18  Werken in de Microsoft Word-omgeving

18.1  Een rapportsjabloon maken

18.1.1   Algemeen

FLIR Tools+‎ wordt geleverd met verschillende rapportsjablonen (Microsoft Word *.dotx-bestanden)‎. Als deze sjablonen niet voldoen aan uw behoeften,‎ kunt u uw eigen aangepaste infraroodrapportsjablonen maken.

18.1.1.1  Wilt u weinig of veel rapportsjablonen?

Het is niet ongebruikelijk dat u één specifieke sjabloon gebruikt voor één specifieke klant. Als dit het geval is,‎ wilt u mogelijk bedrijfsspecifieke gegevens van uw klant opnemen in de sjabloon,‎ in plaats van deze handmatig in te voeren nadat het infraroodrapport is gegenereerd.
Als u echter meerdere klanten hebt die een infraroodrapport willen dat kan worden gemaakt met één of enkele sjablonen,‎ is het beter om bedrijfsspecifieke gegevens niet op te nemen in de sjabloon aangezien dat type gegevens eenvoudig kan worden ingevoerd nadat het rapport is gegenereerd.

18.1.1.2  Typische structuur

Een aangepaste infraroodrapportsjabloon bestaat doorgaans uit de volgende typen pagina's:
  • Een voorblad.
  • Een aantal verschillende pagina's die combinaties bevatten van IR Viewer-objecten,‎ digitale foto-objecten,‎ IR-histogramobjecten,‎ IR-profielobjecten,‎ tabelobjecten,‎ overzichtstabelobjecten,‎ enz.
  • Een achterblad.
U kunt het voorblad en achterblad van de rapportsjabloon maken met bestaande functies in Microsoft Word.
Het voor- en achterblad van een infraroodrapportsjabloon bevatten meestal de volgende informatie:
  • De namen van uw bedrijf en het bedrijf van de klant.
  • Overige contactgegevens.
  • De huidige datum.
  • De titel van het infraroodrapport.
  • De logo's van uw bedrijf en het bedrijf van de klant.
  • Eventuele aanvullende illustraties of informatie die u wilt vermelden.

18.1.1.3  Een opmerking over het werken in de Microsoft Word‎-omgeving

Doordat de rapportgenerator in FLIR Tools+‎ een invoegtoepassing is voor Microsoft Word,‎ kunnen in principe alle bestaande functies die u normaal gesproken gebruikt bij het maken van een Microsoft Word-documentsjabloon worden gebruikt bij het maken van uw rapportsjablonen.
FLIR Tools+‎ voegt een aantal opdrachten toe die specifiek zijn voor de branche van infraroodbeeldbewerking en -rapportage. Deze opdrachten zijn toegankelijk op het tabblad FLIR Tools+‎.
U gebruikt deze functies samen met de gebruikelijke Microsoft Word-functies wanneer u infraroodrapportsjablonen maakt.

18.1.2  Een aangepaste infraroodrapportsjabloon maken

U kunt een aangepaste infraroodrapportsjabloon maken op basis van een lege Microsoft Word-sjabloon. De eenvoudigste manier om een rapportsjabloon te maken,‎ is echter door een bestaande sjabloon te wijzigen. Wanneer u dit doet,‎ kunt u gebruikmaken van de bestaande infraroodobjecten die al op de rapportsjabloonpagina staan. Zo bent u veel sneller klaar dan wanneer u een geheel nieuwe infraroodrapportsjabloon zou moeten maken.
U kunt een rapportsjabloon op drie verschillende manieren maken:
  • Een basisrapportsjabloon aanpassen.
  • Een bestaande rapportsjabloon wijzigen.
  • Een rapportsjabloon maken op basis van een lege Microsoft Word-sjabloon.

Een basisrapportsjabloon aanpassen

Een bestaande sjabloon wijzigen

Een rapportsjabloon maken op basis van een lege Microsoft Word‎-sjabloon

18.2  Objecten in het rapport beheren

Wanneer u een rapport maakt op basis van een rapportsjabloon,‎ worden er automatisch objecten ingevoegd als tijdelijke aanduiding voor infraroodbeelden,‎ digitale foto's,‎ tabellen en velden op de rapportpagina's. U kunt ook objecten invoegen en hun eigenschappen wijzigen nadat u het rapport hebt gestart in Microsoft Word,‎ zoals is beschreven in onderstaande gedeelten.
Raadpleeg het gedeelte 18.1 Een rapportsjabloon maken wanneer u uw eigen rapportsjablonen maakt. U voegt objecten in en definieert de eigenschappen volgens de instructies in onderstaande gedeelten.
De volgende objecten kunnen in het rapport staan:
  • IR Viewer-object.
  • Digitale foto-object.
  • IR-profielobject.
  • IR-histogramobject.
  • IR-trendingobject.
  • Veldobject.
  • Tabelobject.
  • Overzichtstabelobject.
Werkbalken,‎ submenu's,‎ knoppen,‎ enz. die zijn gerelateerd aan de objecten,‎ zijn gedetailleerd beschreven in het gedeelte 18.4 Softwarereferenties .

18.2.1  Objecten invoegen

Graphic

18.2.1.1  IR Viewer-objecten en digitale foto-objecten

IR Viewer-objecten en digitale foto-objecten zijn tijdelijke aanduidingen die automatisch infraroodbeelden en visuele beelden laden wanneer een rapport wordt gemaakt.

IR Viewer-objecten en digitale foto-objecten invoegen

18.2.1.2  IR-profielobjecten

Wanneer een rapport wordt gemaakt,‎ worden in het IR-profielobject automatisch de waarden weergegeven van eventuele lijnhulpmiddelen die zijn opgeslagen in het infraroodbeeld

IR-profielobjecten invoegen

18.2.1.3  IR-histogramobjecten

Wanneer een rapport is gemaakt,‎ wordt met het IR-histogramobject getoond hoe pixels in de bereikhulpmiddelen van het beeld zijn verdeeld door een curve te maken van het aantal pixels op elk temperatuurniveau.

IR-histogramobjecten invoegen

18.2.1.4  IR-trendingobjecten

Het standaardgedrag van het IR-trendingobject is dat het automatisch een trend weergeeft voor alle IR Viewer-objecten in het rapport nadat het rapport is gemaakt. U kunt beelden ook handmatig verslepen naar het IR-trendingobject.

IR-trendingobjecten invoegen

18.2.1.5  Veldobjecten

Wanneer u uw rapport maakt,‎ worden in het veldobject automatisch waarden of tekst weergegeven die zijn gekoppeld aan een infraroodbeeld.

Veldobjecten invoegen

18.2.1.6  Tabelobjecten

Wanneer u uw rapport maakt,‎ worden in het tabelobject automatisch de waarden van eventuele meethulpmiddelen in het infraroodbeeld weergegeven.

Tabelobjecten invoegen

18.2.1.7   Overzichtstabelobjecten

Wanneer u uw rapport maakt,‎ worden in het overzichtstabelobject automatisch de waarden weergegeven van de items die u hebt gekozen om op te nemen in de tabel.

Overzichtstabelobjecten invoegen

18.2.2  Objecten koppelen

In deze beschrijving wordt aangenomen dat u één IR-profielobject en minimaal één IR Viewer-object op uw sjabloonpagina hebt.
De objecten die u koppelt,‎ moeten op dezelfde pagina staan wanneer u deze koppelt. Als de paginering van het document wijzigt en een van de objecten op een andere pagina komt te staan,‎ blijft de koppeling echter behouden.

