14  Werken met beelden

14.1  Een beeld opslaan

14.1.1  Algemeen

U kunt meerdere beelden op een geheugenkaart opslaan.
De camera slaat een beeldbestand op inclusief alle thermische en visuele informatie. Dit betekent dat u een beeldbestand op een later moment kunt openen om bijvoorbeeld een andere beeldmodus te selecteren,‎ kleuralarmen toe te passen en meethulpmiddelen toe te voegen.
Het jpg-beeldbestand ondersteunt volledige radiometrie en wordt verliesloos opgeslagen,‎ waardoor een volledige nabewerking mogelijk is in FLIR Tools. Er is tevens een normaal jpg-gedeelte (met verlies)‎ voor eenvoudige weergave in software voor niet-FLIR Systems (Verkenner)‎.

14.1.2  Over UltraMax

UltraMax is een beeldverbeteringsfunctie die de beeldresolutie verhoogt en beeldruis vermindert,‎ waardoor kleine objecten beter zichtbaar en meetbaar zijn. Een UltraMax-beeld is twee keer zo breed en hoog als een normaal beeld.
Als een UltraMax beeld wordt vastgelegd door de camera,‎ worden diverse normale beelden opgeslagen in hetzelfde bestand. Het vastleggen van alle beelden kan tot 1 seconde duren. Om UltraMax optimaal te benutten,‎ moeten de beelden iets van elkaar verschillen. Dit kan worden bereikt door een kleine beweging van de camera. Houd de camera stevig vast met uw handen (plaats hem niet op een statief)‎,‎ zodat de beelden tijdens de opname iets van elkaar verschillen. De juiste scherpstelling,‎ een scène met hoog contrast en een niet-bewegend doelobject zijn andere voorwaarden voor een UltraMax beeld van goede kwaliteit.
Op het moment beschikt alleen FLIR Tools over de mogelijkheid om UltraMax-beelden te verwerken. Andere FLIR-software zal de beelden als normale beelden behandelen.

14.1.3  Beeldcapaciteit

De capaciteit van een geheugenkaart van 4 GB bedraagt in theorie 13.000 beelden (zonder tekstcommentaar)‎.

14.1.4  Naamconventies

De naamconventie voor beeldbestanden is FLIRxxxx.jpg,‎ waarbij xxxx een unieke teller is.

14.1.5  Procedure

Volg deze procedure:

Als u een beeld wilt opslaan,‎ drukt u de knop Autofocus/Opslaan volledig in.

14.2  Voorbeeld van een beeld weergeven

14.2.1  Algemeen

U kunt een voorbeeld van een beeld bekijken voordat u het opslaat. Op die manier kunt u zien of het beeld de gewenste informatie bevat alvorens het op te slaan. U kunt het beeld tevens aanpassen en bewerken.

14.2.2  Procedure

Volg deze procedure:

Druk de knop Autofocus/Opslaan volledig in om een voorbeeld van een beeld weer te geven. Hierdoor wordt het voorbeeld getoond.

De handmatige aanpassingsmodus voor beelden is nu actief,‎ en het statuspictogram icon wordt weergegeven. Zie voor instructies over het aanpassen van beelden 14.5 Een infraroodbeeld aanpassen.

Om het beeld te bewerken,‎ drukt u op de joystick. Er wordt nu een contextmenu geopend. Zie voor bewerkingsinstructies 14.4 Een opgeslagen beeld bewerken.

U hebt de volgende opties:

  • Als u het beeld wilt opslaan,‎ drukt u de knop Autofocus/Opslaan volledig in.
  • Om de voorbeeldmodus te verlaten zonder het beeld op te slaan,‎ drukt u op de knop Terug icon.

14.3  Een opgeslagen beeld openen

14.3.1  Algemeen

Wanneer u een beeld opslaat,‎ wordt dit op een geheugenkaart opgeslagen. Om een beeld opnieuw weer te geven,‎ kunt u dit openen vanuit het beeldarchief.

14.3.2  Procedure

    Volg deze procedure:
  1. Druk op de knop Beeldarchief icon.
  2. Beweeg de joystick omhoog/omlaag of naar links/rechts om het beeld te selecteren dat u wilt bekijken.
  3. Druk op de joystick. Hiermee geeft u het beeld volledig weer.
    • Verricht een of meer van de volgende handelingen:
    • Om te schakelen tussen een infraroodbeeld en een visueel beeld,‎ beweegt u de joystick omhoog/omlaag.
    • Om het vorige/volgende beeld te bekijken,‎ beweegt u de joystick naar links/rechts.
    • Om het beeld te bewerken,‎ tekstcommentaar toe te voegen,‎ informatie weer te geven of het beeld te verwijderen,‎ drukt u op de joystick. Er wordt nu een contextmenu geopend.
    • O terug te keren naar het overzicht van het beeldarchief,‎ drukt u op de knop Terug icon.

