.1   Figuur

Graphic

20.2.2.2   Uitleg

Het gedeelte Regionale instellingen : schakel het selectievakje in om de datum en tijd op de camera te synchroniseren met de computer.
Het gedeelte Firmware info : klik op Check for updates en volg de instructies op het scherm om te controleren of er een nieuwere versie van de camerafirmware beschikbaar is.
Het gedeelte Fabrieksinstellingen herstellen : klik op Herstellen om de fabrieksinstellingen op de camera te herstellen.

20.2.3  Het tabblad Gebruikersinterface

20.2.3.1   Figuur

Graphic

20.2.3.2   Uitleg

Gedeelte Cameramodus:
  • Van toepassing op FLIR Kx5: Om te bepalen welke cameramodi kunnen worden ingesteld met de camera,‎ selecteert de cameramodus. Voor meer informatie over elke cameramodus,‎ zie paragraaf 20.2.4 Uitleg over de verschillende cameramodussen .
  • Van toepassing op FLIR Kx3: De camera heeft één cameramodus: Basismodus. Raadpleeg paragraaf 20.2.4.1 voor meer informatie.
Trekker-gedeelte: de camera is voorzien van een trekker. Met de instellingen in het Triekker-gedeelte kunt u de functie van de trekker selecteren. U kiest zo wat er gebeurt wanneer u kort op de trekker drukt en wat er gebeurt wanneer u de trekker ingedrukt houdt.
  • Geen actie,‎ Geen actie: selecteer deze optie om elke functie van de trekker uit te schakelen. Als u de trekker indrukt,‎ gebeurt er niets.
  • Geen actie,‎ Beeld bevriezen: als u deze optie selecteert,‎ bevriest de camera het beeld wanneer u de trekker ingedrukt houdt. Het beeld wordt weer live wanneer u de trekker loslaat. Als u de trekker kort indrukt,‎ gebeurt er niets.
  • Geen actie,‎ Video opnemen (niet van toepassing voor de FLIR K33 en FLIR K45)‎: Als u deze optie selecteert,‎ begint de camera met opnemen wanneer u de trigger ingedrukt houdt. De opname wordt gestopt wanneer u de trigger loslaat. Er gebeurt niets wanneer u kort op de trigger drukt.
  • Beeld opslaan,‎ Geen actie (niet van toepassing voor de FLIR K33)‎: Als u deze optie selecteert,‎ slaat de camera een beeld op wanneer u kort op de trigger drukt. Er gebeurt niets wanneer u de trigger ingedrukt houdt.
  • Beeld opslaan,‎ Beeld bevriezen (niet van toepassing voor de FLIR K33)‎: Als u deze optie selecteert,‎ slaat de camera een beeld op wanneer u kort op de trigger drukt en het beeld stilzetten wanneer u de trigger ingedrukt houdt. Het beeld wordt weer live wanneer u de trigger loslaat.
  • Beeld opslaan,‎ Video opnemen (niet van toepassing voor de FLIR K33 en FLIR K45)‎: Als u deze optie selecteert,‎ slaat de camera een beeld op wanneer u kort op de trigger drukt en begint de camera met opnemen wanneer u de trigger ingedrukt houdt. De opname wordt gestopt wanneer u de trigger loslaat.
  • Opn. aan/uit,‎ Geen actie (niet van toepassing voor de FLIR K33 en FLIR K45)‎: Als u deze optie selecteert,‎ begint de camera met opnemen wanneer u op de trigger drukt en stopt de camera met opnemen wanneer u nog eens op de trigger drukt. Er gebeurt niets wanneer u de trigger ingedrukt houdt.
  • Continue opn. (trigger uitgeschakeld)‎ (niet van toepassing voor de FLIR K33 en FLIR K45)‎: Als u deze optie selecteert,‎ begint de camera met een continue video-opname wanneer u de camera inschakelt. De opname kan niet worden gestopt. Er gebeurt niets wanneer u op de trigger drukt.
Gedeelte Versterkingsmodus:
  • Modus automatische versterking: selecteer deze optie om de camera automatisch te laten schakelen tussen het bereik met hoge gevoeligheid en het bereik met lage gevoeligheid,‎ afhankelijk van de scènetemperatuur. Het temperatuurniveau waarbij de camera omschakelt tussen beide modi is 150°C.
  • Modus geringe versterking: selecteer deze optie om ervoor te zorgen dat de camera alleen in het bereik met lage gevoeligheid werkt. Het voordeel hiervan is dat de camera geen niet-uniforme correctie (NUC)‎ uitvoert wanneer een object met een temperatuur hoger dan 150 °C de scène binnenkomt. Het nadeel is echter een geringere gevoeligheid en een hogere signaalruis.
Het gedeelte Temperatuureenheid : klik op Celsius of Fahrenheit om te selecteren hoe de temperatuur wordt weergegeven.
Gedeelte Thermal indication :
  • Digital readout only : selecteer deze optie om de warmtegegevens in het beeld alleen weer te geven als temperatuur van de spotmeter. In een modus met automatische verkleuring bij warmte,‎ blijven de verkleuringen aanwezig maar wordt het vaste referentiepictogram voor warmtekleur niet weergegeven.
  • Reference bar : in modussen met automatische verkleuring bij warmte wordt een verticale kleurreferentiebalk weergegeven in het warmte-indicatiegebied. Dit vaste pictogram geeft weer hoe warmtekleuren worden toegepast op het bereik van de cameramodus. De kleuren geel,‎ oranje en rood komen overeen met een bepaalde temperatuur; kleuren en tinten veranderen afhankelijk van de temperatuur.
  • Temp bar : selecteer deze optie om de temperatuurinformatie in het beeld weer te geven als temperatuurbalk die lijkt op een thermometer. Hierdoor wordt een dynamische verticale temperatuurbalk weergegeven aan de rechterzijde van het beeld. De bovenzijde van de dynamische balk staat voor de temperatuur van de gemeten plaats. In een modus met automatische verkleuring bij warmte,‎ blijven de verkleuringen aanwezig en wordt het vaste referentiepictogram voor warmtekleur weergegeven naast de temperatuurbalk.
Gedeelte Aangepast opstartbeeld toevoegen: klik op Browse en navigeer naar het afbeeldingsbestand om het opstarten van de camera een persoonlijke tint te geven. Dit kan handig zijn voor het identificeren van camera's van de brandweer. Door het logo van de brandweer als afbeelding te nemen met daarin een unieke id,‎ kunt u uw camera's identificeren. Deze afbeelding kan ook worden geopend vanuit het cameramenu.