Objecten koppelen

18.2.3  De afmetingen van objecten wijzigen

De afmetingen van infraroodobjecten wijzigen

De afmetingen van tabel- en overzichtstabelobjecten wijzigen

18.2.4  Objecten verwijderen

Infraroodobjecten verwijderen

Tabel- en overzichtstabelobjecten verwijderen

Veldobjecten verwijderen

18.2.5  Meethulpmiddelen voor IR Viewer

Een infraroodbeeld bevat geldige temperatuurinformatie die kan worden uitgevoerd met verschillende hulpmiddelen,‎ zoals spotmeters,‎ profielen of gebieden.
Deze hulpmiddelen opent u vanaf de werkbalk IR Viewer,‎ die wordt weergegeven wanneer u op het IR Viewer-object klikt.
Klik op Graphic om het selectiehulpmiddel weer te geven. Dit hulpmiddel werkt op dezelfde manier als selectiehulpmiddelen in tekstverwerkingsprogramma's en DTP-programma's. U gebruikt het selectiehulpmiddel voor het selecteren van meethulpmiddelen.
Klik op Graphic om een spotmeter weer te geven waaraan een vlag is bevestigd en waarmee u temperatuurwaarden kunt identificeren door deze over het infraroodbeeld te verplaatsen. Als u op het beeld klikt,‎ maakt het hulpmiddel voor de zwevende spotmeter een vaste spotmeter op het beeld. U kunt de modus voor de zwevende spotmeter deactiveren door op de Esc-toets te drukken.
Klik op Graphic om vaste spotmeters te maken op infraroodbeelden. Het meetresultaat kan vervolgens worden weergegeven in een tabelobject.
Klik op Graphic om gebieden te maken op infraroodbeelden. Het meetresultaat kan vervolgens worden weergegeven in een tabelobject.
Klik op Graphic om ellipsoïde gebieden te maken op infraroodbeelden. Het meetresultaat kan vervolgens worden weergegeven in een tabelobject.
Klik op Graphic om polygoongebieden te maken op infraroodbeelden. Het meetresultaat kan vervolgens worden weergegeven in een tabelobject.
Klik op Graphic om een lijn te maken op infraroodbeelden. Het meetresultaat kan vervolgens worden weergegeven in een IR-profielobject.
Klik op Graphic om een gebogen lijn te maken op infraroodbeelden. Het meetresultaat kan vervolgens worden weergegeven in een IR-profielobject.
Klik op Graphic om het verschil tussen twee temperaturen te berekenen,‎ bijvoorbeeld twee spotmeters of een spotmeter en de maximumtemperatuur in het beeld. Het resultaat van de berekening wordt weergegeven als ToolTip en als resultaat in de resultatentabel. Voor het gebruik van deze werkbalkknop moet u minimaal één meetfunctie op uw beeld hebben neergezet.
Klik op Graphic om een markering te maken die u kunt verplaatsen naar een willekeurige positie in een beeld om een relevant gebied aan te wijzen.
Klik op Graphic om een menu weer te geven waarin u een van de volgende dingen kunt doen:
  • Een isotherm invoegen boven een temperatuurniveau. Hiermee wijst u een vooraf bepaalde kleur toe aan alle temperaturen in een beeld die hoger zijn dan een bepaald temperatuurniveau.
  • Een isotherm invoegen onder een temperatuurniveau. Hiermee wijst u een vooraf bepaalde kleur toe aan alle temperaturen in een beeld die lager zijn dan een bepaald temperatuurniveau.
  • Een isothermkleur instellen die wordt weergegeven wanneer de camera een gebied opmerkt waar wellicht een risico op vochtigheid in het gebouw bestaat (vochtalarm)‎.
  • Een isothermkleur instellen die wordt weergegeven wanneer de camera een mogelijk isolatiedefect in een muur opmerkt (isolatiealarm)‎.
  • Een isotherm invoegen tussen twee temperatuurniveaus. Hiermee wijst u een vooraf bepaalde kleur toe aan alle temperaturen in een beeld die tussen twee bepaalde temperatuurniveaus liggen.
Zie het gedeelte 18.4.10.2.2 Tabblad Isotermen voor meer informatie over isotherminstellingen.
Klik op Graphic om een rechthoek te tekenen rond een gebied waarop u wilt inzoomen. Wanneer de zoommodus geactiveerd is,‎ wordt er in de rechterbovenhoek een miniatuurbeeld weergegeven,‎ waarmee de locatie van het gebied wordt aangegeven waarop u hebt ingezoomd. U kunt het gebied verplaatsen door de linkermuisknop ingedrukt te houden en vervolgens de muis te bewegen. Als u de zoommodus wilt verlaten,‎ selecteert u in het menu Zoom of drukt u op het toetsenbord op de spatiebalk.
Klik op Graphic om het dialoogvenster Afbeeldingsfusie te openen. Zie het gedeelte 18.2.7 Samenvoegen van beelden voor meer informatie over het combineren van beelden.
Klik op Graphic om in het IR Viewer-object rasterlijnen in of uit te schakelen. Zie het gedeelte 18.2.5.2 Het rasterhulpmiddel gebruiken voor meer informatie over het rasterhulpmiddel.

18.2.5.1  De meethulpmiddelen beheren

Nadat u meethulpmiddelen,‎ zoals spotmeters,‎ gebieden en markeringen hebt toegevoegd aan een IR Viewer-object,‎ kunt u hierop acties uitvoeren,‎ zoals verplaatsen,‎ klonen en verwijderen.

Een meethulpmiddel selecteren in het beeld

Een meethulpmiddel verplaatsen

Meethulpmiddelen klonen

Meethulpmiddelen verwijderen

18.2.5.2  Het rasterhulpmiddel gebruiken

Met het rasterhulpmiddel kunt u een raster plaatsen op een IR Viewer-object indien u het gezichtsveld van de lens en de afstand tot het doelobject weet. Hierbij stelt elk element van het raster een bekend gebied voor.
U kunt ook een lijn plaatsen in het IR Viewer-object en de lengte van de lijn opgeven.

Het rasterhulpmiddel gebruiken

18.2.6  Formules

18.2.6.1   Algemeen

Met FLIR Tools+‎ kunt u geavanceerde berekeningen uitvoeren op verschillende items in het infraroodbeeld. Een formule kan alle gangbare wiskundige operators en functies bevatten (+‎,‎ –,‎ ×,‎ ÷,‎ enz.)‎. Ook numerieke constanten,‎ zoals π kunnen worden gebruikt.
Bovendien kunnen verwijzingen naar meetresultaten,‎ andere formules en andere numerieke gegevens worden ingevoegd in formules.

18.2.6.2  Een eenvoudige formule maken

Een formule maken die het verschil tussen twee punten berekent

18.2.6.3  Een voorwaardelijke formule maken

Voor sommige toepassingen wilt u mogelijk het resultaat van een berekening weergeven in een groen lettertype als het resultaat lager is dan een kritieke waarde,‎ en in een rood lettertype als het resultaat hoger is dan de kritieke waarde.
Dit kunt u doen door een voorwaardelijke formule te maken met de IF-instructie.

Een voorwaardelijke formule met de IF-instructie maken

18.2.7  Samenvoegen van beelden

18.2.7.1   Algemeen

Met FLIR Tools+‎ kunt u een infraroodbeeld samenvoegen met een visueel beeld. Wanneer u beelden samenvoegt,‎ is het mogelijk makkelijker om de exacte positie van temperatuurafwijkingen te bepalen.

18.2.7.2  Procedure voor het samenvoegen van beelden

Een infraroodbeeld samenvoegen met een visueel beeld

Zie het gedeelte 18.4.10.7 Dialoogvenster Afbeeldingsfusie voor meer informatie over het samenvoegen van beelden.

18.3  Documenteigenschappen

18.3.1   Algemeen

Wanneer u een infraroodrapport maakt,‎ haalt FLIR Tools+‎ de Microsoft Word-documenteigenschappen voor de rapportsjabloon op en voegt deze eigenschappen in de betreffende Microsoft Word-velden van het definitieve rapport in.
Met deze documenteigenschappen kunt u bij het maken van een rapport diverse tijdrovende taken automatiseren. Mogelijk wilt u dat FLIR Tools+‎ automatisch informatie toevoegt,‎ zoals de naam,‎ het adres en e-mailadres van de plaats van inspectie,‎ het model van de camera die u gebruikt en uw e-mailadres.

18.3.2  Typen documenteigenschappen

Er zijn twee verschillende typen documenteigenschappen:
  • Beknopte documenteigenschappen.
  • Aangepaste documenteigenschappen.
Voor eerstgenoemde kunt u alleen de waarden wijzigen,‎ maar voor laatstgenoemde kunt u zowel de labels als de waarden wijzigen.

18.3.3  Microsoft Word‎-documenteigenschappen maken en bewerken

Documenteigenschappen maken en bewerken

18.3.4  De prefix voor een rapporteigenschap wijzigen

18.3.4.1   Algemeen

Als een rapport is gegenereerd,‎ wordt er een dialoogvenster Rapporteigenschappen weergegeven. In dit dialoogvenster kunt u klantgegevens en informatie over de inspectie invoeren. De informatie die u in dit dialoogvenster heeft ingevoerd,‎ wordt ingevuld in de overeenkomstige tijdelijke aanduidingen in het rapport.
De eigenschappen van het rapport worden weergegeven als deze vooraf worden gegaan door een underscore (_)‎. Mocht u echter eigen aangepaste sjablonen gebruiken,‎ dan hebben deze mogelijk een ander voorvoegsel,‎ bijv. een procentteken (%)‎,‎ een dollarteken ($)‎,‎ een hekje (#)‎ of de volledige of gedeeltelijke bedrijfsnaam (bijv,‎ 'ACME')‎. Als u wilt dat deze eigenschappen worden weergegeven in het gegenereerde rapport,‎ moet u de eigenschap FLIR_ReportPropertyPrefix in bijwerken.

18.3.4.2   Procedure

Volg deze procedure:

18.3.5  Een Microsoft Word‎-veld maken en koppelen aan een documenteigenschap

Een Microsoft Word‎-veld maken en koppelen

18.4  Softwarereferenties

Dit gedeelte bevat gedetailleerde beschrijvingen van alle menu's,‎ knoppen,‎ dialoogvensters,‎ enz. met betrekking tot FLIR Tools+‎.

