18  Werken met kleuralarmen en isothermen

18.1  Kleuralarmen

18.1.1  Algemeen

Door gebruik te maken van kleuralarmen (isothermen)‎,‎ kunnen afwijkingen eenvoudiger worden herkend in een infraroodbeeld. De isothermopdracht wijst een contrasterende kleur toe aan alle pixels met een temperatuur boven,‎ onder of tussen de ingestelde temperatuurniveaus. De camera beschikt tevens over alarmtypes die specifiek zijn voor de bouwsector: condensatie- en isolatiealarmen.
U kunt de camera de volgende typen kleuralarmen laten activeren:
  • Alarm boven. Hiermee wijst u een contrasterende kleur toe aan alle pixels met een temperatuur boven het vooraf ingestelde temperatuurniveau.
  • Alarm onder. Hiermee wijst u een contrasterende kleur toe aan alle pixels met een temperatuur onder het vooraf ingestelde temperatuurniveau.
  • Alarm interval. Hiermee wijst u een contrasterende kleur toe aan alle pixels met een temperatuur tussen twee vooraf ingestelde temperatuurniveaus.
  • Alarm condensatie: activeert een alarm als de camera een oppervlak detecteert waarvan de relatieve vochtigheid boven een vooraf ingestelde waarde komt.
  • Alarm isolatie: activeert een alarm als er sprake is van een isolatiefout in een muur

18.1.2  Voorbeelden van beelden

In deze tabel wordt het verschil tussen de verschillende kleuralarmen (isothermen)‎ uitgelegd.

Kleuralarm

Beeld

Alarm boven
Graphic
Alarm onder
Graphic
Alarm interval
Graphic
Alarm condensatie
Graphic
Alarm isolatie
Graphic

18.2  Alarmen boven,‎ onder en interval instellen

Volg deze procedure:

Druk op de joystick om het menusysteem weer te geven.

Gebruik de joystick om naar icon (Kleur)‎ te gaan.

Druk op de joystick om een submenu weer te geven. Gebruik de joystick om een type alarm te selecteren:

  • icon (Alarm boven)‎
  • icon (Alarm onder)‎
  • icon (Alarm interval)‎

Druk op de joystick. De drempeltemperatuur wordt weergegeven aan de onderkant van het scherm.

Om de drempeltemperatuur te wijzigen,‎ doet u het volgende:

  • Beweeg voor het Alarm interval de joystick naar links/rechts om de laag/hoog-temperatuurwaarde te selecteren.
  • Beweeg de joystick omhoog/omlaag om de drempeltemperatuur te wijzigen.

18.3  Bouwisothermen

18.3.1  Over het Alarm condensatie

Voor het detecteren van gebieden met mogelijke vochtproblemen kunt u het Alarm condensatie gebruiken. U kunt de relatieve vochtigheid instellen waarboven de isotherm het beeld met een kleur weergeeft.

18.3.2  Over het Alarm isolatie

Het Alarm isolatie kan gebieden in het gebouw detecteren waar mogelijk sprake is van isolatiefouten. De isotherm wordt geactiveerd als het isolatieniveau (op de camera wordt dit de thermische index genoemd)‎ daalt onder een vooraf ingestelde waarde voor de energie die door de muur lekt.
Verschillende bouwverordeningen bevelen verschillende waarden voor het isolatieniveau aan,‎ maar gebruikelijke waarden zijn 60–80% voor nieuwe gebouwen. Raadpleeg voor de aanbevelingen uw nationale bouwverordeningen.

18.3.3  Condensatie- en isolatiealarmen instellen

Volg deze procedure:

Druk op de joystick om het menusysteem weer te geven.

Gebruik de joystick om naar icon (Kleur)‎ te gaan.

Druk op de joystick om een submenu weer te geven. Gebruik de joystick om een type alarm te selecteren:

  • icon (Alarm condensatie)‎
  • icon (Alarm isolatie)‎

Druk op de joystick. Er verschijnt nu een dialoogvenster waarin u de instellingen voor het alarm kunt definiëren.

Voor het Alarm condensatie kunnen de volgende parameters worden ingesteld:

  • Atmosferische temperatuur: de huidige atmosferische temperatuur.
  • Relatieve vochtigheid: de huidige relatieve vochtigheid.
  • Limiet relatieve vochtigheid: de relatieve vochtigheid waarbij u het alarm wilt laten afgaan. Een relatieve vochtigheid van 100% geeft aan dat de waterdamp condenseert tot vloeibaar water (= dauwpunt)‎. Een relatieve vochtigheid van ongeveer 70% of hoger kan schimmel veroorzaken.

Voor het Alarm isolatie kunnen de volgende parameters worden ingesteld:

  • Binnentemperatuur: de huidige binnentemperatuur.
  • Buitentemperatuur: de huidige buitentemperatuur.
  • Thermische index: het isolatieniveau,‎ een geheel getal tussen 0 en 100.

Druk op de joystick. Hiermee sluit u het dialoogvenster.