20.2.4  Uitleg over de verschillende cameramodussen

20.2.4.1  Basismodus

Graphic

Figuur 20.1  Basismodus.

Basismodus is de standaardmodus op de camera. Deze modus biedt verschillende mogelijkheden voor de aanvankelijke brandbestrijding met reddingsoperatie en het onder controle krijgen van de brand. De camera schakelt automatisch tussen het bereik met hoge gevoeligheid en het bereik met lage gevoeligheid om ervoor te zorgen dat u altijd beschikt over een optimaal infraroodbeeld terwijl u een veilig en consistente warmteweergave houdt tijdens het blusproces.
  • Automatisch bereik.
  • Warmte-inkleuring: +‎150 tot +‎650 °C.
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150 °C.
  • Bereik met lage gevoeligheid: 0 tot +‎650 °C.

20.2.4.2  Zwart-witbrandblusmodus

Graphic

Figuur 20.2  Zwart-witbrandblusmodus.

De zwart-witbrandblusmodus is een standaard brandblusmodus die is gebaseerd op de basismodus. Deze modus biedt verschillende mogelijkheden voor de aanvankelijke brandbestrijding met reddingsoperatie en het onder controle krijgen van de brand. De modus is speciaal bedoeld voor blusservices waarvoor de verkleuringsfunctie niet gewenst is.
De camera schakelt automatisch tussen het bereik met hoge gevoeligheid en het bereik met lage gevoeligheid,‎ zodat u altijd over een optimaal infraroodbeeld beschikt.
  • Automatisch bereik.
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150 °C.
  • Bereik met lage gevoeligheid: 0 tot +‎650 °C.

20.2.4.3  Vuurmodus

Graphic

Figuur 20.3  Vuurmodus.

De Vuurmodus is vergelijkbaar met de Basismodus,‎ maar met een hogere starttemperatuur voor warmteverkleuring. Deze modus is geschikt voor situaties met veel open vuur,‎ waarin de achtergrondtemperaturen hoger zijn. De camera schakelt automatisch tussen het bereik met hoge gevoeligheid en het bereik met lage gevoeligheid om ervoor te zorgen dat u altijd beschikt over een optimaal infraroodbeeld terwijl u een veilige en consistente warmteweergave houdt tijdens het blusproces.
  • Automatisch bereik.
  • Warmte-inkleuring: +‎250 tot +‎650 °C.
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150 °C.
  • Bereik met lage gevoeligheid: 0 tot +‎650 °C.