18.4.1  Tabblad FLIR Tools+‎

Na installatie van FLIR Tools+‎ verschijnt het tabblad FLIR Tools+‎ rechts van de standaardtabbladen in het lint van uw Microsoft Word-documenten.
Graphic
Klik op Graphic om een IR Viewer-object in te voegen voor infraroodbeelden en sequentiebestanden. Een infraroodbeeld of een sequentiebestand bevat geldige temperatuurinformatie die kan worden uitgevoerd door verschillende typen meethulpmiddelen te plaatsen,‎ zoals spotmeters,‎ profielen en gebieden.
Klik op Graphic om een digitale foto-object in te voegen. Deze kan genomen zijn met een zelfstandige digitale camera of met de digitale visuele camera die is ingebouwd op sommige FLIR Systems -infraroodcamera's. Gebruik deze methode alleen om een foto in te voegen wanneer u een rapportsjabloon ontwerpt. In alle andere gevallen voegt u foto's in door te klikken op Foto op het tabblad Invoegen.
Klik op Graphic om een IR-profielobject in te voegen. Een IR-profielobject bevat een grafiek waarin de pixelwaarden worden weergegeven langs een lijn in een infraroodbeeld.
Klik op Graphic om een IR-histogramobject in te voegen. Een IR-histogramobject bevat een grafiek waarin wordt getoond hoe pixels in het beeld zijn verdeeld door een curve te maken van het aantal pixels op elk temperatuurniveau.
Klik op Graphic om een IR-trendingobject in te voegen. Een IR-trendingobject is een grafische voorstelling van meetwaarden of tekstcommentaarwaarden op de Y-as tegenover infraroodrapportpagina's of infraroodbeelden op de X-as,‎ gesorteerd op tijd,‎ paginanummer of tekstcommentaarwaarden. Hiermee kunnen ook mogelijke trends worden weergegeven,‎ op basis van verschillende algoritmen.
Klik op Graphic om het dialoogvenster Snel invoegen weer te geven. Zie het gedeelte 18.4.10.1 Dialoogvenster Snel invoegen voor het maken van een rapport door een vooraf gedefinieerde pagina-indeling te selecteren of een bestaande pagina-indeling te wijzigen.
Klik op Graphic om infraroodobjecten aan elkaar te koppelen,‎ bijvoorbeeld een IR-profielobject aan een IR Viewer-object.
Klik op een infraroodobject en vervolgens op Graphic om het object te verwijderen uit uw rapport.
Klik op Graphic om een veldobject in te voegen in uw huidige document. Een veldobject kan worden gekoppeld aan waarden of tekst in uw infraroodbeeld.
Klik op Graphic om een tabelobject in te voegen in uw huidige document. In een tabelobject worden de resultaten weergegeven van de meethulpmiddelen die in het infraroodbeeld zijn geplaatst,‎ evenals andere informatie die gerelateerd is aan het infraroodbeeld.
Klik op Graphic om een overzichtstabelobject in te voegen. In een overzichtstabelobject staan uw gewenste infraroodgegevens uit alle infraroodbeelden in het rapport,‎ met één rij per beeld.
Klik op Graphic om de huidige pagina te verwijderen.
Klik op Graphic om de huidige pagina te dupliceren en de gedupliceerde pagina in te voegen na de huidige pagina.
Klik op Rapporteigenschappen om een dialoogvenster weer te geven waarin u klantgegevens en informatie over de inspectie kunt weergeven. Meer informatie hierover vindt u in het gedeelte 18.3.4 De prefix voor een rapporteigenschap wijzigen .
Klik op Graphic om het submenu FLIR weer te geven. Zie het gedeelte 18.4.1.1 Submenu FLIR‎ .

18.4.1.1  Submenu FLIR‎

Het submenu FLIR wordt weergegeven wanneer u op Graphic klikt op het tabblad FLIR Tools+‎:
Graphic
Een rapportsjabloon maken : klik om een standaardsjabloon te openen die u kunt gebruiken als basis voor verdere aanpassingen.
Eenheden instellen : klik om een dialoogvenster weer te geven waarin u temperatuur- en afstandseenheden kunt instellen.
IRViewer-instellingen globaal toepassen : deze opdracht is alleen beschikbaar wanneer er een IR Viewer-object geselecteerd is. Klik om de instellingen van het geselecteerde IR Viewer-object globaal toe te passen.
Gekozen taal : klik om een dialoogvenster weer te geven waarin u de taal kunt instellen.
Over : klik om een dialoogvenster weer te geven met informatie over de programmaversie.

18.4.2  IR Viewer-object

18.4.2.1   Algemeen

Een IR Viewer-object is een tijdelijke aanduiding voor infraroodbeelden en sequentiebestanden. Een infraroodbeeld bevat geldige temperatuurinformatie die kan worden uitgevoerd door verschillende typen meethulpmiddelen te plaatsen,‎ zoals spotmeters,‎ profielen en gebieden.
Het uiterlijk van het IR Viewer-object is afhankelijk van het feit of er een infraroodbeeld of een sequentiebestand geselecteerd is.
18.4.2.1.1  IR Viewer-object met infraroodbeeld
Graphic
Het IR Viewer-object met een infraroodbeeld bevat de volgende informatie (nummers verwijzen naar bovenstaande afbeelding)‎:
Als beeld zijn samengevoegd,‎ wordt er een extra schuif weergegeven onder in het IR Viewer-object. Het uiterlijk van de schuif is afhankelijk van het type beeldsamenvoeging,‎ zoals is getoond in onderstaande afbeeldingen.
Schuif voor het regelen van het samenvoegen van beelden met de instelling Interval:
Graphic
Schuif voor het regelen van het samenvoegen van beelden met de instelling Combineren:
Graphic
Schuif voor het regelen van het samenvoegen van beelden met de instelling Dynamische beeldbewerking met meerdere spectra (MSX)‎:
Graphic
U kunt de het samenvoegen van beelden regelen door de schuif naar links of rechts te slepen om zo een infraroodbeeld samen te voegen met een digitale foto. U kunt ook een van de volgende snelle manieren gebruiken:
  • U kunt naar de volledige infraroodbeeld of de volledige digitale foto gaan door te dubbelklikken op het betreffende pictogram aan het linker- of rechteruiteinde van de meter.
  • U kunt de schuif centreren op de meter door met de rechtermuisknop op de meter te klikken.
  • U kunt de schuif verplaatsen naar een specifieke positie op de meter door op de meter te dubbelklikken op die positie.
  • U kunt de schuif in kleine stappen naar links of naar rechts verplaatsen door op de meter links of rechts van de schuif te klikken.
Zie de gedeelten 18.2.7 Samenvoegen van beelden en 18.4.10.7 Dialoogvenster Afbeeldingsfusie voor meer informatie over het samenvoegen van beelden.
18.4.2.1.2  IR Viewer-object met een sequentiebestand
Graphic
Het IR Viewer-object met een sequentiebestand bevat de volgende informatie (nummers verwijzen naar bovenstaande afbeelding)‎:

18.4.2.2  Snelmenu van IR Viewer

Het snelmenu van de IR Viewer wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op een IR Viewer-bject klikt.
Graphic
Openen : klik om een beeld te openen in de tijdelijke aanduiding voor het IR Viewer-object of om de huidige beeld te vervangen voor een nieuw beeld.
Opslaan als : klik om de momenteel weergegeven beeld op te slaan op uw harde schijf.
IR-schaal tonen : klik om de infraroodschaal uiterst rechts in het infraroodbeeld te tonen/verbergen.
Schets weergeven : klik om een schets uit de losse pols te tonen/verbergen die gekoppeld is aan het beeld. (Niet alle camera's ondersteunen het maken van schetsen uit de losse pols. Deze optie is alleen zichtbaar wanneer de beelden een schets uit de losse pols bevatten.)‎ Voor sommige oude beelden die markeringen bevatten,‎ worden deze weergegeven op het tabblad Commentaren > Schets . Zie het gedeelte 18.4.10.2.3 Tabblad Commentaren .
Zoom : klik op 1×,‎ 2×,‎ 4× of 8× in het menu Zoom om in te zoomen op het momenteel weergegeven beeld.
Instellingen : klik om het dialoogvenster Afbeeldingsinstellingen te openen. Zie het gedeelte 18.4.10.2 Dialoogvenster Afbeeldingsinstellingen .
Afbeeldingsfusie : klik om het dialoogvenster Afbeeldingsfusie te openen. Zie het gedeelte 18.4.10.7 Dialoogvenster Afbeeldingsfusie .
Rechtsom draaien : klik om het beeld 90° rechtsom te draaien.
Linksom draaien : klik om het beeld 90° linksom te draaien.
Formules : klik om het dialoogvenster Formule te openen. Zie het gedeelte 18.4.10.8 Dialoogvenster Formule .

