10  Bediening

10.1  De batterij opladen

10.1.1  De batterij opladen met behulp van de FLIR‎ netvoedingskabel.

Volg deze procedure:

Sluit de netvoedingskabel aan op een stopcontact.

Sluit de netvoedingskabel aan op de USB-aansluiting van de camera. Voor toegang tot de USB-aansluiting zie 10.3 Toegang tot het connectordeel.

10.1.2  De batterij opladen met behulp van de FLIR‎ zelfstandige batterijlader.

Volg deze procedure:

Sluit de zelfstandige batterijlader aan op een stopcontact.

Verwijder de batterij uit de camera.

Graphic

Plaats de batterij in de zelfstandige batterijlader.

10.1.3  De batterij opladen met behulp van een USB-kabel

Volg deze procedure:

Sluit de camera met behulp van een USB-kabel aan op een computer. Voor toegang tot de USB-aansluiting zie 10.3 Toegang tot het connectordeel.

10.2  De camera in- en uitschakelen

  • Druk op de aan/uit-knop om de camera in te schakelen.
  • Houd de aan/uit-knop langer dan 3 seconden,‎ maar korter dan 10 seconden,‎ ingedrukt om de camera in de stand-by-stand te zetten. De camera wordt dan na 6 uur automatisch uitgeschakeld.
  • Druk op de aan/uit-knop en houd deze knop minimaal 10 seconden ingedrukt om de camera uit te schakelen.

10.3  Toegang tot het connectordeel

10.3.1  Procedure

Volg deze procedure:

Doe het rubberen klepje aan de bovenzijde van de camera omhoog.

Graphic

Houd de metalen ring stevig vast.

Graphic

Draai de ring ongeveer 90° linksom.

Graphic

Trek het plastic inzetstuk naar buiten.

Graphic

10.4  De temperatuureenheid wijzigen

10.4.1  Algemeen

De camera geeft temperaturen weer in of . U wijzigt de temperatuureenheid met een schakelaar in het connectordeel.

10.4.2  Procedure

Volg deze procedure:

Voor toegang tot de schakelaar voor de temperatuureenheid zie 10.3 Toegang tot het connectordeel.

Zet de schakelaar voor de temperatuureenheid in de gewenste stand.

10.5  Instellingen wijzigen (in FLIR Tools‎)‎

10.5.1  Algemeen

Door de camera aan te sluiten op FLIR Tools,‎ krijgt u toegang tot allerlei instellingen op de camera.
In de transportkoffer is een downloadkaart inbegrepen voor FLIR Tools. Sluit de camera op de computer aan met behulp van de USB-kabel. Voor toegang tot de USB-connector,‎ zie 10.3 Toegang tot het connectordeel.

10.5.2  Het tabblad Algemene instellingen

10.5.2.1  Figuur

Graphic

10.5.2.2  Uitleg

Het gedeelte Firmware-informatie: klik op Zoeken naar updates en volg de instructies op het scherm om te controleren of er een nieuwere versie van de camerafirmware beschikbaar is.
Het gedeelte Fabrieksinstellingen herstellen: klik op Herstellen om de fabrieksinstellingen op de camera te herstellen.

10.5.3  Het tabblad Gebruikersinterface

10.5.3.1  Figuur

Graphic

10.5.3.2  Uitleg

Het gedeelte Cameramodussen: selecteer de cameramodus om vast te leggen welke cameramodussen worden ingeschakeld op de camera. Ga voor meer informatie over elke cameramodus naar het gedeelte 10.5.4.2 Uitleg over de verschillende cameramodussen.
Gedeelte Aangepast opstartbeeld toevoegen: klik op Browse en navigeer naar een afbeeldingsbestand om het opstarten van de camera een persoonlijke tint te geven. Dit kan handig zijn voor het identificeren van camera's van de brandweer. Door het logo van de brandweer als afbeelding te nemen met daarin een unieke id,‎ kunt u uw camera's identificeren.

10.5.4  Cameramodi

10.5.4.1  Algemeen

    De FLIR Kx-serie heeft zeven verschillende cameramodi:
  1. Basismodus.
  2. Zwart-witbrandblusmodus.
  3. Vuurmodus.
  4. Modus Zoeken en redden.
  5. Modus Warmteopsporing.
  6. Modus koude-opsporing.
  7. Modus bouwanalyse.
Elke modus is geoptimaliseerd voor een bepaald type brandweertoepassing. De verschillen tussen de modi zijn als volgt:
  • Modi met groene pictogrammen (13 in de lijst)‎: De camera schakelt automatisch tussen het bereik met hoge gevoeligheid (–20 tot +‎150 °C)‎ en het bereik met lage gevoeligheid (0 tot +‎500 °C )‎ wanneer een object met een temperatuur van meer dan 150 °C meer dan 2% van het gezichtsveld van de camera in beslag neemt.
  • Modi met blauwe pictogrammen (47 in de lijst)‎: Het temperatuurbereik is vergrendeld in het bereik met hoge gevoeligheid (–20 tot +‎150 °C)‎. Dit is handig als u het best mogelijke beeld moet behouden voor objecten met een temperatuur van minder dan 150 °C,‎ zelfs als er objecten met een temperatuur van meer dan 150 °C binnen het gezichtsveld van de camera zijn.

