Afhankelijk van de configuratie van uw camera kunt u de camera op een wireless local area network (WLAN) aansluiten met Wi-Fi
of de camera u toegang tot een ander apparaat met Wi-Fi bieden.
U kunt de camera op twee verschillende manieren aansluiten:
Meestgebruikte manier: een peer-to-peer-aansluiting instellen (ook ad hoc- of P2P-verbinding genoemd). Deze methode wordt vooral met andere apparaten gebruikt, zoals een iPhone of iPad.
Minder vaak gebruikte manier: de camera op een wireless local area network (WLAN) aansluiten.
12.2 Een peer-to-peer-aansluiting instellen (meest gebruikte manier)
Volg deze procedure:
Druk op de joystick om het menusysteem weer te geven.
Gebruik de joystick om naar (Instellingen) te gaan.
Druk op de joystick om het menu Instellingen weer te geven.
Selecteer Apparaatinstellingen en druk op de joystick.
Selecteer Wi-Fi en druk op de joystick.
Selecteer Deel en druk op de joystick.
(Optionele stap.) Om de parameters weer te geven en te wijzigen, selecteert u Instellingen en drukt u op de joystick.
Om het kanaal te wijzigen (het kanaal dat de camera gebruikt voor het verzenden), selecteert u Kanaal en drukt u op de joystick.
Om WEP (encryptiealgoritme) te activeren, selecteert u WEP en drukt u op de joystick. Hierdoor wordt het selectievakje WEP aangevinkt.
Om het WEP-wachtwoord te wijzigen, selecteert u Wachtwoord en drukt u op de joystick.
Opm.Deze parameters zijn ingesteld voor het netwerk van uw camera. Ze worden door het externe apparaat gebruikt om dat apparaat
op het netwerk aan te sluiten.
12.3 De camera op een wireless local area network (minder vaak gebruikt) aansluiten
Volg deze procedure:
Druk op de joystick om het menusysteem weer te geven.
Gebruik de joystick om naar (Instellingen) te gaan.
Druk op de joystick om het menu Instellingen weer te geven.
Selecteer Apparaatinstellingen en druk op de joystick.
Selecteer Wi-Fi en druk op de joystick.
Selecteer Maak verbinding met het netwerk en druk op de joystick.
Om een lijst van de beschikbare netwerken weer te geven, selecteert u Netwerken en drukt u op de joystick.
Selecteer één van de beschikbare netwerken.
Netwerken die met een wachtwoord zijn beveiligd, worden aangeduid met een pictogram van een hangslot. U hebt een wachtwoord
nodig om toegang tot dergelijke netwerken te krijgen.
Opm.Sommige netwerken zijn niet zichtbaar. Als u zo'n netwerk wilt gebruiken, selecteert u Instellingen in de lijst Netwerken en drukt u op de joystick. Selecteer vervolgens Netwerk toevoegen... en stel handmatig alle parameters in overeenkomstig het desbetreffende netwerk.