18.4.2.3  Werkbalk IR Viewer

De werkbalk van het IR Viewer-object wordt weergegeven wanneer er een IR Viewer-object geselecteerd is.
Klik op Graphic om het selectiehulpmiddel weer te geven. Dit hulpmiddel werkt op dezelfde manier als selectiehulpmiddelen in tekstverwerkingsprogramma's en DTP-programma's. U gebruikt het selectiehulpmiddel voor het selecteren van meethulpmiddelen.
Klik op Graphic om een spotmeter weer te geven waaraan een vlag is bevestigd en waarmee u temperatuurwaarden kunt identificeren door deze over het infraroodbeeld te verplaatsen. Als u op het beeld klikt,‎ maakt het hulpmiddel voor de zwevende spotmeter een vaste spotmeter op het beeld. U kunt de modus voor de zwevende spotmeter deactiveren door op de Esc-toets te drukken.
Klik op Graphic om vaste spotmeters te maken op infraroodbeelden. Het meetresultaat kan vervolgens worden weergegeven in een tabelobject.
Klik op Graphic om gebieden te maken op infraroodbeelden. Het meetresultaat kan vervolgens worden weergegeven in een tabelobject.
Klik op Graphic om ellipsoïde gebieden te maken op infraroodbeelden. Het meetresultaat kan vervolgens worden weergegeven in een tabelobject.
Klik op Graphic om polygoongebieden te maken op infraroodbeelden. Het meetresultaat kan vervolgens worden weergegeven in een tabelobject.
Klik op Graphic om een lijn te maken op infraroodbeelden. Het meetresultaat kan vervolgens worden weergegeven in een IR-profielobject.
Klik op Graphic om een gebogen lijn te maken op infraroodbeelden. Het meetresultaat kan vervolgens worden weergegeven in een IR-profielobject.
Klik op Graphic om het verschil tussen twee temperaturen te berekenen,‎ bijvoorbeeld twee spotmeters of een spotmeter en de maximumtemperatuur in het beeld. Het resultaat van de berekening wordt weergegeven als ToolTip en als resultaat in de resultatentabel. Voor het gebruik van deze werkbalkknop moet u minimaal één meetfunctie op uw beeld hebben neergezet.
Klik op Graphic om een markering te maken die u kunt verplaatsen naar een willekeurige positie in een beeld om een relevant gebied aan te wijzen.
Klik op Graphic om een menu weer te geven waarin u een van de volgende dingen kunt doen:
  • Een isotherm invoegen boven een temperatuurniveau. Hiermee wijst u een vooraf bepaalde kleur toe aan alle temperaturen in een beeld die hoger zijn dan een bepaald temperatuurniveau.
  • Een isotherm invoegen onder een temperatuurniveau. Hiermee wijst u een vooraf bepaalde kleur toe aan alle temperaturen in een beeld die lager zijn dan een bepaald temperatuurniveau.
  • Een isothermkleur instellen die wordt weergegeven wanneer de camera een gebied opmerkt waar wellicht een risico op vochtigheid in het gebouw bestaat (vochtalarm)‎.
  • Een isothermkleur instellen die wordt weergegeven wanneer de camera een mogelijk isolatiedefect in een muur opmerkt (isolatiealarm)‎.
  • Een isotherm invoegen tussen twee temperatuurniveaus. Hiermee wijst u een vooraf bepaalde kleur toe aan alle temperaturen in een beeld die tussen twee bepaalde temperatuurniveaus liggen.
Klik op Graphic om een rechthoek te tekenen rond een gebied waarop u wilt inzoomen. Wanneer de zoommodus geactiveerd is,‎ wordt er in de rechterbovenhoek een miniatuurbeeld weergegeven,‎ waarmee de locatie van het gebied wordt aangegeven waarop u hebt ingezoomd. U kunt het gebied verplaatsen door de linkermuisknop ingedrukt te houden en vervolgens de muis te bewegen. Als u de zoommodus wilt verlaten,‎ selecteert u in het menu Zoom of drukt u op het toetsenbord op de spatiebalk.
Klik op Graphic om het dialoogvenster Afbeeldingsfusie te openen. Zie het gedeelte 18.4.10.7 Dialoogvenster Afbeeldingsfusie .
Klik op Graphic om de rasterlijnen in of uit te schakelen in de grafiek van het IR Viewer-object.

18.4.2.4  Snelmenu hulpmiddelen IR Viewer

Het uiterlijk van het snelmenu voor IR Viewer-hulpmiddelen is afhankelijk van het hulpmiddel waarop u klikt met de rechtermuisknop.
Cursor : alleen van toepassing op lijnen. Klik om een cursor te maken die u langs de lijn kunt verplaatsen.
Verwijderen : klik om het momenteel geselecteerde hulpmiddel te verwijderen uit het infraroodbeeld.
Coldspot : van toepassing op alle hulpmiddelen,‎ behalve de spotmeter,‎ verschilberekening en markering. Klik om een spotmeter te maken op de koudste locatie van het gebied.
Hotspot : van toepassing op alle hulpmiddelen,‎ behalve de spotmeter,‎ delta en markering. Klik om een spotmeter te maken op de warmste locatie van het gebied.
Formules : klik om het dialoogvenster Formule te openen. Zie het gedeelte 18.4.10.8 Dialoogvenster Formule .
Instellingen : klik om het dialoogvenster Meetinstellingen te openen. Zie het gedeelte 18.4.10.3 Dialoogvenster Meetinstellingen .
Afbeelding : dit menu is gelijk aan het snelmenu van de IR Viewer. Zie het gedeelte 18.4.2.2 Snelmenu van IR Viewer .

18.4.3  Digitale foto-object

18.4.3.1   Algemeen

Het digitale foto-object is een tijdelijke aanduiding voor foto's. Deze foto kan genomen zijn met een zelfstandige digitale camera of met de digitale visuele camera die is ingebouwd op sommige FLIR Systems -infraroodcamera's.
Graphic

18.4.3.2  Snelmenu van digitale foto-object

Het snelmenu van het digitale foto-object wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op een digitale foto-object klikt.
Graphic
Openen : klik om een beeld te openen in de tijdelijke aanduiding voor het digitale foto-object of om de huidige beeld te vervangen met een nieuw beeld.
Schets weergeven : klik om een schets uit de losse pols te tonen/verbergen die gekoppeld is aan het beeld. (Niet alle camera's ondersteunen het maken van schetsen uit de losse pols.)‎ Voor sommige oude beelden die markeringen bevatten,‎ worden deze getoond/verborgen met deze opdracht.

18.4.4  IR-profielobject

18.4.4.1   Algemeen

Een IR-profielobject bevat een grafiek waarin pixelwaarden worden weergegeven langs een lijn in een infraroodbeeld.
Graphic

18.4.4.2  Snelmenu van IR-profielobject

Het snelmenu van het IR-profielobject wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op een IR-profielobject klikt.
Graphic
Rasterlijnen : klik om een raster van horizontale lijnen weer te geven in het IR-profielobject.
Legenda : klik om onder het IR-profielobject een legenda weer te geven.
Alleen zichtbare profiellijnen tonen in legenda : als in het infraroodbeeld twee of meer lijnen geplaatst zijn en u op Alleen zichtbare profiellijnen tonen in legenda klikt,‎ worden eventuele gewiste lijnresultaten verwijderd uit de legenda onder het IR-profielobject.
3D-weergave : klik om een driedimensionale weergave te maken van de grafiek van het IR-profielobject.
X- & Y-assen wisselen : klik om de X- en Y-as van het IR-profielobject om te wisselen.
Instellingen : klik om het dialoogvenster Profielinstellingen te openen. Zie het gedeelte 18.4.10.4 Dialoogvenster Profielinstellingen .

18.4.4.3  Werkbalk van IR-profiel

De werkbalk van het IR-profielobject wordt weergegeven wanneer er een IR-profielobject geselecteerd is.
Klik op Graphic om een driedimensionale weergave te maken van de grafiek van het IR-profielobject.
Klik op Graphic om de rasterlijnen in of uit te schakelen in de grafiek van het IR-profielobject.

18.4.5  IR-histogramobject

18.4.5.1   Algemeen

Een IR-histogramobject bevat een grafiek waarin wordt getoond hoe pixels in het beeld zijn verdeeld door een curve te maken van het aantal pixels op elk temperatuurniveau.
Graphic

18.4.5.2  Snelmenu van IR-histogramobject

Het snelmenu van het IR-histogramobject wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op een IR-histogramobject klikt.
Graphic
Rasterlijnen : klik om een raster van horizontale lijnen weer te geven in het IR-histogramobject.
Legenda : klik om onder het IR-histogramobject een legenda weer te geven.
3D-weergave : klik om een driedimensionale weergave te maken van de grafiek van het IR-histogramobject.
X- & Y-assen wisselen : klik om de X- en Y-as van het IR-histogramobject om te wisselen.
Instellingen : klik om het dialoogvenster Histograminstellingen te openen. Zie het gedeelte 18.4.10.5 Dialoogvenster Histograminstellingen .

18.4.5.3  Werkbalk van IR-histogram

De werkbalk van het IR-histogramobject wordt weergegeven wanneer er een IR-histogramobject geselecteerd is.
Klik op Graphic om een driedimensionale weergave te maken van de grafiek van het IR-histogramobject.
Klik op Graphic om de kleuren in of uit te schakelen in de grafiek van het IR-histogramobject.
Klik op Graphic om de rasterlijnen in of uit te schakelen in de grafiek van het IR-histogramobject.
Klik op Graphic om in het IR-histogramobject een banddrempel te gebruiken. Met een banddrempel wordt het percentage pixels aangegeven onder een lagere temperatuur,‎ tussen deze lagere temperatuur en een hogere temperatuur,‎ en boven die hogere temperatuur. De percentages worden weergegeven in de drempellegenda onder het IR-histogramobject.
Klik op Graphic om in het IR-histogramobject een stapdrempel te gebruiken. Met een stapdrempel wordt het percentage pixels onder en boven een specifieke temperatuur aangegeven. De percentages worden weergegeven in de legenda van het IR-histogramobject onder het IR-histogramobject.
Als u in het IR Viewer-object diverse lijnen en/of gebieden hebt gemaakt,‎ selecteert u de lijn of het gebied in de keuzelijst.