10.5.4.2  Uitleg over de verschillende cameramodussen

10.5.4.2.1  Basismodus
Graphic

Figuur 10.1  Basismodus.

Basismodus is de standaardmodus op de camera. Deze modus biedt verschillende mogelijkheden voor de aanvankelijke brandbestrijding met reddingsoperatie en het onder controle krijgen van de brand. De camera schakelt automatisch tussen het bereik met hoge gevoeligheid en het bereik met lage gevoeligheid om ervoor te zorgen dat u altijd beschikt over een optimaal infraroodbeeld terwijl u een veilig en consistente warmteweergave houdt tijdens het blusproces.
  • Automatisch bereik.
  • Warmteverkleuring: +‎150 tot +‎500 °C.
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150°C
  • Bereik met lage gevoeligheid: 0 tot +‎500 °C.
10.5.4.2.2  Zwart-witbrandblusmodus
Graphic

Figuur 10.2  Zwart-witbrandblusmodus.

De zwart-witbrandblusmodus is een standaard brandblusmodus die is gebaseerd op de basismodus. Deze modus biedt verschillende mogelijkheden voor de aanvankelijke brandbestrijding met reddingsoperatie en het onder controle krijgen van de brand. De modus is speciaal bedoeld voor blusservices waarvoor de verkleuringsfunctie niet gewenst is.
De camera schakelt automatisch tussen het bereik met hoge gevoeligheid en het bereik met lage gevoeligheid,‎ zodat u altijd over een optimaal infraroodbeeld beschikt.
  • Automatisch bereik.
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150°C
  • Bereik met lage gevoeligheid: 0 tot +‎500 °C.
10.5.4.2.3  Vuurmodus
Graphic

Figuur 10.3  Vuurmodus.

De vuurmodus is vergelijkbaar met de basismodus,‎ maar met een hogere starttemperatuur voor warmteverkleuring. Deze modus is geschikt voor situaties met veel open vuur,‎ waarin de achtergrondtemperaturen hoger zijn. De camera schakelt automatisch tussen het bereik met hoge gevoeligheid en het bereik met lage gevoeligheid om ervoor te zorgen dat u altijd beschikt over een optimaal infraroodbeeld terwijl u een veilig en consistente warmteweergave houdt tijdens het blusproces.
  • Automatisch bereik.
  • Warmteverkleuring: +‎250 tot +‎500 °C.
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150°C
  • Bereik met lage gevoeligheid: 0 tot +‎500 °C.
10.5.4.2.4  Modus Zoeken en redden
Graphic

Figuur 10.4  Modus Zoeken en redden.

De modus Zoeken en redden is geoptimaliseerd voor het behouden van grote contrasten in het infraroodbeeld terwijl er in landschap,‎ gebouwen of bij verkeersongelukken wordt gezocht naar personen.
  • Alleen beschikbaar met bereik met hoge gevoeligheid.
  • Warmteverkleuring: +‎100 tot +‎150°C
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150°C
10.5.4.2.5  Modus Warmteopsporing
Graphic

Figuur 10.5  Modus Warmteopsporing.

De modus Warmteopsporing is geoptimaliseerd voor het zoeken van hotspots bij nacontrole nadat het vuur is geblust,‎ om er zeker van te zijn dat het vuur werkelijk is geblust. Deze modus kan ook worden gebruikt voor het zoeken van thermische patronen,‎ bijvoorbeeld om personen in auto's op te sporen na een auto-ongeluk,‎ om er zeker van te zijn dat iedereen is gevonden. Nog een toepassing van deze modus is het zoeken naar personen in water en op open terrein.
  • Alleen beschikbaar met bereik met hoge gevoeligheid.
  • Warmteverkleuring: de 20% hoogste temperaturen in de scène.
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150°C
10.5.4.2.6  Modus koude-opsporing
Graphic

Figuur 10.6  Modus koude-opsporing.

De modus koude-opsporing is geoptimaliseerd voor zoeken naar koude punten,‎ normaal gesproken tocht en luchtstromen.
  • Alleen beschikbaar met bereik met hoge gevoeligheid.
  • Kou-inkleuring: de 20% laagste temperaturen in de scène.
  • Bereik met hoge gevoeligheid: –20 tot +‎150°C
10.5.4.2.7  Modus bouwanalyse
Graphic

Figuur 10.7  Modus bouwanalyse.

De Modus bouwanalyse is geschikt voor het analyseren van gebouwen en het opsporen van gebouwgerelateerde afwijkingen. Het warmtebeeld kan niet alleen informatie verschaffen over structurele,‎ mechanische,‎ loodgieters- en elektrische constructies,‎ maar ook een indicatie geven van vocht,‎ natheid en luchtfiltratie.
In deze modus gebruikt de camera een ijzerkleurenpalet om de verschillende temperaturen weer te geven. Hierbij geven de kleuren zwart,‎ blauw en paars de koudste gebieden aan,‎ rood,‎ oranje en geel de temperaturen in het middengebied en ten slotte wit voor de heetste delen. De temperatuurschaal wordt automatisch aangepast aan de thermische inhoud van het beeld.

10.6  De camerafirmware updaten

10.6.1  Algemeen

Werk uw camera regelmatig bij om verzekerd te zijn van de nieuwste FLIR-firmware. Gebruik voor het bijwerken van uw camera FLIR Tools,‎ zie 10.5 Instellingen wijzigen (in FLIR Tools‎)‎.