|
De gassen tussen het object dat wordt gemeten en de camera, meestal lucht.
|
|
Een functie die ervoor zorgt dat de camera een interne beeldcorrectie uitvoert.
|
|
Het IR-beeld wordt weergegeven met een ongelijkmatige kleurspreiding, waarbij koude objecten evenals warme voorwerpen tegelijk
worden weergegeven.
|
|
Een manier om verschillen in gevoeligheid te compenseren in verschillende delen van livebeelden en om de camera te stabiliseren.
|
|
De huidige algemene temperatuurmetingsbegrenzing van een IR-camera. Camera's kunnen meerdere bereiken hebben. Wordt uitgedrukt
als twee blackbody-temperaturen die de huidige kalibratie beperken.
|
|
Het interval van de temperatuurschaal, meestal uitgedrukt als een signaalwaarde.
|
|
Een transmissiewaarde berekend op basis van de temperatuur, de relatieve vochtigheid van lucht en de afstand tot het object.
|
|
Volledig niet-reflecterend object. Alle straling van dit voorwerp is het gevolg van de eigen temperatuur.
|
|
Een infrarood uitstralend apparaat met blackbody-eigenschappen dat wordt gebruikt om IR-camera's te kalibreren.
|
|
Een functie die het beeld aanpast. De functie is ononderbroken actief en stelt voortdurend de helderheid en het contrast bij
in overeenstemming met de inhoud van het beeld.
|
|
Convectie is een warmteoverdrachtmodus waarbij een vloeistof in beweging wordt gebracht, door zwaartekracht of een andere
kracht, en warmte van de ene naar de andere plaats overdraagt.
|
|
Een isotherm met twee kleurbanden in plaats van één.
|
|
De hoeveelheid straling die van een object komt, vergeleken met die van een blackbody. Een getal tussen 0 en 1.
|
|
Hoeveelheid energie die per tijdseenheid en gebied (W/m2) van een object wordt uitgestraald
|
|
Extra lenzen, filters, hitteschilden en dergelijke die tussen de camera en het te meten object kunnen worden geplaatst.
|
|
Een materiaal dat alleen transparant is voor bepaalde infraroodgolflengten.
|
|
Field of view (Gezichtsveld): de horizontale hoek die kan worden bekeken via een IR-lens.
|
|
Focal plane array: een type IR-detector.
|
|
Het proces dat ervoor zorgt dat warmte zich in een materiaal verspreidt.
|
|
Een transmissiewaarde die wordt geleverd door een gebruiker en die een berekende waarde vervangt.
|
|
Een object dat voor elke golflengte een vaste fractie van de hoeveelheid energie van een blackbody uitstraalt.
|
|
Een manier om het beeld aan te passen door handmatig bepaalde parameters te wijzigen.
|
|
Instantaneous field of view (Direct gezichtsveld): een maat voor de geometrische resolutie van een IR-camera.
|
|
Niet-zichtbare straling met een golflengte van ongeveer 2–13 μm.
|
|
infrarood
|
|
Een functie die de delen van een beeld markeert die boven, onder of tussen een of meer temperatuurintervallen vallen.
|
|
Een flesvormige radiator met een uniforme temperatuur, gezien door de flessenhals.
|
|
De temperatuur waarbij de kleur van een blackbody overeenkomt met een specifieke kleur.
|
|
Een elektrisch aangedreven lichtbron op de camera die laserstraling uitstraalt in een dunne, geconcentreerde straal om bepaalde
delen van het object voor de camera aan te wijzen.
|
|
Een elektrisch aangedreven lichtbron op de camera die laserstraling uitstraalt in een dunne, geconcentreerde straal om bepaalde
delen van het object voor de camera aan te wijzen.
|
|
Ruisequivalent temperatuurverschil. Een maat van het beeldruisniveau van een IR-camera.
|
|
De middelste waarde van de temperatuurschaal, meestal uitgedrukt als een signaalwaarde.
|
|
Een reeks waarden die de omstandigheden waaronder de meting van een object is verricht alsmede het object zelf beschrijven
(emissiegraad, gereflecteerde gevoelstemperatuur, afstand enz.)
|
|
Een niet-gekalibreerde waarde die samenhangt met de hoeveelheid straling die de camera van het object heeft ontvangen.
|
|
Objecten en gassen die straling uitzenden naar het voorwerp dat wordt gemeten.
|
|
De reeks kleuren die wordt gebruikt om een IR-beeld weer te geven.
|
|
Staat voor picture element (beeldelement). Eén punt in een beeld.
|
|
Een apparaat dat infraroodstraling uitzendt.
|
|
Een temperatuur waarmee de normale gemeten waarden kunnen worden vergeleken.
|
|
De hoeveelheid straling die door een voorwerp wordt gereflecteerd in verhouding tot de ontvangen straling. Een getal tussen
0 en 1.
|
|
De relatieve vochtigheid geeft de verhouding weer tussen de actuele waterdampmassa in de lucht en het maximum in verzadigingsomstandigheden.
|
|
Ongewenste kleine verstoringen in het infraroodbeeld
|
|
Hoeveelheid energie die per eenheid tijd, gebied en golflengte (W/m2/μm) van een object wordt uitgestraald
|
|
Het proces waarbij elektromagnetische energie wordt uitgestraald door een object of een gas.
|
|
Hoeveelheid energie die per tijdseenheid, gebied en hoek (W/m2/sr) van een object wordt uitgestraald
|
|
Hoeveelheid energie die per tijdseenheid van een voorwerp wordt uitgestraald (W)
|
|
Een flesvormige radiator met een absorberende binnenzijde, gezien door de flessenhals.
|
|
De huidige algemene temperatuurmetingsbegrenzing van een IR-camera. Camera's kunnen meerdere bereiken hebben. Wordt uitgedrukt
als twee blackbody-temperaturen die de huidige kalibratie beperken.
|
|
De manier waarop een IR-beeld momenteel wordt weergegeven. Wordt uitgedrukt als twee temperatuurwaarden die de kleuren beperken.
|
|
De waarde die overblijft wanneer de ene temperatuurwaarde van de andere wordt afgetrokken.
|
|
infrarood beeld
|
|
Gassen en materialen kunnen meer of minder transparant zijn. Transmissie is de hoeveelheid IR-straling die door gassen en
materialen heen gaat. Een getal tussen 0 en 1.
|
|
Een isotherm die een lineaire spreiding van kleuren laat zien, in plaats van de gemarkeerde gedeelten van het beeld af te
dekken.
|
|
De gebieden die temperaturen bevatten die buiten de huidige niveau-/bereikinstellingen liggen, worden gekleurd met de verzadigingskleuren.
De verzadigingskleuren bevatten een ‘overloop’-kleur en een ‘onderloop’-kleur. Er is ook een derde, rode, verzadigingskleur
die alles markeert dat is verzadigd door de detector, waarmee wordt aangegeven dat het bereik moet worden gewijzigd.
|
|
Heeft betrekking op de videomodus van een IR-camera, de tegenhanger van de normale, thermografische modus. Een camera in
de videomodus legt normale videobeelden vast, terwijl in de IR-modus warmtebeelden worden vastgelegd.
|