18.4.6  IR-trendingobject

18.4.6.1   Algemeen

Een IR-trendingobject is een grafische voorstelling van meetwaarden of tekstcommentaarwaarden op de Y-as tegenover infraroodrapportpagina's of infraroodbeelden op de X-as,‎ gesorteerd op tijd,‎ paginanummer of tekstcommentaarwaarden. Hiermee kunnen ook mogelijke trends worden weergegeven,‎ op basis van verschillende algoritmen.
Graphic

18.4.6.2  Snelmenu van IR-trendingobject

Het snelmenu van het IR-trendingobject wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op een IR-trendingobject klikt.
Graphic
Rasterlijnen : klik om een raster van horizontale lijnen weer te geven in het IR-trendingobject.
Legenda : klik om onder het IR-trendingobject een legenda weer te geven.
Alleen zichtbare curvelijnen tonen in legenda : klik om in de legenda trendlijnen weer te geven die u hebt gewist in het dialoogvenster Trending-instellingen . Zie het gedeelte 18.4.10.6 Dialoogvenster Trending-instellingen .
3D-weergave : klik om een driedimensionale weergave te maken van de grafiek van het IR-trendingobject.
X- & Y-assen wisselen : klik om de X- en Y-as van het IR-trendingobject om te wisselen.
Vernieuwen : klik om de trendgrafiek te vernieuwen.
Instellingen : klik om het dialoogvenster Trending-instellingen te openen. Zie het gedeelte 18.4.10.6 Dialoogvenster Trending-instellingen .

18.4.6.3  Werkbalk van IR-trending

De werkbalk van het IR-trendingobject wordt weergegeven wanneer er een IR-trendingobject geselecteerd is.
Klik op Graphic om een driedimensionale weergave te maken van de grafiek van het IR-trendingobject.
Klik op Graphic om de rasterlijnen in of uit te schakelen in de grafiek van het IR-trendingobject.

18.4.7  Veldobject

18.4.7.1   Algemeen

Een veldobject kan worden gekoppeld aan waarden of tekst in uw infraroodbeeld.
Graphic

18.4.7.2  Snelmenu van veldobject

Het snelmenu van het veldobject wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op een veldobject klikt.
Graphic
Randen en arcering: klik om de Microsoft Word-standaardfunctie te openen.
Spelling: klik om de Microsoft Word-standaardfunctie te openen.
Inhoud : klik om het dialoogvenster Veldinhoud te openen. Zie het gedeelte 18.2.1.5 Veldobjecten .
Vernieuwen : Klik om de inhoud van het veldobject te vernieuwen. Meestal hoeft u dit alleen te doen wanneer u de inhoud handmatig hebt gewijzigd.

18.4.8  Tabelobject

18.4.8.1   Algemeen

In een tabelobject worden de resultaten weergegeven van de meethulpmiddelen die in het infraroodbeeld zijn geplaatst,‎ evenals andere informatie die gerelateerd is aan het infraroodbeeld.
Nadat het rapport is gemaakt,‎ kunt u de tekst in het tabelobject wijzigen. Deze wijzigingen worden echter verwijderd wanneer u met de rechtermuisknop op het tabelobject klikt en Vernieuwen selecteert.
Graphic

18.4.8.2  Snelmenu tabelobject

Het snelmenu van het tabelobject wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op een tabelobject klikt.
Graphic
Randen en arcering: klik om de Microsoft Word-standaardfunctie te openen.
Spelling: klik om de Microsoft Word-standaardfunctie te openen.
Inhoud : klik om het dialoogvenster Inhoud tabel te openen. Zie het gedeelte 18.2.1.6 Tabelobjecten .
Vernieuwen : Klik om de inhoud van het tabelobject te vernieuwen. Meestal hoeft u dit alleen te doen wanneer u de inhoud handmatig hebt gewijzigd.

18.4.9  Overzichtstabelobject

18.4.9.1   Algemeen

In een overzichtstabelobject staan uw gewenste infraroodgegevens uit alle infraroodbeelden in het rapport,‎ één rij per beeld.
Nadat het rapport is gemaakt,‎ kunt u de tekst in het overzichtstabelobject wijzigen. Deze wijzigingen worden echter verwijderd wanneer u met de rechtermuisknop op het overzichtstabelobject klikt en Vernieuwen selecteert.
Graphic

18.4.9.2  Snelmenu van overzichtstabelobject

Het snelmenu van het overzichtstabelobject wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op een overzichtstabelobject klikt.
Graphic
Randen en arcering: klik om de Microsoft Word-standaardfunctie te openen.
Spelling: klik om de Microsoft Word-standaardfunctie te openen.
Inhoud : klik om het dialoogvenster Overzichtstabel te openen. Zie het gedeelte 18.2.1.7 Overzichtstabelobjecten .
Vernieuwen : Klik om de inhoud van het overzichtstabelobject te vernieuwen. Meestal hoeft u dit alleen te doen wanneer u de inhoud handmatig hebt gewijzigd.

18.4.10  FLIR Tools+‎-dialoogvensters

18.4.10.1  Dialoogvenster Snel invoegen

In het dialoogvenster Snel invoegen kunt u een rapport maken door een vooraf gedefinieerde pagina-indeling te selecteren of een bestaande pagina-indeling te wijzigen.
Het dialoogvenster Snel invoegen wordt weergegeven wanneer u op Snel invoegen klikt op het tabblad FLIR Tools+‎.
Graphic
Selecteer een tabblad en klik op OK om een pagina-indeling op te nemen in uw rapport.
Snel invoegen aanpassen : klik om het dialoogvenster Snel invoegen aanpassen te openen. Zie het gedeelte 18.4.10.1.1 Dialoogvenster Snel invoegen aanpassen .
18.4.10.1.1  Dialoogvenster Snel invoegen aanpassen
Het dialoogvenster Snel invoegen aanpassen wordt weergegeven wanneer u op Snel invoegen aanpassen klikt in het dialoogvenster Snel invoegen .
Graphic
Naam : de naam van de pagina-indeling die u momenteel maakt.
Grootte > Aantal rijen : het aantal rijen in de pagina-indeling. Voorbeeld: één infraroodbeeld boven één foto zijn twee rijen.
Grootte > Aantal kolommen : het aantal kolommen in de pagina-indeling. Voorbeeld: één infraroodbeeld naast één foto zijn twee kolommen.
Inhoud : een visuele voorstelling van de pagina-indeling. De nummers staan voor de rijen en de hoofdletters staan voor de kolommen.
Samenvoegen : wanneer dit is aangevinkt,‎ zal Samenvoegen twee horizontale items samenvoegen tot één item. De opdracht Samenvoegen geeft prioriteit aan het eerste item in een rij.
Klik op Graphic om een dialoogvenster te openen waarin u twee objecten kunt verbinden of koppelen.
Resultatentabel toevoegen : vink dit selectievakje aan om onder uw pagina-indeling een resultatentabel toe te voegen.