20.2.4.4  Modus Zoeken en redden

Graphic

Figuur 20.4  Modus Zoeken en redden.

De modus Zoeken en redden is geoptimaliseerd voor het behouden van grote contrasten in het infraroodbeeld terwijl er in landschap,‎ gebouwen of bij verkeersongelukken wordt gezocht naar personen.
  • Alleen beschikbaar met bereik met hoge gevoeligheid.
  • Warmte-inkleuring: +‎100 tot +‎150°C.
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150 °C.

20.2.4.5  Modus Warmteopsporing

Graphic

Figuur 20.5  Modus Warmteopsporing.

De modus Warmteopsporing is geoptimaliseerd voor het zoeken van hotspots bij nacontrole nadat het vuur is geblust,‎ om er zeker van te zijn dat het vuur werkelijk is geblust. Deze modus kan ook worden gebruikt voor het zoeken van thermische patronen,‎ bijvoorbeeld om personen in auto's op te sporen na een auto-ongeluk,‎ om er zeker van te zijn dat iedereen is gevonden. Nog een toepassing van deze modus is het zoeken naar personen in water en op open terrein.
  • Alleen beschikbaar met bereik met hoge gevoeligheid.
  • Warmteverkleuring: de 20% hoogste temperaturen in de scène.
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150 °C.

20.3  Instellingen voor camera's van de FLIR Kx‎-serie

20.3.1   Algemeen

De FLIR K-serie is een serie robuuste en betrouwbare infraroodcamera's die is ontwikkeld voor goede prestaties onder extreme omstandigheden. De camera's zijn voorzien van een intuïtieve interface die eenvoudig is te bedienen,‎ zelfs met handschoenen aan. Dankzij het heldere beeld baant u zich eenvoudig een weg door rook en kunt u snel accurate besluiten nemen.
Door een camera van de FLIR Kx-serie aan te sluiten op FLIR Tools/Tools+,‎ krijgt u toegang tot allerlei instellingen op de camera.

20.3.2  Het tabblad Algemene instellingen

20.3.2.1   Figuur

Graphic

20.3.2.2   Uitleg

Het gedeelte Firmware-informatie : klik op Zoeken naar updates en volg de instructies op het scherm om te controleren of er een nieuwere versie van de camerafirmware beschikbaar is.
Het gedeelte Fabrieksinstellingen herstellen : klik op Herstellen om de fabrieksinstellingen op de camera te herstellen.

20.3.3  Het tabblad Gebruikersinterface

20.3.3.1   Figuur

Graphic

20.3.3.2   Uitleg

Het gedeelte Cameramodussen: selecteer de cameramodus om vast te leggen welke cameramodussen worden ingeschakeld op de camera. Ga voor meer informatie over elke cameramodus naar het gedeelte 20.3.4 Uitleg over de verschillende cameramodussen .
Gedeelte Versterkingsmodus:
  • Modus automatische versterking: selecteer deze optie om de camera automatisch te laten schakelen tussen het bereik met hoge gevoeligheid en het bereik met lage gevoeligheid,‎ afhankelijk van de scènetemperatuur. Het temperatuurniveau waarbij de camera omschakelt tussen beide modi is +‎150 °C.
  • Modus geringe versterking: Als u deze modus selecteert,‎ werkt de camera alleen in het lage gevoeligheidsbereik. Het voordeel hiervan is dat de camera geen niet-uniforme correctie uitvoert wanneer een object met een hogere temperatuur dan +‎150 °C binnen het kader komt. Het nadeel is echter een lagere gevoeligheid en een hoger ruisniveau.
Gedeelte Aangepast opstartbeeld toevoegen: klik op Browse en navigeer naar een afbeeldingsbestand om het opstarten van de camera een persoonlijke tint te geven. Dit kan handig zijn voor het identificeren van camera's van de brandweer. Door het logo van de brandweer als afbeelding te nemen met daarin een unieke id,‎ kunt u uw camera's identificeren.

20.3.4  Uitleg over de verschillende cameramodussen

20.3.4.1  Basismodus

Graphic

Figuur 20.6  Basismodus.

Basismodus is de standaardmodus op de camera. Deze modus biedt verschillende mogelijkheden voor de aanvankelijke brandbestrijding met reddingsoperatie en het onder controle krijgen van de brand. De camera schakelt automatisch tussen het bereik met hoge gevoeligheid en het bereik met lage gevoeligheid om ervoor te zorgen dat u altijd beschikt over een optimaal infraroodbeeld terwijl u een veilig en consistente warmteweergave houdt tijdens het blusproces.
  • Automatisch bereik.
  • Warmteverkleuring: +‎150 tot +‎500 °C.
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150°C
  • Bereik met lage gevoeligheid: 0 tot +‎500 °C.