14.4  Een opgeslagen beeld bewerken

14.4.1  Algemeen

U kunt een opgeslagen beeld bewerken. U kunt een beeld tevens bewerken in de voorbeeldmodus.

14.4.2  Procedure

Volg deze procedure:

Open het beeld in het beeldarchief.

Druk op de joystick en selecteer icon (Bewerking)‎ in het menu.

De handmatige aanpassingsmodus voor beelden is nu actief,‎ en het statuspictogram icon wordt weergegeven. Zie voor instructies over het aanpassen van beelden 14.5 Een infraroodbeeld aanpassen.

Druk op de joystick. Er wordt nu een contextmenu geopend.

  • Selecteer icon (Annuleer)‎ om de bewerkingsmodus te verlaten.
  • Selecteer icon (Meetparameters)‎ om de globale parameters te wijzigen.
  • Selecteer icon (Beeldmodus)‎ om de beeldmodus te wijzigen.
  • Selecteer icon (Meting)‎ om een meethulpmiddel toe te voegen.
  • Selecteer icon (Kleur)‎ om het kleurenpallet te wijzigen of een kleuralarm in te stellen.
  • Selecteer icon (Opslaan)‎ om op te slaan en de bewerkingsmodus te verlaten.

14.5  Een infraroodbeeld aanpassen

14.5.1  Algemeen

Een infraroodbeeld kan automatisch of handmatig worden aangepast. Wanneer de handmatige beeldinstelmodus actief is,‎ wordt het statuspictogram icon weergegeven.
  • Druk in de livemodus op de knop icon om te schakelen tussen de automatische en handmatige beeldinstelmodus. U kunt tevens tussen de modi schakelen door de temperatuurschaal op het scherm aan te raken.
  • In de voorbeeld-/bewerkingsmodus is de handmatige beeldinstelmodus actief.

14.5.2  Voorbeeld 1

Hier ziet u twee infraroodbeelden van een gebouw. In het linker beeld,‎ dat automatisch is aangepast,‎ is een correcte analyse lastig door het grote temperatuurbereik tussen de heldere hemel en het verwarmde gebouw. U kunt het gebouw in groter detail analyseren als u de temperatuurschaal kunt instellen op waarden nabij de temperatuur van het gebouw.
Graphic
Automatisch
Graphic
Handmatig

14.5.3  Voorbeeld 2

Hier ziet u twee infraroodbeelden van een isolator in een hoogspanningsleiding. Om de analyse van de temperatuurverschillen in de isolator te vergemakkelijken,‎ is de temperatuurschaal in het rechter beeld ingesteld op waarden nabij de temperatuur van de isolator.
Graphic
Automatisch
Graphic
Handmatig

14.5.4  Procedure

Volg deze procedure:

Druk in de livemodus op de knop icon om de handmatige beeldinstelmodus te openen.

Om de minimum- en maximumlimiet van de temperatuurschaal tegelijkertijd te wijzigen,‎ beweegt u de joystick omhoog/omlaag.

Om de minimum- of maximumlimiet van de temperatuurschaal te wijzigen,‎ gaat u als volgt te werk:

  • Beweeg de joystick naar links/rechts om de maximum- of minimumtemperatuur te selecteren (markeren)‎.
  • Beweeg de joystick omhoog/omlaag om de waarde van de gemarkeerde temperatuur te wijzigen.

(Optionele stap.)‎ Druk in de voorbeeld-/bewerkingsmodus op de knop icon voor het corrigeren van één beeld.

14.6  Een niet-uniforme correctie (NUC)‎ uitvoeren

14.6.1  Wat is een niet-uniforme correctie?

Een niet-uniforme correctie is een beeldcorrectie die door de camerasoftware wordt uitgevoerd om verschillen in gevoeligheid te compenseren in detectorelementen en andere optische en geometrische storingen1.

14.6.2  Wanneer moet een niet-uniforme correctie worden uitgevoerd?

Het niet-uniforme correctieproces moet worden uitgevoerd zodra het geleverde beeld ruimtelijke ruis vertoont. De uitvoer kan ruimtelijke ruis vertonen wanneer de omgevingstemperatuur verandert (bijvoorbeeld bij de overgang van dag en nacht,‎ en omgekeerd)‎.