18.4.10.2  Dialoogvenster Afbeeldingsinstellingen

Het dialoogvenster Afbeeldingsinstellingen wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op een IR Viewer-object klikt en Instellingen selecteert in het snelmenu.
18.4.10.2.1  Tabblad Kleuren
Graphic
Kleur : klik op een palet in de lijst om een palet te selecteren.
Buiten bereik,‎ overloop : de kleur die is toegewezen voor de temperaturen boven het gekalibreerde temperatuurbereik van de infraroodcamera.
Verzadiging,‎ overloop : de kleur die is toegewezen voor de temperaturen boven de schaallimieten.
Verzadiging,‎ onderloop : de kleur die is toegewezen voor de temperaturen onder de schaallimieten.
Buiten bereik,‎ onderloop : de kleur die is toegewezen voor de temperaturen onder het gekalibreerde temperatuurbereik van de infraroodcamera.
Bladeren : klik om paletbestanden (*.pal)‎ te openen die zijn opgeslagen op een andere locatie.
Geavanceerd : klik om het dialoogvenster Geavanceerde kleurinstellingen te openen. Zie het gedeelte 18.4.10.2.1.1 Dialoogvenster Geavanceerde kleurinstellingen .
Max. temperatuur : typ een waarde in het tekstvak om het maximale temperatuurniveau van de schaal te definiëren.
Min. temperatuur : typ een waarde in het tekstvak om het minimale temperatuurniveau van de schaal te definiëren.
18.4.10.2.1.1  Dialoogvenster Geavanceerde kleurinstellingen
Het dialoogvenster Geavanceerde kleurinstellingen wordt weergegeven wanneer u op Geavanceerd klikt in het dialoogvenster Afbeeldingsinstellingen .
Graphic
Palet inverteren : vink dit selectievakje aan om de kleurverdeling in een palet verticaal om te keren.
Kleuren buiten bereik tonen : vink dit selectievakje aan om een speciale kleur toe te wijzen aan temperaturen buiten het gekalibreerde temperatuurbereik van de infraroodcamera.
Verzadigingskleuren tonen : vink dit selectievakje aan om een speciale kleur toe te wijzen aan de temperaturen buiten de schaallimieten.
Bilineair filteren gebruiken om afbeeldingskwaliteit te verbeteren : vink dit selectievakje aan om de beeldkwaliteit te verbeteren.
Histogram equalization: dit is een methode voor het weergeven van beelden waarbij de kleurinformatie wordt verdeeld over de bestaande temperaturen van het beeld. Deze methode van informatiedistributie kan met name succesvol zijn wanneer het beeld maar weinig pieken van zeer hoge temperaturen bevat.
Signal linear: dit is een methode voor het weergeven van beelden waarbij de kleurinformatie in het beeld lineair wordt verdeeld over de signaalwaarden van de pixels.
Output linear : deze selectie werkt in combinatie met de instellingen onder Preferred output op het tabblad Preferences ,‎ zie 18.4.10.2.5 Tabblad Voorkeuren . Dit is een methode voor het weergeven van beelden waarbij de kleurinformatie in het beeld wordt verdeeld op basis van de temperatuur of het objectsignaal.
18.4.10.2.2  Tabblad Isotermen
Op het tabblad Isotermen kunt u instellingen beheren voor isothermen en alarmen die u hebt ingevoegd met het hulpmiddel Graphic . Zie het gedeelte 18.4.2.3 Werkbalk IR Viewer .
Graphic
Isotermen : selecteer een isotherm uit de lijst.
Verwijderen : klik om de actieve isotherm te verwijderen.
Effen : selecteer deze optie om een effen kleur toe te wijzen aan de actieve isotherm. Selecteer de kleur in de keuzelijst.
Contrast : selecteer deze optie om een contrasterende kleur toe te wijzen aan de actieve isotherm. Selecteer de kleur in de keuzelijst.
Palet : selecteer deze optie en klik op Openen om een palet te openen en dit te gebruiken voor de actieve isotherm.
Max. temperatuur : klik om de maximumtemperatuur van de actieve isotherm in te stellen. Voer hier een nieuwe waarde in en klik op Toepassen . isothermen vallen mogelijk buiten het temperatuurbereik van het huidige beeld,‎ waardoor de isotherm onzichtbaar is. Door de maximumtemperatuur te wijzigen,‎ kunt u onzichtbare isothermen terugbrengen binnen het bereik.
Min. temperatuur : klik om de minimumtemperatuur van de actieve isotherm in te stellen. Voer hier een nieuwe waarde in en klik op Toepassen . Isothermen vallen mogelijk buiten het temperatuurbereik van het huidige beeld,‎ waardoor de isotherm onzichtbaar is. Door de minimumtemperatuur te wijzigen,‎ kunt u onzichtbare isothermen terugbrengen binnen het bereik.
Het tabblad Isotermen ziet er iets anders uit als er een vocht- of isolatiealarm actief is. Zie onderstaande gedeelten.
18.4.10.2.2.1  Tabblad Isotermen met een vochtalarm
Graphic
Atmosferische temperatuur : deze parameter verwijst naar de atmosferische temperatuur bij het instellen van vochtalarmen. Een vochtalarm kan in een gebouw een gebied met een mogelijk risico op vochtigheid detecteren.
Relatieve luchtvochtigheid : deze parameter verwijst naar de relatieve luchtvochtigheid bij het instellen van vochtalarmen.
Niveau vochtigheidsalarm : Het niveau van het vochtalarm is de kritieke limiet van relatieve vochtigheid die u wilt detecteren in bijvoorbeeld een gebouw. Schimmel groeit bijvoorbeeld in gebieden waar de relatieve vochtigheid lager is dan 100% en u wilt wellicht deze doelgebieden vinden.
18.4.10.2.2.2  Tabblad Isotermen met een isolatiealarm
Graphic
Luchttemperatuur binnen : deze parameter verwijst naar de luchttemperatuur in het betreffende gebouw bij het instellen van een isolatiealarm. Een isolatiealarm kan een mogelijk isolatiedefect in een muur detecteren.
Luchttemperatuur buiten : deze parameter verwijst naar de dagtemperatuur buiten het betreffende gebouw bij het instellen van een isolatiealarm.
Isolatiefactor : de isolatiefactor is het geaccepteerde energieverlies door de muur. In verschillende bouwverordeningen worden verschillende waarden aanbevolen. Gangbare waarden zijn 0,‎70 - 0,‎80 voor nieuwe gebouwen.
18.4.10.2.3  Tabblad Commentaren
Graphic
Label : het label van tekstcommentaar.
Waarde : de waarde van tekstcommentaar.
Toevoegen : klik om een dialoogvenster weer te geven waarin u nieuw tekstcommentaar kunt toevoegen.
Bewerken : klik om een dialoogvenster weer te geven waarin u het label en de waarde kunt wijzigen.
Verwijderen : u kunt het tekstcommentaar verwijderen door het te selecteren en op Verwijderen te klikken.
Beeldbeschrijving : een beeldbeschrijving is een korte tekstuele beschrijving die wordt opgeslagen binnen een beeldbestand. Deze kan worden gemaakt met een pocket-pc en naar de camera worden gezonden met de IrDA-communicatieverbinding. Als het beeld een beeldbeschrijving heeft,‎ wordt de tekst weergegeven in dit bewerkingsvak. Zo niet,‎ dan kunt u een beeldbeschrijving voor het beeld toevoegen door tekst te typen. Het maximumaantal tekens in een beeldbeschrijving is 512.
Klik op Graphic om spraakcommentaar te beluisteren.
Klik op Graphic om het afspelen te pauzeren.
Klik op Graphic om het afspelen te stoppen.
Schets : klik om een dialoogvenster weer te gegeven waarin u een schets uit de vrije pols kunt bekijken die gekoppeld is aan een beeld. (Niet alle camera's ondersteunen het maken van schetsen uit de losse pols.)‎
18.4.10.2.4  Tabblad Objectparameters
Graphic
Emissiegraad : u kunt de emissiegraad wijzigen door een nieuwe waarde in te voeren en op Toepassen te klikken. U kunt ook een vooraf gedefinieerde emissiegraad selecteren in een tabel door op Graphic te klikken.
Gereflecteerde temperatuur : u kunt de gereflecteerde gevoelstemperatuur wijzigen door een nieuwe waarde in te voeren en op Toepassen te klikken.
Atmosferische temperatuur : u kunt de atmosferische temperatuur wijzigen door een nieuwe waarde in te voeren en op Toepassen te klikken.
Relatieve vochtigheid : u kunt de relatieve vochtigheid wijzigen door een nieuwe waarde in te voeren en op Toepassen te klikken.
Afstand tot object : u kunt de afstand wijzigen door een nieuwe waarde in te voeren en op Toepassen te klikken.
Meer : klik om het dialoogvenster Meer objectparameters te openen. Zie onderstaand gedeelte.
18.4.10.2.4.1  Dialoogvenster Meer objectparameters
Graphic
Temperatuur : u kunt de temperatuur van bijvoorbeeld een externe lens of hitteschild opgeven door een nieuwe waarde in te voeren en achtereenvolgens op OK en Toepassen te klikken.
Transmissie : u kunt de transmissie van bijvoorbeeld een externe lens of hitteschild opgeven door een nieuwe waarde in te voeren en achtereenvolgens op OK en Toepassen te klikken.
Berekende transmissie : FLIR Tools+‎ kan hiermee de transmissie berekenen op basis van de atmosferische temperatuur en de relatieve vochtigheid. Vink het selectievakje Vaste transmissie uit om de berekende transmissie te gebruiken.
Vaste transmissie : als u een specifieke transmissie wilt gebruiken,‎ vinkt u dit selectievakje aan,‎ voert u een waarde in en klikt u achtereenvolgens op OK en Toepassen .
Waarde : u kunt de referentietemperatuur opgeven door een waarde in te voeren en achtereenvolgens op OK en Toepassen te klikken.
18.4.10.2.5  Tabblad Voorkeuren
Graphic
Vooraf gedefinieerde meetsymbolen en isothermen : als dit selectievakje is aangevinkt,‎ gebruiken alle nieuwe beelden de analysesymbolen en isothermen die u hebt ingesteld in het dialoogvenster Afbeeldingsinstellingen in plaats van de eigen beeldinstellingen van de camera.
Vooraf gedefinieerd palet en gedefinieerde kleurdistributie : als dit selectievakje is aangevinkt,‎ gebruiken alle nieuwe beelden het palet en de kleurverdeling die u hebt ingesteld in het dialoogvenster Afbeeldingsinstellingen in plaats van de eigen beeldinstellingen van de camera.
Vooraf gedefinieerde objectparameters : als dit selectievakje is aangevinkt,‎ gebruiken alle nieuwe beelden de objectparameters die u hebt ingesteld in het dialoogvenster Afbeeldingsinstellingen in plaats van de eigen beeldinstellingen van de camera.
Schaallimieten van afbeelding : selecteer deze optie om de schaallimieten van het nieuwe beeld te gebruiken.
Automatisch aanpassen : selecteer deze optie om het beeld tijdens importeren automatisch aan te passen.
Max. temperatuur : u kunt de schaallimiet voor het nieuwe beeld vooraf definiëren door hier het maximale temperatuurniveau in te voeren en op Toepassen te klikken.
Min. temperatuur : u kunt de schaallimiet voor het nieuwe beeld vooraf definiëren door hier het minimale temperatuurniveau in te voeren en op Toepassen te klikken.
Temperatuur : selecteer deze optie om de pixelinformatie uit te voeren als temperatuur in Kelvin,‎ graden Celsius of graden Fahrenheit.
Objectsignaal : selecteer deze optie om de pixelinformatie uit te voeren als een objectsignaal.
18.4.10.2.6  Tabblad Rasterinstellingen
Graphic
Voor uitleg van de items op het tabblad Rasterinstellingen raadpleegt u het gedeelte 18.2.5.2 Het rasterhulpmiddel gebruiken .