20.3.4.2  Zwart-witbrandblusmodus

Graphic

Figuur 20.7  Zwart-witbrandblusmodus.

De zwart-witbrandblusmodus is een standaard brandblusmodus die is gebaseerd op de basismodus. Deze modus biedt verschillende mogelijkheden voor de aanvankelijke brandbestrijding met reddingsoperatie en het onder controle krijgen van de brand. De modus is speciaal bedoeld voor blusservices waarvoor de verkleuringsfunctie niet gewenst is.
De camera schakelt automatisch tussen het bereik met hoge gevoeligheid en het bereik met lage gevoeligheid,‎ zodat u altijd over een optimaal infraroodbeeld beschikt.
  • Automatisch bereik.
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150°C
  • Bereik met lage gevoeligheid: 0 tot +‎500 °C.

20.3.4.3  Vuurmodus

Graphic

Figuur 20.8  Vuurmodus.

De vuurmodus is vergelijkbaar met de basismodus,‎ maar met een hogere starttemperatuur voor warmteverkleuring. Deze modus is geschikt voor situaties met veel open vuur,‎ waarin de achtergrondtemperaturen hoger zijn. De camera schakelt automatisch tussen het bereik met hoge gevoeligheid en het bereik met lage gevoeligheid om ervoor te zorgen dat u altijd beschikt over een optimaal infraroodbeeld terwijl u een veilig en consistente warmteweergave houdt tijdens het blusproces.
  • Automatisch bereik.
  • Warmteverkleuring: +‎250 tot +‎500 °C.
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150°C
  • Bereik met lage gevoeligheid: 0 tot +‎500 °C.

20.3.4.4  Modus Zoeken en redden

Graphic

Figuur 20.9  Modus Zoeken en redden.

De modus Zoeken en redden is geoptimaliseerd voor het behouden van grote contrasten in het infraroodbeeld terwijl er in landschap,‎ gebouwen of bij verkeersongelukken wordt gezocht naar personen.
  • Alleen beschikbaar met bereik met hoge gevoeligheid.
  • Warmteverkleuring: +‎100 tot +‎150°C
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150°C

20.3.4.5  Modus Warmteopsporing

Graphic

Figuur 20.10  Modus Warmteopsporing.

De modus Warmteopsporing is geoptimaliseerd voor het zoeken van hotspots bij nacontrole nadat het vuur is geblust,‎ om er zeker van te zijn dat het vuur werkelijk is geblust. Deze modus kan ook worden gebruikt voor het zoeken van thermische patronen,‎ bijvoorbeeld om personen in auto's op te sporen na een auto-ongeluk,‎ om er zeker van te zijn dat iedereen is gevonden. Nog een toepassing van deze modus is het zoeken naar personen in water en op open terrein.
  • Alleen beschikbaar met bereik met hoge gevoeligheid.
  • Warmteverkleuring: de 20% hoogste temperaturen in de scène.
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150°C

20.3.4.6  Modus koude-opsporing

Graphic

Figuur 20.11  Modus koude-opsporing.

De modus koude-opsporing is geoptimaliseerd voor zoeken naar koude punten,‎ normaal gesproken tocht en luchtstromen.
  • Alleen beschikbaar met bereik met hoge gevoeligheid.
  • Kou-inkleuring: de 20% laagste temperaturen in de scène.
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150°C

20.3.4.7  Modus bouwanalyse

Graphic

Figuur 20.12  Modus bouwanalyse.

De Modus bouwanalyse is geschikt voor het analyseren van gebouwen en het opsporen van gebouwgerelateerde afwijkingen. Het warmtebeeld kan niet alleen informatie verschaffen over structurele,‎ mechanische,‎ loodgieters- en elektrische constructies,‎ maar ook een indicatie geven van vocht,‎ natheid en luchtfiltratie.
In deze modus gebruikt de camera een ijzerkleurenpalet om de verschillende temperaturen weer te geven. Hierbij geven de kleuren zwart,‎ blauw en paars de koudste gebieden aan,‎ rood,‎ oranje en geel de temperaturen in het middengebied en ten slotte wit voor de heetste delen. De temperatuurschaal wordt automatisch aangepast aan de thermische inhoud van het beeld.