14.6.3  Procedure

Om een niet-uniforme correctie uit te voeren,‎ drukt u op de knop Beeldarchief icon en houdt u deze gedurende meer dan 2 seconden vast.

14.7  Het temperatuurbereik wijzigen

14.7.1  Algemeen

U dient het temperatuurbereik te wijzigen naar gelang de te verwachten temperatuur van het object dat u inspecteert.

14.7.2  Procedure

Volg deze procedure:

Druk op de joystick om het menusysteem weer te geven.

Gebruik de joystick om naar icon (Instellingen)‎ te gaan.

Druk op de joystick om het menu Instellingen weer te geven.

Selecteer Apparaatinstellingen en druk op de joystick.

Selecteer Camera-instellingen en druk op de joystick.

Selecteer Temperatuurbereik camera en druk op de joystick.

Selecteer het gewenste temperatuurbereik en druk op de joystick.

14.8  De grafische overlay verbergen (programmeerbare knop)‎

14.8.1  Algemeen

Grafische overlays verschaffen informatie over een beeld,‎ zoals meetfuncties en parameters. U kunt ervoor kiezen de grafische overlays volledig te verbergen.

14.8.2  Procedure

    Volg deze procedure:
  1. Druk op de joystick om het menusysteem weer te geven.
  2. Gebruik de joystick om naar icon (Instellingen)‎ te gaan.
  3. Druk op de joystick om het menu Instellingen weer te geven.
  4. Selecteer Programmeerbare knop en druk op de joystick.
  5. Selecteer Afbeeldingen verbergen en druk op de joystick. U hebt nu deze functie toegewezen aan de knop icon. Dit is een programmeerbare knop en u kunt andere functies eraan toewijzen.

14.9  Het kleurenpalet wijzigen

14.9.1  Algemeen

U kunt het kleurenpalet wijzigen dat de camera gebruikt om verschillende temperaturen weer te geven. Een ander palet maakt het wellicht eenvoudiger een beeld te analyseren.

14.9.2  Procedure

    Volg deze procedure:
  1. Druk op de joystick om het menusysteem weer te geven.
  2. Gebruik de joystick om naar icon (Kleur)‎ te gaan.
  3. Druk op de joystick om een submenu weer te geven.
  4. Gebruik de joystick om een ander palet te selecteren.
  5. Druk op de joystick.

14.10  Een beeld verwijderen

14.10.1  Algemeen

U kunt een beeld van de geheugenkaart verwijderen.

14.10.2  Procedure

    Volg deze procedure:
  1. Druk op de knop Beeldarchief icon.
  2. Beweeg de joystick omhoog/omlaag of naar links/rechts om het beeld te selecteren dat u wilt verwijderen.
  3. Druk op de joystick om het beeld weer te geven.
  4. Druk op de joystick om een menu weer te geven.
  5. Selecteer icon (Verwijderen)‎ in het menu.
  6. Druk op de joystick en bevestig uw keuze.

14.11  Alle beelden verwijderen

14.11.1  Algemeen

U kunt alle beelden van de geheugenkaart verwijderen.

14.11.2  Procedure

    Volg deze procedure:
  1. Druk op de joystick om het menusysteem weer te geven.
  2. Gebruik de joystick om naar icon (Instellingen)‎ te gaan.
  3. Druk op de joystick om het menu Instellingen weer te geven.
  4. Selecteer Opties resetten en druk op de joystick.
  5. Selecteer Alle opgeslagen beelden verwijderen... en bevestig uw keuze.

14.12  Een PDF-rapportage maken in de camera

14.12.1  Algemeen

U kunt een PDF-rapport maken en dit op de geheugenkaart opslaan. U kunt het PDF-rapport vervolgens naar een computer,‎ iPhone of iPad overbrengen met FLIR Tools. Ook kunt u het rapport naar een klant verzenden.

14.12.2  Naamconventies

De naamconventie voor beelden is RAPPORTxxxx.jpg,‎ waarbij xxxx een unieke teller is.

14.12.3  Procedure

    Volg deze procedure:
  1. Druk op de knop Beeldarchief icon.
  2. Beweeg de joystick omhoog/omlaag of naar links/rechts om een beeld te selecteren.
  3. Druk op de joystick om het beeld weer te geven.
  4. Druk op de joystick om een contextmenu weer te geven.
  5. Selecteer icon (Informatie en rapporten)‎ en druk op de joystick. Er verschijnt nu informatie over het beeld.
  6. Selecteer Rapport maken en druk op de joystick.
    Het gemaakte rapport is beschikbaar in het archief.