12  Wi-Fi configureren

12.1  Algemeen

Afhankelijk van de configuratie van uw camera kunt u de camera op een wireless local area network (WLAN)‎ aansluiten met Wi-Fi of de camera u toegang tot een ander apparaat met Wi-Fi bieden.
U kunt de camera op twee verschillende manieren aansluiten:
  • Meestgebruikte manier: een peer-to-peer-aansluiting instellen (ook ad hoc- of P2P-verbinding genoemd)‎. Deze methode wordt vooral met andere apparaten gebruikt,‎ zoals een iPhone of iPad.
  • Minder vaak gebruikte manier: de camera op een wireless local area network (WLAN)‎ aansluiten.

12.2  Een peer-to-peer-aansluiting instellen (meest gebruikte manier)‎

    Volg deze procedure:
  1. Druk op de joystick om het menusysteem weer te geven.
  2. Gebruik de joystick om naar icon (Instellingen)‎ te gaan.
  3. Druk op de joystick om het menu Instellingen weer te geven.
  4. Selecteer Apparaatinstellingen en druk op de joystick.
  5. Selecteer Wi-Fi en druk op de joystick.
  6. Selecteer Deel en druk op de joystick.
  7. (Optionele stap.)‎ Om de parameters weer te geven en te wijzigen,‎ selecteert u Instellingen en drukt u op de joystick.
    • Om het kanaal te wijzigen (het kanaal dat de camera gebruikt voor het verzenden)‎,‎ selecteert u Kanaal en drukt u op de joystick.
    • Om WEP (encryptiealgoritme)‎ te activeren,‎ selecteert u WEP en drukt u op de joystick. Hierdoor wordt het selectievakje WEP aangevinkt.
    • Om het WEP-wachtwoord te wijzigen,‎ selecteert u Wachtwoord en drukt u op de joystick.

12.3  De camera op een wireless local area network (minder vaak gebruikt)‎ aansluiten

    Volg deze procedure:
  1. Druk op de joystick om het menusysteem weer te geven.
  2. Gebruik de joystick om naar icon (Instellingen)‎ te gaan.
  3. Druk op de joystick om het menu Instellingen weer te geven.
  4. Selecteer Apparaatinstellingen en druk op de joystick.
  5. Selecteer Wi-Fi en druk op de joystick.
  6. Selecteer Maak verbinding met het netwerk en druk op de joystick.
  7. Om een lijst van de beschikbare netwerken weer te geven,‎ selecteert u Netwerken en drukt u op de joystick.
  8. Selecteer één van de beschikbare netwerken.
    Netwerken die met een wachtwoord zijn beveiligd,‎ worden aangeduid met een pictogram van een hangslot. U hebt een wachtwoord nodig om toegang tot dergelijke netwerken te krijgen.