18.4.10.3  Dialoogvenster Meetinstellingen

Het dialoogvenster Meetinstellingen wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op een meethulpmiddel van de IR Viewer klikt en Instellingen selecteert in het snelmenu.
18.4.10.3.1  Tabblad Algemeen
Graphic
Label : u kunt voor dit meethulpmiddel een label opgeven (een naam die wordt weergegeven in het infraroodbeeld)‎ door hier een naam in te voeren en op Toepassen te klikken.
Label tonen : u kunt het label voor het meethulpmiddel weergeven door het selectievakje Label tonen aan te vinken en op Toepassen te klikken.
Waarde tonen : u kunt de waarde van het meethulpmiddel (het meetresultaat)‎ weergeven in het infraroodbeeld door het waardetype te selecteren en op Toepassen te klikken. Het aantal mogelijke waardetypen verschilt per meethulpmiddel.
Lettergrootte : u kunt de lettergrootte van het label opgeven door in het vak Lettergrootte een lettergrootte te selecteren en op Toepassen te klikken.
Waardebeschrijving opnemen : u kunt de waardebeschrijving in het infraroodbeeld weergeven door het selectievakje Waardebeschrijving opnemen aan te vinken en op Toepassen te klikken.
Meetsymbool : u kunt de kleur van het symbool voor het meethulpmiddel opgeven door in het vak Meetsymbool een kleur te selecteren en op Toepassen te klikken.
Tekst : u kunt de kleur van de labeltekst opgeven door een kleur te selecteren in het vak Tekst en op Toepassen te klikken.
Tekstachtergrond : u kunt de kleur van de achtergrond opgeven door een kleur te selecteren in het vak Tekstachtergrond en op Toepassen te klikken.
Als standaard instellen : u kunt deze instellingen gebruiken als standaardinstellingen voor alle meethulpmiddelen door het selectievakje Als standaard instellen aan te vinken en op Toepassen te klikken.
18.4.10.3.2  Tabblad Objectparameters
Graphic
Aangepast : u kunt aangepaste parameters opgeven door Aangepast te selecteren,‎ nieuwe waarden in te voeren in de drie tekstvakken en vervolgens op Toepassen te klikken.
Emissiegraad : u kunt de emissiegraad wijzigen door een nieuwe waarde in te voeren en op Emissiegraad te klikken. U kunt ook een vooraf gedefinieerde emissiegraad selecteren in een tabel door op Graphic te klikken.
Afstand tot object : u kunt de afstand wijzigen door een nieuwe waarde in te voeren en op Toepassen te klikken.
Gereflecteerde temperatuur : u kunt de gereflecteerde gevoelstemperatuur wijzigen door een nieuwe waarde in te voeren en op Toepassen te klikken.
Als standaard instellen : u kunt deze objectparameters gebruiken als standaardinstellingen voor alle meethulpmiddelen door het selectievakje Als standaard instellen aan te vinken en op Toepassen te klikken.
18.4.10.3.3  Tabblad Grootte/positie
Graphic
X: u kunt de X-positie voor een meethulpmiddel wijzigen door een negatieve of positieve waarde in te voeren en op Toepassen te klikken. Het meethulpmiddel wordt dan met dit aantal pixels verplaatst ten opzichte van de oorspronkelijke positie.
Y: u kunt de Y-positie voor een meethulpmiddel wijzigen door een negatieve of positieve waarde in te voeren en op Toepassen te klikken. Het meethulpmiddel wordt dan met dit aantal pixels verplaatst ten opzichte van de oorspronkelijke positie.
Hoogte : u kunt de hoogte van een meethulpmiddel wijzigen door een waarde in te voeren en op Toepassen te klikken.
Breedte : u kunt de breedte van een meethulpmiddel wijzigen door een waarde in te voeren en op Toepassen te klikken.
Draaien : u kunt een meethulpmiddel draaien door een negatieve of positieve waarde in te voeren voor de nieuwe draaihoek en op Toepassen te klikken.

18.4.10.4  Dialoogvenster Profielinstellingen

Het dialoogvenster Profielinstellingen wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op een IR-profielobject klikt en Instellingen selecteert in het snelmenu.
18.4.10.4.1  Tabblad Algemeen
Graphic
Rasterlijnen : u kunt in het IR-profielobject een raster van horizontale lijnen weergeven door op Rasterlijnen te klikken.
Legenda : u kunt onder het IR-profielobject een legenda weergeven door op Legenda te klikken.
Alleen zichtbare profiellijnen tonen in legenda : als in het infraroodbeeld twee of meer lijnen geplaatst zijn en u op Alleen zichtbare profiellijnen tonen in legenda klikt,‎ worden eventuele gewiste lijnresultaten verwijderd uit de legenda onder het IR-profielobject.
3D-weergave : u kunt een driedimensionale weergave maken van de grafiek van het IR-profielobject door op 3D-weergave te klikken.
X- & Y-assen wisselen : u kunt de X- en Y-as van het IR-profielobject omwisselen door op X- & Y-assen wisselen te klikken.
Kolommen : u kunt kolommen toevoegen aan of verwijderen uit het IR-profielobject door deze selectievakjes aan of uit te vinken.
IR-schaal : u kunt de infraroodschaal gebruiken als de temperatuuras door deze optie te selecteren en op Toepassen te klikken.
Auto : u kunt FLIR Tools+‎ automatisch de temperatuuras laten definiëren door deze optie te selecteren en op Toepassen te klikken.
Vast : u kunt de minimum- en maximumtemperatuur van de as handmatig definiëren door deze optie te selecteren en nieuwe waarden in te voeren in de velden Max. temperatuur en Min. temperatuur en vervolgens op Toepassen te klikken.
Drempel : u kunt een horizontale lijn weergeven bij een bepaalde temperatuur in het IR-profielobject door een waarde in te voeren in het tekstvak en op Toepassen te klikken.
18.4.10.4.2  Tabblad Kleur
Graphic
Achtergrond : u kunt de kleur van de tabelachtergrond wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Curvegebied : u kunt de kleur van het curvegebied wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Tekst : u kunt de kleur van de tabeltekst wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Assen : u kunt de kleur van de assen wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Raster : u kunt de kleur van de rasterlijnen wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
18.4.10.4.3  Tabblad Lijnen
Graphic
Gebruik de selectievakjes om te selecteren met welke lijnen u het IR-profielobject wilt verbinden en klik op Toepassen .
Kleur : u kunt de kleur van een lijn wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Lijnsoort : u kunt het lijntype van een lijn wijzigen door een nieuw lijntype te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Omgekeerd : u kunt de richting van de grafiek omkeren door Ja te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.

18.4.10.5  Dialoogvenster Histograminstellingen

Het dialoogvenster Histograminstellingen wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op een IR-histogramobject klikt en Instellingen selecteert in het snelmenu.
18.4.10.5.1  Tabblad Algemeen
Graphic
Rasterlijnen : u kunt in het IR-histogramobject een raster van horizontale lijnen weergeven door op Rasterlijnen te klikken.
Legenda : u kunt onder het IR-histogramobject een legenda weergeven door op Legenda te klikken.
3D-weergave : u kunt een driedimensionale weergave maken van de grafiek van het IR-histogramobject door op 3D-weergave te klikken.
X- & Y-assen wisselen : u kunt de X- en Y-as van het IR-histogramobject omwisselen door op X- & Y-assen wisselen te klikken.
Palet gebruiken : u kunt een kleurpalet gebruiken voor de driedimensionale weergave van het IR-histogramobject door Palet gebruiken te selecteren en op Toepassen te klikken.
Kolommen : u kunt kolommen toevoegen aan of verwijderen uit het IR-histogramobject door deze selectievakjes aan of uit te vinken.
Geen : selecteer deze optie als er in het IR-histogramobject geen drempel moet worden gebruikt.
Stap : u kunt in het IR-histogramobject een stapdrempel gebruiken door deze optie te selecteren. Met een stapdrempel wordt het percentage pixels onder en boven een specifieke temperatuur aangegeven. De percentages worden weergegeven in de legenda van het IR-histogramobject,‎ onder het IR-histogramobject.
Band : U kunt in het IR-histogramobject een banddrempel gebruiken door deze optie te selecteren. Met een banddrempel wordt het percentage pixels aangegeven onder een lagere temperatuur,‎ tussen deze lagere temperatuur en een hogere temperatuur,‎ en boven die hogere temperatuur. De percentages worden weergegeven in de drempellegenda onder het IR-histogramobject.
IR-schaal : u kunt de infraroodschaal gebruiken als de temperatuuras door deze optie te selecteren en op Toepassen te klikken.
Auto : u kunt FLIR Tools+‎ automatisch de temperatuuras laten definiëren door deze optie te selecteren en op Toepassen te klikken.
Vast : u kunt de minimum- en maximumtemperatuur van de as handmatig definiëren door deze optie te selecteren,‎ nieuwe waarden in te voeren in de velden Max. temperatuur en Min. temperatuur en vervolgens op Toepassen te klikken.
Percentageas > Auto : u kunt FLIR Tools+‎ automatisch de percentageas laten definiëren door deze optie te selecteren en op Toepassen te klikken.
Percentageas > Vast : u kunt de percentageas handmatig definiëren door deze optie te selecteren,‎ een nieuwe waarde in te voeren en op Toepassen te klikken.
18.4.10.5.2  Tabblad Kleur
Graphic
Achtergrond : u kunt de kleur van de tabelachtergrond wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Curvegebied : u kunt de kleur van het curvegebied wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Tekst : u kunt de kleur van de tabeltekst wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Assen : u kunt de kleur van de assen wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Raster : u kunt de kleur van de rasterlijnen wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Drempel : u kunt de kleur van de drempel wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Limiet : u kunt de kleur van de limiet wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Balkkleur : u kunt de kleur van de staaf wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
18.4.10.5.3  Tabblad Meetobjecten
Graphic
Gebruik de selectievakjes om aan te geven met welke lijn u het IR-profielobject wilt verbinden en klik op Toepassen .

18.4.10.6   Dialoogvenster Trending-instellingen

Het dialoogvenster Trending-instellingen wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op een IR-trendingobject klikt en Instellingen selecteert in het snelmenu.
18.4.10.6.1  Tabblad Verbinden
Graphic
Y-as : u kunt een parameter opgeven voor de Y-as door op Toevoegen te klikken en hiervoor een label en waarde te selecteren in respectievelijk het linkerdeelvenster en rechterdeelvenster.
Tijd : u kunt tijd opgeven als parameter voor de X-as door de optie Tijd te selecteren.
Volgnummer afbeelding : u kunt een oplopend beeldvolgnummer opgeven als parameter voor de X-as door de optie Volgnummer afbeelding te selecteren.
Tekstcommentaar : u kunt tekstcommentaar opgeven als parameter voor de X-as door de optie Tekstcommentaar te selecteren. Wanneer u tekstcommentaar gebruikt als parameter voor de X-as,‎ moeten alle beelden hetzelfde tekstcommentaarlabel hebben. De waarde van het tekstcommentaar moet een numerieke waarde zijn.
18.4.10.6.2  Tabblad Algemeen
Graphic
Rasterlijnen : klik om een raster van horizontale lijnen weer te geven in het IR-trendingobject.
Legenda : klik om onder het IR-trendingobject een legenda weer te geven.
Alleen zichtbare curvelijnen tonen in legenda : klik om in de legenda trendlijnen weer te geven die u hebt gewist op het tabblad Lijn .
3D-weergave : klik om een driedimensionale weergave te maken van de grafiek van het IR-trendingobject.
X- & Y-assen wisselen : klik om de X- en Y-as van het IR-trendingobject om te wisselen.
Alle : u kunt alle beelden voor de trend opnemen door de optie Alle te selecteren.
Items : u kunt een reeks opeenvolgende of niet-opeenvolgende beelden opnemen door op Afbeeldingen te klikken en de beelden te selecteren die u wilt opnemen.
Drempel : u kunt een horizontale basislijn weergeven in het IR-trendingobject door een waarde in te voeren.
18.4.10.6.3  Tabblad Indicatie
Graphic
Vooruit : u kunt het aantal perioden in de toekomst opgeven waarvoor de algoritmen een mogelijke trend vormen door een waarde te selecteren in het veld Vooruit .
Achteruit : u kunt het aantal perioden in het verleden opgeven waarvoor de algoritmen een mogelijke trend vormen door een waarde te selecteren in het veld Achteruit .
Geen : u kunt Trend/Regressietype uitschakelen door Geen te selecteren.
Lineair : u kunt een lineair trendalgoritme gebruiken door Lineair te selecteren. Dit algoritme maakt gebruik van de volgende wiskundige expressie: y = m × x +‎ c.
Logaritmisch : u kunt een logaritmisch trendalgoritme gebruiken door Logaritmisch te selecteren. Dit algoritme maakt gebruik van de volgende wiskundige expressie: y = m × ln(x)‎ +‎ c.
Macht : u kunt een trendalgoritme met machten gebruiken door Macht te selecteren. Dit algoritme maakt gebruik van de volgende wiskundige expressie: y = ec × xm.
Exponentieel : u kunt een exponentieel trendalgoritme gebruiken door Exponentieel te selecteren. Dit algoritme maakt gebruik van de volgende wiskundige expressie: y = exp(c)‎ × e(m × x)‎.
Polynoom : u kunt een polynoom trendalgoritme gebruiken door de optie Polynoom te selecteren. Dit algoritme maakt gebruik van de volgende wiskundige expressie: y = a0x0 +‎ a1x1 +‎ a2x2 +‎ ... +‎ akxk ,‎ waarbij k = volgorde.
Bewegend gemiddelde : u kunt een trendalgoritme met een voortschrijdend gemiddelde gebruiken door de optie Bewegend gemiddelde te selecteren. Dit algoritme maakt gebruik van de volgende wiskundige expressie: een voortschrijdend gemiddelde van n periodes = de gemiddelde waarde over de afgelopen n perioden.
Vergelijking op diagram weergeven : u kunt de vergelijking weergeven op de grafiek door Vergelijking op diagram weergeven te selecteren.
R-kwadraatswaarde op diagram weergeven : u kunt een numerieke waarde weergeven waarmee wordt aangegeven in hoeverre het algoritme de curve benaderd door R-kwadraatswaarde op diagram weergeven te selecteren. De waarde ligt tussen 0 en 1,‎ waarbij 0 slechte kwaliteit is en 1 goede kwaliteit.
18.4.10.6.4  Tabblad Kleur
Graphic
Achtergrond : u kunt de kleur van de tabelachtergrond wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Curvegebied : u kunt de kleur van het curvegebied wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Tekst : u kunt de kleur van de tabeltekst wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Assen : u kunt de kleur van de assen wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Raster : u kunt de kleur van de rasterlijnen wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
18.4.10.6.5  Tabblad Lijn
Graphic
Gebruik de selectievakjes om te selecteren welke lijnen u wilt weergeven in het IR-trendingobject en klik op Toepassen .
Kleur : u kunt de kleur van een lijn wijzigen door een nieuwe kleur te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.
Lijnsoort : u kunt het lijntype van een lijn wijzigen door een nieuw lijntype te selecteren in de keuzelijst en op Toepassen te klikken.

18.4.10.7  Dialoogvenster Afbeeldingsfusie

In het dialoogvenster Afbeeldingsfusie kunt u een infraroodbeeld samenvoegen met een digitale foto. Wanneer u beelden samenvoegt,‎ is het mogelijk makkelijker om de exacte positie van temperatuurafwijkingen te bepalen.
Het dialoogvenster Afbeeldingsfusie wordt weergegeven wanneer u op Graphic klikt op de werkbalk van het IR Viewer-object. U kunt het dialoogvenster ook weergeven door met de rechtermuisknop op het IR Viewer-object te klikken en Afbeeldingsfusie te kiezen in het snelmenu.
Graphic
IR-afbeelding openen : klik om een infraroodbeeld te selecteren.
Volledige afbeelding weergeven : klik om het volledige beeld weer te geven.
Refnr.1 : klik om in te zoomen op dradenkruis Refnr.1 .
Refnr.2 : klik om in te zoomen op dradenkruis Refnr.2 .
Refnr.3 : klik om in te zoomen op dradenkruis Refnr.3 .
Foto openen : klik om een digitale foto te selecteren.
Zwart-wit : vink het selectievakje aan om de digitale foto weer te geven in grijstint.
Wissen : klik om de digitale foto te verwijderen.
Interval : selecteer deze optie om één temperatuurinterval te gebruiken voor het infraroodbeeld en om de digitale foto te gebruiken voor lagere en hogere temperaturen. Voer de gewenste temperatuurwaarden in in de bijbehorende tekstvakken. U kunt de temperatuurniveaus aanpassen door de schuiven in het IR Viewer-object te verslepen nadat u het dialoogvenster hebt gesloten.
Combineren : selecteer deze optie om het beeld te mengen met een mix van infraroodpixels en pixels van een digitale foto. U kunt de mengniveaus aanpassen door de schuiven in het IR Viewer-object te verslepen nadat u het dialoogvenster hebt gesloten.
Beeld-in-beeld : selecteer deze optie om een deel van een digitale foto weer te geven als een infraroodbeeld. In het IR Viewer-object kunt u vervolgens de PiP (beeld-in-beeld)‎ verplaatsen en de afmetingen wijzigen op elke positie in de foto,‎ om het door u gewenste detailniveau in uw rapport weer te geven.
MSX : Selecteer deze optie om het contrast in het infraroodbeeld te verhogen. Met de MSX-samenvoegingstechnologie worden details van een digitale camera op het infraroodbeeld gedrukt,‎ waardoor het infraroodbeeld scherper is en sneller kan worden gericht op het doel.

18.4.10.8  Dialoogvenster Formule

Het dialoogvenster Formule wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op het IR Viewer-object klikt en Formules selecteert in het snelmenu.
Graphic
Toevoegen : klik op Toevoegen om een dialoogvenster weer te geven waarin u uw nieuwe formule definieert.
Bewerken : selecteer een formule en klik op Bewerken om een dialoogvenster weer te geven waarin u uw formule bewerkt.
Verwijderen : selecteer een formule en klik op Verwijderen om te verwijderen.
Voor meer informatie over het definiëren van formules raadpleegt u het gedeelte 18.2.6 Formules .

18.5  Ondersteunde bestandsformaten in het IR Viewer-object

Het IR Viewer-object ondersteunt de volgende radiometrische bestandsformaten:
  • ThermaCAM radiometrisch *.jpg.
  • ThermaCAM radiometrisch *.img.
  • ThermaCAM radiometrisch 8-bits *.tif.
  • ThermaCAM radiometrisch 8-/12-bits *.tif.
  • ThermaCAM radiometrisch 12-bits *.tif.
  • ThermoTeknix *.tgw.
  • ThermoTeknix *.tmw.
  • ThermoTeknix *.tlw.
  • FLIR Systems radiometrisch *.seq (radiometrische sequentiebestanden)‎.
  • FLIR Systems radiometrisch *.csq (radiometrische sequentiebestanden)‎.